Home arrow Onze Media arrow Radio/ Tv arrow Guus Kuijer over geluk
Guus Kuijer over geluk

HVW – HVR

 

Uitz.: 04.01.2010

Opn.: 17.12.2009

Real.: Frank Stappaerts

 

Guus Kuijer over geluk

Beginwijs

--

Goedenavond luisteraar en welkom in HVW. In deze eerste uitzending van het jaar wensen we u ook het allerbeste: een goede gezondheid, zinvol werk, veel creativiteit en een behoorlijke dosis geluk. Maar wat is geluk? En misschien vooral, hoe word je gelukkig? Guus Kuijer schreef er een boek over. En wij gingen praten met de auteur.

 

M

 

Guus Kuijer is vooral bekend van zijn kinderboeken. De eigenwijze en ongedwongen Madelief en de iets oudere Polleke hebben vele harten veroverd. Guus Kuijer won verschillende keren een Gouden Griffel en een Zilveren Griffel, en al in 1979 ontving hij de Staatsprijs voor kinder- en jeugdliteratuur. Maar in 2006 kwam er onverwacht een essaybundel voor volwassenen. Wat was de aanleiding tot die overstap? Guus Kuijer:

 

Voor veel lezers was het een overstap. Voor mij niet, omdat ik in het verleden, tussen de kinderboeken door, altijd voor volwassenen ben blijven schrijven. Alleen niet met zo’n groot succes als met mijn kinderboeken. Maar de directe aanleiding was de moord op Theo van Gogh. Ik heb toen gedacht dat ik me ermee moest bemoeien en toen heb ik geschreven “Hoe een klein rotgodje God vermoordde”. Ik heb daarbij ook gezinspeeld op de naam van Theo, die God betekent, en God was dus eigenlijk vermoord door een klein rotgodje. Maar ik heb geprobeerd te analyseren hoe het zover gekomen was en hoe verkeerd heilige teksten worden gebruikt door dit soort misdadigers.

 

Sindsdien heb je nog enkele boeken geschreven voor een volwassen publiek en het lijkt wel of je alle grote maatschappelijke thema’s even wilt aansnijden!

 

Ik beperk me, geloof ik, toch wel, hoor! In het tweede boek, dat ik daarna schreef, “Het doden van een mens”, heb ik geprobeerd aan te snijden wat ik onder schadelijk en onder onschadelijk geloof versta. Ik ben zelf niet gelovig, maar ik heb niet de indruk dat alle vormen van religiositeit gevaarlijk zijn, misschien zelfs positief uit kunnen pakken. Ik heb het idee dat vrijzinnige gelovigen en ongelovigen elkaar nodig hebben om tot een redelijke samenleving te komen. Daarom heb ik dat boek geschreven, waarin ik het programma van Calvijn analyseer. Nederland wordt gekenschetst als een calvinistisch land en het leek me van belang om vooral in het jaar van Calvijn met een boek te komen waarin ik mijn oordeel over de persoon Calvijn en zijn leer uitspreek.

 

Je laatste boek heet “Hoe word ik gelukkig? Een zelfhulpboek”. Toch, als ik het goed begrepen heb, een ietwat ironische titel!

 

Die toevoeging wel. Tegelijkertijd schetst het boek toch een weg naar geluk dat je zelf moet vinden. Dus in die zin is het een zelfhulpboek. Maar het is niet een boek waarin ik uitleg dat er een bepaalde methode is om gelukkig te worden. Dat naar mijn idee geluk gemaakt wordt door spanning en door heftige interesse, door passie voor het leven.

 

Geluk is meer dan de afwezigheid van verdriet, zeg je!

 

Ja kijk, als geluk en verdriet elkaars tegenpolen waren, dan bestond er geen geluk, want verdriet is onvermijdelijk. Er zijn ook onoplosbare problemen in ieders leven. Als die geluk in de weg zouden staan, dan bestond het niet. Maar je kunt verdrietig zijn over een bepaald aspect in je leven, en toch met zoveel passie en geestdrift het leven aangaan dat je het ervaart als gelukkig.

 

Is geluk sowieso bereikbaar? Ik bedoel dan als duurzame toestand!

 

Ik ervaar dat zelf wel! Ik hoor van andere mensen dat ze eigenlijk alleen hun topervaringen zien als geluk. Maar ik ervaar de sleur en het dagelijks naar mijn werk gaan, het opstaan, samen met mijn vrouw, het gewone dagelijkse leven als bijzonder gelukkig. Dat leven bestaat niet voortdurend uit hoogtepunten. Dat kalme maar intense leven van voornamelijk thuis-zijn en af en toe eens je neus buiten de deur steken, dat ervaar ik als een bijzonder groot geluk. Dus, ook alweer als je geluk beschouwt als een opeenvolging van hoogtepunten, ja dan bestaat het ook weer niet. Het eenvoudige, het naar buiten gaan en naar je tuin kijken of in je tuin werken, met de mensen praten, als dat aangenaam verloopt, dan ervaar ik dat als bijzonder gelukkig.

