Home arrow Onze Media arrow Radio/ Tv arrow GO en levensbeschouwelijke vakken
GO en levensbeschouwelijke vakken
HVW 17.10.2011 - WF / GO en levensbeschouwelijke vakken / R. Commers

Opname:     13.10.2011
Uitz.:        17.10.2011
Samenst.:    KVD/FS

Muziek:
0'25"    Signe        E. Clapton    E. Clapton            9 45024-2
1'10"    La Vigüela    Gotan Project    P.C. Solal/E. Makaroff/H. Mueller    YABO23CD.6127112

Goedenavond en welkom bij HVW. Straks praat FS met Ronald Commers over "De kritiek van het ethisch bewustzijn". En dan hebben zij het onder meer over het proces van de taal van de ethiek. Maar we beginnen met een bijdrage van het WF en een gesprek met deze dame:

"Ik ben Raymonda Verdijck, afgevaardigd bestuurder van het GO, het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap."

Raymonda Verdijck van het GO te gast bij het WF. Met een gesprek over levensbeschouwelijke diversiteit in het onderwijs. Want de levensbeschouwelij-ke vakken worden, alvast wat het officiële onderwijs betreft, wel erg in vraag gesteld. Wegens schoolorganisatie, maar ook om principiële redenen. Het WF volgt het allemaal op de voet en is dan ook benieuwd naar hoe het GO daarover denkt. Daarom een gesprek met Raymonda Verdijck van hert GO.
Maar om te beginnen toch vooral dit: het GO heeft een eigen pedagogisch project. Dat heeft uitdrukkelijk aandacht voor de taak van het onderwijs in deze multiculturele samenleving. En die omschrijft Raymonda Verdijck wat het GO betreft alvast zo:

"Wij zijn er als GO voor alle kinderen, met alle mogelijke visies en levensbe-schouwingen. En bij ons is het zeker welkom om die dialoog te gaan realiseren. Dat is ook wat wij willen nastreven. Jonge mensen zitten op school, maar komen daarna ook terecht in een wereld waar ook die heel grote diversiteit aanwezig is, ook in de arbeidsomgeving. Wij willen jonge mensen voorbereiden op de wereld waarin zij zullen terechtkomen. En dat kun je niet doen door hen te gaan afscheiden van wat anderen zijn of hoe anderen naar de dingen kijken."

- Diversiteit, gelijke onderwijskansen en actief pluralisme, het zijn maar enkele sleutelwoorden van de pedagogische eigenheid van het GO. En dan gaat het ook over levensbeschouwelijke diversiteit. Dat uit zich in het GO onder meer door het aanbieden van verschillende levensbeschouwelijke vakken. Levens-beschouwelijke diversiteit, dus, maar hoe zit het dan met de dialoog tussen die levensbeschouwingen? Of noem het maar meteen actief pluralisme. Daarover Raymonda Verdijck.

"Actief pluralisme houdt uiteraard in dat mensen met elkaar in aanraking komen en in ontmoeting kunnen samenleven. Dat is een vorm van dialoog, niet dat ze in aparte hokjes worden geplaatst, maar dat men echt met elkaar in overleg gaat en in gesprek, en in confrontatie soms, elkaar leert kennen. Dat men over de levensbeschouwingen heen over de manier waarop men in het leven en in de wereld staat met elkaar de verschillende visies kan delen die ieder voor zich heeft."

- Ik denk dat heel wat directies zich daar toch wel soms de haren uit het hoofd voor rukken om dat georganiseerd te krijgen…

"Ja, schoolorganisatorisch, om het zo te noemen, is dat geen gemakkelijke opdracht. Er zijn ondertussen heel veel erkende levensbeschouwingen die allemaal ingericht moeten worden op het ogenblik dat er ook leerlingen zijn die een van deze levensbeschouwingen willen volgen. Dus dat betekent dat je in een aantal gevallen echt wel zit te puzzelen met lessenroosters, moet zien dat je voldoende lokalen hebt om dat ook te kunnen inrichten, maar ook, ja, je hebt leerkrachten die maar een beperkt aantal uren in een bepaalde school een zekere levensbeschouwing kunnen geven, wat betekent dat zij in meerdere scholen een opdracht moeten kunnen vervullen om een volledige tewerkstelling te hebben. Dat is geen gemakkelijke opdracht, dat klopt."

- Dat is geen gemakkelijke opdracht, maar raakt het aan de behoefte aan levensbeschouwelijke begeleiding en opvoeding binnen de scholen van het GO?

