| Mary Wollstonecraft - Luc Mishalle |
HVW 01.02.10 Mary Wollstonecraft + Luc Mishalle
Opname: 28.01.10
Uitz.: 01.02.10
Samenst.: KVD / FS
Muziek:
10” Signe E. Clapton E.
Clapton 9 45024-2
10” Tom’s diner S. Vega S. Vega CD 365136-2
Goedenavond en welkom bij HVW, met daarin een gesprek met Magda
Michielsens over Mary Wollstonecraft. Een en ander naar aanleiding van de start
van de feministische werkgroep van de HVV. Maar er is ook een gesprek met Luc
Mishalle over “Een stoet van kleur en klanken” van Paul De Bruyne. Straks meer
daarover, maar we beginnen met Magda Michielsens en Mary Wollstonecraft.
Mary Wollstonecraft is een Engelse verlichtingsfilosofe en een felle
verdedigster van de Franse Revolutie, bekend van “A vindication of the rights
of woman”. Daarin verdedigt zij de principes van de Franse Revolutie, die
volgens haar ook gelden voor de vrouw. Revolutionair, want zij eiste daarmee
ook de rede op voor vrouwen, ijverde voor een betere opvoeding en onderwijs
voor meisjes, en verwierp onder meer het moederinstinct als een natuurlijk
iets. Een standpunt dat inging tegen bijvoorbeeld de opvoedingsideeën van J.J. Rousseau,
zelf geen onbelangrijke verlichtingsfilosoof, en – vooral – van Edmund Burke,
die een felle tegenstander was van de Franse Revolutie.
Magda Michielsens was tot voor kort professor Vrouwenstudies aan de UA.
Op de voorbije Atheïstische Trefdag van HVV-Gent over de Franse Revolutie had
zij het over Mary Wollstonecraft. Na afloop hadden wij een gesprek met haar. En
dan ging het al meteen over het pamflet van Burke tegen de Franse Revolutie,
waarop Mary Wollstonecraft reageerde.
Ja, zij werkte als recensente, schreef veel
voor een progressief tijdschrift, Analytic Review, en in die hoedanigheid kreeg
zij het pamflet van Edmund Burke uit 1790 over de Franse Revolutie snel,
onmiddellijk op haar bureau. Dat pamflet was een aanval op de Franse Revolutie.
Burke was het absoluut niet eens met de principes van de revolutie en viel die
met heel veel vuur aan. Mary Wollstonecraft las dat, zoals zij zoveel
publicaties van dat ogenblik las en er commentaar op gaf. En zij schoot
eigenlijk in een grote woede t.o.v. de stellingen van Burke en heeft daar in
heel snel tempo een reactie op geschreven. Die reactie werd als boek
uitgegeven: “A vindication of the rights of man”. Het was een felle verdediging
van de fundamentele waarden van de Franse Revolutie.
Maar laten we eens eerst kijken naar die Edmund Burke. Waarom was die zo
gekant tegen de Franse Revolutie?
Hij was in de eerste plaats bang voor
besmettingsgevaar. In die zin dat de Franse Revolutie ideeën waren uit
Frankrijk, en hij was bang dat die in Engeland ingevoerd zouden worden. Hij was
trouwens wel een verdediger van de Engelse Revolutie van 1688, die een veel
geleidelijker revolutie was, en veel meer gebaseerd was op consensus. Hij was
bang dat die principes buiten de lokale context van Frankrijk in Engeland
ingevoerd zouden worden. Maar dat is een strategische overweging. Hij was het
ook principieel oneens met de waarden van de Franse Revolutie. Hij geloofde in
geleidelijke ontwikkeling, heel evolutionair, organisch en niet met een grote
breuk met het verleden. Hij vond dat de bindingen die mensen hadden – met hun
naasten, met hun buurt, met hun natie en zo, systematisch verder en verder weg
– gerespecteerd moesten worden. En dat de continuïteit gerespecteerd moest
worden. Dat men maar goed naar de toekomst kon zien als men ook heel goed besef
had van het verleden en van hechtingen en bindingen die men in het verleden had
gehad. Mary Wollstonecraft, ook vanuit het oogpunt van een vrouw, zei: ‘We
zullen nooit tot ontwikkeling, emancipatie, vooruitgang komen als we niet
radicaal breken met die bindingen uit het verleden.’
