| Jan Verachtert over agnosticisme - Levensbeschouwing in het onderwijs |
|
HVW – HVR
Uitz.: 07.12.09
Opn.: 03.12.09
Real.: FS / KVD
Jan Verachtert over agnosticisme / Levensbeschouwing in het onderwijs
Beginwijs
--
Goedenavond en welkom in HW. KVD heeft het
over levensbeschouwing in het onderwijs, het thema van een colloquium in
Antwerpen waar hij aanwezig was. Straks meer daarover, want we starten met
agnosticisme. Van Jan Verachtert verscheen onlangs het boek “God heeft een
brede rug. De zoektocht van een religieus agnost”. Aan de auteur vroegen we wat
nu juist religieus agnosticisme is. Zeker geen doctrine! Jan Verachtert:
Ja, alvast dus geen
doctrine, zoals ik ook op de kaft van het boek heb laten zetten. Dat is eerder
een voorzichtige hypothese die misschien voor sommige mensen richtinggevend kan
zijn op gebied van spiritualiteit en religie. Agnosticisme is een zingevingssysteem,
te midden van vele andere, over de oorsprong van ons leven, de finaliteit van
ons leven, de manier waarop wij dat leven kunnen inrichten, samen op aarde. En
het basisinzicht van agnosticisme is per definitie het inzicht dat ons
menselijk brein niet in staat is om definitief uitspraken te doen over alles
wat transcendent genoemd wordt. Een standpunt dat volgens mij inherent zeer
filosofisch is. Nu, ik voeg eraan toe dat ik me religieus agnost noem, wat ook
inhoudt dat er inderdaad vele andere vormen van agnosticisme bestaan. Daarmee
wil ik uitdrukken dat ik een zekere openheid laat voor een of het mysterie
achter of onder de dingen, zoals men dat dan formuleert.
De religieus agnost durft, schrijf je zelf,
een vragend bestaan te leiden. Waar zit volgens jou het verschil met de
vrijzinnige humanist? Hij ook aanvaardt geen dogma’s en gaat vragend door het
leven!
Dat zeg je zeer
terecht! Ik zie niet zoveel verschil in de diepte vermits beiden, de vrijzinnige
agnost en de vrijzinnige humanist, de challenge aangaan om, inderdaad zonder te
beschikken over definitieve antwoorden, door het leven te durven gaan. Er zijn
veel mensen die dat beangstigend noemen. Ik heb in mijn boek proberen aan te
geven dat zeker voor mensen van een zekere leeftijd het perfect mogelijk is om
juist dat vragend bestaan te leiden zonder definitieve waarheden, zekerheden of
finaliteiten te ontdekken.
Religieus agnosticisme geeft je de
mogelijkheid om een spiritueel leven te leiden, schrijf je in je boek. Je boek
gaat heel vaak over spiritualiteit, voor jou dus een heel belangrijk thema. Maar
wat betekent spiritualiteit?
Het is een betwiste
notie en ik heb er in dat boek inderdaad wel wat tijd voor ingeruimd om
spiritualiteit te omschrijven en om het onderscheid te maken tussen
spiritualiteit, religie en godsdienst. Nu, naar mijn aanvoelen is spiritualiteit
die instelling, die sommige of vele mensen kenmerkt, van openheid op een
eventueel mysterie, zoals ik daarnet al zei. Spiritualiteit is dus voor mij een
grondhouding die mensen met elkaar verbindt of kan verbinden, in de mate dat ze
het puur materiële, in de filosofische zin van het woord, willen overstijgen.
En daarbij maak je dus een duidelijk
onderscheid tussen enerzijds spiritualiteit en anderzijds religiositeit!
Ik ken mensen die
religiositeit verk
Hoe maak je de stap van een religieus
agnosticisme naar een spiritualiteit die intellectueel relevant is, schrijf je,
en terzelfder tijd in sociale zin progressief?
