| Identiteit ontwikkelen in SO - WF Larbi Khetouta |
|
HVW 14.09.09 Identiteit ontwikkelen in SO WF Larbi Khetouta
Opname: 10.09.09
Uitz.: 14.09.09
Samenst.: KVD
/ FS
Muziek:
10” Signe E. Clapton E. Clapton 9 45024-2
25” Smooching M. Knopfler M. Knopfler 518
327-2
1’00” La
Vigüela Gotan
Project P.H. Solal/E. Makaroff/C.H.
MuellerYAB023CD-6127112
10” Achas & Buelta
del Hacha The Harp Consort L.R. de Ribayaz 0547277810 2
Goedenavond en welkom bij HVW,
met daarin twee bijdragen. Straks heeft het WF een gesprek met Larbi Khetouta,
een christelijke moslim, kun je zeggen, die al 45 jaar in België woont en
illustreert dat dé Marokkaanse gemeenschap niet bestaat en meer verscheiden is
dan het stereotype wil. Niet alle Marokkanen zijn dus moslim. Straks meer
daarover. Want eerst is er “Identiteit ontwikkelen. Leer-kracht waarderen in
eigentijds onderwijs”. Dat is een boek van Dirk Gombeir, Luk Bosman en Chico
Detrez. FS had een gesprek met coauteur Chico Detrez. En ja Frank, daar
beginnen we mee.
Tien jaar geleden publiceerden Dirk Gombeir,
Luk Bosman en Chico Detrez “Jongeren aanspreken op hun leer-kracht. Over de
praktijk van zelfsturend leren in het onderwijs”. Vandaag zijn ze er met een
nieuw boek: “Identiteit ontwikkelen. Leer-kracht waarderen in eigentijds
onderwijs”. Aan medeauteur Chico Detrez vroegen we of er veel veranderd is in
die tien jaar, of beter, wat de nood is aan een nieuwe publicatie.
Ik denk dat er
inderdaad heel wat veranderd is in tien jaar tijd. Alleen hadden wij na het
vorige boek een beetje de nood om verder na te denken op het accent dat we gelegd
hadden rond dat zelfsturend leren, en op zoek te gaan naar datgene waarvan wij
op dit moment vinden dat het een beetje een hiaat wordt in het onderwijs,
namelijk stilstaan bij de persoon, de identiteit van de jongere die daar op de
schoolbanken zit. Wij merkten – en dan hebben we het in Vlaanderen beter gedaan
dan in Nederland met het studiehuis – dat er een zware omslag was naar het
zelfsturend leren en dat die toch wel iets overdreven werd. Ten tweede merkten
we dat we naar een erg instrumentele benadering gingen in het onderwijs en dat,
naar onze opvatting, er nood was om stil te staan bij de persoon van de
leerling in het onderwijs.
De centrale vraag in het boek draait rond
het instituut onderwijs. Hebben met andere woorden scholen nog toekomst in een
maatschappij waarin het internet, de multimedia, de interactieve digiplatformen
en dergelijke bepalen wat cool, hot en flashy is?
Ik denk dat
onderwijs meer dan ooit een noodzaak is, maar we zitten met het fenomeen dat we
aan de ene kant niet naast die nieuwe ontwikkelingen kunnen. Een aantal
ontwikkelingen op ICT-vlak, gekoppeld aan enkele nieuwe vaardigheden die ermee
samenhangen, ik denk dat we daar oog voor moeten hebben. Maar ook die
ontwikkelingen dreigen erg instrumenteel benaderd te worden. Vandaar dat wij
iets hebben van: we moeten niet alleen daarvoor oog hebben, maar we moeten ook
opnieuw een stukje menselijkheid daaraan koppelen. Daarom vertrekken wij in het
boek van die nieuwe ontwikkelingen, een aantal vaststellingen die we doen rond het
gedrag, rond het leren van jonge mensen nu, en dat proberen we dan te koppelen
aan die identiteitsontwikkeling die wij zo belangrijk vinden.
