| Het Verdorven Genootschap - Voorbij het Atheisme? |
|
HVW – HVR: Het Verdorven Genootschap / Voorbij het atheïsme? Uitz.: 28.02.11 Opn.: 24.02.11 Real.: Frank Stappaerts/Karel Van Dinter Beginwijs -- Goedenavond en welkom in HVW. Straks praten we met Jurgen Slembrouck, moreel consulent aan de Vrijzinnige Dienst van de Universiteit Antwerpen. Hij zal het hebben over een nieuwe activiteitencyclus, met als thema "Voorbij het atheïsme?", met een vraagteken. Maar starten doen we met Karel Van Dinter. Hij heeft een gesprek met Björn Siffer van de HVV over "Het Verdorven Genootschap" van Philipp Blom. Een boek over de ietwat vergeten radicale verlichting. En dat is zonder meer een aanrader. "Het kind, nog maar net van de moederborst, wordt door de priester gedoopt, voor geld, onder het voorwendsel dat zo de smet van de erfzonde wordt weggewassen en hij verzoening ontvangt van een God wiens ontstemming hij nog niet heeft kunnen wekken. Met magische spreuken wordt hij zo uit het rijk van de duivel gered. Vanaf zijn vroegste jeugd wordt zijn scholing doorgaans toevertrouwd aan priesters, wier voornaamste doel het is hem de vooroordelen in te prenten die voor hun doel nodig zijn. Ze jagen hem een angst aan die zijn hele leven zal blijven groeien, ze brengen hem de fabels bij van een wonderbaarlijk geloof, onzinnige dogma's en onbegrijpelijke mysteries. Ze maken, kortom, een bijgelovige christen van hem. Maar ze maken hem niet tot een nuttig burger, niet tot een verlicht man." Björn Siffer met een stukje uit "Le christianisme dévoilé" van Paul Henri Thiry d'Holbach uit 1761. Een straffe en radicale tekst tegen kerk, pastoors en godsdienst, geciteerd in "Het Verdorven Genootschap" van Philipp Blom. In dat boek vertelt Blom over de radicale verlichters die elkaar tussen 1750 en 1770 regelmatig ontmoetten in het salon van d'Holbach. Daar werd bij gastronomische feesten op hoog niveau gediscussieerd en gefilosofeerd over de meest uiteenlopende onderwerpen. Met als centrale figuren Diderot en d'Holbach zelf. Dat leverde uiterst revolutionaire ideeën op, want ronduit atheïstisch en materialistisch. Gevaarlijk ideeën ook vanwege bedreigend voor de bestaande orde en, vooral, vanwege de censuur die meeluisterde. "Het Verdorven Genootschap" dus van Philipp Blom. Björn Siffer legt uit waar die titel naar verwijst. "Wel, het verwijst eigenlijk naar een genootschap van radicale verlichters. Dit dus in tegenstelling tot de eerder gematigde verlichters, zoals Voltaire en Rousseau, en dat zijn dan ook de bekendste verlichters. Maar de radicale verlichters waren toch wat subversiever in hun gedachten en zij deinsden er niet voor terug om de kerk frontaal aan te vallen, om echt een atheïsme te promoten dat elders eigenlijk nauwelijks bekend was." - Je zegt: 'frontaal aanvallen van de kerk'. Niet helemaal correct, want het werd toch wel een beetje zo binnenskamers gehouden. Hoewel er heel wat teksten zijn gepubliceerd die duidelijk maakten wat zij dachten en wat er moest veranderen, en wat hun ideeën waren? "Wel, het is inderdaad zo dat de meeste van die teksten anoniem werden gepubliceerd. Dat die ook in het buitenland werden gedrukt, dan illegaal het land binnen werden gesmokkeld, en dat die dan ook illegaal verkocht moesten worden in Frankrijk. Het bekendste voorbeeld is het boek "Le christianisme dévoilé" van d'Holbach, waarin hij toch anoniem het christendom aanvalt op een zeer subversieve manier." - Ik denk bijvoorbeeld aan dat materialisme en dat atheïsme. We hebben het hier over een figuur zoals d'Holbach. Een gerespecteerd burger, zal ik maar zeggen, maar die dat soort van ideeën naar buiten brengt. Dat is toch niet voor de hand liggend? "Er was destijds inderdaad een felle samenwerking was tussen enerzijds de staat en anderzijds de rooms-katholieke kerk. Want de staat had natuurlijk problemen met verlichte denkers die hun gedacht zegden