| Luc Descamps |
|
HVW – HVR Uitz.: 01.08.2011 Opn.: 05.07.2011 Real.: Frank Stappaerts Luc Descamps - Verkeerd moment, verkeerde plaats Beginwijs -- Goedenavond en welkom in HVW. Vandaag hebben we het, eerder uitzonderlijk, over jongeren in het verkeer, en dan vooral de lange lijdensweg die ze vaak door moeten op weg naar - hopelijk - herstel. Jeugdauteur Luc Descamps schreef er een boek over: "Verkeerd moment, verkeerde plaats". U hoort hem, eerst kort over het boek zelf, en nadien met het verhaal van Eva. Luc Descamps: "Het maken van dit boek vertrekt vanuit een grote bezorgdheid omtrent het verkeer, de positie van vooral jongeren in het verkeer, die zichzelf vaak enerzijds onkwetsbaar voelen, maar anderzijds enorm zwak zijn. Met dit boek en met de lezingen die ik daarover geef, probeer ik jongeren bewust te maken van hun kwetsbaarheid. Ik probeer dat te doen in de vorm van een verhaal dat wel degelijk en helaas waargebeurd is. Ik hoop dan dat die jongeren zich wat bewuster zullen gedragen, een beetje zullen nadenken en hopelijk een klein beetje voorzichtiger zullen zijn. Als dit verhaal ertoe kan bijdragen dat ook volwassenen en met name automobilisten zich bewuster en op een meer verantwoorde wijze zullen gedragen in het verkeer, dan heb ik alleen maar gewonnen." M Het verhaal van Eva begint in december 2003 op de allereerste dag van de kerstvakantie. Ze zat in het zesde jaar aan het atheneum van Antwerpen, was een zeer behoorlijke leerling, had een behoorlijk tot vrij mooi kerstrapport mee naar huis genomen, maar was eigenlijk vast van plan om het er in de vakantie eens goed van te nemen, zich zeer goed te amuseren. Ze had afgesproken met een van haar vrienden en ze neemt haar fiets thuis en haar moeder wuift haar uit, maant haar nog aan tot voorzichtigheid, tot een paar keer toe en eigenlijk tot verveling van Eva, die zegt: "Moeder, alstublieft, ik ben achttien jaar, ik rij al weet-ik-veel hoeveel jaren met de fiets, er is nooit iets gebeurd, stop nu toch met altijd dat overbezorgde gedoe!" Maar haar moeder kan het niet laten om maar te blijven herhalen dat ze voorzichtig moet zijn, maar dat wordt door Eva lachend weggewuifd. Nu, ze vertrekt naar de Zuidbuurt in Antwerpen, waar die kameraad woont. Ze komt er veilig aan, brengt er een gezellige namiddag door en rond zessen besluit ze om terug naar huis te vertrekken. In het midden van de winter is het uiteraard stikdonker om zes uur. Ze is stiekem wel blij dat haar moeder heeft aangedrongen op een warme jas, een sjaal en handschoenen, want het is eigenlijk verdomd koud. Wanneer ze de Balansstraat indraait in de Antwerpse Zuidbuurt, merkt ze plotseling twee koplampen die met een hoge snelheid naderbij komen. Ze probeert nog de auto te ontwijken, ze probeert nog te remmen, maar haar reactie is helaas te langzaam en ze wordt aangereden door die wagen. Ze wordt van haar fiets geslingerd, komt met haar hoofd tegen de voorruit terecht, wordt dan opnieuw over de wagen geslingerd en komt met haar hoofd op de straatstenen terecht. Daar blijft ze doodstil liggen. Die auto stopt, de chauffeur stapt uit en rent naar achteren om te gaan kijken wat er gebeurd is. Het gaat ook allemaal zo snel, het is ook zo donker. Die persoon ziet Eva liggen, roerloos, hij ziet enkele meters verder haar fiets liggen, waarschijnlijk helemaal verhakkeld door die enorme klap, en in een fractie van een seconde neemt die persoon de beslissing om naar de fiets toe te lopen, de fiets op te rapen, met de fiets naar de auto te rennen, koffer te openen, fiets in de koffer, de koffer dicht, stapt in, dooft de lichten en rijdt met een rotvaart weg. Hij laat het meisje gewoon liggen. M Zeven weken later word Eva's moeder uitgenodigd door de artsen in het Sint-Vincentiusziekenhuis