Home arrow Nieuws arrow Jaap Kruithof in retrospect II
Jaap Kruithof in retrospect II

Gesprekken over humanisme
Jaap Kruithof aan het woord

We hadden een lang en levendig gesprek over de traditie van het humanisme, over de diversiteit in en om mensen, over het grotere geheel, over waarheid, eerlijkheid, en over de verhoudingen in de wereld. Over humanisme in het denken en voelen, in actie en betrokkenheid. Luistert u mee naar Jaap Kruithof...

Het humanisme is een beweging die als doel heeft om de waarde van de mens te beklemtonen, die ervan uitgaat dat de mens een soort wezen is op deze planeet dat waardering verdient, bescherming verdient, dat moet ontwikkeld worden, dat moet onderwezen worden. Dus het gaat ervan uit dat de mens, als biologisch wezen, een zeer grote centrale waarde heeft. Dat is het humanisme...

 

Dat hele spel, van twijfelen, kritisch onderzoeken, dat vind ik ongelooflijk waardevol

Redeneren over de wereld: hoe doe je dat, hoe moet je daar een fundament voor vinden, hoe gebruik je je denken, wat is er waar en wat is er niet waar in je constataties en redeneringen. Er zijn maar twee manieren om zekerheid, steeds een tijdelijke zekerheid, te verwerven: logisch denken en empirische verificatie. Logisch denken, zien wat logisch verantwoord is en wat niet, dat moet je heel goed leren. Empirische verificatie betekent dat wat je zegt moet kloppen met de feiten. Je moet geen dingen over de feiten zeggen die in de feiten niet zitten. Deze vrijzinnige denkhouding heeft een winst, een ongelooflijke winst, betekend tegenover de aangenomen waarheden van de traditionele gezagsdragers. Het heeft nieuwe wetenschappelijke waarheden voortgebracht en een wereldbeeld (van Galilei, Darwin, Freud) waar wij ons tegenwoordig op baseren. We geloven dat daar een stuk waarheid in zit en die bijbelse verhaaltjes enzo, dat is afgelopen, weg. Daar blijf ik bij, dat moeten we niet weggooien. Echter, de nieuwe waarheden zijn lang zo vast niet als de vorige. Je moet altijd corrigeren. Je kunt niet altijd gelijk hebben. Het wereldbeeld dat de humanisten gemaakt hebben blijft veranderen, het is niet constant.

Je moet niet gaan baas spelen over een ander. Laat een ander denken wat hìj wil

Kerk en staat zijn gescheiden. De Kerk en de godsdienst hebben een aparte plek gekregen, en de andere plekken in de samenleving zijn vrij. Niet langer gedomineerd door pastoors, dominees en geestelijken, kunnen we er onze gang gaan. Dat is verschrikkelijk belangrijk – dan zitten we in een ruimte waar we kunnen discussiëren, waar we pluralist leren zijn. Dat moeten we zijn. De diversiteit is een basiskenmerk van de werkelijkheid. Het is altijd verwonderlijk, in de stad. Een stad weerspiegelt in grote mate wat de mens denkt over hoe de wereld in elkaar moet zitten. En als je nou in een echt bos rondloopt waar geen mensen zijn geweest, dat is ongelooflijke soep op het eerste gezicht. Uiteindelijk komt daar dan toch weer een orde, hoor, maar die is veel ingewikkelder dan onze straatjes, allemaal zo netjes, en op een rijtje – hier een boompje, daar een steentje, en alles op dezelfde manier. Voor mij heeft dat iets doods. De diversiteit van de natuur is enorm. Je ontmoet ook geen twee mensen die hetzelfde zijn natuurlijk. Dus, laten we dat beschermen. Ik denk ook niet dat we dat kapot kunnen krijgen. Bij Hitler moest iedereen wel hetzelfde denken. De diversiteit kreeg daar grote klappen.

Wij blijven fundamenteel democraten en pacifisten, en deel van een groter geheel.

In de voorbije twintigste eeuw hebben we twee keer grote gevechten gehad tegen de inbreuken op de democratie, tegen het fascisme. De humanisten zijn democraten en ook pacifisten. We hebben gevochten voor de niet-plaatsing van raketten in Europa. Wij willen een wereld zonder atoombommen. Het is nog niet gelukt. Maar dat moeten we blijven volhouden. Wij zijn ook geen antropocentristen. Wij verklaren niet dat de mens de eeuwige hoogste waarde is, dat dat de god is. Dat is niet waar. Het echte humanisme is holistisch, ziet heel goed in dat de planeet nòg meer waard is dan de mensen die erop leven. Het geheel waarin wij zitten, de kosmos, is de uiteindelijke waarde.