Jullie ambitie is om het onderwijs van
binnenuit te vernieuwen, om te sleutelen aan een didactische aanpak die jongeren
echt aanspreekt op hun leer-kracht!
Dat klopt! Wij zijn
ervan overtuigd dat echte onderwijsvernieuwing of -verandering enkel kan als ze
gedragen wordt door de leerkrachten en de leerlingen die in de klas aan het
werk zijn. Belangrijk vinden wij dat de leerkrachten vooral hun palet
uitbreiden aan mogelijkheden die ze hebben. Ik denk dan bijvoorbeeld aan
leeractiviteiten. Wij zijn er zeker geen voorstanders van dat het oude
weggegooid of geschrapt moet worden, maar wel dat de mogelijkheden verruimd moeten
worden. Vandaar dat we zeggen van: dit moet beginnen in de klas, dit kun je
niet van bovenaf opleggen. Dit is eigenlijk samen met leerkrachten op zoek gaan
naar andere aanpakken, andere accenten enzovoort, en op die manier een omslag
proberen te krijgen in onderwijs.
Kun je een heel concreet voorbeeld geven van
zo’n andere aanpak in de klas?
Een voorbeeld dat
ik wil geven, is wat we ervaren hebben met ons vorige boek. Daarin stond een
heel aantal concrete werkvormen waarbij leerlingen benaderd werden vanuit
bijvoorbeeld leerstijlen, of waar opdrachten zodanig benaderd werden dat
leerlingen bij groepswerk meer van elkaar afhankelijk waren. We merkten dat,
als we aan leerkrachten vroegen om met concreet lesmateriaal naar cursussen te
komen en om daar dat lesmateriaal te bewerken vanuit de strategie die we
aanreikten, die mensen inderdaad met een pakket terug naar huis gingen, of naar
de school gingen beter, en dat echt wel uitprobeerden. Wanneer zij enkele van
die strategieën probeerden, koppelden zij aan ons terug dat zij zelf merkten
dat hun kijk op jongeren en op onderwijs veranderde. Het is vanuit die heel
concrete praktijk, die heel concrete werkvormen, leeractiviteiten enzovoort,
wanneer je die samen met leerkrachten uitbouwt, dat je merkt dat leerkrachten
een andere houding gaan aannemen, een andere kijk gaan krijgen op onderwijs.
Jullie boek geeft geen definitieve
antwoorden, maar wel, zoals je zelf zegt, ‘answer songs’, antwoordliederen!
Het idee van die
ondertitel komt van een muziekoptreden dat enkelen van ons gezien hadden van
Peter Vermeersch met zijn Flat Earth Society, die daar een heel programma over
had. Het idee van: liederen worden geschreven en andere componisten componeren
liederen als antwoord daarop, vonden wij een mooi beeld van wat wij ook wilden
hebben. Wij hebben niet de wijsheid in pacht. Wij hopen alleen dat wat we in
het boek schrijven, door mensen gelezen wordt, dat erover nagedacht wordt en
erop gereageerd wordt, en dat we zo in een dialoog verder geraken, nieuwe
ideeën ontwikkelen enzovoort. We nodigen in het boek, en dan vooral in het
laatste hoofdstuk, mensen ook heel erg uit om op dat dialogeren in te gaan en
om met ons in gesprek te gaan. We proberen dat nu ook in de presentaties die we
van het boek brengen of in cursussen die we aan het ontwikkelen zijn, om vooral
die dialoog te bevorderen en met mensen in gesprek te gaan over onze ideeën,
strategieën enzovoort. Op die manier willen we met de mensen aan verandering
werken.
Jullie boek heet “Identiteit ontwikkelen”. Daarstraks
had je het er al over, maar hoe kom je nu tot dat identiteitsontwikkelend
onderwijs, en vooral, wat is het belang ervan?