Mary Wollstonecraft gaat daarop reageren. In een eerste reactie heet dat
nog “A vindication of the rights of man”. Achteraf gaat ze dat veranderen en
aanpassen naar “A vindication of the rights of woman”. Of: ‘women’? Misschien
ook meervoud? Enkelvoud?
Enkelvoud:
“The vindication of
the rights of woman”. Dé vrouw. De vrouw leren
zien als individu. In haar analyse van de geschriften van Burke over de Franse
Revolutie heeft zij dat heel nauwkeurig onder de loep genomen en heeft ook
gezien hoe in zijn pamflet, in zijn traktaat die vrouw eigenlijk helemaal niet
aan bod kwam, helemaal weggedacht wordt, geen rechten had, en twee jaar na haar
reactie op het traktaat van Burke spitst zij dus haar tekst toe op die situatie
van de vrouw. En zij claimt allerlei rechten die eigenlijk algemeen waren voor
haar tijd, ook voor de vrouw. De medestanders van de Franse Revolutie
verdedigden wel die basiswaarden – zoals gelijkheid, creativiteit, autonomie,
respect voor het individu – maar niet voor de vrouw. En zij verdedigt die
waarden ook voor de vrouw. En Burke ontkent die waarden voor mannen, maar zeker
ook voor vrouwen.
Maar kun je zomaar zeggen dat de Franse Revolutie vooral gedragen werd
door mannen en dat vrouwen secundair waren?
Gedragen eigenlijk niet, want er zijn heel
veel historische bronnen en dingen die men gewoon weet, dat vrouwen actief
waren in die Franse Revolutie. Maar het is wel zo dat de mannen die de toekomst
van Frankrijk en van Europa uitgetekend hebben, de belangen van vrouwen heel
snel vergeten zijn. Vrouwen waren wel actoren in die Franse Revolutie, maar als
het dan aankwam op het vastleggen van principes en het formuleren van wetten,
dan kwamen vrouwen niet aan bod. Heel bekend is het voorbeeld van Olympe de
Gouges, die een “Verklaring van de rechten van de vrouw en de burgeres” heeft
opgesteld en die daar gelijkheid vroeg voor vrouwen. Van haar Artikel 7, dat
eiste dat vrouwen even streng behandeld zouden worden door de wet als mannen, kun
je zeggen dat men er gevolg aan heeft gegeven, want zij werd zelf ter dood
veroordeeld enkele jaren daarna. Maar dat is dus werkelijk op schrift gesteld:
dat vinden wij dat de rechten van de vrouw en de burgeres zouden moeten zijn.
En in dat hele proces van de Franse Revolutie zie je dat die vrouwen wel actief
waren, maar dat men de formulering van de principes i.v.m. vrouwen heel snel
vergeet. En dat dat eigenlijk niet beklijft.
Nu eventjes terug ook naar Mary Wollstonecraft… Die zich niet alleen
afzet tegen Edmund Burke, maar ook een aantal ideeën, van bijvoorbeeld J.J.
Rousseau, waarvan men toch wel dacht: ‘Het is een bijdrage tot die Franse
Revolutie…’, gaat kritiseren en gaat aanvallen.
Ja, Rousseau is natuurlijk een belangrijke
denker i.v.m. sociaal contract, maar ook i.v.m. opvoeding. Dat weten wij heel
goed, dat is een erfenis die we zeker hebben van J.J. Rousseau. Maar in zijn
progressieve gedachten over opvoeding heeft hij het eigenlijk alleen maar over
de positie van de jongen die opgroeit tot man. En dat is “Émile”, zijn heel
belangrijke werk over pedagogiek, over opvoeding. In het vijfde boek van
“Émile” heeft hij het over de positie van de vrouw. En de vrouw, het meisje
dient niet opgevoed te worden volgens Rousseau, volgens die belangrijke principes
van vrijheid en creativiteit. Het meisje dient alleen opgevoed te worden opdat
zij op de beste manier Émile, het prototype van de jongen, zou kunnen dienen.
Dus die intellectualiteit, die kameraadschap, al die principes die belangrijk
zouden kunnen zijn voor een modern koppel, zijn absoluut niet aanwezig bij
Rousseau. Het meisje dient niet ontwikkeld te worden. En een groot deel van “A
vindication of the rights of woman” van Mary Wollstonecraft is in feite een
polemiek, niet enkel met Burke, maar ook met Rousseau. Dat zij die principes
van Rousseau in feite ook voor vrouwen opeist. En dat zij dat
complementariteitsbeginsel dat ze bij Rousseau ziet – alles voor de jongen en
niets voor het meisje – doorbreekt.