 

Het is een persoonlijke ervaring, maar je komt er niet toe op je eentje, zeg je! Om dat geluk te bereiken heb je de ander nodig!

 

Ja, ik bedoel eigenlijk meer… Ik heb natuurlijk de ander nodig, maar ik voel me gelukkig omdat ik van betekenis kan zijn voor iemand anders. In dit geval natuurlijk in de eerste plaats voor mijn vrouw. Maar als je, ook in wijdere zin, van betekenis kunt zijn voor anderen; als je, bijvoorbeeld in mijn beroep, dingen schrijft waar mensen wat aan hebben, dan vervult mij dat met grote tevredenheid. Voor mij grenst dat aan geluk. Maar dat geldt natuurlijk ook voor de timmerman: als die zijn werk met geestdrift doet en iets goeds, kwaliteit aflevert, en de mensen nemen dat dankbaar in ontvangst, dan moet dat toch een geluksgevoel geven, lijkt het mij. Dus als je je werk met geestdrift doet, als je geestdriftig liefhebt, als je het aangenaam vindt om met mensen in contact te zijn, dan levert dat naar mijn gevoel geluk op.

 

Het is een zelfhulpboek. Van een zelfhulpboek verwacht je een sleutel tot dat geluk. Nu, die sleutel, wat is dat? Ik denk dat je het ergens interesse noemt!

 

Ja interesse, wat natuurlijk ook een tweeledige betekenis heeft: het heeft in zich ‘belang hebben bij’ en ‘belangstelling hebben voor’. Wij hebben natuurlijk belang bij elkaar, maar ‘belangstelling hebben voor’ geeft er een soort moreel sausje aan, en daar heb je geloof ik het meeste geluk uit. Belangstelling hebben voor iemand anders verdiept je gevoelsleven. Het is heel moeilijk om jezelf te leren kennen door alleen maar in de spiegel te kijken of in je eentje te zitten piekeren. Je ziet jezelf eigenlijk het beste door de ogen van anderen. Dat betekent niet dat je probeert anderen te behagen, welgevallig te zijn, maar via de belangstelling die je voor de andere hebt. Als je een studie maakt van je partner, of van je buurman, dan krijg je jezelf voorgeschoteld op een bepaalde manier en daarmee verdiep je je zelfkennis en verhoog je de mogelijkheden om voor anderen van betekenis te zijn. Maar het loopt altijd via de ander. Je hebt dus belang bij de ander, terwijl je tegelijkertijd belangstelling hebt voor die ander.

 

MUZIEK

 

Guus Kuijer, ergens in je boek breng je ook de relatie gevoel/verstand ter sprake. Wanneer je nu een zelfhulpboek schrijft, dan denken de meeste mensen onmiddellijk aan gevoel. Maar gevoel alleen doet het niet, zeg je!

 

Het verstand wordt getriggerd, zal ik maar zeggen, door het gevoel. Je krijgt een impuls, iets trekt je aan of stoot je af en dan vervolgens komt het verstand aan bod. Als iets je afkeer oproept, dan kun je je gaan afvragen waarom dat zo is. Of bijvoorbeeld, ik zeg maar, angst: je ziet iemand die eruitziet als een vreemdeling en de eerste reactie is schuwheid, op zijn minst. Of: wat hebben we nou?, een wat-heb-ik nou-aan-mijn-fiets-hangengevoel, een zekere mate van afkeer. Als je dat gaat analyseren, als je je verstand gaat gebruiken, dan denk je: nou, dat gevoel van angst of afkeer berust misschien op niets anders dan een soort instinct dat dieren ook hebben. Als ik nou eens met die vreemdeling ga kennismaken, dan zou het kunnen zijn dat mijn gevoelens daardoor veranderen en verdiepen. Dus het gevoel komt eerst, maar dan, als je je verstand niet inschakelt, dan blijf je in dat gevoel van afkeer hangen. Hetzelfde geldt voor bewondering. Ik heb in mijn boek het voorbeeld genoemd van de sterrenhemel. Als je die voor het eerst ziet, word je overweldigd door die schoonheid, en dat gevoel is natuurlijk waardevol. Maar je kunt dat gevoel verdiepen door kennis te nemen van die sterrenhemel, door je verstand in te schakelen. Dan wordt dat vluchtige gevoel een gevoel dat je je leven lang zal begeleiden. En dan zeg ik niet dat je je in alles moet verdiepen, maar je moet je wel af en toe ergens in verdiepen om een gezond en volwassen gevoelsleven te ontwikkelen. En daar heb je je verstand bij nodig. Het verstand is de sleutel tot je gevoelsleven.