en die op een bepaald ogenblik als staatsgevaarlijk werden beschouwd. Daarbij was het belangrijk om de hulp in te roepen van de rooms-katholieke kerk, die door haar geloof de ene mens boven de andere durfde te plaatsen. Dus zij voorzag eigenlijk een soort van legitimiteit voor de ongelijkheid in de samenleving, en dat is wat die radicale verlichters net wilden aanklagen in hun boeken." - Op dat ogenblik bestond er een zeer strenge censuur? "Dat is inderdaad zo. Alle brieven die werden verzonden, konden door de toenmalige postmeesters gecontroleerd worden. En als daar dingen in stonden die absoluut niet strookten met wat de staat of de rooms-katholieke kerk voor waarheid aanzag, dan kon het gebeuren dat die mensen werden opgepakt. En het is inderdaad zo dat iemand als Diderot aan het begin van zijn carrière in de gevangenis zat vanwege teksten die niet gepubliceerd mochten worden." - Diderot is uiteraard bekend van de "Encyclopédie". Toch wel een gigantisch werk dat hij gepresteerd heeft in die achttiende eeuw. Misschien iets meer daarover vertellen. Want uiteindelijk is dat één manier geweest om die censuur te omzeilen? "Diderot, die ik persoonlijk toch wel de belangrijkste van die radicale verlichters vind, is vooral bekend geworden door het werk aan de Encyclopédie. Diderot zelf was daar niet onverdeeld gelukkig mee, met het feit dat hij de geschiedenis in zou gaan als de man die de gedachten van andere mensen te boek stelde. Diderot wilde eigenlijk ook wel een zekere filosofie ontwikkelen, en zijn filosofie was natuurlijk die van het materialisme. Maar hij week toch enigszins af van andere radicale verlichters zoals Meslier, La Mettrie en d'Holbach. Die waren zeer strikt materialistisch, terwijl Diderot toch vond dat het materialisme angstaanjagend kil kon zijn. Dus hij vond dat er best ook wat gevoel en hartstocht mocht zijn. En hij vond dat zijn collega's radicale verlichters, laten we zeggen, die hartstocht toch een klein beetje vermoordden door hun kille materialisme." - Diderot zoekt naar een zacht materialisme in zekere zin, een zacht atheïsme. Vindt hij dat bijvoorbeeld in een bepaalde hedonistische opvatting? "Diderot vond inderdaad dat de hartstocht en het genot de enige basis konden zijn voor een nieuwe moraal (hij zegt dat ook letterlijk in zijn werk), waarmee de radicale verlichters toch trachtten op de proppen te komen. Nu is het wel zo dat Diderot vond dat dat materialisme en die genotzucht toch enigszins getemperd moesten worden door de rede. Dus in tegenstelling tot mensen zoals Rousseau en Voltaire vond hij dat niet de rede, maar wel de hartstocht de basis van de moraal is, maar hij vond dat die hartstocht toch gemilderd mocht worden door het gebruik van de rede." - Een 'brother in arms' zouden we dat nu noemen van Diderot, d'Holbach, strikte materialist, atheïst. Alhoewel, naar buitenuit was het toch iemand die gerespecteerd was in de samenleving en die in zijn tijd ook wel bekendstond voor zijn salons. We hebben het daarjuist gehad over die censuur, maar hoe kon d'Holbach eigenlijk in zijn salon de dingen doen die hij wou doen? "Wel, het is belangrijk dat we voor ogen houden dat d'Holbach iemand was van rijke komaf. Het was iemand die had geërfd van zijn oom, die van adel was. En hij was een gerespecteerd burger. Hij was iemand die een zekere rijkdom kende, die ook een buitenverblijf had. Kasteel Grandval heette dat buitenverblijf. En hij was iemand die ook heel gesofisticeerd was. Hij was een echte intellectueel. In het Parijs van die dagen kon iemand als d'Holbach op die manier zijn respect behouden. En het is inderdaad zo dat in het salon van d'Holbach in de eerste fase voornamelijk de Franse verlichters langskwamen. Maar in een tweede fase van het salon kwamen er heel veel gerespecteerde buitenlandse gasten, zoals David Hume en Cesare Beccaria, dat soort van mensen. Zelfs Benjamin Franklin zou