Home arrow Onze Media arrow Radio/ Tv arrow HVW De Bijbel Geert Lernout
HVW De Bijbel Geert Lernout

Opname: 19.06.08

Uitz.: 23.06.08

Samenst.: KVD

Muziek:

15” The unforgiven Apocalyptica Hetfield, Ulrich, Hammett 532.707-2

Maar we hebben het ook met Geert Lernout over de Bijbel. Of preciezer: over het boek Genesis en het ontstaan daarvan. Een en ander naar aanleiding van ‘In den beginne’, zijn boek daarover. En daar beginnen we mee, in een bijdrage van KVD.

Spinoza is de held van mijn boek. Op een bepaald moment is er ineens die Amsterdamse jood die ruzie krijgt met zijn gemeenschap en actief uit die gemeenschap wordt gezet, geëxcommuniceerd, en die zich niet bekeert tot het christendom. Maar die wel de Bijbel gaat lezen. Die filosofisch bezig blijft, volledig onafhankelijk. En die begint de Bijbel te lezen op een volledig nieuwe manier: is de Bijbel een boek dat ondubbelzinnig vertelt wat God met de mensheid voorheeft? En dan komt hij tot de conclusie dat men dat helemaal niet kan doen, dat de Bijbel een boek is, eigenlijk een boek zoals alle andere, een boek dat op een bepaald ogenblik geschreven is door een bepaalde groep van mensen, of door één persoon voor een heel duidelijke groep van andere mensen.

Geert Lernout over Spinoza en de Bijbel, ‘geschreven door een bepaalde groep mensen, voor een andere groep mensen’. De Bijbel als mensenwerk, dus, een inzicht dat je reeds vindt bij Spinoza in de 17de eeuw. Vandaar ook de fascinatie van Geert Lernout voor Spinoza. Lernout doceert Vergelijkende Literatuurwetenschappen aan de Universiteit Antwerpen en onderzocht ook de ontstaansgeschiedenis van het boek Genesis. Genesis, met daarin o.m. het scheppingsverhaal, Adam en Eva, de zondeval, de zondvloed en de aartsvaders. Genesis is dan wel het eerste boek uit de joodse en christelijke Bijbel, maar niet het oudste. Geert Lernout beschrijft ook hoe er telkens nieuwe versies en lezingen van dat boek ontstonden door toevoegingen, schrappingen, canonisering, vertalingen, enz. Naargelang de behoeften van een bepaalde groep op een bepaald moment. Ongeveer zeker is: de eerste geschreven versie ontstond na de 4de eeuw, na de Babylonische ballingschap, als een mogelijke legitimatie van de religieuze en wereldlijke macht van een bepaalde joodse groep in het koninkrijk Israël. Een soort joodse grondwet, zeg maar. En daarbij werden blijkbaar verhalen uit een oudere mondelinge traditie gebruikt. Met Geert Lernout hebben we het over wie, waarom en wanneer. En dat was meteen ook de eerste vraag.

Het is laat ontstaan in het jodendom. Het jodendom bestond al een hele tijd, er was een bepaalde vorm van jodendom en die was gebaseerd op de Wet, op de Thora, en die Thora staat in twee van de eerste vijf boeken, niet in het boek Genesis. En men vermoedt nu dat het boek Genesis vrij laat in het jodendom ontstaan is, na de ballingschap in elk geval, en dat het boek heel specifiek geschreven is als een soort inleiding op die wetboeken. Dus de wetboeken waren er eerst en dan heeft men een soort inleiding geschreven met het ontstaan van de aarde, waar de zonde vandaan komt, waar de zondvloed vandaan komt en dan waar de aartsvaders vandaan kwamen. Zodanig dat men het hele opzet had om dan in de volgende reeks boeken Mozes en de Wet te kunnen inleiden.

U hebt eventjes verwezen naar de mensen die het boek geschreven hebben, en het jodendom bestond dan al een hele tijd. Waarom is men eigenlijk zo laat begonnen met het schrijven van dat boek?