Op dezelfde manier verzet zij zich eigenlijk ook tegen wat iemand als
Edmund Burke dan weer in Engeland de vrouwelijke natuur noemt, hé?
Ja, zij wil de vrouwelijke natuur, of de
vrouwen zoals ze bestaan in haar tijd, ontwikkelen. Zij is niet zo
verschrikkelijk enthousiast over de vrouwen zoals zij ze in haar tijd kent,
maar zij is er absoluut grondig van overtuigd dat het niet de vrouwelijke
natuur is om zo ongeletterd, onnozel en frivool te blijven. Dat vrouwen zich
kunnen ontwikkelen, dat zij rationaliteit kunnen verwerven en dat zij een leerproces,
een trainingsproces, een opvoedingsproces kunnen doormaken om zich te
ontwikkelen tot volwaardig denkende, rationele wezens. Zij is niet zo heel
vriendelijk, hoor, voor de vrouwen van haar tijd.
Maar ze blijft toch ook vandaag nog relevant?
Zij blijft relevant omdat zij die
meisjesopvoeding zo in het licht stelt. Er zijn vandaag natuurlijk ook nog
allerlei kwesties die, internationaal, spelen rond meisjesopvoeding. En de rede
claimt, de verlichting claimt. Zij is werkelijk een verlichtingsfilosofe door
wie wij ons vandaag nog heel sterk kunnen laten inspireren.
Magda
Michielsens over de betekenis van Mary Wollstonecraft voor het verlichtingsdenken
en haar relevantie tot op vandaag. Die inspiratie zal men zeker meenemen naar
de oprichting van de feministische werkgroep van de HVV. Die komt op 2 februari
voor het eerst samen. Als u daar belangstelling voor hebt, kunt u terecht bij
de HVV. Straks geven we daarvan de contactgegevens. Eerst heeft FS het met Luc
Mishalle over zijn muziek. We laten u alvast het nummer “Binbis” horen.
Daarover zegt Mishalle zelf het volgende.
“Binbis” is een
nummer dat niet typisch Marokkaans is. Het is geïnspireerd op een werk dat ik
eens heb gedaan samen met Adama Dramé uit Burkina Faso en Trevor Watts, een
Engelse saxofonist. Het is een stuk dat raar op gang komt. Zoals veel van die
nummers gaat het ook over één groove, één soort akkoord, dat altijd doorloopt
en dat ook lichtelijk versnelt op het einde. Maar hier interessant is, want het
is geen typisch Marokkaans nummer, maar we spelen het hier wel samen, in
Casablanca, in een studio met typische shabby muzikanten uit Marokko. Dus zij
geven het dan ook weer een heel andere draai.
BINBIS
Luc Mishalle is saxofonist, componist en
bezieler van de muziekeducatieve organisatie MET-X. Onlangs verscheen er over
hem en zijn werk het boek “Een stoet van kleur en klanken. De muziek van Luc
Mishalle & Co”, geschreven door Paul De Bruyne. In dat boek lees ik dat
Mishalles muziek zich beweegt op het snijvlak van jazz, Marokkaanse volksmuziek
en nieuwe ernstige muziek, maar steeds gesitueerd in het veelkleurige licht van
de hedendaagse grootstad! Luc Mishalle:
Ja, dat klopt een
beetje! Ik heb al van jongs af muziek gespeeld, in alle soorten vormen, met
snaren, met folkensembles en dergelijke meer, tot ik uiteindelijk saxofoon ben
beginnen te spelen. Waarom? Omdat ik geboeid was door vormen van jazz en
natuurlijk ook improvisatie. Ik ben toen eerst naar gewone jazz beginnen te
luisteren, maar snel de vraag beginnen te stellen: in hoeverre is er een link
tussen, zeg maar, Amerikaanse jazz en steden, met name Antwerpen, waar ik toen
woonde? Is er niet een meer Europese vorm van jazz? Ik ben zo terechtgekomen
bij de hele scene die rond improvisatie werkt, zonder structuren, zonder maten,
zonder tempo en dergelijke meer. Precies vanuit die achtergrond, omdat die
scene ook zei van: ja, Amerikaanse jazz, dat is van ginder, wij doen iets
Europees. Maar dat werd dan toch ook wel een bijzonder kleine niche, die zeker
zijn merites had, maar tegelijkertijd begon ik ook met buren en vrienden te
zien van Marokkaanse origine. Zij speelden ook muziek, en we speelden samen,
omdat ook in die muziek veel geïmproviseerd werd. Ik vond dat een interessante
piste omdat ik het gevoel had dat, als we relevante muziek maken voor hier – in
dat geval was het Antwerpen – ja, dan is het misschien een combinatie van die
vrije muziek – freejazz, zoals ze het noemen – en misschien werken rond
improvisatie met minderheden, want daar kan ik ook wel mijn ei in kwijt. Dus die
combinatie van alles maakt dat, ja, die weg.
