| Hamlet en entropie JP Van Bendegem - RAWA |
|
HVW –
HVR
Uitz.:
22.03.10
Opn.:
18.03.10
Real.:
KVD / FS
Hamlet en entropie, J.P. Van Bendegem / RAWA
Beginwijs
--
Goedenavond luisteraar en welkom
in HVW. Straks, later in de uitzending, praten we met Mariam Rawi, van de
Afghaanse vrouwenorganisatie RAWA. Met haar hebben we het onder meer over de
wenselijkheid van buitenlandse troepen in haar land. Maar eerst “Hamlet en
entropie”, van filosoof Jean Paul Van Bendegem van de VUB. En Karel, Van
Bendegem wil het debat aanzwengelen over de maatschappelijke rol van het wetenschappelijk
onderzoek. Jij had daarover een gesprek met hem!
Klopt, Frank. Jean Paul Van Bendegem stelt
zich vragen over de rol van de wetenschap in de maatschappelijke debatten over
bijvoorbeeld de klimaatopwarming, de bio-ethiek, enzovoort. Hij is daarin
natuurlijk niet de enige, maar 50 jaar na “The two cultures” van C.P. Snow
schrijft hij in “Hamlet en entropie” dat het probleem van toen in wezen nog
steeds hetzelfde is. Daarom pleit hij voor een herdenken van de positie van
wetenschap in het onderwijs en van het wetenschappelijk onderzoek zelf. Even al
een bijna evident voorbeeld met een fragment uit het gesprek dat ik met hem
had.
Er stellen zich een
aantal maatschappelijke noden vandaag die zich 20, 30 jaar geleden niet hebben
gesteld. Ik bedoel: het is toch echt nodig nu dat je de burgers goed informeert
over de klimaatdiscussie. Want zoals het nu aan het draaien is, loopt het uit
de hand, hé. Wetenschappers zitten onder elkaar ruzie te maken. Dat is oké. Dat
is waar wetenschap om draait, ik bedoel… Ik vond dat het eigenlijk wat lang
heeft geduurd. Maar wat moet nu de modale burger denken? Als die klaarstaat om
de gloeilamp uit te draaien om ze te vervangen door een spaarlamp. Die hem toch
weer zoveel euro kost? Dat ie denkt van: ja, maar zeg, als die gasten het niet
met elkaar eens geraken, wat sta ik hier dan geld te verkwisten? Hup… Spaarlamp
er weer uit…
‘Hup, spaarlamp er weer uit.’ De
klimaatopwarming, dus. Van Bendegem met slechts één voorbeeld van waarvoor een
beter begrip van en in de wetenschap nodig is. Maar, weten we, tussen
natuurwetenschappen en geesteswetenschappen zit al lang een kloof. Alfa’s
begrijpen bèta’s niet, en bèta’s alfa’s niet. Dat stelde C.P. Snow intussen
meer dan vijftig jaar geleden al in zijn beroemde lezing “The two cultures”.
Dat zorgde volgens Snow ook voor een antiwetenschappelijke reflex in de maatschappij.
En 50 jaar later stelt Jean Paul Van Bendegem vast dat daaraan nog niet veel
veranderd is. Het onbegrip tussen de wetenschappelijke disciplines blijft groot
en het brede publiek staat er onbegrijpend en onbetrokken bij. Hoe kan het
bijvoorbeeld oordelen over het maatschappelijk belang van wetenschap als die
wetenschappers zelf slecht dialogeren of, laat staan, samenwerken? Daar moet
dringend wat aan gebeuren. Dus gooit Van Bendegem met “Hamlet en entropie” een
knuppel in het hoenderhok. Daarover ging ons gesprek.