Het belang is voor
ons in de eerste plaats dat bij identiteitsontwikkelend onderwijs je probeert
wat je doet in het onderwijs te koppelen aan de persoon zelf. Concreet wil dat
zeggen dat je werkt aan de zin van de dingen die je in onderwijs doet – de
zingeving, waarover vandaag toch ook al heel wat te doen is. Je daagt de
leerlingen uit om zelf zin te geven aan een aantal dingen die zij doen, die zij
moeten doen. Onderwijs legt ook enkele zaken op, dat is niet het probleem. Het
is die koppeling die wij erg naar voren schuiven. Wij proberen telkens opnieuw,
in alle invalshoeken die we gebruiken, die link te leggen naar: wat ik doe, hoe
raakt mij dat, wat betekent dat voor mij, wat zou ik daarmee kunnen? Maar dan
niet op het louter utilitaire vlak, maar wel kijkend naar de brede impact dat
dat kan hebben op mezelf. In al onze strategieën komt telkens die link terug
naar: ik als persoon, hoe sta ik daartegenover, hoe verbind ik mij daarmee?
Jullie staan met andere woorden een
onderwijs voor dat de hele persoon beroert!
Een onderwijs dat
de hele persoon beroert, en we proberen dat inderdaad te benaderen vanuit
enkele – wat we genoemd hebben – algemene ontwikkelingscompetenties. We
proberen leerlingen enkele houdingen aan te reiken of uit te nodigen om in die
houding te gaan staan die de mogelijkheid geeft dat die persoon beroerd wordt.
Dat je openstaat voor de kijk van anderen. Dat je die gaat onderzoeken. Ook dat
dialogeren komt daarin terug. Dat vinden wij belangrijk, dat vinden wij ook een
van de dingen die vandaag de dag vaak blijven liggen, niet aan bod komen, om
verschillende redenen. Maar dat volgens ons net een belangrijke factor is
waarom jongeren vaak niet graag naar school gaan of gedemotiveerd zijn om naar
school te gaan en weinig verbinding leggen met hetgeen ze daar leren of moeten
leren. Dat is een van de kwesties waarop wij een antwoord proberen te
formuleren.
We hebben het nu vooral gehad over de
leerlingen, niet uitsluitend maar vooral, maar ook de leraar wordt aangesproken
in jullie boek. Ook in zijn leer-kracht moeten we vertrouwen stellen!
Zeker! Een van de
zaken die we ervaren, is dat de belangstelling vanuit de lerarenopleiding voor
ons boek groot is. Ik denk dat dat te maken heeft met het feit dat, als je
leerkrachten beschouwt, als je toekomstige leerkrachten beschouwt, je ook daar
moet vertrekken vanuit die identiteitsontwikkeling. Dat je ook daar moet vertrekken
van hoe die leerkracht zich verbindt tot het vak dat hij geeft, tot het omgaan
met de jongeren, tot de school waarin hij functioneert. Ik ben ervan overtuigd
dat er daar, in de lerarenopleiding, mee begonnen moet worden, van: als je
kiest, probeer dan voor jezelf te ontdekken waar je jezelf wilt verbinden naar
lesgeven of onderwijzen. Eigenlijk komt dat neer op: wat vind je dat je te
vertellen hebt aan leerlingen, hoe denk je dat je leerlingen zult kunnen
begeesteren vanuit je persoon zelf? Niet alleen vanuit het methodische of het
vak zelf, maar vanuit je persoon. Je merkt ook dat die leerkrachten die goed
scoren – en dan heb ik het niet alleen over populariteit, maar diegenen van wie
leerlingen terugkoppelen dat zij veel aan hen hebben, leerkrachten die voor hen
iets betekenen – net leerkrachten zijn die met hun hele persoon voor de klas
staan en al wat ze doen verbinden vanuit hun eigen persoonlijkheid. En ik denk
dat dat heel belangrijk is!
Tot zover nog Chico Detrez over “Identitiet
ontwikkelen. Leer-kracht waarderen in eigentijds onderwijs”, een uitgave van
Plantyn én te koop in de goede boekhandel.
