Home arrow Onze Media arrow Radio/ Tv arrow Maatschappelijk verantwoord bankwezen - Letterenhuis
Maatschappelijk verantwoord bankwezen - Letterenhuis

HVW - HVR

 

Uitz.: 19.07.10

Opn.: 02.07.10

Real.: FS/KVD

 

Maatschappelijk verantwoord bankwezen / Letterenhuis

Beginwijs

--

Goedenavond luisteraar en welkom in HVW. Straks meer over het Letterenhuis in Antwerpen. KVD had een gesprek met Leen van Dijck, directeur van het Letterenhuis.

Maar eerst maatschappelijk verantwoord bankieren. De financiële crisis heeft overduidelijk aangetoond tot welke financiële en maatschappelijke verliezen kortzichtig winstbejag leidt. De maatschappelijke rol van het bankwezen moet dan ook drastisch herzien worden. Netwerk Vlaanderen, met als slogan ‘Anders omgaan met geld’, stelde een memorandum op: ‘Overheid: maak werk van een maatschappelijk verantwoord bankwezen’. Daarin worden twee groepen van maatregelen voorgesteld. Een eerste groep is dan: hoe een volgende crisis voorkomen? Luc Weyn, woordvoerder van Netwerk Vlaanderen:

 

Wat we tot op heden gezien hebben, is dat de overheid maatregelen genomen heeft om de banken rechtop te houden, maar effectieve structurele maatregelen om te voorkomen dat we een dergelijke crisis nog eens zullen meemaken, heeft men tot op heden niet genomen. Wat zou men zoal kunnen doen om een soortgelijke crisis te voorkomen? Men zou bijvoorbeeld kunnen vermijden dat er met ons spaargeld nog gespeculeerd wordt. Men zou dat kunnen doen door gewoon opnieuw spaarbanken te creëren, spaarbanken die verboden worden om nog langer te speculeren, maar die dus een opdracht krijgen om te herinvesteren in de reële economie in plaats van in de schaduweconomie. Dat is via regelgeving. Er zijn ook zachtere wijzen om tot een dergelijke scheiding tussen dat spaarbankieren en investeringsbankieren te komen. Men zou bijvoorbeeld ook kunnen zeggen dat men enkel nog een depositogarantie verleent aan banken die niet speculeren, die spaarbankactiviteiten doen. Of men zou kunnen zeggen: enkel nog staatsgaranties voor banken die zich op dergelijke manier gedragen.

 

Heeft het zin dat je zulke maatregelen, die bij uitstek in een internationale financiële context worden genomen, in een nationaal verband neemt?

 

Ik denk dat het in dezen natuurlijk nuttig is om daarvoor ook internationale steun te verkrijgen, maar je verbiedt geen investeringsbanken op je grondgebied. Je zorgt er alleen maar voor dat het spaargeld minder gevaar loopt, en je zorgt er op die manier ook voor dat je belastinggeld minder gevaar loopt om nog aangewend te moeten worden voor onverantwoorde bankpraktijken.

 

Andere maatregelen om te komen tot een maatschappelijk verantwoord bankwezen, naast maatregelen die een volgende crisis moeten voorkomen, zeg je, is de banken duurzamer maken!

 

Ik denk dat de banken een belangrijke rol kunnen spelen in de volgens ons noodzakelijke transitie naar een eerlijker en ecologischer samenleving. Op dat vlak kiezen de banken wie er gefinancierd wordt en onder welke voorwaarden. Je ziet bijvoorbeeld dat banken graag uitpakken met een groen imago, met hun financiering van zonnepanelen en windenergie. Dat is op zich een heel goede zaak, maar het wordt wel dweilen met de kraan open als men dan tegelijkertijd ook investeert in zeer vervuilende activiteiten zoals steenkoolcentrales. We roepen dan ook de overheid en bijvoorbeeld de overheidsvertegenwoordigers op dat zij werk zouden maken binnen het bestuur van de banken om hun te beletten nog langer in zeer vervuilende steenkoolcentrales te investeren.

Er zijn zo’n zeventig steenkoolcentrales gepland in Europa. Nu, die zeventig centrales zijn goed voor de uitstoot van 130 miljoen wagens, om maar eventjes in kaart te brengen wat een immense uitstoot dat met zich meebrengt, terwijl er, zeker in Europa, voldoende alternatieven voorhanden zijn voor de energievoorziening die via die centrales gerealiseerd zou worden.