Wel, bij Snow was
het hem erom te doen dat er naar zijn aanvoelen blijkbaar een kloof was toen –
ik spreek van 50 jaar geleden – tussen aan de ene kant de exacte
wetenschappers, hé. Denk maar aan natuurkunde, enzovoort. En aan de andere
kant, hoewel dat toen nog niet zo duidelijk afgetekend was, maar wat je wel kon
omschrijven als, zeg maar, de hoogcultuur. Hijzelf gebruikt de term ‘the
literates’, dus de geletterden, zij die bezig zijn met kunst en literatuur,
enzovoort. En dat die twee culturen aan elkaar niets te zeggen hebben. In de
periode van Snow zelf had het ook te maken met de specifieke onderwijssituatie
in Engeland, waar die hoogcultuur effectief ook aan de betere klasse was
voorbehouden. Eigenlijk zag Snow in die exacte wetenschappen ook een instrument
voor ontvoogding. Dat is uiteraard… Nu, vandaag ligt dat anders. Ik zou niet
zeggen dat het verdwenen is, hé. Het is anders.
Eigenlijk gaat het hier over het onbegrip
tussen twee vormen of twee opvattingen van wetenschap en is het een
dovemansgesprek volgens Snow. En dat moet verbeterd worden.
Er is een update
nodig. Een markant verschil tegenover 50 jaar geleden is dat wij nu zoiets
hebben als humane en sociale wetenschappen, en dat in de periode van Snow om te
spreken over een uitgewerkte sociologie, economie, enzovoort … Dat is op
50 jaar enorm veranderd. Dus nu lijkt het mij veel legitiemer om die vraag
opnieuw te stellen. Hoe zit het nu met die verhouding tussen exacte
wetenschappen aan de ene kant, en humane, sociale wetenschappen aan de andere
kant?
Het klinkt een beetje pessimistisch. Het is
er blijkbaar niet op verbeterd, hé, na 50 jaar?
Neen, wat mij
betreft eigenlijk niet, neen. Wat mij betreft… Maar wel, laat ik een heel
actueel voorbeeld geven: het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek. Na de hervorming
telt dat nu 30 commissies, 29 vakgebonden commissies en 1 interdisciplinaire.
Van die 29 vakgebonden zijn er 8 commissies voor humane en sociale
wetenschappen samen. 8 op de 29! Oké, we mogen niet klagen, want dat is een
stuk beter dan zeg maar 20 jaar geleden. Maar dit is nog altijd niet in orde
wat mij betreft. 8 op de 29: die verhouding klopt niet.
Meteen ga je er ook van uit dat wetenschap
tegelijkertijd ook belangrijk is voor uiteraard de maatschappij. Ik denk dat de
mens in de straat nogal een bepaalde opvatting heeft over wat wetenschap is en
dat dat niet helemaal klopt met de werkelijkheid?
Ik merk heel vaak
dat men werkelijk niet het minste benul heeft van wat wetenschap beoefenen is.
Dus, dat is al het eerste. Dus daar zit je al met een enorm probleem. Als men
mij nu vandaag zou vragen, en wij hebben die discussie gehad, ik heb die gehad
met een aantal collega’s … Neem nu aan het hele ding in Genève, de Large Hadron Collider. Er wordt nu opnieuw beloofd dat dat ding op volle
kracht zal draaien, dat we eindelijk de antwoorden zullen krijgen. Ik vond dat
in de aanloop ernaartoe een maatschappelijke discussie waard. Maar ik moet eerlijk
zijn. Ik zou er een beetje voor huiveren om dat vandaag te doen in de huidige
omstandigheden. Omdat het eerder negatief zou kunnen uitdraaien. In de zin dat
als je nu een selectie van burgers zou maken, en hun zou vragen: ‘Oké, het is
jullie belastinggeld dat voor een deel in dit project gaat, wat vinden jullie
daarvan?’ Dan heb ik zelf ook schrik, natuurlijk. Nu, het punt is niet dat ik
daaruit dan het besluit zal trekken: derhalve is het een zeer goede zaak dat we
die burgers daar niet in betrekken. Integendeel. Mijn vraag wordt dan: ‘Wat
moeten wij doen als maatschappij om ervoor te zorgen dat je die burgers er wél
in kunt betrekken?’ Dat lijkt mij de uitdaging te zijn. En nu op het ogenblik,
effectief is dat bijna onbestaande.
Moet je dan bijvoorbeeld gaan uitleggen aan
de burger, of hem/haar laten uitleggen wat entropie is?