Ik maak dus eerder
de stap van spiritualiteit naar religie, maar het hangt aan elkaar samen,
natuurlijk. Wanneer ik pleit voor intellectuele relevantie en voor
progressiviteit in sociale zin, dan zegt dat iets over mijn levensweg. Ik heb
mij altijd, maar vooral met dit boek, willen verzetten tegen vormen van spiritualiteit
en religie die net niet relevant zijn, intellectueel gesproken. Ik moet daar
geen tekening bij maken, maar ik denk hier natuurlijk aan dogmatisme. En die
progressief zijn in sociale zin omdat ik denk dat het hart van de grote wereldgodsdiensten
en andere filosofische levensbeschouwingen altijd weer opklinkt, die roep om
anderen te geven, om er dus voor te zorgen dat we het samen hier op aarde
levenswaardig houden.
Jouw religieus agnosticisme is dus ook
altijd gekoppeld aan een existentie!
Ik ben blij dat je
die link legt. Je kunt toch niet anders dan ervan uitgaan dat de menselijke
existentie… Nu, toevallig, gezien mijn leeftijd, ben ik gedeeltelijk ook
gemarkeerd geweest door de lectuur van de Franse existentialisten, dat is
helemaal voorbij, maar een aantal inzichten zijn mij toch altijd bijgebleven.
Ik ben inderdaad geen existentialist die vanuit dogma’s en andere precieze
omschrijvingen zal uitgaan, maar ik wil inderdaad altijd vertrekken van een
beschrijving van en een inzichtelijkheid in de manier waarop wij hier ons bestaan
leiden en de sociale, politieke en economische omstandigheden waarin dat moet
verlopen.
Uit je boek leer ik ook dat je rituelen erg
belangrijk vindt. Hoe kom je nu, vanuit een agnosticisme, tot rituelen?
Ja Frank, in de
veronderstelling dat rituelen belangrijk zijn – wat het zeker is voor mij – ga
ik dus op zoek naar praktijken die mij als agnost houdbaar lijken. Ik weet dat
er zeer veel mensen zijn die zonder rituelen kunnen, hetzij in humanistische,
hetzij in christelijke of weet ik veel welke andere kringen, hoewel ik dan toch
dikwijls vaststel dat die mensen toch bijvoorbeeld vervallen in dat waanzinnige
koopgedrag op zondag in de grote centra. Maar kom, wanneer je rituelen
belangrijk vindt – voor jezelf, of in een opvoedingsproces voor kinderen, of op
scholen, weet ik veel wat – dan ga je als agnost dus op zoek naar rituelen,
samenkomsten, bijeenkomsten, die verdedigbaar zijn vanuit die filosofische
opstelling. Het is een knelpunt in mijn boek geweest. Ik heb getracht om een
aantal van die bezigheden of samenkomsten te beschrijven waar volgens mij
inderdaad sprake is van authentieke religie met als kenmerk – en daar kom ik
zeer sterk voor op – dat het mensen verbindt in plaats van ze van elkaar te
scheiden.
Dus een agnostisch ritueel in jouw opvatting
is ook altijd sociaal bezig zijn!
Dat is voor mijn
part een evidentie. Ik weet wel dat er vormen bestaan van religieus bezig zijn
die ten persoonlijken titel worden gehouden of volbracht. Ik denk hier natuurlijk
met name aan de meditatie die individueel kan verlopen, maar zelfs die
individuele meditatie zal dan toch nog uitlopen op vormen van openheid op het
geheel, op wij allen die samenhangen, op mededogen en zo verder. Maar dus in
het algemeen zal een religieuze viering of een bezinningsmoment, op een of
andere stilteplek bijvoorbeeld, ertoe leiden dat ik datgene wat ons verbindt
zal ontdekken en dat ik een oproep zal vinden om die gezamenlijkheid, om die
betrokkenheid op anderen, proberen door te trekken in het leven van alledag.
In je religieus agnosticisme blijf je erg
schatplichtig aan je christelijke roots. Je blijft je ook gelovig noemen, iets
wat ik toch moeilijk in overeenstemming kan brengen met het begrip
agnosticisme!
Twee vragen! Ten
eerste: noem ik mij gelovig? Dat heb ik niet als dusdanig geschreven, dacht ik.