er ooit gepasseerd zijn. En het is toch zo dat, laten we zeggen, de staat het niet echt aandurfde om die gerespecteerde mensen aan te vallen door d'Holbach zijn activiteiten te verbieden." - Toch eens eventjes proberen uit te leggen, want hij was ongelooflijk revolutionair in zijn denken. "Hij was inderdaad heel, heel revolutionair. Hij schreef onder andere over de slavernij. De slavernij die destijds in de Franse samenleving aanvaard was, onder meer door Rousseau en Voltaire. Die mensen gingen daar niet tegen in, maar d'Holbach ging daar wél tegen in. D'Holbach beschreef ook een zeer vrije seksuele moraal. Hij vond dat, als het gebeurde met toestemming van beide partijen, er eigenlijk niets op tegen was. Tegen een zeer vrije seksuele moraal. Hij ging ook zeer ver in het materialisme. Hij dacht dat het gedrag van de mensen niet meer was dan een aaneenschakeling van enkele fysische processen. En ook niet meer was dan dat. En dat zijn theorieën die vandaag de dag toch wel zeer sterk leven. Als we de discussies aanhoren over het al dan niet bestaan van een vrije wil… Dat is in filosofische kringen heden ten dage ongelooflijk actueel. Die mannen waren daar destijds mee bezig. Dat betekent dat die mannen toch wel zeer revolutionaire gedachten hadden die tegenwoordig nog steeds hout snijden." - Revolutionaire gedachten die vandaag nog hout snijden. Geen van deze figuren heeft eigenlijk de Franse Revolutie nog mogen meemaken of beleven. Dat geldt voor figuren als Rousseau en Voltaire. Dus de mildere verlichters, zullen we maar zeggen. Die radicale verlichters eigenlijk nog minder. Maar hoe komt het eigenlijk dat die figuren het niet gehaald hebben? "Wel, dat komt omdat het hoogtepunt van het salon van d'Holbach lag tussen 1750 en 1775. Pas daarna is de Franse Revolutie gekomen. Die Franse Revolutie werd getrokken door een figuur, we kennen hem allemaal, Robespierre. En Robespierre was iemand die vooral geïnteresseerd was in macht. Die was niet geïnteresseerd in nieuwe revolutionaire gedachten. Robespierre die steunde zijn theorieën eigenlijk op mensen als Rousseau. Want een van de belangrijke kritieken die we kunnen hebben op Rousseau, is dat hij zeer idealistisch was. En dat hij door zijn theorieën in feite de grondslagen legde voor een zeer totalitaire samenleving. Samenleving waar censuur mogelijk was, een samenleving waar de doodstraf bestond. Een samenleving waar mensen in de gevangenis gesmeten mochten worden wanneer zij intellectueel niet spoorden met de theorieën van de revolutionairen. En laten we zeggen dat Robespierre in die theorieën van Rousseau een middel had gevonden om subversievere revolutionaire gedachten van de radicale verlichters te vermoorden." Björn Siffer over de radicale verlichters. Ten onrechte vergeten, maar meer dan relevant voor de vrijheid van denken vandaag. Dat kun je alvast nalezen in "Het Verdorven Genootschap" van Philipp Blom, uitgegeven bij De Bezige Bij. Dat boek ligt nu in de boekhandel. Meer dan een aanrader. Lezen, dus! MUZIEK Op 3 maart start er een nieuwe activiteitencyclus van de Vrijzinnige Dienst aan de Universiteit Antwerpen, met als thema "Voorbij het atheïsme?". Aan Jurgen Slembrouck, moreel consulent van die Vrijzinnige Dienst, vroegen we naar het opzet en de bedoeling. "De lezingencyclus gaat na wat de plaats is van het atheïsme binnen het vrijzinnig of het seculier humanisme. Een van de vragen die ik mezelf stel: is het atheïsme, of beter, de vraag naar het bestaan van God ook de belangrijkste vraag die vrijzinnig humanisten zich stellen, of gaat het hen om iets anders? Ik denk dat het om iets anders gaat, namelijk om de zoektocht naar betrouwbare kennis, naar morele autonomie of zelfbeschikking, en ook om de scheiding van Kerk en Staat, en in het verlengde daarvan, ook om tolerantie en pluralisme. Vandaar dus de titel "Voorbij het atheïsme?". - Zeg je dan met andere woorden, in die opvatting, in die omschrijving die je net geeft, dat godsdienstkritiek eigenlijk overbodig is of wordt? "Wel, ook dat zit natuurlijk in die vraag 'Voorbij het atheïsme?'