Home arrow Onze Media arrow Radio/ Tv arrow NCZ Eddy Borms - Luk Dewulf obver talent
NCZ Eddy Borms - Luk Dewulf obver talent
HVW - HVR
Uitz.: 30.08.10
Opn.: 01.07.10
Real.: Frank Stappaerts
NCZ, Eddy Borms / Luk Dewulf over talent
Beginwijs
--
Goedenavond luisteraar en welkom in HVW. Over enkele dagen heropenen de scholen, en onderwijs heeft natuurlijk te maken met talent. Daarom straks, later in de uitzending, een gesprek met Luk Dewulf over kiezen voor je talent. Maar starten doen we met het levensbeschouwelijke vak Niet-Confessionele Zedenleer (NCZ). We praten erover met Eddy Borms, inspecteur-adviseur NCZ voor het secundair onderwijs. Vele leerlingen, of ouders van leerlingen, zullen ook dit jaar een keuze moeten maken voor een levensbeschouwelijk vak, maar voor alle duidelijkheid: een levensbeschouwelijk vak is geen vak over levensbe-schouwingen! Eddy Borms:
Omdat je natuurlijk in een levensbeschouwelijk vak al een keuze hebt gemaakt voor een levensbeschouwing. We gaan ervan uit dat mensen geen onbeschre-ven blad zijn als ze in een school binnenkomen. Ook als ze in een gezin opgroeien, is dat gezin geen onbeschreven blad. We hebben een aantal waarden en principes die we belangrijk vinden. En al is het alleen nog maar dat, dan zul je vanuit die waarden en principes een bepaalde richting uit gaan, en die richting bepaalt of je je leven invult vanuit een godsdienst – als je in een godsdienstige familie wordt geboren, zeker al geen onbeschreven blad, dan zul je God, het geloof en wat er in bepaalde boeken geschreven is, belangrijk vinden. Als je niet vertrekt vanuit een godsdienst, dan zul je het natuurlijk zelf moeten doen, dan zul je je kinderen ook duidelijk proberen te maken dat ze de juiste keuze moeten maken, maar dan wel zonder de hulp van enig geloof, en dat ze dus wel een zekere creativiteit aan de dag moeten leggen. Maar dat neemt niet weg dat bepaalde waarden doorgegeven worden, zoals: je moet rechtvaardig zijn, je moet eerlijk zijn, je mag niet stelen, je mag niet liegen, je moet vriendelijk zijn voor je broertjes en je zusjes, je moet snoep delen, en ga zo maar verder. Op die manier breng je al heel wat waarden aan en maak je wel een heel bepaalde keuze. Een levensbeschouwelijk vak gaat uiteindelijk over het brede kader, het kader vanwaaruit je die vele verschillende heel praktische keuzen maakt. Dat kader geeft wel aan waar je staat in de wereld en wat je uiteindelijk met je leven wilt doen.
Zeg je nu ook met andere woorden dat een levensbeschouwelijk vak geen neutraal vak is?
Men heeft dus de laatste jaren, maanden zelfs, wel naar voren willen brengen dat de NCZ begonnen is als het neutrale vak bij uitstek. Als we dat historisch bekijken vanuit het Schoolpact, is daar weinig van aan. Om te beginnen was het een strijd tussen de confessionelen en de niet-confessionelen. Van het moment dat je twee kampen hebt, heb je eigenlijk al niet een soort van overkoepelende neutraliteit. In het Schoolpact zelf is ingeschreven dat de leraar NCZ, op voorzichtige wijze, getuigenis aflegt van zijn engagement. Een getuigenis is toch een vrij sterk woord, van een overtuiging die je hebt. Die kan botsen met andere overtuigingen. Ten slotte, wat de diploma’s betreft, vond men het normaal dat die vanuit de Rijksuniversiteit Gent kwamen of vanuit de Vrije Universiteit Brussel, om het te beperken tot de licentiaten. Of de officiële hogescholen voor de regenten, nu de bachelors. Dat is toch ook al een zeer specifieke keuze die men gemaakt heeft. De diploma’s vanuit de Katholieke Universiteit Leuven werden dan niet aanvaard, ook niet wat het Schoolpact betreft. Er moest voorkeur gegeven worden aan andere diploma’s. Nu, neutraliteit is nog een moeilijkere kwestie, ook voor vrijzinnigen, omdat men vaak heeft gedacht – zeker in de negentiende eeuw, maar ook vandaag zijn er nog mensen die dat vinden – dat de wetenschap zal invullen wat wij aan waarden hebben. Ik denk dat men daar verkeerd zit. Wetenschap is een belangrijk instrument, geeft ons heel wat informatie, het is goed om de feiten te onderzoeken en over goede kennis te beschikken, maar het geeft niet aan wat ik moet doen. Als we bijvoorbeeld een maatschappij nemen en zeggen dat solidariteit belangrijk is, dan is dat een keuze die ik maak, maar