en ze zeggen dat ze even moeten praten. Eva ligt al zeven weken lang in een zeer diepe coma. Ze hebben haar geopereerd. Ze hebben een zogenaamde schedellift moeten uitvoeren, een gedeelte van de schedel is verwijderd omdat door de hersenbloedingen een zwelling was ontstaan en de hersenen plaats moesten hebben om uit te zetten. Maar in al die tijd zijn ze er niet in geslaagd om Eva te doen ontwaken en dus vrezen de artsen dat het niet meer zal lukken, dat Eva haar ogen niet meer zal opendoen. De arts zegt nog: "En als het lukt, stel dat ze toch haar ogen zou openen, wat wij niet verwachten, wel dan is het gegarandeerd zeker dat Eva het leven van een plant zal leiden. Ze zal niet meer kunnen bewegen, niet kunnen lopen, niet kunnen staan. Ze zal zelfs niet kunnen spreken." Daarom stellen ze aan de moeder voor en ze vragen uiteraard de toelating om Eva te doen inslapen. Met andere woorden, om de apparatuur die haar nu nog in leven houdt, stil te zetten, uit te zetten, zodat ze rustig en vredevol kan overlijden. Uiteraard is die moeder niet geneigd om daar onmiddellijk op in te gaan en ze vraagt bedenktijd. Ze gaat naar de kamer van haar dochter, afdeling intensieve zorgen, en heel spontaan - ze kan niet verklaren waarom ze het doet - begint ze daar te zingen. Ze is helemaal alleen met haar dochter en ze zingt heel stilletjes, heel zachtjes een liedje dat ze vroeger altijd zong toen Eva nog een kleuter was en moest gaan slapen. Wanneer ze gezongen heeft, vertrekt ze weer. Toeval of niet, niemand zal dat ooit kunnen zeggen, maar het is wel een feit dat heel kort daarna Eva haar ogen opent. Niet lang hoor, een paar tellen, langer niet, en onmiddellijk zakt zij opnieuw weg in die coma. Een paar uur later gebeurt net hetzelfde: die ogen open - twee, drie tellen - en ze zakt weer weg in die coma. Dat scenario herhaalt zich zo ongeveer een weeklang, dagelijks. Na een goede week opent ze opnieuw haar ogen, voor de zoveelste keer dan, maar er is iets gebeurd, want de ogen blijven deze keer open en je ziet in die ogen dat er iets veranderd is, er zit leven in, er zit licht in. M Eva wordt verder verzorgd op de afdeling intensieve zorgen. Het herstel is heel moeizaam. Het ontwaken, het echt bewust wakker worden, is een zeer langzaam proces. Ze moeten haar ook uitleggen wie ze is, hoe oud ze is, wat er haar is overkomen, want ze weet niets meer. Ze weet eigenlijk nauwelijks wie ze zelf is. En wanneer haar dat wordt uitgelegd, is ze enorm geschokt. Ze kan niet geloven dat iemand zo monsterachtig kan zijn om een persoon in nood, die zwaargewond op de grond ligt, gewoon achter te laten, zelfs nog te bestelen, de fiets weg te pakken om het bewijsmateriaal te verduisteren. Ze is enorm geschokt. Maar een nog veel grotere schok volgt enkele tellen later wanneer ze merkt dat ze voor de volle honderd procent verlamd is. Zij kan zich niet meer bewegen. M Uiteindelijk begint er weer wat gevoel te komen in de rechterkant van haar lichaam. Ze kan al eens een paar vingers bewegen, een paar tenen bewegen, en ze leert, zeer moeizaam, hoe ze zelf bijvoorbeeld een lepel of een vork naar haar mond toe kan brengen om eens opnieuw zelfstandig of vrijwel zelfstandig iets te eten. En wanneer haar toestand stabiel is, haar leven definitief buiten gevaar is, wordt ze verplaatst naar een gewone kamer, waar ze verder wordt verzorgd tot ze uiteindelijk, exact drie maanden na haar ongeval, het ziekenhuis mag verlaten. Naar huis kan ze echter niet, want zij is nog altijd zeer hulpbehoevend. Ze heeft een moeder die fulltime werkt, ze heeft een stiefvader die voltijds werkt, ze heeft een zus van zestien jaar, twee jaar jonger dan zijzelf, maar ja, die zit op school, er is niemand thuis om voor haar te zorgen. Trouwens, de hulp die ze nodig