De overheid kan ook bijdragen door bijvoorbeeld zeer duidelijk te maken wat zij aan beleid zal uitwerken om de klimaatopwarming te bestrijden, door duidelijk te maken welke investeringen en welke technologische vernieuwingen zij denkt dat daarvoor noodzakelijk zijn. Zodra dat duidelijk is, weten de banken ook waarin zij moeten investeren en wat uiteindelijk beleggingsopportuniteiten zullen zijn voor de toekomst. Dus een duidelijk CO2-investeringsbeleid vanwege de overheid is een belangrijke maatregel die de overheid daar kan treffen. Bovendien kan de overheid sociale en ecologische investeringen fiscaal gaan stimuleren. In Nederland bestaat er een dergelijke regeling via de groenfondsen, maar je zou bijvoorbeeld ook kunnen zeggen dat je enkel nog fiscale vrijstelling verleent voor spaarproducten die in sociaal en ecologisch verantwoorde projecten geïnvesteerd worden.

 

Daarnet had je het al even over overheidsvertegenwoordigers. Dat zijn vertegenwoordigers van de overheid in de banken die er gekomen zijn vanwege de financiële hulp van de overheid aan die banken in crisis. Wat kunnen die overheidsvertegenwoordigers volgens jullie het best doen?

 

Misschien toch nog even in herinnering brengen dat de overheid twintig miljard geïnvesteerd heeft in de banken. Ik weet niet of je het je nog herinnert, maar tijdens de voorbije verkiezingscampagne was er sprake van 22 miljard besparingen. Tien miljard om de begroting van 2012 in evenwicht te brengen en 22 miljard om de begroting van 2015 in evenwicht te brengen. Men heeft dus twintig miljard effectief in de banken geïnvesteerd. Dat is geen klein bedrag! En daar mag wel iets tegenover staan. De regering heeft voor haar kapitaalsinbreng vertegenwoordiging in het bestuur van die banken gekregen, en die vertegenwoordiging zou aangewend kunnen worden om de banken in een duurzamere richting te sturen, om bijvoorbeeld te pleiten voor het stopzetten van maatschappelijk schadelijke investeringen, om zich terug te trekken uit fiscale paradijzen. Want recent onderzoek heeft uitgewezen dat die banken die rechtgehouden zijn met overheidssteun, nog altijd zwaar investeren en actief zijn in fiscale paradijzen, in activiteiten die eigenlijk opgezet zijn om belastingen te ontduiken, belastingen die we nodig hebben om die reconversie naar een sociale en ecologische samenleving te realiseren, omdat men ook nog bezig is om te investeren in maatschappelijk zeer schadelijke bedrijven. Zoals bedrijven die systematisch drinkwater van de lokale bevolking vernietigen.

 

Nu, een van de aanbevelingen die je hebt geformuleerd, is: bankinvesteringen transparant maken. Zouden die overheidsvertegenwoordigers daarin ook een bijdrage kunnen leveren?

 

Op dit moment maken banken een jaarverslag op en zelfs een duurzaamheidsverslag. Maar dat duurzaamheidsverslag is dikwijls meer pr dan dat het effectief informatie geeft. In zo’n duurzaamheidsverslag zou veel meer de nadruk kunnen liggen op de investeringen die men gedaan heeft en op de sociale en ecologische component van het investeringsbeleid van die banken. Ook op dat vlak zouden de regeringsvertegenwoordigers zeker een inbreng kunnen doen, om dat te verbeteren.

 

De laatste tijd is er nogal wat te doen rond een bankentaks. Is dat een goede maatregel, is dat een maatregel die ons misschien brengt tot een maatschappelijk verantwoord bankwezen?

 