 

Maar ook zeg je dat je moet leren, blijven leren, belangstelling tonen!

 

Dat komt eigenlijk op hetzelfde neer, hé. Door te leren verdiep je je gevoelsleven. En door de aanstekelijkheid waarmee je… Als je leert en je wordt enthousiast over iets, dan kan het zijn dat je anderen daarmee aansteekt. Je kunt voor anderen het leven aanstekelijk maken. Jouw manier van leven kan anderen aansteken tot enthousiasme. Daarmee verwerf je betekenis voor anderen. Kijk, ik heb het niet over mensen die depressief zijn, daar kunnen ze niets aan doen, die moeten naar de psychiater en zo, maar als je in staat bent tot enthousiasme en tot belangstelling, dan kun je betekenis verwerven voor anderen, die je dan kunt meeslepen in je enthousiasme. Betekenis verwerven betekent eigenlijk dat je gelukkig bent, denk ik.

 

Maar op die manier zit er dan toch ook een maatschappelijk surplus aan gelukkig zijn. Gelukkige mensen geven een betere samenleving!

 

Zo is het! Dus als je je best doet om gelukkig te zijn, dat klinkt raar, maar dan draag je eigenlijk bij aan onze samenleving. Dus ik denk dat mensen die ernaar streven om gelukkig te zijn, iets sociaals doen. Ik stel dan ook ergens: leren is een sociale activiteit. Leren doe je eigenlijk om iemand te worden voor anderen.

 

In je boek schrijf je ook over kunst, vooral dan Goya en van Gogh komen aan bod. Voor jou gelukkige mensen!

 

Die heb ik natuurlijk genomen omdat ze algemeen bekend staan als ongelukkige mensen. Goya wordt altijd beschreven als een heel getormenteerd mens en bij van Gogh is het duidelijk zelfmoord. Dat betekent dat hij wel heel ongelukkig moet zijn geweest. Het is waar dat, als je zo’n leven bekijkt vanuit de zelfmoord, ja dan ga je alles inkleuren en dan wordt op een bepaald moment die zelfmoord logisch. Maar als je naar zijn schilderijen kijkt, vooral na zijn donkere Hollandse periode, na zijn Drentse periode, als je zijn Franse schilderijen bekijkt, dan kan ik me toch niet aan de indruk onttrekken dat hij, in ieder geval tijdens het schilderen, gelukkig was. Je ziet prachtige, intense, warme landschappen. Je ziet bloeiende boomgaarden, je ziet een intens levensgenot. Dus je kunt op zijn minst stellen dat, zolang hij schilderde, hij gelukkig was. En van Gogh schilderde bijna altijd! Dus mijn stelling is: in dat werk heeft hij zijn plaats in de wereld gevonden, en omdat hij sociaal niet zo sterk was, heeft hij op een bepaald moment besloten om zijn mensenliefde te laten blijken uit zijn werk. En dat is hem gelukt. Hij heeft ook altijd geweten dat hij ooit de gewone mensen, het volk, daarmee zou bereiken. Hij heeft daar nooit aan getwijfeld. Hij heeft er wel aan getwijfeld of hij ooit de kunstcritici zou bereiken, maar nooit of hij het volk daarmee zou bereiken. En daar heeft hij gelijk in gehad. Dat moet hem een geweldig geluksgevoel gegeven hebben. Bij Goya… Kijk, het misverstand is, vind ik, dat, als je je nachtmerrie schildert, zoals Goya heeft gedaan, je daarmee aantoont dat je een ongelukkig mens bent. Maar iedereen heeft nachtmerries! Ik ook, terwijl ik me beschouw als een gelukkig mens. Als je het van belang vindt om de irrationele kant van de mens ook te laten zien, zoals Goya gedaan heeft, dan betekent dat nog niet dat je vindt dat de mensheid een ongelukkig zootje is. Goya heeft zelf aan het eind van zijn leven gezegd dat hij dolgelukkig was, met zijn werk, met zijn manier van zijn. Dus hij heeft, omdat hij heeft kunnen werken, omdat hij vrij is geweest om te werken zoals hij wilde, voor zichzelf een geweldig geluksgevoel opgebouwd. Maar dat wil niet zeggen dat je blind bent voor de werkelijkheid en voor de wreedheid ook van het leven. Dat wil dat helemaal niet zeggen.

