Home arrow Onze Media arrow Radio/ Tv arrow Luc Goossens In den beginne schiep de vrouw - WF 150 jaar Max Havelaar
Luc Goossens In den beginne schiep de vrouw - WF 150 jaar Max Havelaar
HVW - HVR

Uitz.: 13.09.10
Opn.: 09.09.10
Real.: FS/KVD

Luc Goossens, In den beginne schiep … de vrouw / WF: 150 jaar Max Havelaar
Beginwijs
--
Goedenavond luisteraar en welkom in HVW. Straks krijgt u een bijdrage van het WF over 150 jaar Max Havelaar, maar starten doen we met Luc Goossens. Enkele maanden geleden verscheen van hem het boek “In den beginne schiep … de vrouw”, een studie over de geschiedenis van de vrouw, zo zou je kunnen zeggen. Daarvoor ging de auteur vooral kijken in die culturen die van wezenlijk belang zijn geweest voor de huidige westerse mens: het oude Midden-Oosten, Egypte, Kelten en Germanen, Grieken en Romeinen, alsook bij de verschillende monotheïstische godsdiensten. Aan auteur Luc Goossens de vraag: waarom dit boek én, vooral, waarom dit boek geschreven door een man?

Het is vrij eenvoudig. Sinds jaar en dag vond ik het bijzonder eigenaardig dat België, en a fortiori Vlaanderen, het enige land is waar over vrouwen- en matriarchaatstudies niets verschenen is. Absoluut niets! En dat terwijl in Nederland, Duitsland, Engeland, enfin in alle Angelsaksische landen, er materiaal in overvloed is. Bijgevolg heb ik gedacht: dat moet afgelopen zijn. Er moet voor België, voor Vlaanderen, ook eens iemand opstaan die zegt: luister, wat wij tot hiertoe altijd geleerd hebben, is niet zo. Er is iets anders geweest vroeger!

U bent de culturen gaan bestuderen die erg belangrijk zijn voor onze hedendaagse westerse mens, maar telkens zien we dat de positie van de vrouw daar niet erg rooskleurig is. Telkens opnieuw wordt ze tot een minderwaardige rol gedwongen!

Die minderwaardige rol is in feite een soort van wraakneming van de man op de tientallen, zeg maar honderden eeuwen dat zij er maar voor spek en bonen bij liepen. Je mag niet vergeten dat in den beginne inderdaad een man seks had met een vrouw, maar absoluut niet kon bevroeden dat die vrouw daardoor zwanger werd, en nog minder kon hij begrijpen dat die vrouw daardoor op een goede dag een kind op de wereld zette. U mag niet vergeten dat matriarchaten instellingen zijn die door mannen zijn opgevoerd. Mannen hebben vrouwen op de troon gezet uit een soort van angst voor niet-begrepen krachten. Het ging buiten hen om!

In het boek wijst u toch ook op de belangrijke rol van de monotheïstische godsdiensten. Ergens lees ik: “Alle vijandigheden tegen de vrouw kwamen uit de mond van aan God gewijde personen. Alle vrouwvriendelijke citaten kwamen uit de mond van niet-clerici!”

Dat is inderdaad zo! We mogen niet vergeten dat vanaf de joodse godsdienst, wat wij voor Oud Testament aanzien, ook daar de vrouw reeds naar de zijkant was geduwd. Mannen waren de baas. Bij het Nieuwe Testament wordt dat nog versterkt, en eigenaardig genoeg niet door die eerste christenen, want die waren vrouwvriendelijk, maar dan komen die, wat wij dus noemen de kerkvaders. Die kerkvaders waren door en door Romeinen, doordrenkt van de Romeinse cultuur, en daarin namen zij de vijandigheid tegenover de vrouw met zich mee. Niet alleen de vijandigheid, maar ook de angst, de jaloezie. Een vrouw beschikte over krachten waar zij niet aan konden. Met die kerkvaders zijn daar reeksen van boeken geschreven die vrouwen degradeerden tot het vuil van de aarde. Vrouwen, excuseer mij de uitdrukking, er is een abt geweest van een van de grootste kloosters in Europa, die gewoon zei dat een vrouw vanbuiten zeer mooi was, maar vanbinnen nog smeriger dan een hoop stront.

Maar, schrijft u ook, zo was het niet in den beginne. Voordien is er een periode geweest waarin vrouwelijke dominantie vanzelfsprekend was, de periode van de matriarchaten!

