| Immanuel Wallerstein - Suzan Langenberg over bedrijfsethiek |
|
HVW –
HVR
Uitz.:
03.08.09
Opn.: 28.05.09
Real.: Frank Stappaerts
Immanuel Wallerstein / Suzan Langenberg over
bedrijfsethiek
Beginindicatief
--
Goedenavond
luisteraar en welkom in HVW. Straks praten we met Suzan Langenberg over
bedrijfsethiek en waarheidspreken, en dit naar aanleiding van haar nieuwste
boek “Kritiek als desorganisatie”. Maar we
starten met de Amerikaanse politicoloog, socioloog en historicus Immanuel
Wallerstein. Wallerstein staat algemeen bekend als de grondlegger van de
wereldsysteemanalyse, een pluralistische denkrichting die de oorsprong en
evolutie van het kapitalisme onderzoekt, met als doel de belangrijkste trends
van het huidige economische model te doorgronden. Wallerstein was begin dit
jaar in België, en wij vroegen hem wat nu juist de essentie uitmaakt van zijn
wereldsysteemanalyse:
“Traditionally social science … many different
cultural processes within that.”
Er zijn
drie basiselementen aan de wereldsysteemanalyse, zegt Wallerstein. Het eerste
is de staat. Traditioneel was de staat de basiseenheid van analyse van de
sociale wetenschappen. Staten hadden een politiek systeem, economieën,
samenlevingen enzovoort. Acties vonden plaats in de staat of tussen staten. De
wereldsysteemanalyse wil de realiteit van de wereld begrijpen. We leven in
wereldsystemen die veel ruimer zijn dan afzonderlijke staten. Het moderne
wereldsysteem is een wereldeconomie, wat arbeidsverdeling betekent over een
grote ruimte. Vele staten, die behoren tot een interstatensysteem, maken er
deel van uit. Bovendien zijn er tal van culturele processen binnen dat systeem.
“The second basic element … the second basic element.”
Een
tweede basiselement van de wereldsysteemanalyse is de langetermijnvisie. Niet
de eeuwigheid, maar wel een lange periode waarin de entiteiten beginnen met
bestaan, een leven hebben, en weer verdwijnen, want eeuwig zijn ze niet.
“The third basic element is that you cannot analyse …
approach of world system analyses.”
Het
derde basiselement van de wereldsysteemanalyse is dat je de dingen zowel
historisch als structureel moet analyseren. Het systeem verandert voortdurend,
maar blijft toch hetzelfde, anders zou het geen systeem zijn. Je moet dus
aandacht hebben voor cyclische bewegingen die het systeem in stand houden én
het door de tijd heen transformeren, waardoor het op het einde voor het systeem
onmogelijk wordt om te overleven.
In zijn
analyse stelt Wallerstein onomwonden dat het huidige neoliberale, op
kapitalistische leest geschoeide wereldsysteem op zijn laatste benen loopt. We
vroegen hem dan ook of, volgens hem, de huidige wereldwijde financiële en
economische crisis het begin van het einde is.
“No, it’s the middle of the event … moment.”
Neen,
zegt Wallerstein, we zitten er middenin. We zitten in een depressie, in het
begin van een depressie, en het zal dus nog erger worden. Veel kunnen we er
niet aan doen. Het is niet de eerste keer dat zoiets gebeurt. Maar het is
alvast niet gemakkelijk om vandaag in een regering te zitten. Hoe kun je
reageren? Wat ik hoop dat regeringen zullen doen, is de pijn verzachten. Dat ze
maatregelen nemen om het dagelijkse leven van de mensen te verzachten, liefst
zo snel mogelijk.
“A lot of governments are thinking along these lines …
not to upset with them.”
Vele
regeringen denken er trouwens zo over, zegt Wallerstein. We zien dat in Europa,
in de Verenigde Staten, in China en in Rusland. Het is merkwaardig dat, ondanks
de ideologische verschillen, de staten op een gelijklopende manier reageren op
de crisis. Maar daar is een reden voor. Regeringen zijn vooral ongerust over
mogelijke opstanden, over spanningen, want dat is momenteel een reëel
vooruitzicht. Daarom dus dat ze maatregelen nemen om de pijn voor de bevolking
te verzachten.
Door de
enorme wereldwijde problemen – denken we maar aan de groeiende kloof tussen arm
en rijk, het leefmilieu en andere problemen – is verandering meer dan
noodzakelijk. Verwacht Wallerstein een gepast antwoord van de traditionele
linkerzijde, of verwacht hij meer heil van de andersglobalistenbeweging?
“Well, the traditional left … it lost it.”