De natuur dient niet ter genoegdoening van menselijke wensen en materialisme. Nee, we moeten de natuur beschermen. Wat Groen nastreeft, valt in de lijn van het humanisme.

Wat is dat, in die wereld? We moeten eerlijk zijn

Onze cultuur, met al die mooie dingen die ik heb opgesomd, maakt deel uit van een geheel, en laat zich daardoor bepalen. Wij zijn lid van het Westen – de Verenigde Staten en Europa. Van daaruit interpreteren wij de wereld. Totnutoe, maar het zal misschien veranderen, is die wereld westers gedomineerd. En er is het westers kolonialisme. Daar zijn we ten dele van afgeraakt, en dat is een heel goed punt. Maar nu zitten we met die tendens van hegemonie van de Verenigde Staten en hun PNAC, ‘Project for a New American Century’. Ze willen dus weer een hele eeuw de baas van de wereld zijn. En ik zeg: het humanisme moet zich daar aan onttrekken. Als het humanisme dààr aan blijft meedoen, dan is dat mooie humanisme van ons verloren.

Hoe kunnen we ons daaraan onttrekken? Want dat is geen eenvoudige zaak.

We hebben al van die dingen: 9/11, aanslagen in Madrid, de opstanden in de banlieue in Frankrijk. Wat is dat hier eigenlijk? Latijns-Amerika: Chavez, Venezuela, Bolivia, Brazilië... overal opstand. Irak: miserie, Iran, daar gaan we ook een oorlogje beginnen. Nigeria, oorlog. China, Indië. Hoeveel basissen hebben de VS rond China gemaakt de laatste twintig jaar? Twintig. Wat zijn die jongens bezig? Ze willen het met oorlog oplossen omdat ze het economisch gaan verliezen. Dat is de waarheid. En gaan wij meedoen? Als wij daaraan meedoen, zijn wij geen humanisten meer. En dan moeten we dat eerlijk toegeven en hebben de protestante fundamentalisten in Amerika het gewonnen. En dan moeten wij zeggen: wij waren lakeien, wij waren laffe mensen, wij waren niet ernstig. En dan kan ik nog verder in die rotzooi roeren: wij hebben het humanisme vernietigd, niet de Amerikanen. Wat een verhaal...

En ik moet zeggen, al twintig jaar heb ik het voelen aankomen. Maar je moet iemand hebben die de eerlijkheid heeft om het te zeggen en die vliegt natuurlijk overal buiten. Dat is evident dat die direct buitenvliegt. Hij moet het voorzichtig doen. Het is pijnlijk, heel pijnlijk. Er zijn dingen die pijnlijk zijn. Ik wil niet brutaal zijn, maar ook geen verrader. Verrader zijn is erg. Maar het is ook zo, we zitten er allemaal in. Het is niet: dat zijn de smeerlappen. Nee, wij en ik ook.

Er is een verschuiving. Filosofie, de verhouding tot de godsdienst, en de andere punten uit de eerste opsomming zijn allemaal bijna verdwenen uit de horizon of verzwakt. Er zijn nu nieuwe dingen, en die zitten vooral in de zorgsector. Het humanisme is meer een zorgende organisatie geworden. Aanvankelijk was de hoofdzaak het niet-confessioneel onderwijs – dat is verzwakt. Die hebben geen zendingsbesef meer. Er is nooit een goed handboek verschenen. Het was altijd: stoelen in een rondetje, en de les moraal dat was discussiëren over alles en niks. Ik zei, er moet een handboek komen. Want praten over de Koran is niet lullen, je moet de Koran kennen. Het is er nooit van gekomen, ze hebben geen goede handboeken. En dan was het dat we geen vaste stof moesten hebben enzovoort. Dat is niet zo met kennis. Kennis heeft altijd bepaalde stof, of objecten, waarover gestudeerd wordt.

Democratie is moeilijk. Een van de essentiële moeilijkheden is dat macht geen eigendom mag worden. Macht heb je nodig. Macht is er. Je moet het aannemen, verantwoordelijk doen, en dan weer afstaan. De training in macht, dat leren we niet in het onderwijs. Maar je moet je verantwoordelijkheid opnemen.