“La Vigüela”, en dat is
tangomuziek van Gotan Project. Die brengt ons bij de bijdrage van het WF. Dat
werd een gesprek met Larbi Khetouta, van Marokkaanse origine, 45 jaar in België
en een christelijke moslim. Maar ook de voorzitter van Daarkom, het
Vlaams-Marokkaanse Culturenhuis in Brussel.
‘Larbi Khetouta is geboren in Tanger, precies in
’47. Dat is een tijdje geleden. Ik ben in Tanger opgegroeid tussen moslims,
tussen christenen, tussen joden. Want in die tijd was Tanger eigenlijk een
internationale stad, waar iedereen met iedereen en naast iedereen leefde.
Surtout bij iedereen. En op mijn 17 jaar ben ik naar België gekomen. Dus ben ik
hier beland in Testelt, zo’n klein dorpje. En van toen af tot nu ben ik als het
ware verankerd hier in Brabant, Testelt.’
Larbi
Khetouta, van Marokkaanse origine, maar al lang thuis in Testelt. Larbi
Khetouta mag je gerust een christelijke moslim noemen. Maar hij staat ook open
voor onder meer het boeddhisme en het vrijzinnig humanisme. Hij schrijft
teksten voor Vlaamse artiesten en het kerstfeest in Testelt, en is de levende
illustratie dat niet alle Marokkanen moslim zijn. Dé Marokkaanse gemeenschap
bestaat niet, maar is net zo verscheiden als de rest van de multiculturele
samenleving. Ook levensbeschouwelijk.
Het is, denk ik, fout te beschouwen dat een
Marokkaan of een Arabier vanzelfsprekend een moslim is. Eerst en vooral, dat is
een fout inzicht. Dus ik ben gekomen naar Testelt, zoals ik net zei, en
opgegroeid tussen Belgische mensen, en ik heb langzamerhand gemerkt dat hun
doen en laten in het diepste van alles het niet veel verschilt van Marokko. Dan
heb ik de moed gehad om de Bijbel eventjes te gaan lezen en te bestuderen, en
met de tijd verwonderde het mij dat bijna alles wat in de Bijbel staat, ook in
de Koran terug te vinden is. Want zoals iedere Marokkaan ben ik tot mijn zesde
ook naar de Koranschool geweest. Ik heb ook zoals iedereen de Koran moeten
leren. Ik kende die bijna helemaal uit het hoofd, zoals gebruikelijk is in
Marokko, en ik was eigenlijk aangenaam verrast dat ik ongeveer dezelfde
verhalen zag. Ik mag zeggen dat ik heel, heel, heel veel van het christendom
heb geleerd, omzeggens bijna evenveel als van de islam. En wat ik jammer vind,
is dat men meer het verschil gaat zoeken dan de bindpunten. En ik heb gelukkig,
denk ik, meer de bindpunten gezocht dan het verschil tussen beide.
Hebt
u zelf nog een godsidee? Hoe moet ik mij dat dan voorstellen?
Ik heb dat vaak gezegd en herhaald dat God, Allah,
Dieu en Dios, noem maar op het eigenlijk over hetzelfde iets hebben. Het is
gewoon in een andere taal gezegd. Dus wanneer men zegt ‘God’, dan zegt men
hetzelfde als ‘Dieu’. Dat is toch een ander woord, maar het is hetzelfde. En
een Arabier zegt ‘Allah’.
Wat
betekent God dan voor u? Is dat de schepper van alles, is dat iemand die drager
is of degene die bijvoorbeeld morele regels aanreikt? Of voor wie u rituelen
doet?
Wat is God, wat is Allah? Wat is Dieu, wat is Dios?
Ik denk dat dat iets is … Trouwens, men kan die niet beschrijven. In
de islam kunt u die niet beschrijven. U mag die niet beschrijven. Dus dat is
iets of iemand, iets, een macht, ik noem dat natuurlijk weer zoals men wil.
Iedereen zal er misschien een andere definitie aan geven: de schepper, ook de
schrijver van de levenswijze die de mens zou moeten hanteren.