. Kunnen we het atheïsme bij wijze van spreken loslaten, is het vandaag niet meer nodig dat godsdienstkritiek wordt geformuleerd? Want, zo merk je, er is een toenemende secularisering, tenminste dat is lange tijd het idee geweest, dat naarmate wetenschap, onderwijs en ook arbeidsdifferentiëring toenemen, de secularisering, dus het minder belangrijk worden van een godsdienstig mens- en wereldbeeld in de samenleving, vanzelf zal doorzetten. En als dat het geval zou zijn, dan zou je inderdaad kunnen beweren dat het veel minder belangrijk is om nog godsdienstkritiek te formuleren. Maar als we kijken naar de plaats die godsdiensten vandaag in de wereld hebben - en we mogen verwachten dat in de volgende jaren het aandeel en het belang van godsdienst misschien nog zullen toenemen - moeten we vaststellen dat godsdienst, of een godsdienstig mens- en wereldbeeld, nog altijd een prominente rol speelt in onze opvattingen over het goede leven. Dat is vaak positief, maar er zijn natuurlijk ook enkele aspecten aan een godsdienstig mens- en wereldbeeld die voor individuele mensen allesbehalve positief zijn. En als je kijkt naar de plaats en de betekenis van godsdienst in de zorgsector of in het onderwijs, dan is het duidelijk dat het godsdienstig mens- en wereldbeeld allesbehalve is uitgespeeld. Daaraan wordt nog altijd een belangrijke plaats gegeven, dat is nog altijd een belangrijk element in de zingeving van heel veel mensen. En nogmaals, dat is vaak positief, maar niet altijd. Dus denk ik dat het nodig is om, op die punten waar het godsdienstig mens- en wereldbeeld op een negatieve wijze interfereert met het geluk van mensen, nog altijd die godsdienstkritiek te blijven formuleren." - Je sprak ook over tolerantie en pluralisme. Als ik je nu bezig hoor over opvattingen over het goede leven, zitten dan met andere woorden die tolerantie en dat pluralisme niet ingebakken in dat humanistische project? "Dat zit er ingebakken in die zin, als je de mens als zingever centraal plaatst, dan mag je ervan uitgaan, gelet op de diversiteit die er is bij de mensen over hun opvattingen over het goede leven, dat je inderdaad binnen dezelfde gemeenschap verschillende visies hebt die van elkaar afwijken. Dat mensen met andere woorden andere ideeën hebben over de vraag op welke manier ze zin kunnen geven aan hun leven, en hoe ze in het leven het geluk kunnen verwerven. In dat soort van project, in een seculiere samenleving waarin de mens als zingever en zijn verlangen om het geluk te vinden centraal staan, heb je bijgevolg vanzelf een pluraliteit, een meervormigheid aan opvattingen over het goede leven. Dat vereist dus ook dat je een zekere tolerantie aan de dag legt ten aanzien van die verschillende projecten die mensen voor zichzelf hebben geformuleerd om het geluk te vinden. Dus tolerantie en pluralisme zijn eigenlijk een noodzakelijk, normaal uitvloeisel van een seculier-humanistische visie op hoe de samenleving moet worden georganiseerd. En in het verlengde daarvan pleiten we uiteraard nog altijd, en misschien met meer nadruk dan daarvoor, voor een scheiding tussen Kerk en Staat. Want mensen kunnen maar gevoelens van betrokkenheid ervaren bij een overkoepelend centraal gezag, wat de staat is. Wanneer zij het gevoel hebben dat die staat niet vooringenomen is ten aanzien van de levensbeschouwelijke overtuiging van haar onderdanen." - "Voorbij het atheïsme?" heeft een zwaar programma: negen avonden, vijf lezingen, twee films, één debat, één café. Als we starten met de lezingen, wat staat ons te wachten, welke lezingen staan op het programma? "Inderdaad een uitgebreid programma. Op 3 maart is Herman Philipse te gast, verbonden aan de Universiteit Utrecht en bij ons vooral