Traditioneel
links, of ook ‘oud’ links genoemd, de communistische en sociaaldemocratische
partijen en de nationale bevrijdingsbewegingen, hebben in zekere zin hun kans
gehad. Gedurende zo’n honderd jaar zijn ze steeds sterker geworden. Het toppunt
van hun macht bereikten ze in de periode na de Tweede Wereldoorlog. In de ene
staat na de andere kwamen ze aan de macht. Hun strategie, die ze op het einde
van de negentiende eeuw hadden bepaald, en die soms de tweestappenstrategie
wordt genoemd, bestond erin eerst de staatsmacht te veroveren en vervolgens de wereld
te veranderen. Maar wat gebeurde? Ze veroverden de staatsmacht, maar lieten na
de wereld te veranderen. Dat leidde tot teleurstelling, waardoor ze een
aanzienlijk deel van hun mobilisatiekracht verloren.
“Ever since that time … optimistic about it.”
Sindsdien,
en vooral sinds de revolutie van ’68, keken de mensen uit naar alternatieve
manieren om de wereld te veranderen. Geleidelijk aan evolueerde dat protest tot
wat we nu de andersglobaliseringsbeweging noemen, een brede familie van zeer
veel en zeer verschillende bewegingen, met verschillende onmiddellijke doelen.
Maar ze willen met elkaar praten, samenwerken en overleggen om het eens te
raken over een gemeenschappelijke doelstelling. Het is een beetje een wazige en
amorfe groep, maar de laatste tien, vijftien jaar werd ze wel duidelijk veel
sterker. We hebben dus reden om optimistisch te zijn!
Maar
waaraan moet die andersglobaliseringsbeweging, volgens Wallerstein, vooral
aandacht besteden?
“The most important topic is what kind … resources.”
Het
belangrijkste, zegt Wallerstein, is de vraag welke wereld we willen maken. Een
wereld die relatief democratisch en relatief op gelijkheid is gesteund. Maar we
mogen niet blind blijven voor bepaalde realiteiten. Het kapitalisme streefde
altijd naar groei. Hoe meer groei, hoe beter. Dat was het ook, althans voor
kapitalisten. Maar ondertussen zien we de beperkingen, denk maar aan de
ecologie, aan de voedselzekerheid of aan de schaarste aan drinkbaar water. We
moeten dus rationeler omgaan met onze grondstoffen.
“We also have to move away I think … allocation of
resources.”
Ook
moeten we afstappen, zegt Wallerstein, van de kapitalistische houding om alles
tot koopwaar te herleiden. Vandaag gaat men echt extreem ver. Water, lucht,
zelfs het menselijke lichaam wordt handelswaar. We kunnen beter evolueren naar
een andere richting: op die terreinen niet de markt laten spelen, maar streven
naar een rationele verdeling.
Tot
zover nog Immanuel Wallerstein, grondlegger van de wereldsysteemanalyse. Zo
dadelijk hebben we het met Suzan Langenberg over bedrijfsethiek, maar eerst
muziek:
MUZIEK
Van Suzan Langenberg verscheen onlangs
“Kritiek als desorganisatie. Bedrijfsethiek en waarheidspreken”. Het is de
neerslag van haar doctoraat dat ze vorig jaar behaalde. Maar de titel “Kritiek
als desorganisatie” vraagt op zijn minst toch om enige verduidelijking! Suzan
Langenberg:
Inderdaad,
want daar zitten twee vragen in. Wat is kritiek en wat is precies
desorganisatie? Het is voor mij een heel belangrijk punt geweest omdat ik in
mijn bedrijfservaring vaststelde dat kritiek een zeer paradoxaal gegeven is in
een bedrijf. Enerzijds hebben we kritiek en tegenspraak nodig, en dat wordt ook
actief gezocht. Maar niet aan de grote klok gehangen omdat kritiek, aan de
andere kant, ook een term is, een begrip, dat zeer bedreigend overkomt. Kritiek
wordt altijd gezien als iets negatiefs. Dus aan de ene kant hebben we het heel
hard nodig en aan de andere kant wordt het gelijk de kop ingedrukt. Stel dat
kritiek te lang duurt, dan lijdt een bedrijf of een organisatie schade,
imagoschade. Dat is dus eigenlijk het centrale thema van mijn boek omdat
kritiek, vanaf het moment dat het geuit wordt, als iemand een kritiek
uit … Dus de betekenis die ik eraan geef, is de betekenis die ook de
Franse filosoof Michel Foucault gaf, namelijk: kritiek is in principe een
moment. Kritiek is ‘zo niet’. Zo niet bestuurd willen worden, zo niet
gedomineerd willen worden, zo niet! Zonder in eerste instantie al een
alternatief te weten of terug te vallen op een bepaald principe.