Een bankentaks mag niet dienen louter en alleen maar om de staatskas te spijzen. Een goede extra heffing op bankactiviteiten kan zinvol zijn wanneer men die bankactiviteiten stuurt in een duurzame richting en ook wanneer het geld dat men daarmee extra ophaalt, ingezet wordt voor sociale en ecologische doelstellingen. Meer concreet zijn we voor een taks op financiële transacties eerder dan een taks op de omzet of op de winst, omdat dat veel te algemeen is, die laatste taks. Een taks op financiële transacties pakt de financiële speculatie aan, en we willen dat die financiële speculatie beperkt wordt. Dat doe je via een taks op financiële transacties, veeleer dan met een algemene taks op de winsten van de banken. Bovendien pak je daarmee ook die banken aan die effectief aan speculatie doen, terwijl een algemene bankentaks ook die banken aanpakt die op een goede manier bezig zijn. Vervolgens vinden we het belangrijk dat het extra geld gebruikt wordt om bijvoorbeeld een fonds aan te leggen om de millenniumdoelstellingen aan te pakken die de armoede in de wereld willen reduceren, of om de klimaatopwarming tegen te gaan, die dringend wereldwijd aangepakt moet worden. En niet dat die taks gebruikt wordt om gewoon maar de staatskassen te spijzen of, erger nog, om een potje aan te leggen voor het geval dat de banken met hun activiteiten nogmaals een financiële crisis zouden veroorzaken. Dat zou immers alleen maar een vrijgeleide geven aan die banken om voort te doen waarmee ze bezig zijn, want als het nog eens misloopt, is er toch een potje dat aangelegd wordt.

 

Een andere aanbeveling die je aan de overheid deed, is: steun onafhankelijke financiële educatie!

 

De crisis heeft duidelijk aangetoond dat de klanten, maar ook beleidsverantwoordelijken én financiële verantwoordelijken, de crisis niet echt hebben zien aankomen. Inzicht in de mechanismen die spelen, ontbreekt op zeer diverse niveaus. Daar moet dus zeker extra scholing gegeven worden om dergelijke crisissen in de toekomst van ver te zien aankomen en om tijdig maatregelen te kunnen treffen. Maar wat je dus nu ziet, is dat er effectief wel extra vorming en educatie aangeboden worden, maar momenteel vrijwel louter en alleen vanuit de financiële sector. Het is toch dringend nodig dat vanuit het middenveld initiatieven genomen worden om een meer onafhankelijke voorlichting te geven over hoe ons bankwezen werkt en waar daar de risico’s zitten.

 

Tot zover nog Luc Weyn, woordvoerder van Netwerk Vlaanderen. Wie daarover meer informatie wenst, of de petitie tegen bankinvesteringen in steenkoolcentrales wil ondertekenen, die kan terecht op www.netwerkvlaanderen.be.

 

MUZIEK

 

“Money” van Pink Floyd. Dat brengt ons bij de bijdrage van het WF. Dat neemt ons mee naar het Letterenhuis in Antwerpen en bij directeur Leen van Dijck.

 

‘Ik ben Leen van Dijck, directeur van het Letterenhuis. Ik ben hier al vele decennia aan het werk, maar als directeur heb ik toch vanaf het jaar 2000, het jaar dat we Letterenhuis zijn geworden, meer kunnen focussen op de letteren en op het imago als literair archief.’

Leen van Dijck, directeur van het Letterenhuis in Antwerpen. Dat Letterenhuis kreeg in 2009 de Cultuurprijs en is het grootste letterkundige archief van Vlaanderen met zowat twee miljoen brieven en handschriften, 130.000 foto's en 50.000 affiches. Én de literaire correspondenties, handschriften en documentatie van onze grootste auteurs. Met een leeszaal en een vaste opstelling over 200 jaar Vlaamse literatuur, maar ook met tijdelijke tentoonstellingen. Dit jaar gaat die, hoe kan het anders, over Willem Elsschot. Daarover straks meer, want Leen van Dijck neemt ons eerst mee naar een van de topstukken uit de collectie…

Dit zijn fragmenten uit de handgeschreven bundel van Paul Van Ostaijen “De feesten van angst en pijn”. Dat is een prachtig handschrift met kleuren, met verschillende typografische lettertypes, heel fantasierijk gedaan. Een handgeschreven bundel door Paul Van Ostaijen die hij aan zijn uitgever gaf, aan Gaston Burssens, en die na de dood van Van Ostaijen door Burssens aan het Letterenhuis werd geschonken. Dit is een topstuk, letterlijk, ook erkend als topstuk, en met recht en reden, denk ik.

 

Een topstuk, zegt u, letterlijk. Ja, dan zijn we natuurlijk goed terecht, hé, in het Letterenhuis?

 

Ja, wij hebben hier heel veel topstukken. Ik spreek hier nu over één heel mooi handschrift, eigenlijk is dat een museumobject op die manier, maar eigenlijk zijn onze grootste topstukkencollectie de archieven in hun totaliteit. Het geheel van een archief is nog veel mooier dan één handschrift, één brief, één autograaf. Dat geeft een beeld van de schrijver, van zijn leven, van zijn vrienden, van zijn werken, de manier waarop hij werkte, en zo meer.

