| Internationale Antioorlogsdag/ WF Bart Caron |
|
Opname: 06.03.08 Uitz: 10.03.08 Samenst: KVD / FS Muziek: 3’20" A Sunday smile Beirut Z. Condon CAD 2732CD 30” El Fraol Santana C. Santana 07822 19080 2 10” Signe E. Clapton E. Clapton 9 45024-2 Goedenavond en welkom bij HVW, met daarin twee bijdragen. Het WF zoekt trekpaarden. Niet letterlijk natuurlijk, maar het Willemsfonds wil werk maken van cultuurparticipatie. Het project ‘Trekpaarden gezocht’ wil zo veel mogelijk mensen in zo veel mogelijk gemeenten in Vlaanderen betrekken bij cultuur in de ruimste zin van het woord. Straks meer daarover, want we beginnen met de internationale antioorlogsdag. Die is op 16 maart, dacht ik, Frank? Dat klopt, Karel: zondag 16 maart organiseert het Belgische antioorlogsplatform een internationale antioorlogsdag met een heel gevarieerd programma. Ludo De Brabander is woordvoerder van dat Belgische antioorlogsplatform en aan hem vragen we wat de concrete thema’s zijn van die antioorlogsdag, waaraan Irak uiteraard niet ontbreekt! Ja, dat is natuurlijk de rechtstreekse aanleiding. Het is op dat moment bijna dag op dag vijf jaar geleden dat de invasie in Irak plaatsvond met het bekende verhaal. Het regime werd omvergegooid, maar we hebben toen altijd gezegd dat we ons tegen die oorlog verzetten. We vinden dat een verkeerde manier van aanpakken, onder valse argumenten. Wij willen dat natuurlijk in herinnering brengen en tegelijkertijd wijzen op de catastrofale gevolgen van die invasie. De vele honderdduizenden doden die er ondertussen al gevallen zijn, slachtoffers, en laten we zeggen, het hele land dat nog altijd in één grote chaos zit waar men blijkbaar niet uit raakt. De situatie is inderdaad nog lang niet opgelost! In jullie tekst lees ik ook dat oliecontracten heronderhandeld moeten worden! Wat wij toen altijd gezegd hebben, ook aan de vooravond van de oorlog, is dat dit geen oorlog was om massavernietigingswapens, hetgeen dan ook bleek te kloppen. Dat het ook niet ging over de Irakezen en de democratie. Maar dat de inzet, natuurlijk, economisch was, namelijk het feit dat het een petroleumrijke regio is met Irak als belangrijke petroleumproducent. Dat is dan achteraf bevestigd door allemaal mensen die het zouden kunnen weten. Ik denk aan Allen Greenspan, de grote bankier in de Verenigde Staten, de Federal Reserve, die dat effectief zo zei. Nu merken we inderdaad dat er op de achtergrond een heel profitariaat van grote bedrijven op die oorlog vastzit, waaronder die oliebedrijven die nu meehelpen een soort wet te pushen die hen heel goed uitkomt. Waardoor bijvoorbeeld twee derde van de olieontginning in hun handen zou komen. Dus wat wij zeggen is: wij willen dat die oliecontracten die er bestaan met Irak, ten voordele komen van de bevolking en van Irak, en niet louter en alleen ten gunste staan van die bedrijven. Dat ze dus eigenlijk met de rijkdom daarvan weglopen. Nu hebben we het over Irak, maar uiteindelijk komt ook België ter sprake. Toen de oorlog uitbrak, bleken er geheime akkoorden te bestaan met de Verenigde Staten die ons verplichtten militair materiaal te vervoeren over ons grondgebied. Toen is ook beloofd dat daarover in de toekomst duidelijkheid zal komen. Hoe is de situatie nu? Tijdens de vorige legislatuur was er in het regeerakkoord een engagement aangegaan om die akkoorden te herzien. Dat is niet gebeurd. We blijven dat dus herhalen, ook omdat we vrezen dat anders in de toekomst onze infrastructuur opnieuw gebruikt kan worden tegen bijvoorbeeld een oorlog in Iran, wie weet? Op dit ogenblik is dat dus nog altijd van kracht. En we