Het mag niet zijn
dat je een soort woordenlijst zou meegeven aan de burger, dat als die moeilijke
woorden hoort, weet waarover ze gaan. Het is echt wel een inzicht in wat die
wetenschap doet en wat die kan betekenen voor de maatschappij. En als dat het
nodig maakt dat die een idee moet hebben van wat entropie is, dan uiteraard
wel.
Maar laten we eens gaan kijken naar het
informeren van de burger. Dat begint uiteraard in het onderwijs, hé? Wat het
eerst opvalt in dat onderwijs, is de compartimentering, hé. In de
hokjesmentaliteit van Nederlands, vak afzonderlijk, Geschiedenis afzonderlijk,
Fysica afzonderlijk, Scheikunde afzonderlijk. En volgens een bepaalde
hiërarchie dan. Ook alweer... Moet daar dan ook niet aan gesleuteld worden?
Ik merk dat nog
altijd het idee leeft – misschien iets minder sterk, dat weet ik niet, maar het
leeft in ieder geval, nog blijkbaar bij een aantal leerkrachten – dat je de
wereld kunt opdelen in alfa’s en bèta’s. Ik heb niet voor niets in mijn vorig
boek “Over wat ik nog wil schrijven” expliciet een hoofdstuk opgenomen over
wiskunde en literatuur. Om te laten zien: dat gaat wél samen. Dus in die zin,
die compartimentering die voor een groot deel het gevolg is van de
compartimentering in de wetenschappen zelf. Dat is eigenlijk raar, hé. Als je
kijkt naar een standaardcurriculum in het middelbaar onderwijs, dan zie je
ongeveer de opdeling die je hebt in faculteiten en vakgroepen aan een universiteit.
Het is alsof je ze al wilt voorbereiden op: ‘En jij zult dan in die vakgroep,
en jij in die vakgroep, enzovoort.’ Nu, waar is dat goed voor? Gegeven dat maar
een fractie van die leerlingen na hun universitaire opleiding uiteindelijk in
het onderzoek zal terechtkomen. De vraag moet zijn: hoe zou een opleiding er
moeten uitzien zodat wie uit het middelbaar komt, een burger is die ook kan mee
nadenken en mee beslissen derhalve over maatschappelijke kwesties waarin
wetenschap, technologie duidelijk betrokken zijn?
Maar als je dan eens gaat kijken naar de
universiteiten, dan zit je toch ook met die eilanden van faculteiten die
allemaal aanspraak maken op een bepaald wetenschappelijk onderzoeksdomein,
uiteindelijk, hé?
Een faculteit
wetenschappen of een faculteit letteren en wijsbegeerte met vakgroepen, met
binnen die vakgroepen proffen in de hoogste rang, in de laagste rang
assistenten, etc., dat is zo’n netwerk. Wel, als je die twee netwerken met
elkaar in contact wilt brengen, is het niet nodig dat iedereen met iedereen in
contact komt. Nergens voor nodig. Wat je moet hebben, zijn een paar random
connecties. Je moet dus ergens iemand hebben bijvoorbeeld die zowel iets afweet
van wiskunde als van filosofie, om nu een onverdacht voorbeeld te nemen. Maar het
zou ook iemand kunnen zijn die van alles afweet over scheikunde en over
literatuur. Als je zo een paar van die figuren hebt, kan dat genoeg zijn om die
twee netwerken met elkaar in contact te brengen, zodat kennis vanuit het ene
netwerk zal overvloeien naar het andere. Dus het is in een zekere zin een mooie
gedachte om mee te spelen; het is misschien zelfs een goede zaak om dat niet te
verankeren, om dat niet te institutionaliseren. Want dan zou het ook weer een
georganiseerd netwerk worden.
Wijlen Leo Apostel… In zijn werk naar, in
zijn onderzoekscentrum wou hij eigenlijk toch ook zo die wereldbeelden
stimuleren? Beantwoordt het daaraan?