heeft, is zeer gespecialiseerd, zeer intensief, en dat kan ze thuis niet krijgen. Er wordt dus afgesproken tussen dokters en moeder dat Eva zal worden overgebracht naar Pulderbos, een revalidatiecentrum bij Zandhoven, tussen Antwerpen en Herentals. Wanneer Eva dat te horen krijgt, is zij opnieuw geschokt. Zij kan maar niet geloven dat haar moeder haar net op dit moment - nu ze haar het meest nodig heeft, nu ze niets meer kan, nu ze honderd procent afhankelijk is van haar moeder - haar nu wegstopt, dumpt, en naar een - in haar ogen - gesticht stuurt. Ze is boos, ze is woest, ze is ontzettend verdrietig, maar vooral ook zeer gefrustreerd omdat door de hersenbloedingen en door het hersenletsel dat ze daaraan overhoudt, haar hersenen zo langzaam werken, haar mond zo moeizaam meegaat, dat ze bijna niet onder woorden kan brengen wat ze voelt. Ze krijgt de woorden nauwelijks gevormd. Zo komt het dat zij op die bewuste dag, in maart 2004, met tranen in de ogen, op een brancard getild wordt, de ziekenwagen in geschoven wordt, en het gaat richting Pulderbos, waar zij in het revalidatiecentrum zal worden opgenomen. M In het revalidatiecentrum aangekomen merkt zij onmiddellijk waar haar kamer zal zijn. Het is een deur met een grote affiche erop, waarop in grote kleurrijke letters "Welkom Eva" staat. Alsof ze op een feest aankomt! Maar Eva voelt zich niet welkom, ze wil niet welkom zijn, ze wil alleen maar thuis zijn. Wanneer ze de eerste leefgroepgenoot ontmoet, is dat een kind van zes jaar. Tot overmaat van ramp is ze overgebracht naar een revalidatiecentrum voor kinderen, hoewel ze achttien jaar is en bij wet volwassen. Maar haar moeder wilde haar niet in een centrum stoppen waar voornamelijk bejaarden aan het revalideren zijn en koos dus voor een centrum voor jongeren en kinderen. Maar voor Eva is dat een verschrikkelijke gewaarwording om te moeten luisteren en zich te moeten gedragen naar allerhande regeltjes waarvan ze de meeste eigenlijk compleet belachelijk en overbodig vindt. Waarom mag je nu geen snoep op de kamer hebben, waarom moet nu in hemelsnaam dat licht uit om halftien, waarom moet die televisie uit om halftien? Ze kan er niet mee leven, maar ze kan zich ook niet verzetten, want ze kan niets. M Hier in het revalidatiecentrum in Pulderbos begint voor Eva een zeer langzame, zeer moeizame weg om te proberen om weer iets van haar leven te maken. Dat betekent elke dag, zeven op zeven, bezoek aan de kinesist. Om de twee dagen bezoek aan de ergotherapeut. Ze moet opnieuw de gewone dagelijkse dingen leren doen. Met die ene rechterhand, die weer een beetje mobiel wordt, maar nog altijd zeer onhandig is. Ze moet om de twee dagen naar de logopedist om opnieuw te leren articuleren zodat ze op een verstaanbare manier kan praten. Al die dingen zijn ontzettend zwaar. Ze wordt zeer opstandig. De oefeningen vindt ze vaak onmogelijk. Met de ergotherapeut maakt ze ontzettend veel ruzie, want die man vindt dat ze alles op een verkeerde manier doet en geeft haar constant instructies dat ze het op een andere manier moet doen. Ze wordt er horendol van, maar uiteindelijk, achteraf, beseft ze wel dat hij het is die haar heeft geleerd hoe ze met één hand veters knoopt, hoe ze met één hand een appel schilt, hoe ze zich volledig kan aan- en uitkleden met één hand, hoe ze zich volledig kan wassen met één hand, ja hoe ze met maar één werkende rechterkant voor zichzelf kan zorgen. Bij de kinesist, een man die mijns inziens - ik heb hem ook mogen ontmoeten - een standbeeld verdient voor geduld en zelfopoffering, heeft ze geleerd hoe ze, ondanks haar verlamde linkerbeen, rechtop kan staan. Meer nog, hij heeft haar geleerd hoe ze - weliswaar met behulp van een stok - kan lopen. Ze vertelde me hoe ze in de leefgroep het relaas