wetenschappe-lijk kun je dat niet bewijzen. Wetenschappelijk kun je aantonen dat het plezieriger is, aangenamer is, wanneer mensen vriendelijk zijn tegenover elkaar, maar dat is, dacht ik, nog geen wetenschappelijk bewijs. Dus de waarden die ik neem, dat we bijvoorbeeld anderen willen gaan helpen, zou je – en in de negentiende eeuw gebeurde dat – vanuit een zogenaamd wetenschappelijk standpunt, de evolutietheorie, zou je dan kunnen zeggen: neen, het is wel verkeerd, maar ja, het recht van de sterkste, het zijn de sterken die moeten overblijven en dergelijke meer, en dat is een wetenschappelijke houding. Om daartegen in te gaan, kies ik voor een waarde dat het helpen van zwakken belangrijk is. Die keuze is eerder een ethische keuze die ik maak vanuit andere overwegingen, vanuit overwegingen van empathie, meeleven met anderen, het inzien dat er wederkerigheid bestaat, en dat doe ik sociaal. Sociaal kom ik tot die vaststellingen. Of politiek kom ik tot die vaststellingen. Maar dat is niet meteen een eenduidig wetenschappelijk bewijs.
Geregeld worden vanuit verschillende hoeken de levensbeschouwelijke vakken ter discussie gesteld. Maar misschien vooraf: de meeste jongeren die naar school gaan, kunnen niet kiezen omdat ze niet naar een officiële school gaan!
Dat is natuurlijk waar. Het vrije onderwijs is in grote mate het katholieke onderwijs. Maar één ding moeten we toch voor ogen houden, dat is dat we nu spreken over het katholieke vrije onderwijs, en dat dus ook dit onderwijs op basis van een levensbeschouwing wordt georganiseerd. Dat je dus ook weer het criterium levensbeschouwing hanteert om dit onderwijs te laten bestaan. Je hebt ook de joodse scholen, en men heeft de discussie over de islamitische scholen die grondwettelijk kunnen worden opgericht. Je moet daar niet onnozel over doen, maar het is dan toch een levensbeschouwelijke basis die men belangrijk vindt.
Een kritiek op apart godsdienst- of zedenleeronderricht is dat er dan enkel aandacht is voor de eigen levensbeschouwing. Voor vergelijking en dialoog, nodig als voorbereiding op de interculturele samenleving, zou er dan geen plaats zijn!
In de voorwaardelijke wijs: ‘zou er geen plaats zijn’. Om te beginnen vinden wij dialoog belangrijk. Samenwerking tussen de levensbeschouwingen is er al op verschillende niveaus. Wat de inspectie betreft, in de commissie levensbe-schouwelijke vakken, de erkende instanties, verenigingen enzovoorts komen inspectieleden of andere mensen van verschillende levensbeschouwingen samen. Ze vergaderen samen, bespreken heel wat problemen samen. Ook leraren op de scholen, in de vakgroepen enzovoort, werken samen, komen samen, en dergelijke meer. Heel wat scholen hebben ook initiatieven om leerlingen samen extra-murosactiviteiten te laten doen, samen een moskee te bezoeken, een vrijzinnig ontmoetingscentrum te bezoeken, een kerk te bezoeken, met elkaar te dialogeren en te spreken. Dus de apartheid zit eigenlijk meer in welk belang het heeft om mensen te aanvaarden in hun levensbeschouwelijke identiteit. Ik denk dat, los van het feit dat we over alle levensbeschouwingen kunnen praten, het heel belangrijk is dat je aanvaard wordt in een school, wat eigenlijk ook aanvaard-worden betekent in een maatschappij, voor wie je bent. Dat ik word aanvaard als atheïst, als vrijzinnige, in een school. Dat was voor ons een historische strijd, dat was voor ons eigenlijk not done, dat je atheïst zou zijn, dat je dan ook nog zou vinden dat je een volwaardig iemand bent. We moeten ook het belang begrijpen dat dit kan hebben voor een moslimleerling. Als een moslimleerling in een school komt en hij zou een vak hebben waar er wel over islamitische godsdienst wordt gepraat, door iemand die dan geen moslim is, naar alle waarschijnlijkheid, zelfs als het iemand is die wel van islamitische oorsprong, of overtuiging is, beter gezegd, dan nog heeft dat niet dezelfde kracht van: jij wordt aanvaard voor wie je bent. Het feit dat je een moslim bent, doet geen afbreuk aan het feit dat je als leerling van deze school hier bent, aanvaard wordt, functioneert, je studie afmaakt enzovoorts. Dat is eigenlijk iets waarover wij niet struikelen. Dat signaal van aanvaarding van wat iemand is, lijkt me heel belangrijk in het keuzesysteem zoals wij dat nu kennen.