Inderdaad! Ik ga misschien iets zeer stouts zeggen om te beginnen. Er is een tijd geweest dat er alleen vrouwen waren en geen mannen. Vrouwen brachten dochters voort, de dochters brachten dochters voort, enzovoort. Dat gebeurde via partenogenese. En schrik niet, ooit zal er terug een tijd komen, over honderdduizend, vijfhonderdduizend of vijf miljoen jaar, dat er opnieuw alleen vrouwen zullen zijn, en geen mannen meer. Dat maakt dat van het begin, als er mannen kwamen, die mannen niet wisten wat ze aan moesten met dat krachtige geslacht. U mag niet vergeten, het zijn mannen geweest die vrouwen op de troon hebben gezet. In feite, om een dagelijks leven in die tijd voor te stellen: het zou weinig anders zijn dan vandaag, alleen in de essentiële zaken van het leven was de vrouw baas. Vererving ging van moeder op dochter, daar had een man niets in te zien. Het bezitten van eigendom en van dieren, dat was allemaal uitsluitend in de handen van de vrouw. Een man had daar niets mee te zien. Die man werd jaloers, die man kon dat niet verdragen, temeer daar hij op een bepaald ogenblik niet meer maandenlange, jarenlange tochten maakte, die voor hem zeer gevaarlijk konden aflopen, neen, hij bleef thuis. En van het ogenblik dat hij thuisbleef, dat hij overschakelde van de jacht naar de landbouw, begon de man te beseffen dat er iets was. Dat wou niets zeggen, want matriarchaten zijn over de hele cultuur die wij tot nu toe onze westerse cultuur zijn gaan noemen, blijven bestaan tot twee- à tweeënhalfduizend jaar geleden. Zelfs vandaag de dag nog zijn er in Indonesië, op de Milanesische Eilanden, nog altijd bevolkingsgroepen die nog leven identiek zoals het was vijfentwintig à dertigduizend jaar geleden. Ook daar vandaag de dag weet de man niet wat het is vader te zijn. Hij ziet die connotatie niet. Er zijn in Afrika nog zulke stammen, zelfs in het Verre Oosten zijn er nog stammen, maar het eigenaardige of het trieste is dat veel van die mensenstammen die nu nog bestaan in matriarchaatsvorm, leven in landen beheerst door de islam, en de islam kan een vrouwendominantie niet verdragen. Ze hebben dus die mensen ontdaan van hun hele culturele erfenis, uit hun longhouses verdreven, ze hebben ze stenen huisjes gegeven, man, vrouw en kinderen, ze hebben ze elektriciteit gegeven, en voornamelijk, zij hebben ze alcohol gegeven, jenever en zo. Dat is de beste methode om in de kortste tijd een samenleving te gronde te richten.

Opmerkelijk is toch ook dat die overgang van dat matriarchaat naar dat patriarchaat altijd gepaard gaat met, wat u dan schrijft, het implementeren van religie!

Het implementeren van religie is in feite iets wat des mensen is. Wij hebben ons altijd de vraag gesteld: waar komen we vandaan? Waar gaan we naartoe? Wat is goed, wat is kwaad? Wat is de invloed van de, in die tijd, onbegrijpelijke natuurlijke fenomenen? Men had daar angst voor, en daar moest dus volgens de mensen een kracht bestaan die boven hen uitstak. Dat zien we in alle culturen, en het eigenaardige is, zelfs al zegt men het tegenovergestelde, in bijna alle culturen, gaande van de Babylonische naar de Egyptische, de Griekse zelf, zien wij in den beginne een oermoeder die op een maagdelijke manier een geboorte brengt van de eerste mannelijke god. In feite, die godsdiensten… of ja, nu zouden we dat godsdiensten noemen, maar een godsdienst is in onze beleving maar een godsdienst geworden van het ogenblik dat daar geboden en verboden bij kwamen. In de Egyptische godsdienst heeft een religieus gebod, een dogma, nooit bestaan. Het is maar wanneer men begonnen is met het invoeren, het implementeren van dogma’s, ja toen was het hek van de dam. En dat is het nu nog altijd. De Kerk heeft altijd gereageerd met heftigheid, gesteld dat Italië nooit onafhankelijk geworden zou zijn, wij zouden nooit een dogma gekend hebben dat de paus inzake zeden altijd de waarheid spreekt en niet kan liegen. Wij zouden nooit de onbevlektheid van Onze-Lieve-Vrouw… Maar ja, politieke zaken dwongen hen ertoe om toch een macht te blijven implementeren. Dat is niet alleen op godsdienstig gebied geweest, dat is zelfs op politiek en op economisch gebied geweest. Dat is de macht van niet alleen de katholieke godsdienst, maar alle monotheïstische godsdiensten, want ik denk dat de islam nog een veel groter gevaar inhoudt voor het Westen dan wij ons eigenlijk wel realiseren.