Ik behoor tot de sociologische categorie van de gelovigen, dat is ook mijn hele
achtergrond, maar ik ben eerder iemand die zou denken in de richting van hoop
dan wel geloof. Geloof ruikt voor mij te veel naar dogmatiek en naar vaste
waarheden die wij in acht moeten nemen. Nu, wat betreft het tweede deel: ik ben
natuurlijk schatplichtig aan mijn christelijke roots, dat is zeer juist, ik heb
geen andere keuze, ik ben daar ook niet afvallig tegenover, maar het maakt dat
bijna elke agnost vanuit een ander standpunt, vanuit een ander verleden, zijn
agnosticisme zal formuleren en beleven. Dus in die zin kan ik alleen maar
zeggen: inderdaad, ook dit boek ademt bij momenten nog mijn verleden en mijn
huidige praktijk in joods-christelijke kringen uit. Maar ik verdedig juist in
mijn boek het verschil tussen mensen die eventueel volgroeid zijn in hun eigen
levensbeschouwing, de christelijke of een andere, en diegenen die doorgroeien,
die dus eigenlijk dat verleden overstijgen, zich meer en meer gaan openen voor
andere levensbeschouwingen en die dan zo geleidelijk aan uit eigen ervaring tot
een zeer eigen levensinzicht komen en ook tegelijkertijd zeer actief
pluralistisch willen leven.
Tot zover nog Jan Verachtert. Zijn boek “God
heeft een brede rug. De zoektocht van een religieus agnost” is een uitgave van
Garant en is te koop in de goede boekhandel. Zo dadelijk heeft KVD het over
levensbeschouwing in het onderwijs, maar eerst muziek:
MUZIEK
En dan nu aandacht voor
het colloquium “Levensbeschouwelijk onderwijs in een seculiere en
gediversifieerde samenleving”. Karel, jij was erbij en je sprak na afloop met organisator
Patrick Loobuyck en met inspecteur-adviseur NCZ, én deelnemer, Eddy Borms.
Dat klopt, Frank. Dat
colloquium werd georganiseerd door het Centrum Pieter Gillis van de
Universiteit Antwerpen. En je kreeg er heel wat uiteenlopende modellen van
levensbeschouwelijk onderwijs aangereikt. De eerste dag waren dat vooral
Europese modellen, met allemaal zo hun mogelijkheden en beperkingen. De tweede
dag ging het specifiek over België. Ook zeer leerrijk, want toch wel vanuit
uiteenlopende hoeken in vraag gesteld. Zo ook door Patrick Loobuyck, die het
huidige model achterhaald vindt. Maar daarin wordt hij niet door iedereen
gevolgd. Het nut van levensbeschouwelijk onderricht werd door de deelnemers
niet in vraag gesteld, maar men verschilde wel van mening over hoe dat
georganiseerd moet worden, na 50 jaar Schoolpact, in een geseculariseerde samenleving,
met 7 erkende levensbeschouwingen en een noodzaak aan dialoog en samenwerking
tussen die levensbeschouwingen. Ik sprak na afloop met Patrick Loobuyck en met
Eddy Borms over hoe het verder moet met die levensbeschouwelijke vakken. Eerst
Patrick Loobuyck.