Voelen is méér dan denken

Ik heb in 1968 een boek geschreven, De Zingever, en daar heb ik de processen van wisselwerking tussen denken, voelen en handelen in beschreven. Ik heb nooit zware dualiteiten gehanteerd. Je hebt natuurlijk mensen die denken: de mens is een denkend wezen, en er is de rest. Ik denk, als je toch moet reduceren, dat een mens drie dingen is: een denkend wezen, een voelend wezen, en een handelend wezen. Voelen is méér dan denken. Maar voelen is niet iets ànders dan denken. Dat geloof ik dus niet. Voelen is een veel beter, veel genuanceerder manier van denken dan het gewone denken. Kom uit voor je gevoelens. Het is rijker als je ervoor uitkomt. Want als je op de vlucht gaat, dan begin je jezelf te negeren, dan ben je zo netjes, dan ben je dus zonder gevoelens. Ik vind daar niks aan, zonder gevoelens. Als die gevoelens op mijn denken inwerken, heb ik de indruk dat mijn denken beter wordt. En als ik er abstractie van maak, dan zeg ik: ik zit mezelf hier voor de gek te houden. Het heeft te maken met aandacht en betrokkenheid. Bij het gewone denken, en zeker in de wetenschap, zeggen ze: abstractie maken van je eigen toestand, abstractie van je belangen! Maar, gevoelens zitten helemaal in je belangen. Je raakt dieper in de werkelijkheid als je de werkelijkheid benadert met je eigen belangen. En dan zijn er ook de belangen van de wetenschap. Je kunt niet uit de belangen, want we zijn levende wezens. Levende wezens hebben sowieso belangen, behoeften. En dat is het mooie van behoeften, dat je van de werkelijkheid afhangt, dat je het niet op je eentje kunt. 

In de les zei ik altijd: wetenschap, dat is knoeiwerk, maar het is het beste knoeiwerk dat we hebben helaas. En ik kan het ook niet helemaal goed, ik zal altijd fouten maken. Ik kan niet perfect worden. Morgen maak ik ook weer fouten. Ik zal het zeggen als ik fouten maak. Dan kan het nog goed worden. Maar niet als je de hele tijd verhardt, en vooral als je je zo in jezelf opsluit.

‘Een prachtige foto.’ Met leed kun je niet doen wat je wil

Je hebt foto’s, die verantwoorden zichzelf door de waarheid: een fotograaf heeft daar iets ontdekt. Daar kan ik goed mee om. Met sociaal gevoel, daar begint de moeilijkheid. Vaak wordt schoonheid het excuus voor het gebrek aan sociaal gevoel en soms ook voor het aantasten van de waarheid. Een pràchtige foto – dat wordt dan gewoon als excuus gebruikt.

Ik ging naar de Dossin-kazerne in Mechelen. Het is een klein museum, en het gaat over de holocaust. We lopen daar rond, en dan komen we aan een muur, een grote muur, met een heel grote foto: twintig naakte vrouwen, en die lopen daar in de miserie, ze hebben niks meer, de waardigheid is helemaal weg. Ze lopen naar de gaskamer. Ze worden gedreven door wit geklede mannetjes. En die vrouwen: naakt, miserie, mager, een ongelooflijke vernedering. En iedereen loopt langs die foto. Ik word ineens razend kwaad: dat is de smeerlapperij, die foto moet daar weg. Als je dat nu in een wetenschappelijk document zet, bij wetenschappelijk onderzoek, dan ben ik akkoord, maar zo, aan de muur en wij hier zo vrolijk rondlopend, dat gaat niet. Maar zover gaat die heerszucht. Geësthetiseerde ellende. Dat ze dat niet voelen: voor die vrouwen is dat hun gang naar de gaskamers, een vreselijke angst. Daar bij staan kijken, dat gaat niet. Dit is diep anti-humanistisch. Iedereen zou dat moeten begrijpen. En het gaat niet. Ik moet het uitleggen, tien keer. Ze moeten niet akkoord zijn maar begrijpen wat ik bedoel. Nee, ze weten het niet. Heel zelfingenomen. En dat is dan mijn religiositeit: een mens heeft niet het recht om alles te doen waar hij zin in heeft. Dat recht heeft hij niet.

Mortsel, 23 januari 2006

Interview en redactie: Ine Pisters

 

 

Valide CSS!