Een ander aspect is natuurlijk ook: als je pleit voor dialoog, moet je dan niet eerst zelf een levensbeschouwing hebben, moet je niet gegroeid zijn in je eigen levensbeschouwing voordat je, op een zeker niveau, een dialoog aankunt?
Dat spreekt voor zich. Je moet natuurlijk eerst weten wat je zelf denkt, wie je zelf bent, waar je zelf staat, als je de ander wilt kunnen ontmoeten. Ook in de ontwikkelingspsychologie is dat eigenlijk zo. Je moet zekerheid hebben voor jezelf als je naar de ander wilt kunnen stappen. Je moet voor een stuk in jezelf kunnen geloven als je geloof wilt kunnen hebben in de ander. Dat is een kwestie van wederzijds vertrouwen. Als ik ervan uit moet gaan dat de dingen die ik zeg – om even terug te komen op wat ik daarnet naar voren bracht – niet aanvaard zullen worden, dat die belachelijk gemaakt zullen worden, dat mijn levensovertuiging belachelijk gemaakt zal worden, dan zit ik natuurlijk in een heel moeilijke situatie en dan ga ik niet tot de dialoog over, dan ga ik mijn mond houden, dan ga ik alles wat ik echt denk voor mezelf houden. Want ik kan het niet brengen op een of ander podium. Als we het dramatiseren van levensbeschouwingen, dat we nu zo vaak hebben, eindelijk eens zouden wegnemen en levensbeschouwingen zouden zien als iets heel gewoons wat mensen hebben, waarin mensen groeien, waarvan mensen overtuigd zijn, dan zou dialoog ook voor een stuk makkelijker worden. Dan zouden we eigenlijk niet zo van die dramatische toestanden hebben, maar zouden we leerlingen kunnen aanleren van: kijk, het is heel gewoon dat je met elkaar over overtuigingen spreekt zonder dat iemand iemand anders beledigd wordt of belachelijk wordt gemaakt. Maar de uitgangspositie is natuurlijk: ik moet zelf wel eens kunnen nadenken, mezelf kunnen oriënteren en zelf wel kunnen uitmaken waar ik sta en wie ik ben.
Een andere kritiek die je vaak hoort, is van praktische aard: uurroosterproble-men. De levensbeschouwelijke vakken organiseren zou heel moeilijk zijn!
We horen dat heel vaak. Het zou veel eenvoudiger zijn om één uurrooster te maken dan bijvoorbeeld de uurroosters van verschillende leraren godsdienst en de leraar NCZ. Maar men moet zich de vraag stellen in welke soort van maatschappij wij leven. De maatschappij gaat niet naar meer homogeniteit, maar naar meer diversiteit. Uiteindelijk heeft de school hier een maatschappe-lijke taak. Als we in de school al geen echt pluralisme kunnen organiseren, hoe gaan we dat dan uiteindelijk in de maatschappij doen? En de mensen die in de school zitten, de leerlingen die de school doorlopen, kunnen in de school een aantal ervaringen opdoen, laten we het dan opnieuw hebben over respect voor hun identiteit, in dialoog treden met mensen van andere overtuigingen enzovoorts, om op die manier toch voorbereid te zijn op wat er in de maatschappij van hen wordt verwacht. Lukt de dialoog en het samenleven op school niet, dan vrees ik dat we ook maatschappelijk zeer beroerde tijden tegemoet gaan. We hebben het zo vaak over de maatschappelijke taak van de school. Wel, ik denk dat dit een maatschappelijke taak is van primair belang.