deed van haar eerste stappen. Ze zit daar samen met zeven of acht jongeren, waar ze dagelijks mee samen zijn, dagelijks samen eten ook, en aan tafel tijdens de lunch vertelt ze aan die jongens en meisjes die daar met haar wonen, dat ze gelopen heeft. Algemene consternatie, algemeen ongeloof ook, want dat kan niet! Eva kan niet lopen, want ze zit in een rolstoel, dat kan niet! Zij moet het dus bewijzen en moet dus rechtop staan, zij moet tonen dat ze kan lopen. Nu, dat is een kwakkelgangetje, maar - zonder de hulp van een stok, zonder de hulp van een rolstoel - beweegt ze zich een paar passen voort. Ze doet een rondje rond die tafel. Die gasten worden eigenlijk compleet wild, die zijn door het dolle heen, want Eva kan lopen. In hun ogen is er een mirakel gebeurd! En wat heel ontroerend was, dat was haar verhaal over die jongen die mee aan tafel zat. Ik heb hem Ozzy genoemd in het boek. Dat was een jongen van zestien jaar die er al twee jaar verbleef. Die net als zij door een auto was aangereden en met zijn hoofd op de grond was terechtgekomen. Hij ging gewoon een videogame halen in een videotheek en hij was gewoon, net als zij, op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Hij heeft ook twee maanden in coma gelegen. Wanneer hij wakker werd, kon hij niets meer: niet bewegen, niet staan, niet lopen, zelfs niet praten. Hij heeft, in die twee jaar dat hij op dat moment daar verbleef, geen enkel woord gezegd. En hij wilde supporteren voor haar, hij wilde haar laten zien hoe knap hij het vond wat ze deed, dat ze kon bewegen, dat ze kon lopen. Hij is heel breed beginnen te glimlachen en heeft daarbij een geluid gemaakt dat voor hem lachen betekent, maar dat voor ons - en dan zeg ik het oneerbiedig - eerder doet denken aan het geluid van een klein zeehondje of zo. Terwijl hij zo dat lachende geluid maakte en er een heel brede glimlach op zijn gezicht was, heeft hij zijn linkerduim opgestoken, want zijn linkerhand kon hij een heel klein beetje bewegen. Zijn manier om te zeggen: "Eva, ik zal nooit kunnen lopen, ik zal nooit kunnen spreken, maar wat jij doet, ik heb daar enorme bewondering voor." Dat is iets wat die jonge mensen in Pulderbos zo typeert. Die zijn zo moedig, die steunen elkaar tot en met. Het is voor mij een heel voorrecht geweest om die kinderen daar te mogen ontmoeten en om het verhaal van Eva te mogen opschrijven. Om te zien hoe mensen - jonge mensen die niets meer hebben, die in de ogen van velen niets meer zijn, niets meer betekenen - dagelijks vechten, knokken, strijden, om net één vinger meer te bewegen dan de vorige dag, om net één spiertje meer in beweging proberen te krijgen. M Nu, een andere manier om om te gaan met hun handicap, met hun bijna uitzichtloos lijkende situatie, dat is humor. Ze vechten hard, ze knokken, zoals ik al zei, ze maken enorm veel frustraties mee. Ze zijn vaak heel boos, heel ontmoedigd, moedeloos. Maar aan de andere kant lachen ze enorm veel en niet het minst met zichzelf. Ze lachen heel graag met hun eigen handicap om te relativeren wat er met hen gebeurt en om het op een of andere manier gemakkelijker te kunnen dragen. Ze lachen ook ontzettend hard met elkaar. Ja, ze maken elkaar uit vanwege de onhandigheden die ze hebben, en dat zijn er heel wat. Maar er is een heel duidelijke code die er heerst: alleen zij mogen dat! Jij als buitenstaander, als bezoeker, die gezond bent van lijf en leden, riskeer het niet om met hen te lachen. Meelachen, dat kan nog door de beugel, maar zelf een grap maken over hen is uit den boze, dat is iets wat Eva me zei tijdens ons eerste gesprek: "Dat is mijn recht, dat is bijna alles wat ik nog heb. Ik mag lachen met mezelf. Wij mogen lachen met elkaar. Jullie niet!" M Een mooi voorbeeld van de manier waarop ze bijna op