"Schoolorganisatie mag natuurlijk geen argument zijn om invulling van levensbeschouwing in vraag te stellen. Naast het gegeven van wat jonge mensen later willen worden, welk beroep ze eventueel later willen uitvoeren, vinden wij ook de ontwikkeling van de totale persoonlijkheid een belangrijk gegeven. En levensbeschouwing is daarvan een onderdeel."

- Dus, de praktische organisatie van die levensbeschouwelijke vakken, want het zijn er dan meestal meerdere in he GO-onderwijs, waartussen men kan kiezen om te beantwoorden aan de eigen levensbeschouwing, dat mag geen bezwaar zijn om bijvoorbeeld die levensbeschouwelijke vakken buiten het onderwijs, buiten de school te plaatsen?

"Er zijn verschillende stemmen in de samenleving die vragen stellen rond de invulling van de levensbeschouwelijke vakken. Dat gaat van zeer extreme visies van: "Laat dit compleet buiten het onderwijs gebeuren. Dit is iets wat geen plek heeft in onderwijs. Dat is een privéaangelegenheid." Over: "Laten we dit nog wel inrichten, maar ook de uren aanbieden buiten de reguliere onderwijscontext, dus niet als vak as such." Tot mensen die zeggen: "Wij willen het toch nog wel behouden, maar wij willen zorgen dat de mogelijkheid van de interlevensbeschouwelijke dialoog toch ook nog geboden wordt." Dat zijn heel verscheiden standpunten. Wat wij daarin belangrijk vinden, is dat inderdaad jonge mensen ook leren kiezen. Dat jonge mensen ook leren kijken naar wat het leven is met de grote vraagstellingen die daarbij horen; zeker in opgroeien-de situaties willen we toch nog wel de mogelijkheid bieden. Wat we wel belangrijk vinden, is dat we, wat wij noemen dat "waardige richten", over alle vakken heen ook kunnen terugvinden."

- In het hele debat worden ook heel veel principiële argumenten aangevoerd uiteraard rond dit debat. Men kan bijvoorbeeld wijzen op het feit dat men in een multiculturele samenleving leeft, waar heel wat levensbeschouwingen naast elkaar bestaan en waar ook verwacht wordt dat er een dialoog is tussen die verschillende levensbeschouwingen. Op welke manier is er daar aandacht voor in het GO-onderwijs dat dat eigenlijk ook in de scholen zo zou moeten zijn?

"Dat is voor ons het fundament. Zorgen dat iedereen die in de samenleving aanwezig is, respectvol met de rijkdom die die diversiteit ook inhoudt samen op de schoolbanken terechtkomt. En dat wij vanuit het aanbod, vanuit dat pedagogisch gegeven precies ook dat respect en dat leren samenleven met elkaar meebrengen en hen tot open, kritische mensen gaan opvoeden die dan later ook met hun beide voeten in de wereld terechtkomen. Daarnaast hebben wij inderdaad ook de inrichting van de levensbeschouwelijke vakken binnen onze scholen, waar we toch ook wel inzetten op die interlevensbeschouwelijke dialoog. Wat vandaag de dag heel veel, wat we noemen, ad hoc gebeurt. Er zijn leerkrachten die samenwerken over de levensbeschouwingen heen. Die ook uitwisseling brengen van wat de ene levensbeschouwing is bij de andere levensbeschouwing. Maar dat is op dit ogenblik eigenlijk een persoonlijk initiatief, hetzij van de leerkrachten, of eventueel gebeurt het ook weleens, op vraag van leerlingen, dat ze zeggen: "Wij willen ook de andere dingen leren kennen." Waar wij bij de vorming van de huidige regering op Vlaams niveau voor gepleit hebben, is dat we dit ook wel structureel wilden verankeren vanaf de derde graad van het secundair onderwijs. Dat we echt wilden komen tot wat we noemden "een interlevensbeschouwelijke module", zodanig dat daar een verplichte inbedding was om die interlevensbeschouwelijke dialoog ook te gaan realiseren."

- Een van die principiële bezwaren tegen het bestaan van de levensbeschouwe-lijke vakken, tenminste in het officiële onderwijs dan, in het GO-onderwijs, onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, toch nog altijd dus officieel onderwijs, is: de scheiding van kerk en staat. Als we die rigoureus doordenken, dan hoort een levensbeschouwelijk vak van welke aard dan ook niet thuis in precies dat officiële onderwijs. Wat is daar het standpunt van het GO-onderwijs over?