Tot zover nog Eddy Borms, inspecteur-adviseur, over de cursus NCZ. Zo dadelijk hebben we het over talent, maar eerst muziek:

MUZIEK

Vorig jaar verscheen van Luk Dewulf het boek “Ik kies voor mijn talent”. Daarin verdedigt hij de stelling dat kiezen voor waar je goed in bent dé weg is naar zelfrealisatie en authenticiteit. Maar eerst: wat is talent? Luk Dewulf:
Talent is het vermogen om activiteiten schijnbaar moeiteloos te doen op zo’n manier dat je er energie uit haalt. Het is een definitie die verwijst naar wat het voor de persoon zelf betekent om te doen waar hij of zij goed in is. Je haalt er energie uit, je voelt je er beter door, en het gaat schijnbaar moeiteloos. Dat is één element. Een tweede element, als je verwijst naar authenticiteit, is: als je doet waar je goed in bent, dan vliegt de tijd, ben je je niet bewust van de tijd. Je zou kunnen zeggen dat tijd en authenticiteit op dit vlak synoniemen zijn, want op het ogenblik dat je doet waar je goed in bent, vliegt de tijd en kun je je authentieke zelf zijn. Vandaar dat ik de begrippen talent en authenticiteit met elkaar verbind. Als je doet waar je goed in bent, als je je talent doet, ben je authentiek, en als je authentiek bent, ontstaan er ook een aantal kwaliteiten, als een gevolg daarvan. Mensen worden zelfsturend, nemen verantwoordelijkheid, maken autonome keuzes en worden een stuk sterker.
Talent, zeg je, merk je eigenlijk zelf nauwelijks. Het zijn dus de anderen die je erop moeten wijzen!
Dat is een heel interessante paradox. Talent gaat over iets van een individu, maar je hebt alleen maar talent als er iemand is die het ziet. Voor mij gaat het moeiteloos, dus moet er iemand zijn in mijn leven die mij erop wijst van: ‘Ja Luk, eigenlijk kun je het toch wel goed, dit is echt een kwaliteit, dit is een talent van jou!’ Heel veel mensen schrikken op dat ogenblik een klein beetje of zeggen: ‘Ja, is dat wel zo.’ Of typisch als wij Vlamingen zijn, we schuiven het een beetje onder het tapijt. Maar het is op dat ogenblik dat we ons bewust worden van het feit dat we talent hebben. En wat nog belangrijker is, op het ogenblik dat ik me door iemand gezien voel in mijn talent, gaat er iets veranderen in de relatie tussen mij en die persoon. Er ontstaat betrokkenheid van die persoon op mij, van mij op die persoon, en het is in die relatie met die persoon dat ik dat talent zal ontwikkelen én dat er ook resultaten zullen volgen. Een voorbeeld daarvan: een paar weken of maanden geleden vertelde Stefan Van Fleteren op de radio hoe hij voor de eerste keer in zijn middelbare school werd gewezen op zijn talent doordat ze een verhaal moesten schrijven over de dood. Hij vertelde dat het toen de allereerste keer in zijn leven was dat iemand hem erop wees dat hij talent had voor het schrijven van verhalen. Tot dan toe had hij het idee gehad van: ik ben dom, ik kan niets, ik ben middelmatig. Dat moment is voor hem bepalend geweest. Als je dan kijkt naar mensen die heel bijzondere dingen doen in de maatschappij, dan zie je vaak dat ze bijna allemaal dat soort verhalen hebben van hoe ze heel vroeger, in hun jeugd of als jongvolwassene bezig waren, dat er iemand was die hen gezien heeft in hun talent en die die betekenis voor hen heeft gekregen. Voor mij is het dan ook heel erg belangrijk om elke jongere en elk kind de kans te gunnen om gezien te worden in zijn of haar talent.
Doen waar je goed of niet goed in bent, heeft grote impact op de energie die je gebruikt, schrijf je, waarmee je ook wijst op de relatie tussen talent en duurzaamheid!