Tot zover nog Luc Goossens. Zijn boek “In den beginne schiep … de vrouw. De moderne mens gevormd door de man of was het toch een vrouw” is een uitgave van Mens & Cultuur Uitgevers én is te koop in de goede boekhandel. Zo dadelijk het WF met 150 jaar Max Havelaar, maar eerst muziek:

MUZIEK

‘Ik ben makelaar in koffie en woon op de Lauriergracht, no. 37. Het is mijn gewoonte niet romans te schrijven, of zulke dingen, en het heeft dan ook lang geduurd voor ik ertoe overging een paar riem papier extra te bestellen, en het werk aan te vangen dat gij, lieve lezer, zo-even in de hand hebt genomen, en dat ge lezen moet als ge makelaar in koffie zijt, of als ge wat anders zijt.’

‘Ik ben makelaar in koffie en woon op de Lauriergracht, no. 37.’ De beroemde opener van “Max Havelaar” van Multatuli, voorgelezen door Multatulikenner Philip Vermoortel. “Max Havelaar” verscheen in 1860. Meer dan genoeg reden om van 2010 een Multatuli-jaar te maken, want een boek van formaat dat niet misstaat naast “Don Quichot” of “The Canterbury Tales”, stelt Vermoortel. In mei organiseerde hij samen met de Hogeschool-Universiteit Brussel al een leesmarathon. En op 15 oktober komt er nog een symposium en een concert. Straks meer daarover, maar eerst hebben we het over de ontstaansgeschiedenis van “Max Havelaar”.

Daarin klaagt Dekker de uitbuiting van de Javanen aan, maar ook het onrecht dat hemzelf was aangedaan. Als assistent-resident in Lebak op Java was hij in conflict gekomen met zijn overste. Die had geen oren naar Dekkers klachten over de uitbuiting van de Javanen. Dekker nam ontslag en keerde verbitterd terug naar Nederland. Zijn carrière in de Nederlandse kolonie was voorbij. Hij kreeg schulden, ging van kwaad naar erger en vluchtte voor zijn schuldeisers naar Brussel. Daar schreef hij als Multatuli met de nodige rancune “Max Havelaar of de koffieveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappij”. Philip Vermoortel:

Wel, toen hij in 1856 terugkeerde naar Nederlands-Indië op Java, heeft de gouverneur-generaal, dat was de hoogste positie in de koloniën, hem persoonlijk als assistent-resident in Lebak geplaatst. Daarbij zeggende: ‘Lebak is een zeer armoedige streek waar een en ander fout gaat. Ik weet, beste Douwes Dekker, dat jij nogal begaan bent met menselijk leed, dus plaats ik jou daar.’ Multatuli voelde zich dus vanaf het begin beschermd door de allerhoogste bevelhebber in de kolonie. Toen hij dan in Lebak vaststelde dat er inderdaad veel fout ging, dat bijvoorbeeld het plaatselijke hoofd, de regent Buffels, stal van de bevolking en de bevolking diensten liet uitvoeren voor hem, wat niet mocht, heeft Multatuli geprotesteerd. Maar i.p.v. gelijk te krijgen van de gouverneur-generaal, wat hij verwacht had, heeft hij een berisping gekregen dat een ambtenaar zich niet op die manier hoorde te gedragen en wat meer geduld, bezadigdheid en overleg moest tonen.

Toch wel uniek dat iemand dan met een boek reageert op die sanctie die hij krijgt en daar een heel boek rond schrijft.

Ja, het was eigenlijk, laten we zeggen, de laatste wanhoopspoging. Want de gebeurtenissen dateren van 1856. Het boek is geschreven in het najaar van 1859. In die tussentijd heeft hij wel nog geprobeerd om op andere manieren weer aan de bak te komen. Door contacten te leggen met conservatieve politici, door te proberen toch nog een functie te krijgen op Java of in Nederland. Maar dat is allemaal mislukt. En dan heeft hij eigenlijk ten einde raad besloten om zijn verhaal neer te schrijven in de hoop dat het tot een soort volksopstand zou leiden. Dat het Nederlandse volk van de overheid zou eisen wat hij zelf niet had kunnen verkrijgen van de overheid.

