|
De Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV) uit zware bedenkingen bij het eindverslag van de Interculturele Dialoog, dat zopas aan minister voor Gelijke Kansen, Joëlle Milquet, werd aangeboden.
Zo stellen we ons ernstige vragen bij de premisse van Marie-Claire Foblets, co-voorzitster van het Verslagcomité. Zij stelt dat de meerderheid van de bevolking zich moet aanpassen aan de verzuchtingen van de minderheden, voor zover die redelijk zijn. Dat is een verkeerd signaal. Wij denken dat een minderheid van de bevolking zich moet aanpassen aan de gangbare normen van de meerderheid en dat die meerderheid er moet voor zorgen dat de minderheden hun cultuur kunnen beleven binnen het kader van de Belgische wetten en de universele mensenrechten. Dat naast het Engels en het Frans, ook Arabisch en Turks zouden moeten aangeboden worden als tweede en derde taal, lijkt ons niet bevorderlijk om een belangrijk probleem van kansengroepen op de arbeidsmarkt, namelijk taalachterstand, op te lossen.
Bovendien is het zeer gevaarlijk om bepaalde principes waarop onze rechts-staat gebouwd is, voor herziening vatbaar te verklaren. Volgens ons is er niks mis met het principe van neutraliteit van openbare diensten, maar is er wel iets mis met de manier waarop bepaalde beleidsvoerders dit principe interpreteren. Zij schermen bijvoorbeeld met de opmerking dat een overheid nooit neutraal is. Dat klopt, maar een overheid heeft wel de plicht om een aantal normen te beschermen en dit kan ze alleen doen door zelf het goede voorbeeld te geven en procedureel te streven naar neutraliteit. HVV gaat uit van het principe dat terughoudendheid op het vlak van het uiten van levensbeschouwelijke voorkeuren, wenselijk is. Dit impliceert dat vertegenwoordigers van de overheid zelf het goede voorbeeld geven en geen opvallende levensbeschouwelijke tekenen dragen, zeker niet wanneer ze een gezagsfunctie bekleden. Wij zijn van mening dat god nooit een alibi mag zijn om af te wijken van bestaande normen of reglementen. Als een schoolreglement bepaalt dat hoofddeksels, gsm’s en andere attributen niet toegelaten zijn in de klas, dan kan men daar niet van afwijken omdat men godsdienstig is. Het is de taak van de overheid en zeker het Gemeenschapsonderwijs, om haar opvoedende taak op te nemen en daarin zit het uitleggen van de grenzen van godsdienstige aanspraken vervat.
Een particuliere cultuur of levensbeschouwing mag nooit een alibi zijn om voorrechten af te dwingen die afwijken van de gangbare normen. Als het rapport stelt dat onderwijs gemengd moet blijven – jongens en meisjes samen – dan impliceert dit dat er geen aparte zwemuurtjes mogen georganiseerd worden en dan betekent dit bij uitbreiding dat ook openbare zwembaden geen aparte zwemuren mogen organiseren voor mannen of vrouwen. Hetzelfde gevaarlijke hellend vlak zien we in de voorstellen om werkgevers toe te laten aan hun werknemers om tijdens de werkuren te gaan bidden of om ziekenhuizen toe te laten dat vrouwelijke patiënten enkel door vrouwen zouden behandeld worden.
Wij verwonderen ons ook over het gemak waarmee niet-godsdienstige levensbeschouwingen, zoals het atheïsme en het boeddhisme, op sommige plaatsen in het rapport gewoon genegeerd worden. Alsof ze niet bestaan en niet ook waardevol kunnen zijn. Zo pleit het rapport voor ‘vergelijkend godsdienstonderwijs’. Bijzonder merkwaardig.
Ook merkwaardig is het pleidooi voor de uitbreiding van de genocidewet naar alle genocides. Opnieuw manifesteert zich hier een probleem van gebrek aan visie en éénduidigheid. Als je de vrijheid van meningsuiting grondwettelijk verankert, hoe kan je dan verdedigen dat een wet – een ondergeschikte rechtsbron - daarop een uitzondering maakt?