blijven vragen en eisen dat er eindelijk werk wordt gemaakt van de herziening van die akkoorden zodanig dat die niet gebruikt kunnen worden voor oorlogstransport, zeker als het gaat om oorlogen of militaire operaties waarvoor geen mandaat van de Verenigde Naties bestaat. We hebben het over het Midden-Oosten. Uiteraard kunnen de Palestijnse gebieden daarin niet ontbreken. Daar wordt nog steeds het humanitaire recht overtreden. De bezetting blijft duren. Wat zeggen jullie daarover in jullie platformtekst? We raken dat uiteraard even aan omdat het natuurlijk een enorme katalysator is in de regio – op negatief vlak dan, een destabiliserende katalysator. Het is heel simpel: we willen dat het internatonale recht wordt toegepast, dat wil zeggen dat de VN-resoluties ter zake worden uitgevoerd, en dat betekent dus concreet een stopzetting van de bezetting en ook respect voor het internationale humanitaire recht. We hebben nu de afgelopen weken gezien hoe erg het er daar toegaat. Hoe in de Gaza de bevolking onder embargo ligt, de mensen echt op hun tandvlees zitten en hoe er regelmatig militaire incursies zijn en bombardementen die heel veel burgerslachtoffers maken. Dat is onaanvaardbaar. Wij vinden dat Israël eindelijk een keer duidelijk gemaakt moet worden dat het internationale recht gerespecteerd moet worden en de bezetting moet worden stopgezet, plus ook de hele kolonisatie en het systeem dat errond hangt. Zolang dat niet gebeurt, zal er ook geen vrede zijn. Dat betekent dus zoeken naar een onmiddellijke politieke oplossing en afstappen van de militaire logica. Afstappen van de militaire logica, zeg je, dat heeft ook zijn belang in verband met het conflict of het nakende conflict met Iran! Het is natuurlijk niet duidelijk waar dat naartoe zal gaan. Het is moeilijk om te voorspellen hoe dat zal aflopen. Op dit ogenblik zit men toch vooral in een diplomatieke sfeer te discussiëren en sancties af te kondigen, heel onlangs nog met een nieuwe VN-resolutie. Maar wij zijn wel een beetje verontrust over regelmatige berichten van voorbereidingen van een nieuwe oorlog of minstens militaire operaties. Bijvoorbeeld het bombarderen van de verschillende nucleaire installaties in Natans en dergelijke. Ook dat willen we natuurlijk helemaal niet omdat we al gezien hebben in Irak tot wat dat kan leiden. Het maakt de zaak alleen maar erger. Het zal de regio nog verder destabiliseren, meer burgerslachtoffers maken. Dat willen we dus absoluut niet. We willen dat men blijft zoeken naar diplomatieke oplossingen. Bovendien willen we dat de hypocrisie die errond hangt, wordt stopgezet want als het gaat over nucleaire wapens, zijn er nog andere landen die nucleaire wapens hebben, die ook hun engagementen moeten uitvoeren. Denk maar aan de officiële kernwapenmachten die eigenlijk hun kernwapenarsenaal moeten afbouwen. En in de regio zelf, Israël dat ook een kernwapenmacht is, en dat illegaal, dat dus geen partij is bij dat verdrag rond nucleaire wapens. Dus zeggen wij: wat is een goede oplossing? Een geloofwaardige oplossing, ook voor alle partijen in de regio, zou zijn dat men streeft naar een zone die vrij is van nucleaire wapens. Dan lijkt ons ook de hele actie ten aanzien van Iran veel geloofwaardiger. 