| Kiezen tussen klokken en muezzins |
Democratie is niet de keuze van de meerderheid aan allen opdringenLevensbeschouwelijke tekenen uitroeien uit de publieke omgeving, het is volgens RIK PINXTEN niet haalbaar. Maar de overheid kan wel voorkomen dat één levensbeschouwing meer rechten krijgt dan alle andere.Het wetsvoorstel van onder meer Jean-Jacques De Gucht (Open VLD) over de kruisbeelden op onze kerkhoven mag dan al de Senaat niet gehaald hebben, het heeft toch stof doen opwaaien. Die discussie, en vooral het moment waarop ze losbarstte — het opgewaaide stof over de Zwitserse minaretten was nog niet neergedaald — heeft mensen aan het nadenken gezet. Het is een interessante discussie, vooral omdat de ‘godsdiensten van het heilig vuur’ (Sloterdijks mooie betiteling van de boekgodsdiensten) over allerlei levensbeschouwelijke thema’s (abortus, euthanasie) nog altijd niet echt correct handelen binnen de lijnen van de rechtsstaat waarin ze gedijen. De ontwijking van de wet is in die zaken manifest en een discussie waard. De wetten op abortus- en euthanasieregeling zijn voor mij als democraat en als vrijzinnig-humanist voorbeelden van hoe een democratische staat verstandig en rechtvaardig kan omgaan met levensbeschouwelijk geladen thema’s. De staat moet niet dit of dat verbieden, maar een onderhandelde oplossing voorstellen die alle partijen toestaat om binnen de wettelijkheid en veiligheid te leven, met respect voor verschil. Dat laatste is een belangrijk kenmerk van democratie en wordt door vrijzinnige humanisten bijzonder hoog in het vaandel gedragen. En terecht: democratie is niet de keuze van de meerderheid aan allen opdringen (dat is wat theocratie doet, van Rome tot Saudi-Arabië), maar regels uitvaardigen die minderheden zo respecteren dat ook zij hun keuze binnen het meerderheidsstandpunt kunnen blijven beleven. Als het wetsvoorstel van De Gucht en anderen daaraan voldoet, kan het een belangrijke stap zijn in de democratische besluitvorming in België. Als aanzet tot discussie heeft het nu al zijn verdienste. Maar als het de indieners van dergelijke voorstellen alleen maar gaat over ‘christen-bashing’ of ‘islam-bashing’, dan is dat een vergissing en zelfs een negatieve daad. Is er een probleem met kruisbeelden en andere religieuze (ook islamitische) tekenen in de publieke ruimte? De Franse stijl van laïciteit meent dat dergelijke tekenen moeten verwijderd worden uit elke ruimte, in elk ambt en elke dienst die publiek is (dus waar mensen van een andere levensbeschouwelijke gezindheid kunnen komen). Aangezien we vandaag in een zeer gemengde Europese ruimte leven, met nu al leden van een paar honderd niet-Europese origines, is dit Franse voorstel problematisch. Principieel kan men het nog steeds bepleiten als een ‘zuivere’ positie, maar feitelijk zie ik het niet uitvoerbaar: wie kent de tekenen van wicca, van chief Wovoka, van de tientallen boeddhistische strekkingen, van de honderden orale tradities, en ga zo maar voort, en wie interpreteert die binnen welk aanvaard kader als ‘religieus’? Aan de andere kant kan men dan voorstellen om alle tekenen toe te laten, maar dan riskeren we ermee gebombardeerd te worden. Maar er is een tussenweg. Vergelijk religieuze symbolen met reclame: niet verboden, maar wel aan beperkingen gebonden (bijvoorbeeld geen reclameborden langs de snelweg, niet onbeperkt op de openbare omroep). Laat ons een reclameregeling uitwerken voor religieuze symbolen, op zo’n manier dat iedere gezindheid op een rechtvaardige manier aan bod komt. Zonder voorkeursbehandeling voor de sterkste of degene die hier het eerste was, maar in een respectvolle verdeling. De overheid kan moderatie opleggen en zorgen dat alle stemmen mogelijk en hoorbaar blijven. Zoals in de legalisering van abortus of euthanasie: de overheid moet beide noch opleggen, noch verbieden, maar ervoor zorgen dat elke keuze mogelijk blijft, binnen een wettelijk kader. Bovendien kan men zich voorstellen dat eindelijk eens een meer betrouwbare inschatting wordt gemaakt van welk instituut welk deel van de bevolking vertegenwoordigt in de levensbeschouwelijke wereld. Bij de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV) hebben we daarvoor een procédé ontworpen: bij de gemeenteraadsverkiezingen kan men een plebisciet organiseren waarbij de kiezers aangeven tot welke levensbeschouwing zij zich willen bekennen. Geheim en verplicht binnen de kieswetgeving. Elke zes jaar kan dat bijgesteld worden. Op grond van een dergelijke bevraging zou de overheid zo een meer betrouwbaar zicht krijgen van de verdeling van levensbeschouwingen. Alle simpele claims dat Europa (of België) dit of dat is (joods-christelijk, katholiek,...), worden dan gecorrigeerd, en de overheid kan op basis van de resultaten een verantwoorde aanwezigheid van levensbeschouwelijke symbolen in het publieke domein mogelijk maken. Als we kerkklokken niet kunnen verbieden, kunnen we dan muezzins en minaretten verbieden? Het is onzin om ‘uit traditie’ één groep massaal te blijven toelaten in de publieke ruimte en andere groepen niet. Het wetsvoorstel wijst hier terecht op. Het voordeel aan de hier geschetste oplossing is dat de burger dan een overzicht aangereikt wordt van het bonte aanbod van gezindheden en zo de ‘ander’ kan leren kennen. Actief pluralisme wordt een reële mogelijkheid. Niet de staat moet dan een standpunt innemen (zoals in Frankrijk), maar de burger kan zelf een geïnformeerde keuze maken. RIK PINXTEN Wie? Voorzitter Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging. Wat? Er zou een volksraadpleging moeten komen om te weten hoe de levensbeschouwingen in België verdeeld zijn. Waarom? Dan kunnen we overeenkomstig levensbeschouwelijke tekenen toelaten in de publieke ruimte. Verschenen in De Standaard - Opinie&Analyse - 14/12/2009 |