| Levensbeschouwelijke dienstverlening in Nederland - DMM stamceldonoren |
|
HVW – HVR
Uitz.: 28.12.09
Opn.: 17.12.09
Real.: KVD / FS
Levensbeschouwelijke dienstverlening in Nederland / DMM: Stamceldonoren
Beginwijs
--
Goedenavond luisteraar en welkom in HVW. Met
De Maakbare Mens hebben we het over stamceldonoren, of liever, over de wenselijkheid
om je als stamceldonor te laten registreren. Straks meer daarover, want we
starten met levensbeschouwelijke dienstverlening in Nederland. En Karel…
De eindejaarsfeesten zijn op komst en dat
betekent ook dat er heel wat feestmaaltijden bereid zullen worden, liefst dan,
zoals de trends aangeven, met heel wat exotische ingrediënten. Daarmee zet niet
enkel onze buik, maar ook onze voedselvoetafdruk snel een maatje uit. Wervel is
een organisatie die werkt rond de landbouwproblematiek, en aan Katrien,
medewerker van Wervel, vroegen we wat nu juist een voedselvoetafdruk is.
Misschien kunnen we
eventjes terugkeren naar wat een voetafdruk is. De wereldvoetafdruk is de
gebruiksruimte op aarde, inclusief de ruimte die de natuur nodig heeft om te
overleven, dat getal te delen door het aantal wereldburgers. De
wereldvoetafdruk per wereldburger is vandaag 18.000 vierkante meter ofwel 1,8
hectare groot. Of om het nog makkelijker te zeggen, zo groot als drie
voetbalvelden voor één wereldburger. De Belgische voetafdruk dan wordt gevormd
door de persoonlijke voetafdruk van alle Belgen samen te nemen en deze komt uit
op 5,1 hectare. Alle rijke landen, samen 20% van de wereldbevolking, gebruiken
meer dan de helft van de aarde. De ruim vijf miljard mensen in arme landen
hebben dus letterlijk geen voet meer om op te staan. De voedselvoetafdruk is
dat gedeelte van de voetafdruk dat betrekking heeft op onze voedingsgewoonten.
Het gaat niet alleen om de ruimte en het energiegebruik dat de productie van
het voedsel nodig heeft, maar ook de energie die we zelf nodig hebben om de
boodschappen te doen, het voedsel te koken en te bewaren alsook het afval dat
we produceren, wordt meegenomen in de voetselvoetafdruk. Daar zie je dus welke
druk iemands voedingswijze heeft op het milieu. De voedselvoetafdruk van een
wereldburger is 0,9 hectare groot, waarmee we bedoelen: je hebt maar 0,9
hectare. Voor de gemiddelde Belg bedraagt die 1,4 hectare. Waar zit dat dan?
Vooral het gebruik van vlees en vis weegt zwaar door in onze voedselvoetafdruk.
Bijvoorbeeld een kilogram rundvlees weegt tien keer meer dan een kilogram
groenten. Wie geen vlees meer eet, spaart per dag elf vierkante meter uit. Op
jaarbasis betekent dit al snel 0,4 hectare of ruim één derde van onze
voedselvoetafdruk. Je zit ook nog met een verborgen werkelijkheid, en dat is
dan het Wervelverhaal. De Europese Unie voert namelijk jaarlijks vijftig
miljoen ton veevoedergrondstoffen in, waarvan dertig miljoen ton soja. En waar
komt die soja vandaan? Van Brazilië. Twaalfduizend kilometer, dat kun je je
nauwelijks voorstellen en dat zit voornamelijk verstopt in onze overvloedige
vlees- en visconsumptie.
In de voedselvoetafdruk spelen dus meerdere
elementen dan alleen de afstand, dan alleen het transport. Maar als we nu eens
terugkeren naar ons beginpunt, de feestdagen zijn in aantocht. Hoe bereken je
dan die voetselvoetafdruk voor laten we zeggen een normale, gewone
feestmaaltijd?