We zijn ontzuild, alvast mentaal ontzuild. We hebben nog wel te maken met
wat Luc Huyse noemt de ‘concerns’, hé. Het katholieke onderwijs is nog altijd
een soort zuilorganisatie, maar ideologisch is dat zogoed als ontzuild. Maar
veel scholen weten niet goed wat die K is. Je ziet het ook bij vakbonden, je
ziet het bij jeugdbewegingen, je ziet het zelfs bij politieke partijen. De C
staat er nog, maar wat dat dan concreet moet inhouden, is een discussie apart
en velen weten het antwoord niet. Je hebt in 1958 een Schoolpact dat het
resultaat is van een verzuilde samenleving en nu zitten we met een heel andere
situatie, we zitten met zeker en vast mentale ontzuiling. Ten tweede, de
samenleving is heel sterk geseculariseerd. Wat men er ook over moge beweren,
van: religie komt terug. Neen, religie staat inderdaad nog steeds op de
maatschappelijke agenda, in de media wordt over religie gesproken, er zijn
discussies, maar de geloofspraktijk als dusdanig gaat achteruit. In de jaren 50
was het gros van de bevolking katholiek. We leven in een werkelijk doordrongen
katholieke samenleving, nog voor Vaticanum II trouwens. Op dit moment zijn de
kerken zogoed als leeg en als er nog mensen zitten, zijn het 50-plussers. Dus ook
de aanwezigheid van de islam, die dan wel voor een kleine opleving binnen die
gemeenschappen van religieuze praktijk zorgt, is onvoldoende om te zeggen dat
we aan het ontseculariseren zijn of zo. Die secularisering zet zich ook binnen
de islamgemeenschap voort. En dan een derde element: er is een grotere
diversiteit. Het Schoolpact is voornamelijk gesloten tussen vrijzinnigen en
katholieken. En op dit moment hebben we natuurlijk meer levensbeschouwingen. Er
zijn enkele erkende levensbeschouwingen bij gekomen. We mogen niet vergeten dat
er in 1958 nog geen sprake was van bijvoorbeeld de islam. Je krijgt een grotere
diversiteit aan erkende levensbeschouwingen, maar ook van niet-erkende
levensbeschouwingen. Wat dus werkelijk inderdaad zorgt voor een andere
sociologische context waarin die levensbeschouwelijke vakken moeten
functioneren.
Je zou dan natuurlijk
ook meteen de vraag kunnen stellen hoe belangrijk levensbeschouwing blijft,
zowel maatschappelijk als in het opvoedingsproces in het algemeen, maar ook binnen
de scholen in het bijzonder.
Wel, ik denk dat levensbeschouwing een onderdeel moet blijven van het
curriculum in, laten we zeggen, het middelbaar onderwijs. Alleen denk ik dat we
eens moeten nadenken over de manier waarop we levensbeschouwing op het onderwijscurriculum
zetten. Zelf ben ik een voorstander om een vak over levensbeschouwing en
filosofie te creëren. Dat vak zou vooral vormend zijn, waarin mensen kennismaken
met verschillende levensbeschouwingen en ook vanuit hun eigen identiteit in die
klas met elkaar in dialoog kunnen gaan. Ik vind het een beetje vreemd dat we op
dit moment met een systeem zitten waarin we het allen erover eens zijn dat
interlevensbeschouwelijke dialoog wenselijk is, dat we met elkaar moeten
praten, tolerantie moeten bevorderen bij jongeren, maar als het dan over
levensbeschouwingen gaat, dat we die mensen in eerste instantie afzonderlijk
zetten. Dus ik denk dat we moeten trachten – en mijn model is een model, er
kunnen andere modellen zijn, ook die mogelijk zijn – mensen samen te brengen, om
dan inderdaad vanuit hun levensbeschouwing met elkaar in dialoog te gaan. Ik
denk dat dat wenselijker is dan het systeem van enkel verzuild naast elkaar
zetten. En je ziet dat daar ook al een aantal initiatieven bestaan, hé. Er zijn
heel wat levensbeschouwelijke leerkrachten op verschillende scholen in het
officiële onderwijs die met elkaar samenwerken. We hebben daarnet een
getuigenis gehad van de directrice van het atheneum in Antwerpen, die dat heel
sterk bevestigt.
We werden gisteren ook
geconfronteerd met een heleboel Europese modellen. Je kunt je afvragen of dit
Belgische model inderdaad wel bijstuurbaar is, zodanig dat die dialoog, die samenwerking
in de context van de levensbeschouwelijke vakken inderdaad kan.
In elk land bestaat eigenlijk een discussie over wat we moeten doen met die
levensbeschouwelijke vakken. Hoe moeten we dat organiseren? En welke inhoud
moet dat krijgen? Er zijn verschillende modellen, maar dat is niet discussievrij.
Hoe het hier in Vlaanderen of in België verder moet, inderdaad. Het zit
gebetonneerd in de Grondwet, dus heel veel speelruimte hebben we niet, tenzij
we die Grondwet aanpassen. Maar dat is natuurlijk een proces van jaren. Ik denk
dat er mogelijkheden zijn om ook binnen die Grondwet zaken te realiseren. Ik
heb er al op gewezen dat een eerste stap kan zijn, moet zijn, dat er beter
samengewerkt wordt tussen de verschillende levensbeschouwelijke leerkrachten.