subtiele manier lachen met zichzelf, was het verhaal dat Eva me vertelde. Ze was lid van het filmcomité. Samen met enkele andere jongeren mocht ze af en toe kiezen welke film er vertoond zou worden in het zaaltje dat was omgetoverd van kapel tot filmzaal. Ze hadden gekozen voor de film "The Matrix". Nu, in deze film is er toch een fragment waar de hoofdpersoon Keanu Reeves in een heel spannende scène op een motorfiets gezeten over de snelweg racet, slalomt tussen vrachtwagens door, op vrachtwagens jumpt, eronderdoor glijdt - enfin, levensgevaarlijke halsbrekende toeren uithaalt. En die kinderen, een vijfendertigtal, zitten te kijken, in dat zaaltje, de meesten in een rolstoel, allemaal ex-comapatiënten, allemaal hebben ze een hersenletsel en daardoor een zware handicap, bij de meesten veroorzaakt door een verkeersongeval. Ze zitten naar die gek op zijn motorfiets te kijken en ze schudden zachtjes met het hoofd en er is iemand die zegt: "Dat zal niet lang duren voordat die bij ons in de leefgroep zit." Een heel subtiele manier om met zichzelf en met hun handicap te lachen. M Er komt uiteindelijk een moment dat Eva definitief naar huis mag. Ze heeft het huis verlaten, de bezorgdheid van haar moeder wegwuivend en lachend roepend "Tot straks". Wel, ze komt uiteindelijk anderhalf jaar later thuis. Anderhalf jaar nadat ze thuis is vertrokken, komt ze thuis. Voor de rest van haar leven links grotendeels verlamd. Niet in staat om de dingen zorgeloos te doen die ze vroeger kon doen. En ze gaat eigenlijk naar huis met een grote angst, want ze heeft anderhalf jaar geleefd tussen jongeren die net als zij een hersenletsel hadden, net als zij een grote handicap hadden, en nu moet ze zich bewegen in een wereld tussen mensen die gezond zijn, die volledig mobiel zijn. Ze is heel onzeker en haar angst is op dat moment minstens zo groot als haar handicap. M Uiteindelijk is Eva geen zielige, zeker geen meelijwekkende persoon geworden. Integendeel! Ze zegt dat ze vaak gelukkiger is dan vroeger omdat ze nu weet en beseft wat het leven waard is. Ze heeft iemand leren kennen. Ze is een relatie begonnen, woont samen, is de trotse moeder van een dochter, en eigenlijk is Eva een gelukkige jonge vrouw die heeft leren leven met haar handicap. M De grote bekommernis die Eva ook bezighoudt, is die onveiligheid in het verkeer. Zij hoopt dat, door haar verhaal kenbaar te maken, meer jongeren en mensen tout court geneigd zullen zijn om fluokleding te dragen, om een fietshelm te dragen op de fiets, want zij weet dat, als zij een fietshelm had gedragen, haar problemen veel en veel minder geweest zouden zijn. Want de artsen hebben haar duidelijk gemaakt dat ze dan geen hersenbloedingen en dus de bijbehorende coma en dergelijke niet gehad zou hebben. Dus zij breekt eigenlijk een lans voor meer veiligheid in het verkeer en ik probeer om via haar die boodschap ook over te brengen op mensen. Tot zover nog Luc Descamps. Zijn boek "Verkeerd moment, verkeerde plaats" is een uitgave van Abimo en is te koop in de goede boekhandel. Meer informatie over het boek én over de auteur vind je op <www.lucdescamps.be>. Daarmee zijn we aan het eind van HVW. Samenstelling en presentatie waren van FS. De tekst van dit programma kun je bestellen bij de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, Lange Leemstraat 57, 2018 Antwerpen. Tel. 03-233.70.32. Over enkele dagen vind je de tekst ook op <h-vv.be>, waar je de uitzending nog even kunt herbeluisteren. Volgende week praten we met Henri Oosthout over "Het schandaal van de filosofie" én met Johan de Boose over "Bloedgetuigen". Dit was het wat ons betreft. Nog een goede avond en graag tot volgende week! -- Muziek: 0'10" High Heels – Sakamoto Sakamoto 262975 1'50" Satie – Ciccolini E. Satie 7672842 |