In
uw verhaal voel ik toch wel een zekere gevoeligheid voor verdraagzaamheid. Dat
u ook openstaat voor andere religies, levensbeschouwingen.
De mens zoekt het verschil. En als we het bindpunt
zoeken, dan zien wij eigenlijk dat wij veel, veel van elkaar hebben, wat wil
zeggen dat we met elkaar kunnen leven, want we hebben veel van elkaar. En voor
mij persoonlijk, ik spreek in mijn naam, ik maak geen verschil tussen een
christen, een moslim, een jood of een boeddhist. Het gaat over hoe hij
tegenover een ander staat. Dat maakt de kwaliteit of de waarde van zijn geloof.
Want, als men bijvoorbeeld de islam zegt, volgens de regels van dit geloof:
‘āsh'hadu ān lā ilaha illā-llah, āsh'hadu ānna Mūhammadār rasūlu-llah…’ Als men
dat in het Nederlands gaat zeggen, klinkt het als volgt: ‘Ik geloof in God, in
Zijn profeet, in de Schriften en het Laatste Oordeel.’ Dus dat is … Als je dat
niet kunt geloven, dan ben je zogezegd geen volmaakt moslim. Gaande van
dat … u moet geloven in Zijn profeten, ja, dan moet ik in Jezus geloven.
Nu, het verschil is dat voor de christenen Jezus een god is, een god die mens
geworden is, en voor een moslim is dat gewoon profeet. Als ik moet geloven in
de Schriften, dus ik moet geloven in de Bijbel evengoed als het Nieuwe
Testament, als de Thora … Dus wij hebben veel van elkaar en ik heb geleefd
tussen de christenen en de joden en we hebben heel, heel goed vreedzaam
geleefd. Ik vraag mij gewoon af waarom dat nu niet meer kan.
Misschien
zijn er ook wel enkele verschilpunten die heel zwaar doorwegen, hé?
Het verschil is volgens mij afkomstig van hoe je de
teksten interpreteert, dus interpretatie van de tekst. En dan zal het kunnen
dat u die anders interpreteert dan ik. En ik zou dat anders kunnen
interpreteren dan u. Want, persoonlijk – dat is ook mijn overtuiging en mijn
geloof – denk ik dat het geloof op zichzelf, als dat van God komt, idem, overal
hetzelfde is. Maar nu, wat de mens ervan maakt, zorgt volgens mij voor het
verschil. Maar ik zie het moeilijk dat God gaat zeggen: ‘Vermoord die.’ Of: ‘Vermoord
dat.’ Dan is hij een slechte vader. En als ik twee kinderen heb, mag ik geen
verschil maken tussen beiden. En God die het verschil maakt tussen mijn twee
kinderen, of tussen Zijn kinderen, die wij zijn, dan vind ik dat Hij niet goed
bezig is. Daarom denk ik dat de interpretatie van de mensen over de teksten het
verschil maakt. De essentie … Als we een tekst zeggen, bijvoorbeeld de
Koran, die zegt, tegenwoordig voor die aanslagen en dergelijke: ‘Als u iemand
vermoordt, is dat precies alsof u een heel mensdom vermoord hebt.’ Dus dat zegt
genoeg dat die aanslagen en zo eigenlijk een goedkoop argument zijn voor mensen …
Dat is niet het doel van God.
In
de islam heeft men een bepaalde houding t.a.v. de vrouw en de rechten van de
vrouw. U leeft hier nu toch al ettelijke jaren in België. Is er bijvoorbeeld
een andere kijk op de positie van de vrouw in uw islamitische of in uw
christelijke overtuiging of inspiratie?