Nu kun je je met reden natuurlijk afvragen wat de intentie was van iemand als Multatuli. Ja, hij kiest al die naam, hé. Dat is toch ook al een vorm van ‘Ik heb veel geleden, ik heb veel gedragen’, een vorm van, bijna een Christusfiguur, zou je bijna zeggen, het slachtoffer van het koloniale systeem. Hij wordt miskend. En toch schrijft hij dat boek. Dat moet toch wel heel zwaar gewogen hebben op hem.

Ja, absoluut. Dat heeft natuurlijk zijn leven én dat van zijn gezin totaal verwoest. Want tot 1856 was hij een gerespecteerd, ietwat excentriek ambtenaar. Als je kijkt naar zijn koloniale carrière, dat ging voortdurend in stijgende lijn, hé. Assistent-resident was een vrij behoorlijke positie. Daarboven had je nog een resident, en dat was dan het hoofd van een hele regio. Hij heeft dat allemaal opgegeven voor dat ideaal om een beter lot te bepleiten voor de Javaan. En hij heeft daar dus de rest van zijn leven voor geboet, eigenlijk. U hebt volkomen gelijk als u zegt dat hij daardoor een soort Christusfiguur is geworden. Ik noem hem soms de pater Damiaan van de vrijzinnigen, zo’n beetje. En zijn aanhangers, die Amsterdamse anarchisten, vrijdenkers vooral van De Dageraad, beschouwden hem ook als een soort messias, als een lichtend voorbeeld.

Is het een pleidooi, een pleidooi voor zichzelf, een soort van rechtvaardiging en een aanklacht? Of een aanklacht inderdaad tegen het koloniale systeem?

Het is allebei. Het is een pleidooi voor zijn eigen manier van optreden, om aan te tonen dat hij gelijk had, en tegelijkertijd is het een pleidooi. Ik zou niet zeggen tegen het koloniale systeem op zich, want wij zijn natuurlijk in 1860. Multatuli heeft eigenlijk nooit echt de kolonie op zich in vraag gesteld. Maar wel de manier waarop de kolonie bestuurd werd en waarop men omging met de bevolking. Er waren eigenlijk twee grote stelsels. Vrije arbeid, waarbij de landeigenaars zelf konden bepalen wat de bevolking moest planten, en het cultuurstelsel, dat werd opgelegd door de regering. De discussie ging vooral over welke van die twee systemen het meest rechtvaardige is voor de inlandse bevolking.

Nu, als het om een pleidooi zou gaan, dan zou het een tamelijk lineaire tekst geweest zijn met argumentatie voor en tegen. Het is een roman geworden, maar wel een roman met een heel bijzondere conceptuele vormgeving.

Voor een deel is het natuurlijk een soort truc die hij toepast. Je moet weten, in 1860 ging het zeer slecht met de koffieveilingen. En de koffie was de belangrijkste bron van inkomsten uit de kolonies van Nederland. Dus de koffiehandelaren waren een beetje in paniek omdat het slecht ging op de markt en de beurs en zo. En Multatuli dacht: als ik mijn boek nu als ondertitel geef “Of de koffieveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappij”, dan zullen die mensen mijn boek lezen, en dat zijn juist de mensen die ik nodig heb. Want zij bepalen het beleid op Java. Vandaar dat het begint met die koffiemakelaar, Droogstoppel, enzovoort. In feite wordt de lezer er beetje bij beetje in geluisd. Langzaam, beetje bij beetje, merkt hij dat het allemaal niet zo grappig is en niet over Droogstoppel gaat, maar dat het inderdaad over de Javaan gaat en een aanklacht is. Het is ook zo dat Multatuli een heleboel dingen al klaar had. Natuurlijk de documenten, uiteraard, want dat zijn echte documenten, soms een klein beetje aangepast. Gedichten, waarschijnlijk ook het verhaal van de Japanse steenhouwer, misschien Saïdjah en Adinda. En hij heeft hier in Brussel vooral het kader gecreëerd waarin hij alles een plaats gegeven heeft.

Ja, hij heeft het geschreven in Brussel, hé. Volgens eigen beschrijving en vrienden van hem, in zeer bizarre, armoedige omstandigheden.