 

Wij staan hier een beetje te kijken op het stuk van Paul Van Ostaijen, maar hier zijn toch nog wel andere archiefstukken die ook de moeite waard zijn, hé? Noemt u eens een paar namen.

 

Wij hebben hier bijvoorbeeld de archieven van Stijn Streuvels. Wij hebben de archieven van Toussaint van Boelaere. Van Louis Paul Boon hebben we een heel groot stuk archief. Van Ivo Michiels, Hugo Raes, Jef Geeraerts. Onlangs, vorig jaar, hebben we bijvoorbeeld ook het archief van Willem Elsschot binnengekregen. Dat is samen door de Vlaamse gemeenschap en door de Stad Antwerpen aangekocht en dan aan het Letterenhuis overhandigd. Op basis van dat mooie archief van Elsschot hebben we nu een tentoonstelling gemaakt, die ook heel interessant en boeiend is. En waar heel veel enthousiaste bezoekers naartoe komen.

 

Vind je hier ook nog levende schrijvers, die nog altijd creatief zijn?

 

Die vind je hier ook. In de tentoonstelling. Dat betekent niet automatisch dat we ook de archieven hebben van die mensen, natuurlijk, want velen van hen zijn nog actief bezig en willen hun archief helemaal nog niet overdragen. Maar we willen toch in dat brede verhaal van 200 jaar Vlaamse letteren de huidige schrijvers uiteraard niet vergeten. Maar dat zij op een andere manier aanwezig zijn in de tentoonstelling… Het is te zeggen, hun aanwezigheid in de tentoonstelling impliceert niet meteen dat wij ook archieven van hen bezitten.

 

Maar ik stel wel een beetje vast dat het vooral gericht is op Vlaamse literatuur. De Nederlandse literatuur komt daarbij niet ter sprake.

 

Dat klopt. In Nederland heb je in Den Haag het Letterkundig Museum. Dat is 20 jaar na de oprichting van dit huis opgericht, en de afspraak tussen onze beide instellingen is dat in het Letterenhuis in Antwerpen de archieven van de Vlaamse auteurs worden bewaard, en in het Letterkundig Museum in Den Haag de archieven van de Nederlandse auteurs. Dat wil niet zeggen dat wij niet complementair zijn. Bijvoorbeeld in het archief van August Vermeylen dat in het Letterenhuis wordt bewaard, vinden we de brieven die Willem Kloos schreef aan August Vermeylen. Dus Nederlandse brieven. In het archief van Willem Kloos dat in Den Haag zit, vind je dan weer de brieven die August Vermeylen schreef. Dus wij hebben elkaar nodig. De onderzoekers hebben de beide instellingen nodig. Wij zijn complementair. Maar we hebben goede collectieafspraken.

 

Eventjes weg van de tentoonstelling. We zitten nu in de vergaderzaal, en de luisteraars zullen dat ook wel horen. De akoestiek is hier anders. Maar ik denk dat heel wat mensen de reflex hebben om te zeggen: ‘Literatuur, letterkunde enzovoort, dat is niet aan mij besteed en dat is ook niet toegankelijk.’ Men leest misschien wel graag, maar een ‘letterenhuis’ is misschien nog net iets te ver, een brug te ver. Toch eens eventjes zeggen, voor die argwanende luisteraar op dit ogenblik, waarom het Letterenhuis eigenlijk een bezoek waard is.

 

Het is inderdaad niet evident om een tentoonstelling te maken over literatuur. Want de mensen die graag lezen, gaan daarom nog niet graag naar een tentoonstelling. Of de mensen die een literaire tentoonstelling bezoeken, lezen daarom nog niet graag. Dus is het altijd heel moeilijk om een publiek voor ogen te hebben: voor wie maak je nu de tentoonstelling? Maar wij hebben geprobeerd om een draad, een verhaal, verschillende verhaallijnen in te brengen in dat verhaal van 200 jaar Vlaamse letteren. Wij hebben ook geprobeerd om dat verhaal op een aantrekkelijke manier te vertellen, mooi voorgesteld, met objecten, met schilderijen, met tekeningen, met filmpjes, met klankfragmenten enzovoort. Zo kan de bezoeker zappen door de tentoonstelling en die dingen eruit pikken die hem of haar bevallen. Want wij hebben al heel goede reacties gekregen op die tentoonstelling, wat ons toch plezier doet omdat het toch betekent dat we min of meer geslaagd zijn in ons opzet om een ruim publiek daarbij te betrekken.