16 maart, internationale antioorlogsdag. Wat staat er zoal op het programma? We maken er iets bijzonders van, zal ik maar zeggen. Het is misschien deels ook voor zeer gemotiveerde vredesactivisten. Wij willen namelijk een mars doen van Leuven naar Brussel. Daar bestaat al een traditie rond, maar ditmaal willen we het groots doen: het is namelijk een afstand van 27 km van het Leuvense station naar het Jubelpark. We vertrekken ’s morgens, afspraak om negen uur aan het station in Leuven. Uiteraard zijn er mogelijkheden om onderweg aan te sluiten. We gaan over Tervuren en dan verder via de Tervurenlaan. Maar aan het eind is er ook een publieksactie waar muziek gespeeld zal worden en waar we ook voor de niet-stappers een publieksactie in petto hebben. We willen namelijk het bekende gevorkte vredesteken met de cirkel errond in het groot namaken, liefst met honderden mensen. Als een groot vredesstatement, en dat valt toevallig samen met het vijftigjarige bestaan van het vredesteken dat eigenlijk het embleem is van een Britse antinucleaire campagne. Dus leek ons dat een heel leuk idee om dat om 17.30 uur in het Jubelpark ook te doen en daar een mooie luchtfoto aan over te houden. Dus iedereen welkom om daaraan mee te bouwen, zou ik zeggen. Naast die ‘duizend stappers voor vrede’ en de publieksactie is er ook een vredesmeeting gepland! Ja, die vredesmeeting bestaat onder meer uit die muziekprogrammering, enkele toespraken en, vooral ook, verschillende standjes die er zullen zijn. Allerlei organisaties uit de vredesbeweging en derdewereldbeweging zullen daar ook hun informatie verspreiden, mensen aanspreken. Dus het is een grote happening waar iedereen de gelegenheid heeft kennis te maken met de vredesbeweging of de antioorlogsbeweging. Nu, waar kunnen mensen terecht die bijkomende informatie wensen? Wel, Nederlandstaligen kunnen altijd terecht op de website www.geenoorlog.be, Franstaligen op www.cnapd.be. Daar staat de meeste praktische informatie van dit Belgische initiatief, plus de informatie om eventueel rechtstreeks contact te nemen. Tot zover nog Ludo De Brabander. Zo dadelijk een bijdrage van het WF over culturele participatie, maar eerst muziek: ‘A Sunday smile’ en dat is muziek van Beirut. En dat brengt ons bij de bijdrage van het WF. Dat wil werken aan de cultuurparticipatie. Onder de titel ‘Trekpaarden gezocht’ wil het zo veel mogelijk mensen in zo veel mogelijk gemeenten in Vlaanderen betrekken bij cultuur in de ruimste zin van dat woord. Daarom ook de belangstelling voor het project met Bart Caron, Vlaams volksvertegenwoordiger voor Spirit en als geen ander bezig met cultuurparticipatie en vertrouwd met het decreet ‘Lokaal cultuurbeleid’ van juli 2001, laatst gewijzigd op 13 juli 2007. In mei begeleidt Bart Caron een reeks vormingssessies over lokaal cultuurbeleid en culturele participatie. En via het WF verneemt u hoe u daarbij kunt zijn. Bart Caron geeft nu al tekst en uitleg over de filosofie van het decreet en over het hoe en wat van de planlast. En de eerste vraag ging al meteen over de bedoeling van het decreet. Vroeger was alles allemaal versnipperd: iets voor de musea, het cultuurcentrum, de bibliotheek, het gemeenschapscentrum, het verenigingsleven, de cultuurraden. Er was veel, maar het was allemaal zo los van elkaar en ook de Vlaamse overheid maakte zich daar zelf schuldig aan door dat allemaal te segmenteren. Al in de voorbije legislatuur is het decreet zelf gelanceerd. Het is nu bijgesteld. En de bedoeling blijft om de integratie verder te bevorderen. En met de oefening die we nu gedaan hebben, hebben we twee belangrijke dingen gedaan. Enerzijds hebben we wat oude foutjes eruit getrokken, zeg maar verbeterd. Maar we hebben vooral ook enkele administratieve vereenvoudigingen gedaan. Want dat was ook wel nodig. Overigens, het decreet zit nu in zijn tweede, eigenlijk eerste volwaardige legislatuur voor de gemeenten. En we kunnen alvast al dit concluderen: het heeft een heel