Vast en zeker. Recht tegenover de Sint-Goedelekathedraal. Het was een estaminet met de naam ‘Au Prince Belge’, waar vooral de postbodes (want de post was daar schuin tegenover) graag een pintje kwamen drinken. En Multatuli kon niet naar Nederland omdat hij achtervolgd werd door schuldeisers. Af en toe ging hij terug om te praten met een conservatief politicus, maar dan was het snel, snel terug naar Brussel. Hij heeft daar dus logies gevonden op de zolder van dat estaminet. En hij werd daar zeer goed behandeld. Hij schrijft ook aan zijn vrouw: ‘Brussel is de enige stad waar men kan leven zonder geld.’ Wat voor hem natuurlijk nogal cruciaal was. Maar het was in zeer armoedige omstandigheden, met geleend papier, geleende inkt, in de barre kou en zo. Op den duur zag hij ook slecht. Zijn ogen waren te vermoeid. We kunnen die geschiedenis bijna van dag tot dag volgen omdat alle brieven die hij daarover geschreven heeft aan zijn vrouw in die paar maanden tijd, bewaard zijn.

Hij vindt ook een uitgever. Die uitgever doet daar wel merkwaardige dingen mee, hé? Er is zelfs sprake van censuur.

Multatuli was intussen lid geworden van de loge. En een van de bekendste schrijvers van Nederland van toen, Jacob van Lennep, die ook advocaat was, was eveneens lid van de loge. Multatuli, die dus totaal onbekend was en die niet eens wist hoe een uitgever te benaderen, heeft zijn handschrift opgestuurd aan van Lennep. En van Lennep heeft hem geantwoord dat hij ‘het bl… mooi vond’, d.w.z. ‘bliksems mooi’, maar hij mocht het niet schrijven. ‘Bliksems’ was een soort vloekwoord. Van Lennep heeft gezegd: ‘Kijk, Multatuli, ik zal zorgen dat het boek uitgegeven wordt.’Multatuli was natuurlijk heel blij dat iemand met zo’n reputatie dat wou doen. Maar van Lennep was een conservatief advocaat en was bang dat het boek tot volksopstand zou leiden. Zoals Multatuli eigenlijk gewenst had. En hij heeft het dus meer doen lijken als een roman, door bijvoorbeeld de data te schrappen, door de namen te schrappen (i.p.v. Lebak staat er bijvoorbeeld L…), door een indeling in hoofdstukken aan te brengen, want dat was niet het geval. En door nog een aantal straffe passages eruit te schrappen. Maar Multatuli vond dat aanvankelijk niet zo erg. Het is pas toen hij begon te merken dat het boek in weinig exemplaren gedrukt werd (1300) en dat het zeer duur was (3 gulden, wat bijna het weekloon was van een arbeider) dat hij heeft aangedrongen op een volksuitgave. Dan heeft van Lennep hem geantwoord: ‘Wie een huis koopt, heeft het recht om het te verbouwen zoals hij het wil.’ Toen heeft Multatuli een proces aangespannen tegen van Lennep. Maar van Lennep was advocaat en hij heeft het natuurlijk verloren.

Philip Vermoortel over “Max Havelaar” van Multatuli. Een boek dat je toch minstens één keer in je leven moet hebben gelezen. En het symposium en het concert rond Max Havelaar op 15 oktober kan misschien helpen. Dat heeft plaats in het stadhuis van Brussel, met onder meer de inbreng van acteur Hubert Damen en muziekkenner Fred Brouwers. Met een première van “Saïdjah en Adinda” op muziek. Het symposium is gratis. Het concert kost 15 euro en omvat ook een gelegenheids-cd. Meer informatie op de website www.150jaarmaxhavelaar.be. Uiteraard kunt u ook terecht bij het WF. Dat vindt u aan de Vrijdagmarkt 24-25 in 9000 Gent. Telefoneren kan er op 09 224 10 75. En voor de website surft u naar willemsfonds.be.


Daarmee zijn we aan het eind aan HVW. Samenstelling en presentatie waren van FS en KVD. De tekst van dit programma kun je bestellen bij de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, Lange Leemstraat 57, 2018 Antwerpen. Tel. 03 233 70 32. En over enkele dagen vind je de tekst ook op h-vv.be, waar je de uitzending nog even kunt herbeluisteren.
Volgende week zijn we er weer en dan heeft KVD een gesprek met Katrien Van Hecke over haar jeugdboek “Ahatani en het geheim van het oudste verhaal” en praten we met Jacinta De Roeck over Cuba. Dit was het wat ons betreft. Nog een goede avond en graag tot volgende week!

Muziek:
10”    High Heels – Sakamoto            Sakamoto        262975
1’35”    Oriental blues – C. Joris            C. Mentens        V15.1005.20

 

Valide CSS!