Mijn zuster is getrouwd met een rafki, dus iemand
die godsdienstlessen geeft. En ik heb gezien dat hij haar langzamerhand de
hoofddoek oplegt, en alle traditionele en soms folkloristische zaken die
meestal volgens mij niets met islam te maken hebben. Voor een man geldt: de
vrouw mag alleen haar ogen laten zien. Maar men vergeet vaak wat de man moet
doen. Want men zegt alleen de vrouw moet zo zo, maar als de man, zo staat het
in de Koran, in de Schriften, voorbij de vrouw gaat, moet hij zijn hoofd naar
beneden buigen, om niet naar die vrouw te kijken. Dus men doet het niet. Die
man kijkt naar die vrouw, als hij de kans krijgt. De vrouw, zijn vrouw, moet
wel de hoofddoek en alles … Ik denk dat dat allemaal een interpretatie is,
dat geen een zou kunnen zeggen, letterlijk, het is zo.
Ik
ben vrijzinnig, ik ben atheïst, ik noem mijzelf humanist. Hoe staat u
daartegenover, tegenover mensen die niet gelovig zijn en die zeggen: ja, ik ben
atheïst, ik denk niet dat er een god bestaat?
Dat is hun recht, dat is een recht. Ik ga graag
hier, allee, toch vertellen wat mij overkomen is. In het bijzonder de reactie
van mijn vader en mijn moeder. En dat zou, denk ik, hiervan een illustratie
kunnen zijn, of een antwoord op uw vraag. Ik ben hier, zoals ik zei, 45 jaar en
door omstandigheden omdat ik regelmatig kerstverhalen schrijf voor de kerk. Dus
jaarlijks schrijf ik kerstverhalen die men in de kerk leest. Voor iedereen was
het verwonderlijk dat een moslim dat kon. Ja, ik zeg: ‘Maria staat in de Koran
meer dan in de Bijbel. Dus …’ En mijn broer, die door een meningsverschil met
mij naar huis gegaan is, naar Marokko, heeft zomaar thuis gezegd: ‘Larbi is een
katholiek geworden.’ Natuurlijk kunt u veronderstellen dat voor zo’n gezin in
Marokko te moeten horen dat hun zoon en oudste zoon, zogezegd de man die in de
familie een voorbeeld moet zijn, katholiek geworden is, dat dat een bom is. Ik
ben niet beschaamd om te zeggen dat mijn moeder mij vijf jaar niet aangesproken
heeft. En mijn vader heeft gezegd: ‘Larbi heeft dat gedaan? Daar heeft hij zijn
reden voor. En als hij er een reden voor heeft, moet je dat respecteren, en ik
ben geen God om te beoordelen. Het Laatste Oordeel moet zijn. Ik niet. Ik
beoordeel niemand.’ En ik wil graag zijn woorden hier herhalen: ‘Ieder voor
zich en ik heb geen enkel recht om te zeggen dat u minder bent dan ik of dat ik
meer ben dan u.’
Tolerantie
en het recht op andersgelovig-zijn. Dat was nog Larbi Khetouta in een bijdrage
van het WF. Een en ander in het kader van het project Beraber. Uw
vragen en reacties kunt u kwijt bij het WF zelf. Dat vindt u aan de
Vrijdagmarkt 24-25 in Gent. Telefoneren kan er op het nummer
09 224 10 75. En uiteraard is er ook de website van het WF: willemsfonds.be.
Zo,
daarmee zijn wij zijn aan het einde van HVW gekomen. Onze redactie vindt u aan
de Lange Leemstraat 57 in 2018 Antwerpen. Telefoneren kan op het nummer
03 233 70 32. Verder is er ook de website: surfen naar h-vv.be.
Wij
gaan eruit met “Smooching” van Mark Knopfler, maar volgende week zijn we er
weer. Met een bijdrage van het VF. Viona Westra heeft het dan over de duurte
van onze energie en de uitverkoop van de Belgische energie aan buitenlandse
concerns. Maar we praten ook met Eva Vergaelen, van vrijzinnige tot moslim
geïnspireerd. En dus over haar boek “Thuis in de islam”. Volgende week
maandagavond op Radio 1, meteen na de Nieuwsflash van 20.00 uur. Graag tot volgende
week. Daaaaag.
|