grote dynamiek teweeggebracht. Gemeentelijk lokaal cultuurbeleid veronderstelt ook de aanwezigheid van een coördinator en van een beleidsplan. Is dat niet precies een beetje een planlast die men oplegt aan de mensen ter plaatse? De cultuursector wou in het verleden, zeker op het gemeentelijk vlak, terecht meer aandacht van de lokale besturen krijgen. Meer geld voor de verenigingen, betere infrastructuur. Niet dat er niets gebeurde, ik zei het al, maar de vraag is: ‘Hoe pak je dat nu het best aan? Gaan we daar inderdaad eens met het middenveld, met de verenigingen, met de gebruikers en met die instellingen zelf over nadenken? Gaan we dat vanuit een ivoren toren doen? Vanuit Brussel? Of vanuit het stadhuis? Het ‘Schoon’ of een ander verdiep? Wat dan ook? Of gaan we daar echt een proces van maken, een beweging die tegelijkertijd de dimensie van cultuur binnenbrengt, die inhoudelijke dimensie?' Cultuur gaat niet alleen over een object, iets vreemds van ons zoals een straat dat is, maar gaat ook over waarden, over hoe je leeft en hoe je bent. Dat is de hele filosofie die daarachter zit. Dat we die dynamiek op gang willen krijgen. Ja, je hebt dan wel een instrument van een beleidsplan nodig waarin dat neerslaat. Dus wat zeg je? Ik ga met heel veel mensen praten en wat we samen afspreken wat we zullen doen, dat zullen we ook als doelstellingen opschrijven. En dat komt in dat beleidsplan. Nu, ik ben het met u eens dat er op veel terreinen te veel plannen bestaan en dat die ook vaak te dik zijn. Wel, we hebben nu met de hervorming van het decreet ook daarnaar gestreefd. We hebben bij wijze van spreken gezegd: nu willen we dunnere beleidsplannen die over de grond van de zaak gaan, die over de kern gaan, die de grote krijtlijnen trekken van waar we naartoe willen, en geen details meer. En we willen wel dat die denkoefening gebeurt, want ik blijf er ook bij zeggen, planlastvermeerdering, weet u, wat willen we dan? Willen we nadenken met de mensen samen? Of willen we terug naar een tijd dat de politiek alles besliste? Ik grijp vaak naar de boutade: de tegenstelling van beleidsplanning is politieke willekeur. Ik weet het, het is iets te eenvoudig, maar daar willen we niet naar terug. We moeten durven te zeggen: laten we door een bewust proces van nadenken gaan, maar laten we inderdaad geen te dikke plannen maken, laten we ons niet met allerlei verplichtingen opzadelen, zoals jaarlijks rapportage, jaarplannen enz. Laten we dat vereenvoudigen. En ten slotte, wat ook voor het lokale cultuurbeleid blijft gelden, er bestaan voor cultuurcentra al langer bepaalde verplichtingen. Het is dus niet zo dat die nu plotseling erbij gekomen zijn, we stroomlijnen die beter dan ooit tevoren. Een tweede belangrijk luik, denk ik, zeker voor de cultuurconsument op het niveau van de lectuur en zo, zijn de bibliotheken. Op welke manier kan men daar een bepaalde filosofie naar voren schuiven? Het eerste bibliotheekdecreet dateert uit de jaren 70 en had de bedoeling om al die verzuilde, christelijke, vrijzinnige, weet je wel, liberale, socialistische, Vlaams-nationale bibliotheken – de fondsen hebben daar een overigens zeer belangrijke rol in gespeeld –, om die kleine, relatief zwakke entiteiten samen te brengen in een gemeentelijke: voor elke stad en elke gemeente een goede, openbare bibliotheek. Dat is gedaan met heel veel verplichtingen erbij. Ik bedoel verplichtingen in technische zin: je boekenrekken mogen maar zo hoog zijn, er moet zoveel cm zijn tussen de rekken, er mogen zoveel boeken in een rek staan. Als dat geen planverplichtingen zijn, als dat geen administratieve