Uiteraard was het oorspronkelijke jodendom geen schriftcultuur, maar een mondelinge cultuur. Zoals alle culturen, ook de Griekse en de Egyptische cultuur. Men is beginnen te schrijven. En dat is laat gebeurd, vrij laat. En er zijn sporen in de Bijbel zelf van de overgang van een mondelinge cultuur naar een schriftelijke cultuur. Bv. de profeet Jeremias, een oudere profeet die nog van voor de ballingschap dateert, zegt op een bepaald moment: ‘We gaan ons toch niet de les laten spellen door die schrijvers, door die kopiisten die nu ineens met boeken afkomen?’ Men vermoedt dat dat boek het boek Deuteronomium is of het zou ook een van de andere wetboeken kunnen zijn, waarbij dan één subcultuur van de joden een soort grondwet aanbracht, terwijl de vroegere relatie van het volk van Israël met God via de profeten liep, en het waren in principe mondelinge profeten. Die hadden een directe lijn met God en die konden aan het godsvolk vertellen wat dat volk dan moest doen.

Dus op een bepaald ogenblik is er iemand geweest die de opdracht heeft gegeven of de opdracht op zich heeft genomen om die orale boodschappen en verhalen neer te schrijven? Wie zou dat kunnen zijn geweest?

De Amsterdamse hoogleraar en rector Karel van der Toorn heeft in een vrij recent boek gezegd dat er een soort schriftcultuur bestond aan het hof van Jeruzalem. En dat het vanuit die schriftcultuur zou zijn dat men die teksten is gaan neerschrijven. En dat is een heel beperkte periode en een heel beperkte groep van mensen. Die zouden zich bevonden hebben in Jeruzalem in de buurt van de Tempel en zij zouden eigenlijk bijna een soort grondwet hebben willen maken waar ze dan ook een geschiedenis voor nodig hadden. Hij komt tot die conclusie op basis van vergelijkingen met andere culturen, o.a. de Egyptische cultuur en de Assyrische culturen.

U hebt even gezegd dat het gaat om een soort van grondwet of toch om legitimering van een grondwet. Kunt u daar een beetje meer uitleg over geven? Waarom was die nodig?

Die is natuurlijk voor de cultuur van de staat Israël die er op dat ogenblik was en die geprangd zat tussen twee grote invloedssferen. Enerzijds had je Egypte in het zuiden, en in het oosten zaten had je op dat ogenblik de Perzische cultuur, maar daarvoor had je de grote Mesopotamische culturen. Die twee grote machtsblokken, daar zat Israël tussen. Op het ene moment waren ze vazal van de Egyptenaren, op het andere moment waren ze eigenlijk slaven van de Perzen of van de Assyriërs of van de Babyloniërs. En op een bepaald moment, als ze dan een soort van onafhankelijkheid krijgen, zetten ze zich af tegen alle twee. En dat zie je bv. in het scheppingsverhaal dat de god van Genesis niet alleen de sterren maakt, maar ook de dieren maakt. En dat is iets wat de andere goden niet doen. En dat is een soort commentaar op de twee culturen, omdat natuurlijk de sterren en de planeten een soort goden waren voor de Perziërs en voor de Mesopotamische culturen, en de Egyptenaren dieren aanbaden. Dus eigenlijk: ‘Onze god is de beste, de god van Israël is degene die alles gemaakt heeft, zelfs de goden van de anderen’. En dat is dan het voordeel natuurlijk van een monotheïsme te zijn, dat je maar één god hebt, want dat is dan automatisch ook de god van alle andere goden.

Er is ook herhaaldelijk sprake in de Bijbel van ‘Het Beloofde Land’. Het Beloofde Land aan de joden, aan de Israëlieten die sinds mensenheugenis op zwerftocht zijn door allerlei woestijnen, en – u hebt het zelf ook gezegd – in Egypte zijn aangeland, volgens de Bijbel dan en zo. Er is ook de Babylonische ballingschap geweest. Is het toevallig dat na die ballingschap de Bijbel, de neergeschreven versie dan, ontstaat, als een vorm van, laten we maar zeggen, legitimatie van aanspraken op dat Beloofde Land?