En
eigenlijk kunnen we vandaag zeggen: die ruimte zijn we nu aan het bespelen.
Niemand weet echt het alternatief, niemand. Niemand weet ook precies wat er
straks of wat er het volgende moment zal gebeuren. Dus die speelruimte – in
principe is dat een machtsvrije ruimte – moeten we laten duren, maar die leidt
natuurlijk tegelijkertijd tot een gedesorganiseerd-zijn.
En dat
is precies wat Foucault bedoelde met kritiek. Aan de ene kant is het een
grensoverschrijdend gebeuren, dus kritiek leidt altijd tot vormen van vrijheidspraktijken.
En vrijheidspraktijken, niet zoals wij vrij denken, als vrij van alles zijn.
Neen, een relationeel vrijheidsbegrip leidt altijd tot het verleggen van
grenzen en het opnieuw organiseren van grenzen. In een debat, daarin organiseer
je ook grenzen. Wanneer spreekt iemand? Wanneer is iemand uitgesproken? Wanneer
mag iemand het woord nemen? Wanneer luistert iemand? Dat op zich is al een
grens.
Vaak heb ik de indruk dat bedrijfsethiek een
mooi franje is, een uithangbord in tijden van economische voorspoed. Maar
wanneer het dan economisch slechter gaat, wordt bedrijfsethiek al snel
verdrongen door wat men dan noemt de economische noodzaak!
Dat is
weer zo’n misverstand! Economie en ethiek komen van dezelfde etymologische
oorsprong. Je hebt de theorie van de economie, of economische theorieën, je
hebt ethische theorieën, maar die twee zijn aan elkaar verbonden. De economie
heeft twee principes. Aan de ene kant een vorm van huishouding, aan de andere
kant ook een overschrijding. Het overschrijden van grenzen hebben we nodig om
überhaupt de grenzen te kunnen kennen.
We
zitten momenteel in een verhevigde vorm van reflectie. Dat is vooral een
relationeel gebeuren, namelijk ieder product dat wij in de wereld zetten, wat
voor effect heeft dat op onze samenleving, op de organisatie van die samenleving,
op de organisatie van de toekomst? We kunnen niet meer zeggen: de economie, dat
is één ding, en de samenleving is iets anders; die twee raken elkaar niet.
Neen, die twee raken elkaar volkomen, die grijpen in elkaar in.
Dus dat
reflectievermogen is minstens zo belangrijk als het economische vermogen. En
dan kom ik weer even met mijn auteur als Michel Foucault. Die heeft
bijvoorbeeld gezegd van: kijk, de kern van die economie is dat daar geen
totaliserende autoriteit in zit. Dat overschrijdt steeds en die overschrijding
moeten we kunnen denken. En die overschrijding hebben we nodig om het nieuwe te
kunnen ontdekken. Om innoverend te kunnen zijn, moeten we grenzen verleggen,
moeten we over grenzen heen kunnen gaan., moeten we ook risico’s kunnen nemen.
Nou, dat risico kunnen nemen is iets te ver gegaan.
Het
reflecteren daarop – van: welke grens zijn we nu eigenlijk overgegaan? – dat is
ethisch, dat is ethiek. Voor ons, voor bedrijfsethici is het heel interessant
om te zien hoe dat reflectievermogen gaat. En juist vandaag wordt die
bedrijfsethiek niet ingelost, die bedrijfsethiek speelt op dit moment een grote
rol, misschien niet in dit jargon, als bedrijfsethiek, men zal het er daar misschien
minder over hebben. Maar het is wel zo dat er al gezegd is: nou, de
auto-industrie, als we daarin gaan investeren, moet het innoverend zijn, moet
het te maken hebben met nieuwe vormen van energie, moet het gaan om minder
belastend voor het milieu, moet het gaan over dat we auto’s produceren die niet
nog eens een extra belasting zijn op onze economie. Dus we moeten niet in de
oude industrie gaan investeren, we moeten juist stimuleren, budgetten
beschikbaar maken om te innoveren, maar dan wel op een maatschappelijk
verantwoorde manier en op een duurzame wijze. Op zich kun je zeggen: die
bedrijfsethiek speelt wel een heel belangrijke rol, misschien niet in dat
jargon, niet in het vocabulaire, niet in die terminologie, maar in het
maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Wat ik
belangrijk vind, is dat ook in de Europese Commissie, en ook Obama en ook de
grote leiders met elkaar toch wel hebben afgesproken om te investeren in
duurzame energie, in nieuwe industrie, in industrie waar producten uit komen
die afbreekbaar zijn.