 

MUZIEK

 

Guus Kuijer, je hebt een hele reeks jeugdboeken geschreven, je ingeleefd ook in de psychologie van kinderen. Maar wat met kinderen en gelukkig zijn? Is het met andere woorden iets wat je onderweg moet aanleren, of is het iets wat je onderweg kwijtraakt onder invloed van bijvoorbeeld ouders of de school?

 

Ik denk dat kinderen in principe door hun leergierigheid gelukkig zijn, ja. Maar je kunt dat inderdaad bederven. Kinderen kunnen met zoveel tegenslag te maken krijgen dat ze eraan onderdoor gaan. Dat bestaat! Maar ik geloof dat die leergierigheid die de zuigeling heeft zo sterk is. De meeste kinderen overleven de meest bizarre gezinnen en scholen. Maar er is een aantal kinderen dat daaronderdoor gaat. Dan knapt er iets vanbinnen, dan wordt het heel moeilijk, denk ik, om de weg terug te vinden. Dus ik denk dat in principe kinderen gebouwd zijn op geluk. Je ziet het ook trouwens aan kinderen bij dieren, jonge dieren, die speelsheid hebben ze allemaal. Als je ze opsluit in een naar hokje, dan kunnen ze dat natuurlijk verliezen, die dieren ook. Maar ik geloof dat alle jonge wezens zo gretig het leven binnenstappen dat ze gebouwd zijn op geluk, ja dat geloof ik wel.

 

Jijzelf hebt een tijd lesgegeven. Nu, in die context, wat zie je dan als de belangrijkste taak voor een opvoeder, voor een leraar, om dat geluk bij die kinderen te bevorderen?

 

Interesse wekken! Interesse voor het leven, en dat kun je voorleven door zelf geïnteresseerd te zijn, maar ook bij dit speciale kind op zoek te gaan naar aanleg en die aanleg te ontwikkelen. Die aanleg heeft altijd te maken met interesse. Op zoek gaan naar datgene waarvoor het kind zich interesseert en daaraan je onderwijs, je opvoeding aanpassen en het kind aanmoedigen om in die interesse door te gaan. Dat lijkt me de belangrijkste taak van het onderwijs: interesse wekken. Niet zozeer leerstof binnenproppen, maar interesse wekken. Dat is moeilijk, hoor!

 

“Hoe word ik gelukkig?” blijft toch een optimistisch boek?

 

Als ik een pessimistisch boek daarover geschreven had, dan had ik gelogen omdat ik mezelf gelukkig voel. Dus, ik kan niet anders dan dat!

 

Niet anders kunnen dan optimist zijn, omdat je gelukkig bent! Dat was nog Guus Kuijer. Zijn boek “Hoe word ik gelukkig? Een zelfhulpboek” is een uitgave van Athenaeum-Polak & Van Gennep en is te koop in de goede boekhandel. En dan nog even dit:

 

M

Vijfhonderd jaar geleden schreef Desiderius Erasmus zijn “Lof der Zotheid”. U kunt in zijn voetsporen treden door mee te doen met de essaywedstrijd “500 jaar Lof der Zotheid/Draait de wereld door?”. Neem uw pen voor enige satire of een humoristische én humanistische kijk. Geef uw creativiteit vrij spel en zend uw tekst van maximaal vijf pagina’s naar Dit e-mail adres is beschermd door spambots, je hebt Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken , en dit vóór 1 maart 2010. Alle info vindt u terug op www.lofderzotheid.eu. De winnaars worden bekendgemaakt tijdens het satirefestival op 1 april, en de juryleden zijn Monika van Paemel, Herr Seele, Dorian Van der Brempt, Annelies Verbeke en Johan Sanctorum. Hou onze Erasmusactiviteit in de gaten! Veel succes alvast… en veel inspiratie!

M

 

Daarmee zijn we aan het eind van HVW. Samenstelling en presentatie waren van FS. De tekst van dit programma kun je bestellen bij de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, Lange Leemstraat 57, 2018 Antwerpen. Tel.: 03 233 70 32. En over enkele dagen vind je de tekst ook op h-vv.be.

Volgende week zijn we er weer en dan heeft KVD het over het joods museum en praten we met Rik Pinxten en Ghislain Verstraete over hun laatste boek “Doe-het-zelfdemocratie”, een uitgave van EPO.

Dit was het wat ons betreft. Nog een goede avond en graag tot volgende week!

 

Muziek:

10”       High Heels – Sakamoto                        Sakamoto        262975

15”       Nothing to fear – C. Rea                       C. Rea              4509-90995-2

2’30”     The Future – L. Cohen               L. Cohen          472498 2

2’30”     Mr Bobby – M. Chao                M. Chao (?)      24381 03212 1

 

 

Valide CSS!