Dat is, ook weer volgens Karel van der Toorn, inderdaad een van de problemen: de mensen die uit de ballingschap terugkwamen, vormden een elite en hadden dan, volgens de verhalen die in de Bijbel zelf verteld worden, moeite om zich in het voor hen Beloofde Land te vestigen, omdat daar nog andere joden woonden die niet op ballingschap waren geweest. Dan moet je natuurlijk legitimeren als je van ver komt, want anders kun je niet zeggen: ‘Wij weten hoe het echte jodendom is’. Hoe kan dat als je weggegaan bent? Dus moet je dat dan inderdaad legitimeren. En het is niet zozeer de aanspraak op het land – dat heeft men er later van gemaakt –, maar het is de aanspraak, denk ik, op dat ogenblik, op degene die de macht heeft, degene die letterlijk mag neerschrijven wat er zal moeten gebeuren.

Er wordt dikwijls verwezen naar de mogelijke opdrachtgevers voor de schriftuur dan, uiteindelijk van de Bijbel, van de heilige teksten, van die grondwet zoals je die misschien kunt noemen. Men verwijst dan dikwijls naar de koningen David en Salomo. Hebben die er iets mee te maken?

Die hebben er niets mee te maken. Die zijn veel te oud. Het zou kunnen dat een deel van de verhalen waarop alles gebaseerd is, ouder is dan de ballingschap en teruggaat op verhalen die al in het koninkrijk van bv. David – als David ooit geleefd heeft – bestonden. Maar juist omdat dat mondelinge verhalen zijn, kan men dat niet hardmaken en daar kan men niet zeker van zijn.

Want als men de Bijbel leest, dan is precies die periode van de koningen David en Salomo wel een hoogtepunt uit die joodse, Israëlitische geschiedenis, met een sterk nationaal bewustzijn op dat ogenblik, hé. Is dat dan helemaal uit de lucht gegrepen?

Het is niet uit de lucht gegrepen, maar het is waarschijnlijk gebaseerd op iets wat veel kleiner was dan wat men ervan gemaakt heeft. Het is uiteraard heel moeilijk om dat soort van dingen te onderzoeken, maar men heeft plaatsen teruggevonden – o.m. in Jeruzalem, maar ook op andere plekken – die van David of van zijn zoon geweest zouden kunnen zijn en waarvan men kan aannemen dat ze stadjes waren die niet de wereldsteden waren zoals ze beschreven zijn in de Bijbel. Met contacten over de hele wereld. Maar dat waren eigenlijk boerendorpen die niet veel groter waren dan – weet ik veel – Lier of zo. Dat waren geen metropolen zoals ze beschreven staan in de Bijbel. Maar het is natuurlijk zo – en dat hebben alle volkeren gedaan – dat je, als je in de ellende zit, of je bent nu weinig belangrijk, jezelf kunt legitimeren door ergens in het verleden een enorme, bloeiende maatschappij te veronderstellen, waar jij dan van afstamt.

Dus moet men eigenlijk heel goed oppassen als men de Bijbel gaat lezen op een bijna letterlijke manier? Nu, is de letterlijke lectuur van de Bijbel een heikele zaak?

Dat is altijd een heikele zaak. Niet alleen met de Bijbel, maar met ieder boek. Zeker met het soort van boeken waarvan men later gaat vertellen dat ze van God komen. Men moet ieder boek kritisch bekijken, men moet het proberen te plaatsen in de tijd waarin het ontstaan is. Het boek heeft sowieso een waarde als een uitspraak, als een historische uitspraak. Maar dan is het bv. een historische uitspraak die veel meer vertelt over de tijd van de mensen die het boek geschreven hebben dan over de tijd waarover het gaat. M.a.w. als zij zeggen dat David en zijn zoon een enorm rijk hadden, dan zegt dat heel veel over hun tijd, niet noodzakelijk iets over de tijd van David of Salomo.

Geert Lernout over de Bijbel en de noodzaak van een omzichtige en kritische benadering van dat boek. Wil je daar meer over weten, dan is er dus ‘In den beginne … Van Adam en Eva tot ID’. Het boek werd uitgegeven bij Meulenhoff en Manteau, en je vindt het in elke goede boekhandel. Een stevige aanrader!

 

 

Valide CSS!