Bij je proefschrift “Kritiek als
desorganisatie” horen een aantal stellingen. Zo bijvoorbeeld stelling 10:
bedrijfsethiek leeft, maar de bedrijfsethicus bestaat niet!
Dat is
een beetje een uitdagende stelling. Het is ook de laatste stelling. Waarom
bedrijfsethiek leeft, heb ik net uitgelegd. Ik denk dat dat echt leeft. Dat
reflectievermogen op onze economie dat we naar meer logische producten moeten
die niet zo belastend zijn voor het milieu omdat we daar gewoon allemaal aan
doodgaan bij wijze van spreken, om even extreem door te redeneren. Maar de
bedrijfsethicus, die bestaat niet. Wij zijn het allemaal of we zijn het geen
van allen. We maken allemaal deel uit van een organisatie waar we vroeg of laat
toch over nadenken van: hoe staan wij daarin? En in de mate van dat we dat
bewust worden, en ons daarin ontvoogden eigenlijk, dat is een vorm van ethiek.
Dus we zijn allemaal een organisatie-ethicus. Die moeten wij niet van buiten
inhuren. Als we goed nadenken, kunnen we dat allemaal zijn. Dat is eigenlijk
een beetje een uitlokker, naar iedereen, van: in hoeverre kun jij ook niet de
bedrijfsethicus zijn? Bijvoorbeeld in de banksector, waar wij ook een tijd
projecten hebben gedaan, daar zag je ook al dat mensen zeiden van: ja, wat ik
nu aan het adviseren ben aan mijn klanten rond beleggingsportefeuilles, ik hou
mijn hart vast. En dan was het drie, vier jaar geleden. Mijn repliek was dan
van: als je je hart vasthoudt, waarom ga je er dan niet tegen in? Mijn
hypotheek, als ik dat ga zeggen, dan lig ik eruit. Waar moet ik dan aan het
werk? Wie wil me dan hebben? De wal zal het schip wel keren. Dat is natuurlijk
een zeer passieve houding. En de wal heeft het schip gekeerd.
Trouwens,
er was laatst een artikel in de Groene Amsterdammer, waarin men op een gegeven
moment rond de economische crisis vijf scenario’s had uitgetekend, en dan had
men als annex het zesde scenario, het meest zwarte scenario, dat de economie
weer zou aantrekken en dat alles weer zijn doorstart zou krijgen op de oude
manier. Dat was het zwartste scenario, dat we dus niets geleerd zouden hebben.
Ik hoop ook inderdaad dat we van deze periode heel veel gaan leren.
Je zou misschien kunnen zeggen, in het
verlengde van vorige stelling, stelling zes: dat er kritiek is in een
organisatie, is een dagelijkse praktijk. Erkennen dat er kritiek is, is een
maatschappelijke plicht van iedereen!
Er is
kritiek! Zonder kritiek, zonder tegenstelling is er geen organisatie. Erkennen
dat er kritiek is, is een maatschappelijke plicht. Het is belangrijk, en zeker
voor diegenen die dan in charge zijn, diegenen die zich leidinggevenden noemen
of teamverantwoordelijken. In mijn ogen hebben zij de plicht om de moed op te
brengen om juist die moeilijke zaken, die er ook zijn, te erkennen. Ze alleen
al het licht te laten zien in plaats van ze gelijk de kop in te drukken, omdat
ze bang zijn dat het hun eigen imago, hun eigen positie of hun eigen
machtspositie zou kunnen schaden.
Ik denk
dat het belangrijk is om kritische punten te kunnen erkennen. En om te kunnen
erkennen – en daar gaat ook een van mijn andere stellingen over – daar is moed
voor nodig.
Moed en kritiek, en wie daar meer wil over
weten, kan terecht in het boek van Suzan Langenberg, “Kritiek als
desorganisatie. Bedrijfsethiek en waarheidspreken”, een uitgave van Garant én
te koop in de goede boekhandel.
Daarmee zijn we aan het eind van HVW.
Samenstelling en presentatie waren van FS. De tekst van dit programma kun je
bestellen bij de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, Lange Leemstraat 57, 2018
Antwerpen. Tel.: 03 233 70 32. En over enkele dagen vind je de tekst ook op www.h-vv.be.
Volgende week heeft KVD het over humanisme,
vrijheid en sociale verantwoordelijkheid. Dat was het thema van een
internationaal congres begin juli in Berlijn. Ook is er een bijdrage van het VF
over Topaz, een ontmoetingsplaats voor mensen getroffen door een ernstige,
levensbedreigende ziekte.
Dit was het wat ons
betreft. Nog een goede avond en graag tot volgende week!
Muziek:
10” High Heels – Sakamoto Sakamoto 262975
1’40” La primavera – M. Chao M. Chao 2438103212
|