Om even te
vergelijken, een kerstmaaltijd met aspergeroomsoep, kerstkalkoen en
aardbeienbavaroise geeft in totaal 100,69 vierkante meter. In de bionijverheid
krijgt een kalkoen doorgaans veertig procent soja in zijn rantsoen. Herinnert u
zich daarnet? Dat transport van al dat veevoeder? Als onze kerskalkoen opgefokt
is met veel soja, dan is zijn voedselvoetafdruk hoger. Maar laten we het
eenvoudig houden. Laat de feestmaaltijd even daar. We bekijken een gewone
biefstuk friet, we zijn toch Belgen. Als je een biefstuk friet neemt en je
neemt je boontjes uit Kenia, de patatjes van je frietjes niet uit België maar
uit laten we zeggen Cyprus. Het vlees zelf is gewoon gekweekt met soja. Dan kom
ik aan een totaal van 4 240 km. Mijn schotel die ik je vandaag voorstel,
bestaat uit juist dezelfde ingrediënten. Mijn aardappelen komen van de boer
naast ons. Het vlees haal ik bij een producent die erop let waar het veevoeder
vandaan komt. Ja, die vind je wel in België. Kijk maar even op onze website. De
boontjes, die neem ik niet deze week, die passen toch helemaal niet in deze
periode. Ik neem wat lekkere broccoli ,of misschien moet ik wel even op de
groentekalender kijken. Mijn totaal bedraagt 117 km. Vier tips dus voor mijn
millimetermaaltijd: let bij je aankoop op het land van herkomst, koop
seizoensgroenten, koop via korte keten, de markt, de hoevewinkel, het voedselteam,
of kijk gewoon in je eigen winkel en spreek maar met je directeur. Wij hoeven
die aardbeien niet in de winter. Wees zuinig met vlees en koop het misschien
bij een boer die soja mijdt uit zijn rantsoen.
Letten op wat op ons bord komt is dus een van
de vele kleine daden van burgerzin waarmee wij onze milieu-impact kunnen
verminderen. Daarom pleiten jullie ook voor creativiteit, voor een wereldmenu,
voor een heerlijk lokaal smaakfestijn. Geen hongermaal, maar wel een maal dat
de honger uit de wereld wil bannen!
Wat een hongermaal
is, dat weten één miljard mensen in de wereld. Dat is toch wel één op zeven.
Ongelooflijk als je weet dat er meer dan genoeg voedsel geproduceerd wordt om
de hele wereldbevolking te voeden. Wat kunnen wij daar nu zelf aan doen? Alle
levende wezens hebben water en voedsel nodig om te groeien en te leven. De
verdeling van die basisgrondstoffen kan soms heel oneerlijk zijn. De cijfers
zijn bekend en worden ons ter beschikking gesteld. Het aantal wereldburgers is
ook bekend. Als we beide componenten door elkaar delen, kom je op een
hoeveelheid basisgrondstoffen voor je maaltijd. Als je op onze website kijkt,
kun je deze gegevens raadplegen. En wees maar eens creatief. Verschillende koks
en ook eenvoudige mensen hebben het je voorgedaan. Op basis van deze
ingrediënten stel je je wereldmenu samen. Het is geen sobere maaltijd en het is
geen dieet. De ingrediënten zijn niet aangekocht op de wereldmarkt, maar bij
een boer in de streek. Het wereldmenu wil zo de creativiteit van boeren aanmoedigen,
de biodiversiteit vergroten en de band tussen de boer en de consument
versterken.
Met andere woorden, denk globaal, eet
lokaal, maar om bewust te kunnen consumeren moet je ook de nodige informatie
hebben, om goed te kunnen kiezen uiteraard. Is hier een rol weggelegd, denk je,
voor de overheid?
Jazeker! De
overheid kan model staan om deze manier van omgaan met voedsel en
voedselherkomst te promoten. Wij hebben al bepaalde inspanningen bij de
overheid waar we graag op ingaan. Maar er kan nog veel meer gebeuren. Als we
naar onze buurlanden kijken, zijn er nog meer aanmoedigingen mogelijk om
consumenten en producenten bij elkaar te brengen. Er zijn nieuwe wegen, zoals
internet, mensen willen zelf keuzes maken. Ik zeg altijd: overtuigen is een
term van de scheepvaart. Als je een schip optuigt om te vertrekken, om het te
laten uitvaren, moet dat met heel veel zorg gebeuren. Als je het overtuigt,
gaat het zinken.
Waar kunnen mensen voor bijkomende
informatie terecht?
Die kunnen bij ons
terecht, op onze website natuurlijk, www.wervel.be, maar ze kunnen evengoed bellen op het
nummer 02 8930960, of ze kunnen terecht bij onze infolijn
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, je hebt Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
.
MUZIEK
De Maakbare Mens (DMM) startte onlangs een
nieuwe campagne, samen met het Rode Kruis-Vlaanderen, onder het motto “Doe
vandaag eens iets levensbelangrijks”. Aan Marjan Joris en Liesbet Lauwereys,
beiden actief in DMM, vroegen we waarover die nieuwe campagne juist gaat.
De campagne gaat
over stamceldonatie. We willen zo veel mogelijk mensen aanmoedigen om zich te
registreren als stamceldonor. We willen mensen in de eerste plaats op de hoogte
brengen van de mogelijkheid om stamcellen te doneren, want veel mensen weten
niet dat die mogelijkheid bestaat. Daarnaast willen we ook enkele misverstanden
rond stamceldonatie wegwerken en de mensen dan aanmoedigen om zich te
registreren.