Je bent dan ook wel enkele malen naar
Marokko getrokken en je werd daar geconfronteerd met een volksmuziek, maar toch
ook wel met een ander concept van muziek. Bij ons heb je de muzikant, je hebt
de toeschouwer, maar daar leeft muziek in de volkscultuur!
Zeker! Het is nogal
naïef om te denken dat je vrij snel de Arabische muziek, in dit geval de
Marokkaanse populaire muziek, kunt leren. Dat zit er van jongs af in gebakken.
Reizen naar Marokko zijn bepalend geweest voor mijn houding ten opzichte van,
laten we maar zeggen, wereldmuziek. Met name dat je niet moet proberen, zoals
ook Paul De Bruyne in zijn boek goed omschrijft in het Engels, om ‘going
native’ te doen. Dat wil zeggen proberen te imiteren wat andere culturen doen,
want daar raak je heel moeilijk aan. Dan moet je je bijna helemaal gaan
onderdompelen in die cultuur. En dat was nooit mijn bedoeling. Mijn bedoeling
was altijd vanuit mezelf te vertrekken en zien hoe je kunt communiceren en een
dialoog opstarten met mensen die met een andere cultuur bezig zijn. Een
muzikale cultuur! Het is nooit echt de bedoeling geweest om daar heel diep in
te gaan, hoewel dat met de jaren natuurlijk komt. Je kunt niet zeggen: ik hou
me alleen bij de muzikale cultuur en de rest interesseert me niet. Je moet wel
een stap verder gaan. Maar die reizen naar Marokko zijn zeer belangrijk geweest
om veel dingen te begrijpen, niet alleen van die Marokkaanse cultuur, maar ook
van mezelf.
De meeste van jouw projecten zijn ook
muziekeducatieve projecten, wat wil zeggen dat er een opleidingstraject aan
voorafgaat!
Dat is inderdaad
zo. Zoals we zien dat er ook scheidingslijnen zijn tussen verschillende soorten
muziek – of het nu met minderheden te maken heeft of niet – ziet men, of zie ik
tenminste, ook een aantal artificiële scheidingslijnen tussen wat men noemt een
beginneling, een amateur, een professioneel, en dergelijke meer. Ik ken mensen
die afgestudeerd zijn op het conservatorium en die naar klassen komen hier, die
mee willen spelen met een amateurfanfare omdat ze zeggen: ik kan helemaal niet
improviseren en ik wil ergens starten, ik kom dat hier meedoen. Tegelijkertijd
krijg ik hier superbe Marokkaanse musici over de vloer die in andere circuits
voor amateurs worden aangezien omdat ze geen muziek kunnen lezen en niet weten
of ze nu wel 4/4 of 6/8 spelen, maar ze doen het wel. Dus dat verschil tussen
amateur/professioneel, wat is educatie? Wanneer begin je met opleiding? Dat is
allemaal heel raar, vind ik. Ik doe zogezegd aan educatie, maar tegelijkertijd
is dat wederzijds. Ik leer evenveel van mensen die ik zogezegd opleid. Dus het
is een permanente dialoog, eerder dan een educatie. Zo zie ik het!
Wil jouw aanpak dan ook zeggen dat de
bestaande muziekscholen en conservatoria eigenlijk de trein missen? Tenminste
als we rekening houden met de multiculturele realiteit van onze steden!