Duurzaamheid gaat over het vermogen van iemand om op korte termijn beslissingen te nemen die rekening houden met de langetermijnimpact van die beslissingen. Zo kennen we dat bij het bouwen van een huis, in het kiezen van de bouwmaterialen, de isolatie, maar ook het gebruikmaken van hernieuwbare energiebronnen, wat in die context vaak wordt gebruikt. Nu, voor mij is talent een hernieuwbare energiebron. Als je doet waar je goed in bent, dan laad je je batterijen op. Als je doet waar je niet goed in bent, dan laad je je batterijen af. Het gaat er dus niet om dat je altijd doet waar je goed in bent – dat is niet realistisch, dat is niet mogelijk – maar dat je een balans vindt waar je vooral doet waar je goed in bent, want dan heb je ook de weerbaarheid, het vermogen, om ook met moeilijke situaties om te gaan. Die balans is heel erg belangrijk. Kiezen voor je talent betekent dus een duurzame keuze maken. Durf ik op korte termijn te kiezen om iets te doen dat aansluit bij mijn talent om op lange termijn – als ik veertig, vijftig, zestig ben – me nog altijd gezond en wel te voelen, omdat ik eigenlijk vooral datgene doe waar ik goed in ben? Dat verklaart ook waarom ik het een duurzame keuze noem.
Doe waar je goed in bent, én ontwikkel vooral niet datgene waar je echt niet goed in bent. Dat is natuurlijk wel makkelijk gezegd, maar heb je altijd wel die keuze? Vertrek je niet van een erg luxueuze positie die de doorsneemens niet heeft?
Dat is natuurlijk een heel lastig punt! We leven in een maatschappij waarin we, als het gaat over ontwikkeling – zowel in bedrijven als scholen – altijd vertrekken vanuit datgene wat er niet is. We gaan ‘gaps’ opsporen. Eerst gaan we kijken wat er is. Wat er is, schuiven we aan de kant, we kijken wat er niet is, en we zeggen tegen mensen: ontwikkel datgene wat er niet is. Als je dat bekijkt vanuit talent, klopt dat helemaal niet. Natuurlijk zijn er punten waarop je moet voldoen. Er is basiskennis, het gaat over basiskwaliteit, en op dat vlak moeten we natuurlijk als een goede huisvader ervoor zorgen dat mensen de dingen kunnen die ze moeten kunnen. Maar als het gaat over verder groeien, over je ontplooien, dan is het ongelofelijk belangrijk om vooral te focussen op dat talent en op die mogelijkheden. Waar ik in de ontwikkeling van mensen op wijs, is dat het belangrijk is om enerzijds mensen te helpen om talent te ontwikkelen. Het lijkt alsof het gemakkelijk gaat, maar mensen die echt talent hebben, hebben ook afgezien. Talent ontwikkelen vraagt grote inspanning, feedback opnemen, spiegel voorhouden, zweten, afzien, maar het feit dat je talent hebt, maakt dat elke stap die je weer verder zet, zoveel voldoening geeft dat je het kunt opbrengen om weer een stap verder te zetten in je ontwikkeling. Dat is het eerste. Het tweede waar ik mensen toe stimuleer, is om hefboomvaardigheden te ontwikkelen. Dat zijn vaardigheden waarvan je weet: als ik die ontwikkel, haal ik meer uit mijn talent. Iemand die heel vindingrijk en creatief is en die leert in zijn loopbaan of in zijn omgeving om te luisteren, door te vragen, of om eventjes te wachten voor hij met zijn ideeën komt. Dus door die vaardigheid te ontwikkelen van even af te wachten, haalt hij veel meer uit zijn creativiteit omdat de mensen zien dat zijn ideeën veel meer toegepast zijn op de situatie. En dan heb je nog de dingen waar je niet goed in bent. Als je veel en lang doet waar je niet goed in bent, trekt dat heel veel energie uit jou, het kost je ontzettend veel energie. Mijn boodschap is: probeer vooral niet te ontwikkelen waar je niet goed in bent, maar zoek oplossingen om toch de verantwoordelijk-heid te nemen voor het feit of voor de effecten dat je er niet goed in bent. Ik zal een voorbeeld geven: iemand die ik ken, is bijvoorbeeld heel slordig, zegt hij zelf, die heeft een agenda en die agenda is altijd heel chaotisch. Die agenda was vroeger altijd heel chaotisch, afspraken stonden door elkaar, bepaalde afspraken waren doorgestreept, en als een gevolg daarvan kon hij bepaalde afspraken niet nakomen. Mijn idee is dan: probeer vooral niet iemand te