En dat dit ook vanuit de overheid ondersteund wordt. En dat daar incentives
worden gegeven. Ik kan mij een systeem voorstellen waarbij scholen extra
middelen krijgen indien zij aan de overheid kunnen voorleggen dat zij projecten
opzetten. Want, laten we wel wezen, de meeste mensen die dat nu organiseren,
die doen dat vrijwillig. Buiten hun uren, en ze hebben al zo’n chaotisch
uurrooster, de mensen van de levensbeschouwelijke vakken. Dus als dit ondersteund
zou kunnen worden, dat mensen daar ook voor een stuk vrijgesteld worden om die
projecten op hun school te realiseren, dan denk ik dat dit een eerste stap zou
kunnen zijn. Dat ligt volgens mij ook in de lijn van wat in het Vlaamse
regeerakkoord staat.
Patrick Loobuyck over
de noodzaak van levensbeschouwing in het onderwijs en hoe het verder moet.
Blijkbaar ook een aandachtspunt voor de Vlaamse regering, want punt 8 van het regeerakkoord
gaat over de samenwerking tussen de aanbieders van levensbeschouwelijke vakken.
Maar… het zegt niet hoe dat dan moet.
Eddy Borms betrouwt het
Schoolpact, de Grondwet én de inzet van de aanbieders van de
levensbeschouwelijke vakken. Het Schoolpact is volgens hem nu meer nodig dan 50
jaar geleden, precies om de nieuwe levensbeschouwelijke groepen een kans te
geven in onze samenleving. En daarin spelen de levensbeschouwelijke vakken in
ons onderwijs een heel belangrijke rol. Eddy Borms:
Zij doen dat dan voornamelijk door zonder veel bijkomende hindernissen te
stellen dat moslimleerlingen ook in ons onderwijs voor islamitische godsdienst
kunnen kiezen. Dat betekent eigenlijk een signaal van aanvaarding, een signaal
dat zij daar niet voor moeten strijden. Op die manier, denk ik, kan het
dramatiseren van levensbeschouwingen wegvallen en kunnen we levensbeschouwingen
zien als een gewone zaak. Als mensen zich aanvaard weten, ga ik ervan uit dat
mensen ook veel makkelijker tot dialoog zullen komen en zich minder krampachtig
zullen vasthouden aan allerlei dingen. Daarmee is het Schoolpact een belangrijk
pact, niet dan wat het was tussen klerikalen en antiklerikalen, maar een
belangrijk pact dat een aantal zaken heeft mogelijk gemaakt van aanbod van levensbeschouwelijke
vakken. Zo kan de school een heel grote maatschappelijke rol vervullen waar die
groepen, uiteraard niet alleen in die school moeten samenleven, maar waar
misschien wel de aanzet gegeven kan worden, dat is dan toch mijn grote hoop, om
het samenleven in onze grote maatschappij mogelijk te maken.
De betonnering vanuit
juridische hoek: de Grondwet laat het niet toe, of maakt het moeilijk, het
Schoolpact zelf is niet zo soepel om dat allemaal toe te laten enzovoort. Hoe
kun je dan eigenlijk toegeven aan die roep naar dialoog en meer samenwerking of
een andere organisatie van die levensbeschouwelijke vakken?
Het is wél mogelijk om vanuit onze vakken, de levensbeschouwelijke vakken,
te komen tot dialoog. Dat is in de Onderwijsspiegel, bij een rapport van de inspectie
levensbeschouwelijke vakken, ook aangeraden. Dat we dus, vertrekkend vanuit de
eigen identiteit, het respect voor die eigen identiteit, zeggen dat het niet
alleen makkelijk maar ook noodzakelijk is om in dialoog te treden met anderen.