verplichtingen zijn, wel. We zijn wel dik 30 jaar later. De bibliotheeksector is onwaarschijnlijk geëvolueerd. We hebben zeker van de beste bibliotheken die er in Europa of in de wereld te vinden zijn, we hebben fantastische collecties, we hebben ook fantastische mensen die er werken. Het is hoog nodig dat we die ‘zotte’ (bekeken met de bril van vandaag) verplichtingen er allemaal van schrappen. Die zijn ook allemaal geschrapt in dat decreet. We hebben alleen maar een groot kader over, een groot frame, en we vragen wel van de bibliotheekmedewerkers dat zij ook nadenken over: voor wie doen we dat? Hoe gaan we nu die mensen bereiken die moeilijk tot lezen en tot muziek beluisteren komen? Gaan we naar scholen? Gaan we daar stappen toe zetten? Wat doen we met personen met een visuele handicap? Hoe gaan we daarmee om? Wat dus niet meer een soort houding geeft te wachten achter de balie tot er een lezer komt, neen, we organiseren een beleid waarbij we zelf proberen lezers te werven en de ontlezing vandaag tegen te gaan. Maar niet betuttelend. En tegelijk gaan we proberen op de digitale trein te springen en daar ook drempelverlagend te werken voor mensen voor wie het internet nog niet zo vanzelfsprekend was. Het aantal dragers van informatie, van cultuur enz. zal ruimer worden, en als bemiddelaar, zeg maar als persoon tussen de lezer en de creator (de schrijver, de muzikant, de componist), zal de bibliotheek een heel erg belangrijke rol blijven spelen. De filosofie is hier dus dat de bibliotheek enerzijds op die moderne stroom mee moet gaan. Dat is ook verankerd in de regelgeving, in die moderne uitdagingen. Anderzijds doet de bibliotheek dat het best samen met andere culturele actoren in de gemeente, met het cultuurcentrum, of met gebruikers of met auteurs, door lezingen te organiseren, ook met het OCMW, bv. als het gaat over de toeleiding van moeilijke doelgroepen, met de allochtone gemeenschappen, lokale verenigingen, van Marokkaanse origine, wat dan ook, om daarmee haar blikveld maar ook haar doelstellingen ruimer te kunnen invullen. Als u nu specifiek over die allochtone groepen en zo zou moeten gaan filosoferen, op welke manier worden die meer en gemakkelijker betrokken bij cultuurbeleid? Zorg ervoor dat de allochtone groepen aanwezig zijn in de voorbereidende discussies over uw planning, zorg dat ze in het bestuur van uw organisatie aanwezig zijn, dat ze in de cultuurraad van uw gemeente aanwezig zijn, zorg dat er in uw aanbod een divers aanbod is zodat het niet alleen Vlaamse of Angelsaksische cultuur bevat, maar probeer ook aanknopingspunten te vinden met de originele cultuur van mensen. Welke cultuur dat ook is. En probeer dat ook voor elkaar, aan elkaar, van welke afkomst je ook bent, als een verrijking te presenteren, als een extra dynamiek. Dus het zit in het proces, het zit in het aanbod, het zit ook in de communicatie. Gaan we nadenken: moeten we geen aparte folder maken, moeten we ons taalgebruik als cultuurcentrum niet aanpassen om veel mensen te bereiken? Ik bedoel nu niet anderstaligheid, want weet u, en dan met alle respect, problematieken van sommige allochtone groepen zijn niet anders dan van sommige autochtone groepen. Als je van huis uit of via de school niet en zekere gevoeligheid of goesting gekregen hebt om aan cultuur te participeren, als je het fascinerende van een concert of van het theater niet aanvoelt, dan word je ook nooit een participant. Ongeacht of je allochtoon bent of niet. Dus die gevoeligheid moeten we ontwikkelen. En je merkt dat waar dat ook gebeurt en waar die opleiding en waar die gevoeligheid