Ja en neen! De
conservatoria missen de trein in die zin dat er niemand vanuit minderheden
doorstroomt naar conservatoria. Dat is een probleem omdat men in sommige
grootsteden stilaan met een meerderheid van niet-Europeanen zit en dan moet je
je afvragen: hoe lang kunnen we dat volhouden om alleen één bepaald deel van de
bevolking toe te laten in onze school? Anderzijds moet men er begrip voor
hebben: als men het symfonische en andere kunstmuziekoeuvre van Europa wil
bewaren, dan moet men bepaalde eisen stellen. Dus ik zou zeggen: conservatoria
zijn nodig, maar er is al lang vraag naar iets daarnaast. Conservatoria zie ik
een beetje als universiteiten of hogescholen. Als men musicus wil worden in dit
systeem, dan moet men naar de universiteit gaan. Terwijl het mogelijk moet zijn
dat er daarnaast een beroepsopleiding is voor muzikanten die niet per se heel
goed kunnen lezen, maar die wel heel goed kunnen spelen. Dat begint stilaan te
gaan in de poprichting, maar er is nog geen enkel spoor van in wat men noemt de
wereldmuziek.
Culturele ontwikkelingen in onze hedendaagse
grootsteden, urban arts, de culturele hoofdsteden, creatieve steden ook: het
lijkt wel de gedroomde biotoop voor jouw muziekprojecten!
Het is niet zo dat
we hier binnen Met-X een systeem hebben gevonden, maar het blijkt wel dat, door
de manier van werken, de groep artiesten die rond Met-X werkt, hetzelfde werk,
mits enkele aanpassingen, ook kan doen in andere steden. Of men nu in Brussel,
Lille, Rotterdam of Manchester werkt, de percentages van minderheden zullen
verschillen, maar het soort werk, het soort methodiek, kan men toepassen in de
meeste grootsteden hier in Europa, en soms zelfs ook in Noord-Afrika zelf.
De grootstad… Je wordt ook meer en meer
gezien als een curator van stadsevenementen!
Het is zo dat we
ondertussen met deze mensen die met mij werken… Want het boek spreekt altijd –
en dat vind ik heel goed – over Mishalle & Co, want ik ben een heel sociaal
artiest. Ik werk graag samen met mensen, dan krijg je een soort netwerk van
heel veel artiesten uit heel veel verschillende domeinen. Dan wordt er –
relatief – heel veel een beroep gedaan op onze kennis omdat wij bruggen kunnen
slaan tussen verschillende niches, wat door andere mensen minder gedaan wordt.
Andere mensen zijn echt heel gespecialiseerd in bijvoorbeeld opera, metalmuziek
of een ander genre, maar ze zien het verband niet tussen al die dingen. En in
een grootstedelijke context is het natuurlijk interessant om die verbanden te
zien, ook politiek natuurlijk, om een verband te kunnen maken tussen
bijvoorbeeld Molenbeek, de gemeente waar we nu in werken, en
Sint-Pieters-Woluwe bijvoorbeeld aan de andere kant. Zijn daar dingen, culturele
zaken, die die twee met elkaar kunnen verbinden? Dus in die zin is het logisch
dat wij ook gevraagd worden door organisatoren om in die stadsevenementen een
rol te spelen.
Tot zover nog Luc Mishalle. Het boek “Een
stoet van kleur en klanken. De muziek van Luc Mishalle & Co”, geschreven
door Paul De Bruyne, is een uitgave van Academia Press. En wie meer wil weten
over MET-X, kan terecht op www.met-x.be.
FS in gesprek
met Luc Mishalle. Eerder in de uitzending hadden we aandacht voor Mary
Wollstonecraft. Reacties en vragen kunt u kwijt op onze redactie. Die vindt u
aan de Lange Leemstraat 57 in 2018 Antwerpen. Telefoneren kan ook en wel op het
nummer 03 233 70 32. Daar kunt u dus ook terecht voor de
werkgroep feminisme. En de website vindt u via www.h-vv.be.
Zo, daarmee zijn
wij aan het einde van deze aflevering van HVW gekomen. Wij gaan eruit met
muziek van Suzanne Vega op de achtergrond, maar volgende week kunt u ons weer
horen. Viona Westra heeft in de bijdrage van het VF dan aandacht voor Albert
Camus, 50 jaar geleden overleden. En we hebben het ook over het
verlichtingsdenken van Lessing. Volgende week maandag, dus, meteen na de
nieuwsflash van 20.00 uur op Radio 1. Nog een fijne avond en graag tot
dan. Daaaaag.
|