Er is ook gekeken of alle levensbeschouwingen wel voldoende ruimte hebben voor
kennis van andere levensbeschouwingen. En ook dát was een initiatief dat de
inspectie levensbeschouwelijke vakken ondersteunde. Dus voor zulke zaken heb je
geen regelgeving nodig, maar is het gewoon de samenwerking die er is tussen de
levensbeschouwingen op het niveau van inspectie, tussen leraren van
levensbeschouwelijke vakken en dergelijke meer, dat je eigenlijk een klimaat
krijgt waarin die dialoog stilaan vorm krijgt. Karin Heremans, directeur van
Atheneum Antwerpen, heeft deze voormiddag haar school voorgesteld. Nu, al wat
daar gebeurd is aan interculturaliteit, aan dialoog, aan projecten, en dies
meer, is allemaal getrokken door de leraren levensbeschouwelijke vakken. Dat
zou zonder die leraren niet mogelijk zijn geweest.
Precies, de voormalige
leraar protestantse godsdienst en huidige inspecteur protestantse godsdienst is
ook tussenbeide gekomen met eigenlijk aandacht te vragen voor: ‘Ja, we moeten
meer lef hebben’, i.v.m. die levensbeschouwelijke vakken, en wat de
mogelijkheden zijn van die levensbeschouwelijke vakken.
Ja, alles hangt er natuurlijk van af wat we bedoelen met ‘lef’. Ik denk dat
wij een heel goede samenwerking hebben met de verschillende inspecties levensbeschouwelijke
vakken. En een heel goede verstandhouding. En dat daar een zeer groot respect
voor elkaar is gegroeid. Dus het lef om samen dingen te organiseren op scholen,
wat op verschillende scholen gebeurt, hé. Want nu hebben we een school genoemd
als voorbeeld, maar er zijn ook andere scholen waarin er
interlevensbeschouwelijke dialogen worden georganiseerd door verschillende
mensen, voor de leerlingen en dergelijke meer. Die dingen worden gestimuleerd,
dus als dat lef is, dan hoop ik alleen dat het verder in die richting gaat en
dat we de interlevensbeschouwelijke dialoog ernstig nemen, als inspectie
levensbeschouwelijke vakken.
Is het dat wat je dan
bedoelt als je aan het einde van je uiteenzetting zegt dat wij behoedzaam en op
een goede manier moeten omgaan met levensbeschouwing binnen het onderwijs?
Ik denk dat we behoedzaam moeten omgaan met levensbeschouwingen. Om te
beginnen is het een illusie om te denken dat levensbeschouwingen niet bestaan.
Een houding waarbij we doen alsof het daar allemaal niet is, dat is de
slechtste houding die we kunnen aannemen. Maar we moeten ook behoedzaam zijn in
allerlei dingen die we willen introduceren, die, soms zonder dat we het beseffen,
een levensbeschouwelijk karakter hebben. Dus ik denk dat het een heel moeilijke
zaak is om levensbeschouwelijk met dingen om te gaan en dat het compromis of de
structuur die wij hier in België uiteindelijk hebben, waar mensen vanuit hun
eigen levensbeschouwing, dus de leraren vanuit hun eigen levensbeschouwing, het
vak geven, en de leerlingen daarvoor kiezen, vrije keuze, dat dat eigenlijk de
meest voorzichtige manier is om daarmee om te gaan.
Tot zover Eddy Borms en
Patrick Loobuyck bij KVD over de organisatie van levensbeschouwelijk onderwijs
in Vlaanderen. Wordt ongetwijfeld vervolgd…
Daarmee zijn we aan het eind van HVW.
Samenstelling en presentatie waren van KVD en FS. De tekst van dit programma
kun je bestellen bij de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, Lange Leemstraat
57, 2018 Antwerpen. Tel.: 03 233 70 32. En over enkele dagen vind je de tekst
ook op h-vv.be.
Volgende week zijn we er weer en dan hebben
we het over een ecologisch eindejaarsfeestmaal en is er ook een bijdrage van
het VF over tien jaar andersglobalisten.
Dit was het wat ons betreft. Nog
een goede avond en graag tot volgende week!
Muziek:
10” High
Heels – Sakamoto Sakamoto 262975
30” All the
Tired Horses – B. Dylan B. Dylan 460112 2 |