Als ik kijk wat in
de wereldbeelden gebeurd is, oké, daar zijn een paar zeer mooie zaken gebeurd,
maar er moet naar mijn idee ook nog altijd heel, heel, heel, heel veel
nagedacht worden over de kwestie. En als je nu die mensen bij elkaar kunt
samenzetten, hoe laat je die met elkaar interageren? Dat is eigenlijk de grote
vraag. Nu, ik ben geneigd om te zeggen: een van de zaken die je zeker moet
doen, is het altijd projectmatig benaderen. Je moet ze samenkrijgen rond een
bepaald probleem. Niet rond de vraag: hoe verhoudt uw wetenschap zich tot mijn
wetenschap? Wat dan altijd meespeelt naar mijn gevoel, is de vrijblijvendheid.
Je hebt dan een zeer aangename babbel, na drie uur keert iedereen terug naar
huis en is het ‘business as usual’. Maar als je gezamenlijke projecten zou
kunnen lanceren… En daar natuurlijk zie ik wel een aantal hoopvolle tekenen. Ik
bedoel in bio-ethica bijvoorbeeld. Wel, daar zie ik mensen als Guido Pennings
aan de UGent, Sigrid Sterckx hier aan de VUB en ook voor een deel in Gent, die
dan samen projecten indienen waar én ethici, én biologen, én medici in
betrokken zijn. En dat is echt wel vanuit een maatschappelijke vraag. Ik
bedoel: die kwesties zijn té belangrijk geworden om daar geen ethici in te
betrekken. Daar, denk ik, is er een grote kans om die weg voor te bereiden, om
op die manier die wetenschappen samen te brengen.
Jean Paul Van Bendegem over de noodzaak van
een zinvol debat over de maatschappelijke rol van wetenschap en de organisatie
van onderzoek en onderwijs. U leest er meer over in “Hamlet en entropie”,
uitgegeven in de reeks “Humanismen” van de VUB-Press.
MUZIEK
België is een land in oorlog! Vorige week
nog werd het centrum van Oostende gebruikt als oefenterrein voor een regiment
soldaten dat binnenkort naar Afghanistan zal vertrekken. Wij, de Belgen, gingen
daar, als partners van de NAVO en de Verenigde Staten, het terrorisme bestrijden,
de situatie van de vrouw verbeteren en de democratie herstellen. Maar wat komt
daarvan terecht en is dat wel zo wenselijk? Wij vroegen het Mariam Rawi van de
Afghaanse vrouwenorganisatie RAWA, maar eerst legt ze uit wat voor een
organisatie RAWA is.
“RAWA, wich means the Revolutionary ... work of RAWA
members.”
RAWA staat voor Revolutionary Association of the Women
of Afghanistan, vertelt Mariam Rawi. Het is de oudste vrouwenorganisatie die begon als een politieke en
sociale kracht in 1977 in de hoofdstad Kaboel. Maar al snel moest RAWA
standpunten innemen tegen de Sovjetinvasie en het eigen pro-Sovjetregime.
Later, als een feministische organisatie, moest RAWA vooral optreden tegen de
brutaliteiten en misdaden van de fundamentalisten en de krijgsheren die na de
terugtrekking van de Sovjet-Unie aan de macht kwamen, en niet in het minst
tegen het talibanregime. RAWA organiseerde meetings en demonstraties en bouwde
een website uit. Maar RAWA was ook sociaal actief, vooral op het vlak van
gezondheidszorg en educatie. Zij bouwde scholing uit voor wezen en vrouwen, dé
hefboom voor ontwikkeling. Dat alles natuurlijk met grote veiligheidsrisico’s
en financiële problemen. RAWA kreeg nooit officiële financiële steun en al haar
middelen komen van schenkingen of bijdragen van de eigen leden.
Maar toen de Belgen mee ten oorlog trokken
naar Afghanistan, luidde de officiële motivering: het terrorisme bestrijden, de
levensvoorwaarden van de vrouwen verbeteren en de democratie herstellen. Nu, na
zovele jaren van strijd, wat is daar, voorlopig, van terechtgekomen? Mariam Rawi:
“The current situation is a ... by the U.S. in
Afghanistan.”