er zijn, dat het ook effect heeft op het terrein. En dat ook die allochtonen participeren, dat die verenigingen en het cultuurcentrum komen vergaderen, dat ze daar ook eens een avond presenteren waar interacties met anderen plaatsvinden. Dat ze aan die cultuurraad deelnemen. En ik zou zeggen: beschouw hun cultuur en hun gedragspatroon m.b.t. cultuur als normaal, als gewoon, zo gewoon dat je hun een normale plaats geeft in je structuur. Op welke manier kunnen de diverse culturele fondsen die met cultuurspreiding en cultuuractivatie bezig zijn, daar ook meer kracht achter zetten? Wel, fondsen liggen mee aan de basis van de Vlaamse emancipatie als we de klok terugdraaien, meer dan een eeuw terug, hé. Ja, dat is merkwaardig. En nu vraagt u aan mij: hoe kunnen nu die fondsen die de Vlaamse emancipatie hebben veroorzaakt op cultureel vlak, meewerken om ook die culturele emancipatie te bereiken van andere allochtone groepen? Bijzonder … Spannend als je het eigenlijk zegt, hé? Op die manier … wel, ik denk omdat ze nu net dat emancipatorische in zich droegen en dragen, dat ze nog steeds moeten proberen een brugje te leggen. Hoe vreemd het ook mag lijken, dat het WF, het DF en het VF toch moeten proberen van het Vlaamse af te stappen en hun deuren te openen. Ik merk dat een aantal fondsen effectief ook sommige trajecten in de organisatie zelf opzetten, heel bewust, waarbij ze met enkele Turkse en Marokkaanse organisaties gaan spreken, gaan praten en samen activiteiten opzetten. Ik denk dat de fondsen van overheidswege een en ander verwachten. Ja, ik denk dat we vooral moeten doorzetten. En dat we een groot respect moeten betonen, dat we een grote gevoeligheid moeten hebben voor het verenigingsleven in Vlaanderen, wat het ook is. We leven in een samenleving die wat dat betreft niet gunstig zit. Zeker in een stedelijke context is er een grotere individualiteit. Oké, individualiteit is geen negatief punt, maar mensen vormen hun identiteit in interactie met de anderen. Het verenigingsleven, het samen dingen doen, het samen participeren, dat is een heel belangrijke hefboom en opstap naar persoonlijke emancipatie, persoonlijke verrijking, maar ook gemeenschappelijke participatie aan activiteiten. En ik denk dus dat wij heel bekommerd moeten zijn om alles wat gaat over verenigingsleven, gemeenschapsvorming, mensen bij elkaar brengen op die manier toeleider zijn tot … Dat is een heel belangrijke opdracht voor de toekomst. ‘Een heel belangrijke opdracht voor de toekomst.’ Vlaams volksvertegenwoordiger van Spirit Bart Caron over culturele emancipatie. Het WF had een gesprek met hem over het decreet ‘Lokaal Cultuurbeleid’. Een en ander met het oog op de vormingssessies die daarover georganiseerd worden en waar zowel WF als Bart Caron aan meewerken. Voor meer informatie kunt u terecht bij het WF zelf en dat vindt u aan de Vrijdagmarkt 24-25 in Gent. Telefoneren kan op 09 224 10 75. En uiteraard is er ook de website van het WF : www.willemsfonds.be. Zo, daarmee zit deze uitzending van HVW erop en we gaan eruit met muziek van Santana op de achtergrond. Uw vragen en bedenkingen kunt u zoals steeds kwijt op onze redactie: HVW, Lange Leemstraat 57 in 2018 Antwerpen. Telefoneren kan op 03 233 70 32. En verder is er ook de website: www.h-vv.be. Volgende week kunt u ons weer horen. Met een bijdrage van het VF. En FS heeft een gesprek met Roel van Vredesactie over Nato End Game, de actie van 22 maart tegen kernwapens. Volgende week maandagavond meer daarover, meteen na de Nieuwsflash van 20.00 uur op Radio 1. Fijn dat u luisterde en graag tot dan. Daaaaaag. |