Stamcellen, donoren… Nu misschien eerst: je
leest er geregeld over in de krant, maar wat zijn stamcellen?
Stamcellen zijn
cellen die zich nog kunnen delen en die de mogelijkheid hebben om zich verder
te ontwikkelen tot verschillende soorten celtypes. Ik denk daarbij aan
bloedcellen, huidcellen, levercellen enzovoort. Er zijn wel verschillende
soorten stamcellen. Dus de ene soort kan zich tot meerdere types ontwikkelen
dan een andere. De oerstamcel bijvoorbeeld is de bevruchte eicel, die is nog in
staat om zich tot een heel menselijk lichaam te ontwikkelen, maar de stamcellen
waarover wij het hier hebben, zijn stamcellen die worden gedoneerd door gezonde
personen die daarvoor vrijwillig de toestemming geven. Die stamcellen kunnen
zich nog ontwikkelen tot bloedcellen.
Veel mensen denken
misschien ook aan embryonale stamcellen. Daarover hebben we het hier niet. Die
embryonale stamcellen zijn uiteraard ook heel rijk aan stamcellen en worden
gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek. Dat is wel omstreden omdat, als die
worden gebruikt bij wetenschappelijk onderzoek, die embryo’s worden vernietigd.
Maar in dit verhaal gaat het enkel en alleen over de stamcellen van gezonde
donoren, en stamcellen uit embryo’s worden niet gebruikt voor stamceltherapie.
Een voor de hand liggende vraag is dan
uiteraard: waarvoor worden die stamcellen gebruikt?
Stamcellen worden
gebruikt voor de behandeling van een aantal ernstige aandoeningen waarvan het
belangrijkste voorbeeld leukemie is. Er zijn ook nog enkele andere
bloedziekten, klierziekten of aangeboren aandoeningen. Het komt er eigenlijk op
neer dat die personen geen gezonde bloedcellen hebben en dat die stamcellen van
de donor bij de patiënt opnieuw gezonde bloedcellen vormen, waardoor die
patiënt een kans heeft op genezing of om toch voor lange tijd ziektevrij te
blijven.
De hele campagne draait dus rond donoren!
Jullie zijn op zoek naar donoren van stamcellen!
Inderdaad, want het
is moeilijk om een stamceldonor te vinden voor een persoon met een bloedziekte,
omdat de kans dat je een geschikte donor kunt zijn voor een patiënt slechts één
op vijftigduizend is. Waarom is dat zo moeilijk? De weefseltypes van de patiënt
en van de donor moeten overeenstemmen. Een weefseltype kun je vergelijken met
de bloedgroepen, alleen zijn er van de bloedgroepen slechts vier en van die
weefseltypes zijn er ongeveer tienduizend. Dus je kunt je voorstellen dat het
heel moeilijk is om een perfecte overeenkomst te vinden tussen donor en
patiënt, vandaar dat we op zoek zijn naar zo veel mogelijk kandidaat-donoren.
Want hoe meer donoren er zijn, hoe groter uiteraard de kans is dat er iemand
gevonden wordt voor een bepaalde patiënt.
Het is ook wel
belangrijk dat er een groot aantal kandidaat-donoren zijn, want we
veronderstellen dat de toepassingen met stamcellen enkel en alleen nog maar
zullen uitbreiden. Er gebeurt immers enorm veel wetenschappelijk onderzoek naar
behandeling met stamcellen. Men zoekt ook naarstig naar alternatieven, maar op
dit moment zijn die er jammer genoeg nog niet en zijn we dus volledig
afhankelijk van stamceldonoren.
Het is ook zo dat
de meeste stamceldonoren voor Belgische patiënten momenteel uit het buitenland
komen. Vooral Duitse donoren leveren nu stamcellen aan Belgische patiënten. Het
is dan ook niet meer dan normaal dat België zorgt dat het zelf een uitgebreid
stamcelregister heeft, zodat ook Belgische donoren patiënten in België of in
het buitenland kunnen helpen.
Om nog even een
idee te geven: de kans dat iemand een geschikte donor is voor een patiënt is
één op vijftigduizend, en op dit moment zitten er in het Belgische
stamcelregister, dus de databank waarin alle gegevens van de donoren zitten,
vijftigduizend donoren. Dus in principe slechts voor één patiënt.
Wie kan donor worden?
Iedereen kan in
principe stamceldonor worden. Er zijn drie criteria, die eigenlijk dezelfde
zijn als voor gewone bloeddonoren. Je moet volwassen zijn, minstens achttien
jaar, en je moet je ook registreren vóór vijftigjarige leeftijd. Doneren kan
dan tot zestig jaar. Daarnaast zijn er dan nog twee criteria. Het ene is dat de
donatie zelf voor jou geen risico mag inhouden, dus het mag voor jezelf geen
gevaarlijke ingreep zijn. En dan, het materiaal dat je doneert mag ook geen
besmettingsgevaar inhouden voor de patiënt die het zal krijgen.