bekend vanwege zijn "Atheïstisch manifest" dat hij geschreven heeft. Hij zal het hier in de cyclus hebben over "De basis van de moraal: God of evolutie?". Hij zal duidelijk maken dat mensen van nature uit morele gevoelens hebben. Daarna is het de beurt aan Paul Cliteur, verbonden aan de Universiteit Leiden, bij ons vooral bekend, denk ik, van "Moreel Esperanto", een van zijn vorige boeken. Maar hij heeft nu ook een nieuw werk uit, "Het monotheïstisch dilemma", en hij zal een lans breken voor de scheiding tussen Kerk en Staat. Dan is er Jef Van Bellingen van de VUB, die zal ingaan op de klassieke wortels van het atheïsme. En wat ik belangrijk vind, hij maakt ook duidelijk dat dat klassieke atheïsme van in zijn ontstaan al geïnspireerd was door ethische overwegingen over het goede leven. Een andere lezing is die van Joachim Pas, een van de bezielers van de atheïsmecampagne. Hij komt uitleggen waarom hij het nodig vond om die campagne op te zetten. De laatste lezing is van Jean Paul Van Bendegem en handelt over atheïstische spiritualiteit, een onderwerp dat bijzonder relevant is in het kader van de vraag naar het goede leven." - Maar naast de lezingen zijn er ook twee films, een debat en een café! "Inderdaad! Een documentaire: "Jesus Camp", genomineerd voor een oscar. Naar mijn mening heel erg terecht. De regisseurs slagen er namelijk in om op een afstandelijke manier in beeld te brengen wat levensbeschouwelijke indoctrinatie teweegbrengt. Dat is allesbehalve vrijblijvend. We volgen een zomerkamp in de Verenigde Staten en je ziet hoe kinderen daar echt worden geïndoctrineerd in een bepaalde levensbeschouwelijke overtuiging. Dan is er een wat luchtige film, "Religulous", waarin Bill Maher op zoek gaat naar waarom mensen geloven en wat daar eventueel ook de nadelige gevolgen van kunnen zijn. Heel erg grappig vind ik dat. Dan is er een vrijzinnig café, eigenlijk een informele manier om elkaar te leren kennen. Zowel atheïsten als gelovigen zijn daar welkom. Daar zullen onder andere ook filmpjes worden geprojecteerd, grappige godsdienstkritische filmpjes. Er zal een atheïstische tombola zijn waar mensen vooral boeken zullen kunnen winnen. Bedoeling is dat dat een gezellige en prettige avond wordt. Dan sluiten we de cyclus af met een debat. De centrale vraag van het debat is de (on)wenselijkheid van een militant atheïsme, onder anderen met Ludo Abicht, die recent een boek heeft geschreven waarin hij een pleidooi houdt voor een positief atheïsme. Er is ook Patrick Loobuyck van de Universiteit Antwerpen, Dirk Verhofstadt zal er zijn en Tinneke Beeckman, en ook nog Bart Coenen van de atheïsmecampagne." - Nu, voor mensen die meer informatie wensen over deze cyclus, waar kunnen die terecht? "Alle activiteiten van de cyclus hebben plaats aan de Universiteit Antwerpen. Voor meer informatie kan men terecht op de website van de Vrijzinnige Dienst van de Universiteit Antwerpen. Die vind je op <www.ua.ac.be/vrijzinnigedienst>. Dat was nog Jurgen Slembrouck van de Vrijzinnige Dienst van de Antwerpse Universiteit, over de nieuwe cyclus "Voorbij het atheïsme?", die op 3 maart van start gaat. Daarmee zijn we aan het eind van HVW. Samenstelling en presentatie waren van KVD en FS. De tekst van dit programma kun je bestellen bij de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, Lange Leemstraat 57, 2018 Antwerpen. Tel. 03-233.70.32. En over enkele dagen vind je de tekst ook op <h-vv.be>, waar je de uitzending nog even kunt herbeluisteren. Volgende week heeft KVD het over het nieuwe nummer van HVW-magazine en is er ook een gesprek met David Van Reybrouck, de nieuwe voorzitter van PEN-Vlaanderen. Dit was het wat ons betreft. Nog een goede avond en graag tot volgende week! -- Muziek: 0'10" High Heels – Sakamoto Sakamoto 262975 2'39" I'm Free – The Who P. Townshend 835 389-2 0'40" The unforgiven Apocalyptica Hetfield/Ulrich/Hammett 532.707-2 |