worden die heel netjes en ordelijk gedachten op papier kan zetten, dat gaat je toch nooit lukken, maar zoek naar oplossingen zonder dat je echt een talent moet ontwikkelen, maar op een manier dat je toch je verantwoordelijkheid nakomt op het vlak van afspraken maken. Wat die persoon heeft gedaan? Heel toevallig: die kreeg een tip en kocht zich gewoon een potlood en een gom, en die heeft nu geleerd dat, als hij een afspraak wil herzien, hij die gewoon uitgomt en dat hij de nieuwe afspraak in de plaats zet. Dus dat betekent: het gaat over zoeken naar oplossingen, technieken, tools, om het te realiseren. Ik zal een ander voorbeeld geven: iedereen kent Tiger Woods, de man die golf speelt. Wat hij vertelt, is dat hij ontzettend slecht is om de bal uit de bunker te slaan, uit het zand. Dus als de bal in het zand terechtkomt. Hij zei: ‘Ik had in mijn leven twee keuzes, ofwel oefenen om zo goed als mogelijk die bal te leren slaan uit het zand, of technieken ontwikkelen om in staat te zijn of ervoor te zorgen dat de bal niet in het zand terechtkomt.’ Want dat is zijn talent, dat is zijn kracht, en daar heeft hij voor gekozen. Nu is hij een van de besten in de wereld als het gaat om ervoor te zorgen dat de bal terechtkomt waar hij die bal wil hebben. Hij heeft er dus voor gezorgd dat hij niet gefocust heeft op de gaps, de tekorten die hij had.
Je boek is niet alleen een theoretische uiteenzetting. Je verwijst terecht naar toepassingen op het werk, maar ook in de school!
Dat vind ik ontzettend belangrijk! Ik ben ook van plan om in de komende jaren me echt te richten op initiatieven in het onderwijs die verband houden met dat talent. Je moet maar geluk hebben om een zoon of een dochter te hebben die talent heeft dat past bij onderwijs. Talenten die passen bij onderwijs, dat betekent kunnen stilzitten, goed kunnen luisteren, informatie kunnen structure-ren, analyseren, teruggeven. Als je die talenten hebt, doe je het goed in het onderwijs. Maar er zijn ontzettend veel kinderen die talenten hebben die niet aansluiten bij dat onderwijs. Soms zou je zelfs de indruk krijgen dat leerstoor-nissen benamingen zijn van gedrag waar leerkrachten last van hebben. Elke leerstoornis is ook gekoppeld aan een stuk bijzonder talent dat niet goed zijn weg vindt in het onderwijs. Zo krijg je heel veel jonge mensen die achttien jaar worden, het onderwijs verlaten en het idee hebben dat ze niets kunnen, dat ze middelmatig zijn. Ik zou elk kind en elke jongere de kans willen gunnen om in de loop van de onderwijsloopbaan gezien te worden in zijn of haar talent. Dat kunnen we alleen maar bereiken als we erin slagen om heel rijke contexten aan te bieden. We moeten het kind of de jongere in heel verschillende contexten uitnodigen om zijn of haar talent te laten zien, om het te ontdekken, maar vooral ook om het te benoemen, om het zichtbaar te maken: ‘Kijk, daar ligt jouw talent, daar liggen jouw mogelijkheden!’ Als we dat doen, dan bereiden we volgens mij die jongere ook echt voor om zijn plek in te nemen in de maatschappij. Dan denk ik dat we op een preventieve manier werken aan zoveel problemen waarmee mensen later te maken krijgen.

Tot zover nog Luk Dewulf. Zijn boek “Ik kies voor mijn talent” is een uitgave van Lannoo Campus en is te koop in de goede boekhandel. Wie meer wil weten over talent of over de visie van Luk Dewulf erop, kan terecht op www.ikkiesvoormijntalent.be.

Daarmee zijn we aan het eind aan HVW. Samenstelling en presentatie waren van FS. De tekst van dit programma kun je bestellen bij de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, Lange Leemstraat 57, 2018 Antwerpen. Tel. 03 233 70 32. En over enkele dagen vind je de tekst ook op h-vv.be, waar je de uitzending nog even kunt herbeluisteren.
Volgende week zijn we er weer en dan heeft KVD het over waardevorming en praten we met Johan Swinnen over beeldcultuur.
Dit was het wat ons betreft. Nog een goede avond en graag tot volgende week!

Muziek:
10”    High Heels - Sakamoto        Sakamoto        262975
35”    Day Fever - M. Moulin        M. Moulin        07243 5341292

 

Valide CSS!