Stel, ik geef me op als donor, maar dan heb
je natuurlijk nog geen stamcellen. Hoe kom je dan aan die stamcellen?
Hoe men aan die
stamcellen komt? Heel veel mensen denken dat dat gebeurt via een punctie in het
beenmerg. Maar sinds een tiental jaren worden die stamcellen afgenomen uit het
bloed. Het is eigenlijk vergelijkbaar met bloed geven, alleen is daar een
verschil om die stamcellen in het bloed te krijgen, want er zitten er standaard
niet zoveel in, dus geeft men beenmerggroeifactoren. Dat is in de vorm van een
injectie die de donor vier à vijf dagen vóór de donatie toegediend krijgt. Door
die groeifactoren verplaatsen de stamcellen zich naar het bloed en zo kan men
dan door een bloedafname, langs een naald in je ene arm, het bloed afnemen. Dat
loopt dan naar een bloedverzamelmachine, waar het stamcelrijke bloed wordt
gescheiden van het overige bloed. Het overige bloed krijg je dan terug via een
andere naald in je andere arm. Dat duurt ongeveer een drie- tot viertal uren.
Dus wel iets langer dan gewoon bloed geven, maar daarna kun je gewoon naar
huis. Dan wordt je ook nog, om na te gaan of alles goed gaat, een week, een
maand en een jaar na de donatie opgevolgd en wordt er gecontroleerd of je
volledig in orde bent.
Dus het is helemaal geen pijnlijke ingreep!
Het is te
vergelijken met bloed geven. Het pijnlijkste aan de zaak is de prik in je arm.
Daarnaast kun je nog wel last hebben van lichte nevenverschijnselen zoals
hoofdpijn of een beetje moeheid, maar die zijn heel mild en van voorbijgaande
aard.
Als stamceldonor moet je je laten
registreren, hoorde ik daarnet. Hoe gebeurt dat?
Dat is eigenlijk
heel eenvoudig. Je moet contact nemen met een donorcentrum, hetgeen je kunt
doen door te telefoneren, door een mailtje te sturen via de website www.stamceldonor.be of via de brochure die wij geschreven
hebben voor deze campagne. Daar zit achteraan een kaartje in, dat je gewoon
kunt invullen en zonder kosten verzenden naar een van de donorcentra. Dat is
eigenlijk de eerste stap. Als zo’n donorcentrum zo’n kaartje ontvangt, dan gaan
het contact met jou nemen en word je uitgenodigd voor een gesprek waarin je wat
meer uitleg krijgt over stamceldonatie zelf. En als je nog altijd bereid bent om
verder te gaan, zal men op dat moment bloed afnemen. Dat bloed wordt dan
gebruikt om je weefseltype te bepalen, en dat weefseltype komt dan in de grote
databank van het stamcelregister terecht. Als er dan een patiënt is die
stamcellen nodig heeft, zal men het weefseltype van die patiënt vergelijken met
alle weefseltypes die in de databank van het stamcelregister zitten, en dan,
als jij de perfecte match bent voor die patiënt, zul je op dat moment
gecontacteerd worden om effectief stamcellen te doneren. Het is dus zo dat de
registratie vooraf gebeurt. Je doneert niet direct stamcellen, maar het doneren
gebeurt pas als er echt een patiënt is die geholpen kan worden met jouw
stamcellen.
Het is dus mogelijk
dat je binnen een week al wordt opgeroepen, maar het is ook mogelijk dat je
nooit wordt opgeroepen. Dat hangt ervan af wanneer jij iemand kunt helpen.
Nu, voor mensen die graag bijkomende
Die kunnen terecht
op de website www.stamceldonor.be. Daar vinden ze alle
En bij DMM kun je
ook gratis de brochure over stamceldonatie aanvragen.
Daarmee zijn we aan het eind van HVW.
Samenstelling en presentatie waren van KVD en FS. De tekst van dit programma
kun je bestellen bij de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, Lange Leemstraat
57, 2018 Antwerpen. Tel.: 03 233 70 32. En over enkele dagen vind je de tekst
ook op h-vv.be.
Volgende week, en dus ook volgend jaar, zijn
we er weer en dan hebben we het over “Hoe word ik gelukkig? Een zelfhulpboek”
met een ironisch kantje van de Nederlandse auteur Guus Kuijer. Een toepasselijk
thema om het nieuwe jaar mee te starten!
Dit was het wat ons betreft.
Nog een goede avond en graag tot volgende week!
Muziek:
10” High
Heels – Sakamoto Sakamoto 262975
3’00” One
more cup of coffee – Sertab B.
Dylan 5125562000
|