De actuele situatie
toont goed aan, zegt Mariam Rawi, dat deze drie motiveringen er enkel waren om
de militaire aanwezigheid van de Verenigde Staten en zijn bondgenoten te
rechtvaardigen. De situatie van de vrouwen is niet verbeterd. Geweld, huiselijk
geweld en verkrachting blijven schering en inslag, en noch de politie, noch de
overheden doen er iets aan. Heel vaak zelfs zijn ze betrokken partij. Van
rechtvaardigheid onder het regime van Karzai is dan ook geen sprake. Bovendien
zien we, zegt Rawi, dat door de aanwezigheid van Amerikaanse militairen
Afghanistan is uitgegroeid tot de grootste producent van opium en op opium
gebaseerde drugs. Het is ook het tweede land geworden op de
wereldcorruptieranglijst. In geen dertig jaar werden de Afghanen met zo’n
corrupt regime geconfronteerd. Zelfs voor de kleinste dingen moet je nu extra
betalen. Ook werd bijvoorbeeld een jong vrouwelijk parlementslid dat zware
kritiek had op het niet respecteren van vrouwenrechten en op de brutaliteiten
van de fundamentalisten, en hen voor de rechtbank wou, uit het parlement gezet.
Zo wordt geen enkele afwijkende stem tegen de bezetting of tegen de
regering-Karzai nog getolereerd. De zogenaamde grondwet en het zogenaamde
nieuwe parlement zijn allemaal slechts zand in de ogen van de internationale
gemeenschap.
Maar België heeft soldaten en straaljagers
in Afghanistan. En er zijn nogal wat mensen die denken dat we jullie daarmee
helpen. Maar toch vraag je de terugtrekking van alle vreemde troepen!
“Of course Belgian … by NATO troups.”
Belgische soldaten
zijn ingeschakeld in de globale strategie van NAVO- en Amerikaanse troepen.
Maar ondanks de individuele goede bedoelingen van die soldaten om naar
Afghanistan te gaan, is praktisch gezien het resultaat niet positief. Volgens
de Verenigde Naties zijn er steeds meer burgerslachtoffers. 2009 was wat dat
betreft het meest dodelijke jaar voor de Afghaanse bevolking. Bovendien kunnen
die buitenlandse troepen nooit een oplossing zijn. Ze maken de situatie alleen
maar erger, zegt Rawi! Er is nu zelfs een punt bereikt waarop de Afghaanse
regering zelf praat over machtsdeling met de taliban. Dat betekent dat in de
laatste acht jaar men er niet alleen niet in geslaagd is de taliban te
verzwakken of Al Qaida te verslaan, maar wel dat ze opnieuw tot een sterke
kracht zijn uitgegroeid! En dat alles ondanks het lijden van de Afghaanse
bevolking onder de bombardementen en luchtaanvallen van de NAVO-troepen, aldus
nog Mariam Rawi.
Wie meer
M
En dan nog even
dit:
“Graag nodigen wij
u uit op de proclamatie van de essaywedstrijd “500 jaar Lof der Zotheid –
Draait de wereld door?”, op 1 april. We hebben 133 inzendingen mogen ontvangen
en dit moeten we vieren. De Zwarte Komedie brengt een interpretatie van “Lof
der zotheid”, Herr Seele modereert en Johan Petit brengt nog een grappige
sketch. Dit allemaal op 1 april in het VOC, Lange Leemstraat 57 in Antwerpen.
Gelieve wel in te schrijven op
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, je hebt Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
of
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, je hebt Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
, of op het telefoonnummer 03 233 70 32.
Kijk gerust op de website www.lofderzotheid.eu.”
M
Daarmee zijn we aan het eind van HVW.
Samenstelling en presentatie waren van KVD en FS. De tekst van dit programma
kun je bestellen bij de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, Lange Leemstraat
57, 2018 Antwerpen. Tel.: 03 233 70 32. En over enkele dagen vind je de tekst
ook op h-vv.be,
waar je de uitzending nog even kunt herbeluisteren. Volgende week zijn we er
weer en dan hebben we het over Bomspotting, de actie tegen kernwapens in België,
en heeft KVD het over Leopold Flam. Dit was het wat ons betreft. Nog een goede
avond en graag tot volgende week!
Muziek:
10” High Heels – Sakamoto Sakamoto 262975
3’30” Afghanistan – L. Zevenbergen L. & H. Zevenbergen CUP 8023
50” Nobody
is illegal – J. Neve J.
Neve 1708963
|