HVV is voorstander van gelijke kansen. Daarom kunnen we ons absoluut vinden in de voorgestelde anonieme sollicitaties en in een beleid dat erop gericht is om kansengroepen met alle mogelijke middelen bij te spijkeren. Maar we zijn niet gewonnen voor positieve discriminatie, omdat dergelijke maatrege-len ingaan tegen het algemene rechtvaardigheidsgevoel binnen de samenle-ving, dat stelt dat de meest geschikte kandidaat het meeste recht heeft op de job. Zo’n voorstel draagt ook niet bij tot het broodnodige evenwicht tussen doelgroepbenadering en individuele responsabilisering.
We merken dat nogal wat beleidsvoorstellen worden geïnspireerd door de godsdienstvrijheid (artikel 19 GW). Zoals het voorstel om onverdoofd te blijven slachten. Dergelijk voorstel druist in tegen de gangbare normen op ons grondgebied en tegen het algemene gevoel van dierenwelzijn, maar opnieuw wordt god als alibi opgevoerd (godsdienstvrijheid) om dieren te pijnigen. Waarom dan die uitzondering voor godsdienstige slachtingen? Is het niet de taak van de overheid om de grenzen van godsdienstige aanspraken af te bakenen en dus de eeuwige dooddoener van godsdienstvrijheid te herdenken? Moet dit artikel trouwens niet volledig uit de Grondwet gelicht worden, aangezien vrijheid van godsdienst – waarom trouwens vrijheid van godsdienst en niet vrijheid van levensbeschouwing? - perfect wordt gegarandeerd door andere rechten in de Grondwet? HVV pleit voor een strikte scheiding van kerk en staat om de rechten van iedereen te vrijwaren. Vanaf het moment dat religieuze groeperingen ons vanuit hun godsdienst gaan opleggen aan welke normen en waarden we ons moeten houden, zakken we af tot gevaarlijke situaties waar iedereen die deze opvattingen niet deelt, uitgesloten wordt. In naam van de godsdienstvrijheid én in naam van de vrije meningsuiting worden de godsdienstvrijheid en de vrije meningsuiting in dit beleidsdocument op de helling gezet. Normen en waarden dienen gebaseerd te zijn op het gelijkheids-beginsel. Niet op een particuliere godsdienstige overtuiging. Laten we ethiek en godsdienst aub gescheiden houden. Laten we godsdienst aub in de privésfeer houden. Het doordringen van specifieke godsdienstige regels in het publieke domein zet alle verworvenheden van de verlichting en de democratische rechtsstaat op de helling.
Volgens HVV staat het rapport op bepaalde punten te ver af van wat mensen die dagdagelijks in het veld werken – dokters, maatschappelijk assistenten en leerkrachten – zouden aanbevelen. Op pagina 11 van het rapport vinden we een prachtige illustratie van deze elitaire en wereldvreemde benadering: “Er werd ook een Beschermcomité opgericht dat bestond uit personen die nauw betrokken zijn bij de thematiek van de interculturaliteit. Bedoeling is dat zij ‘woordvoerders van de interculturaliteit en diversiteit’ zouden zijn.” De woordvoerders van de interculturaliteit zijn de mensen die dagelijks in het veld staan en zowel de voordelen en geneugten als de nadelen en misbruiken van de multiculturaliteit proeven. Deze mensen moeten wetenschappelijk bevraagd worden.
Cruciaal in het debat is de vraag welke gedeelde toekomst we voor ogen hebben en in welke samenleving de immigranten zich moeten inburgeren. Het is duidelijk dat over deze vragen geen eenduidige visie bestaat. Het thema werd systematisch onder de mat geveegd en afgedaan als een non-debat. De schade die deze benadering heeft berokkend, moeten we nu inhalen. Op dat punt is het rapport voor de Minister van Gelijke Kansen een belangrijk signaal. Over de conclusies en aanbevelingen hebben we echter grote twijfels. De kloof tussen de ene groep die seculariteit en dus een begrenzing van cultureel en levensbeschouwelijk particularisme verkiest en de andere groep die cultureel relativisme verkiest, is groot.
Marieke Höfte (voorzitter HVV) en Björn Siffer (woordvoerder HVV)
Meer info?
Björn Siffer, 0478 47 57 31
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, je hebt Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
|