 

Daar is de vaste tentoonstelling en er zijn ook de, laten we maar zeggen, gelegenheidstentoonstellingen. Dan denk ik aan Willem Elsschot uiteraard, die hier een heel aparte plaats heeft gekregen in het kader van een hele reeks gebeurtenissen rond de figuur van Elsschot. De stad van Elsschot is uiteraard Antwerpen en dun kan je niet om het Letterenhuis heen.

 

Nee, dat klopt. Wij hebben hier in het Letterenhuis aan de hand van het heel belangrijke archief van Willem Elsschot een tentoonstelling gemaakt die echt wel tot de verbeelding spreekt. Het is niet alleen een heel mooi vormgegeven tentoonstelling, maar ook vooral een heel boeiende. De tentoonstelling geeft een blik of werpt een nieuw licht op Elsschot als vader, als schrijver, als familieman, als man die bezig was met de taal, met de zorg voor taal, de liefde voor taal. Er is bijvoorbeeld een prachtige reeks familiefilmpjes waarin die norse, stoere, stuurse man Elsschot een heel aimabele familievader blijkt te zijn, een lieflijke grootvader die met de kleinkinderen speelt. Dus er komen heel veel aspecten aan bod, waardoor de lezer een beter zicht krijgt op Elsschot.

 

Tot zover de plannen die al gerealiseerd zijn in het verleden, maar ik begrijp dat het Letterenhuis toch ook wel ambities heeft naar de toekomst toe.

 

Die hebben we zeker, ja. Wij willen eigenlijk uitgroeien tot hét literaire archief van en voor Vlaanderen. En ik moet zeggen dat wij aardig op weg zijn om dat ook te worden. Wij hebben vorige week een brief gekregen van minister Schauwvliege waarin zij ons het kwaliteitslabel toekent. Dat wil zeggen dat wij erkend zijn als kwaliteitsvolle archiefinstelling. Wij hopen ook in het nieuwe Erfgoeddecreet te kunnen stappen als landelijke archiefinstelling voor het literaire erfgoed. Op die manier zouden we dan niet alleen erkenning krijgen, natuurlijk, maar ook subsidies van de Vlaamse overheid waarmee we weer veel meer slagkracht zullen hebben om uit te groeien tot dat wat we willen worden.

 

Leen van Dijck van het Letterenhuis in Antwerpen. Een aanrader voor als het weer tijdens de vakantie wat tegenzit. Maar ook op andere momenten. Want voor elk wat wils: met literaire wandelingen, lezingen, een aanbod voor scholen, en vooral dus nu met terechte aandacht voor Willem Elsschot. Even meegeven dat de traditionele Dwaallichtwandelingen van het Letterenhuis in een nieuw kleedje steken, uiteraard vanwege het Elsschotjaar.

Voor dat alles kunt u terecht op de website van het Letterenhuis: www.letterenhuis.be.

Maar informatie krijgt u ook bij het WF. Dat vindt u aan de Vrijdagmarkt 24-25 in Gent. Telefoneren kan er op 09 224 10 75. En uiteraard is er ook de website: www.willemsfonds.be. Doorklikken als u meer wilt weten over de Tiendaagse van het Woord. Die komt eraan van 15 tot 25 oktober.

 

 

Daarmee zijn we aan het eind aan HVW. Samenstelling en presentatie waren van KVD en FS. De tekst van dit programma kun je bestellen bij de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, Lange Leemstraat 57, 2018 Antwerpen. Tel. 03 233 70 32. En over enkele dagen vind je de tekst ook op h-vv.be, waar je de uitzending nog even kunt herbeluisteren.

Volgende week zijn we er weer en dan heeft KVD het over “De Verlossing” van Willem Elsschot en is er ook een bijdrage van het VF, waarin VW het zal hebben over poëzie en apartheid.

Dit was het wat ons betreft. Nog een goede avond en graag tot volgende week!

 

Muziek:

10”       High Heels – Sakamoto                                    Sakamoto                    262975

1’00”     Money – Pink Floyd                             Waters                         7243 8 29752 2 9

 

 

Valide CSS!