| KAREL POMA aan het woord |
|
Met het oog op de nakende uitreiking van de Prijs Vrijzinnig Humanisme aan Karel Poma, had Ine Pisters, hoofdredactice van Het Vrije Woord, een diepgaand gesprek met de laureaat. Bij wijze van smaakmaker vind je hierbij alvast een voorproefje uit dit interview.
Fragmenten uit ‘KAREL POMA aan het woord’ ‘De politiek heeft een erg belangrijke rol in mijn leven gespeeld. Ik vind het beangstigend dat er vandaag zo weinig interesse voor de politiek bestaat. Dat vind ik zeer gevaarlijk. De politiek bepaalt toch ons leven. En als je zegt: ik heb er geen belangstelling voor, dan zullen anderen het in handen nemen.’ ‘Ik heb als parlementslid en als staatssecretaris voor Leefmilieu heel wat wetsvoorstellen ingediend en heel wat vragen gesteld. Mijn eerste interpellatie betrof de kwaliteit van het Maaswater. Ik stond in die tijd vrijwel alleen. Volgende anekdote illustreert dat. Toen ik in 1974 staatssecretaris voor Leefmilieu werd en de Ministerraad bijeenkwam, vroeg een van die ministers me, het was een Waal: ‘Mais, Charles, tu es ministre de quoi?”. Ik antwoord heel trots: ‘De l’environnement!’ Hij: «L’environnement, qu’est-ce que c’est?’ Veelzijdigheid
‘Alles is nu enorm gespecialiseerd, zo zegt
men. Maar in mijn ogen hoeft niets mensen te beletten om naast hun
specialiteit andere interesses te cultiveren. Ik ben doctor in de
Scheikunde en heb altijd belangstelling voor de wetenschap gehad. Er
zijn in mijn familie veel wetenschappers. Maar ik heb ook een grote
voorliefde voor de geschiedenis. Ik vind geschiedenis zeer belangrijk.
Wie het verleden negeert, kan het heden niet begrijpen. En als men het
heden niet begrijpt, kan men niet aan de toekomst bouwen. Men moet het
verleden in herinnering houden om te kunnen verder bouwen. Dat is mijn
visie. Ook voor de filosofie heb ik veel belangstelling. En zo heb ik
een bepaalde visie op het leven ontwikkeld.’ ‘De verlichting heeft een aanloop van drie eeuwen gekend voor we op het einde van de 18de eeuw aanbelanden bij Kant. De Rechten van de Mens, de rechtsstaat van Montesquieu, het begin van de parlementaire democratie, de afschaffing van de absolute monarchen en hun vervanging door een constitutionele monarch of de republiek: dat is allemaal verworven, dat is niet vanzelfsprekend. Daar zijn drie eeuwen strijd aan voorafgegaan. Op het ogenblik dat Montesquieu de rechtsstaat beschrijft, werden in Frankrijk de protestanten nog altijd veroordeeld. De verlichting betekende het einde van de godsdienstoorlogen. Voor mij vallen de verlichting en het vrijzinnig humanisme samen.’ ‘De verlichting heeft een antwoord gegeven op een aantal misbruiken. Het is volgens mij dus geen theorie, maar een praktische leer om de machtsconcentratie te breken.’ ‘Wij mensen moeten het zelf doen, wij moeten voor elkaar zorgen. Wij moeten niet denken dat God voor ons zorgt. En bovendien, als je zegt: doe het goede om het goede, dan maak je een moraal.’ ‘Om het fundamentalisme tegen te gaan, moeten we in West-Europa mee trachten te bouwen aan de realisatie van de idealen van de verlichting. We hebben al heel wat bereikt.’ ‘De vrijzinnigheid heeft nu haar plaats in de samenleving. Ik denk dat wij sinds 1950 in België meer in de goede richting zijn geëvolueerd dan in de 150 jaar daarvoor. In die zin ben ik wel optimistisch. Toen ik voor het eerst als jonge gast ging spreken op een politieke meeting, in een kleine landelijke gemeente, met de radiowagen in de openlucht, begonnen de kerkklokken te luiden toen ik het woord nam. Ik stopte, de kerkklokken ook. Ik herbegon, de kerkklokken ook. Zoiets is nu niet meer mogelijk.’ ‘Maar het werk is nog niet af. Ik hoop dat de beweging blijft verdergaan in de zin zoals men nu bezig is. Wij moeten, ook binnen onze maatschappij, de principes van de verlichting verder blijven uitbouwen.’ Wilrijk, 23 maart 2009 interview Ine Pisters |