"Ik heb al gezegd dat wij het belangrijk vinden om ook de totale persoonlijkheid van jonge mensen te ontwikkelen en dat levensbeschouwing daar een onderdeel van is. Wat wij willen realiseren, is dat we het forum bieden in ons onderwijs dat we de achtergrond die jongeren hoe dan ook van thuis uit meekrijgen, kunnen openbreken. Onderwijs heeft een opdracht om jongeren ook in aanraking te brengen met andere dingen dan wat ze van thuis uit meekrijgen en hun te laten zien dat er daarnaast ook andere visies op het leven bestaan. Wij willen hen dus in aanraking brengen met die diversiteit die de samenleving te bieden heeft en ook daarin hun eigen keuzes laten maken en zichzelf laten ontwikkelen. In die zin denken we dat dit soort gesprekken wel een deel uit moet maken van onderwijs."

- Uiteraard wordt er ook in de politieke wereld nagedacht over een mogelijke reorganisatie, een meer accurate benadering van die levensbeschouwelijke vakken in het onderwijs in het algemeen, zal ik maar zeggen. Een van de voorstellen, gemakkelijkheidshalve het voorstel-J.-J. De Gucht, pleit bijvoor-beeld voor een eenheidsvak. U hebt daar al een beetje naar verwezen. In de derde graad van het SO zouden dus de verschillende levensbeschouwingen samengezet worden en, ja, het zou een soort van eenheidsvak kunnen zijn, waar de dialoog en het actief pluralisme dan meer aan bod komen. Wat is uiteindelijk ook de houding van het GO wat dat voorstel betreft?

"We hebben inderdaad bij de opmaak van ons memorandum daarvoor gepleit. We vinden dit zeker geen slecht idee om zeker bij die jonge mensen in die derde graad die interlevensbeschouwelijke dialoog te voorzien in een structureel gegeven. Dus daar kunnen wij ons inderdaad wel in terugvinden."

- Er zijn natuurlijk heel veel gevoeligheden in deze materie. Je zou kunnen zeggen dat het misschien een beetje politiek naïef is om zo'n voorstel te formuleren, aangezien het toch wel heel wat ingrijpende veranderingen in het onderwijs in het algemeen tot gevolg zou hebben.

"Wanneer het voorstel ook gaat over die interlevensbeschouwelijke vakken ook inrichten bij andere onderwijsverstrekkers, dan zit de kans erin dat je daar botst op het pedagogische gegeven: er is vrijheid van onderwijs in België. Dat betekent dat men ook vanuit een eigen pedagogische invulling die levensbe-schouwelijk geïnspireerd kan zijn, onderwijs kan inrichten, zoals bijvoorbeeld het katholieke onderwijs. En dan kan het zijn dat vanuit die eigen invulling van een pedagogisch project daar wel aantal vragen bij gesteld worden of dat inderdaad ook in dat soort van onderwijs moet kunnen worden ingericht."

- Het woord "dialoog" is vaak gevallen. Tussen leerlingen en jongeren onderling binnen het GO-onderwijs. Wordt het ook niet eens stilletjes tijd om een dialoog te hebben met de andere netten en om ook eens te gaan praten over op welke manier de behoeften die bestaan in de multiculturele samenleving samen ingevuld en opgelost kunnen worden?

"Wij zijn daar absoluut vragende partij voor. Het is zo dat ik daar zelfs in mijn nieuwjaarsboodschap al een oproep voor heb gedaan van: "Laten we de hoofden samensteken." Onderwijs staat voor een heleboel knelpunten. De diversiteit die in onze samenleving aanwezig is, vraagt ook een aantal gepaste antwoorden. Talenbeleid is in dezen niet het minste. We kunnen dat niet vanuit dat verzuilde concurrentiële landschap alleen beantwoorden. We moeten daar samen de handen in elkaar slaan. En dat geldt evenzeer voor het levensbe-schouwelijke."

Raymonda Verdijck van het GO over de levensbeschouwelijke vakken in het onderwijs. Stof tot nadenken. Voor meer informatie kun je terecht bij het WF. Daar kun je ook je mening kwijt. Telefonisch op 09-224.10.75. En op de website: <www.willemsfonds.be>. Zo meteen FS in gesprek met Ronald Commers, maar eerst muziek. En dat doen we met "La Vigüela" van Gotan Project.

Van Ronald Commers verscheen vorig jaar het magistrale werk "Kritiek van het ethisch bewustzijn. Van liefde met recht en rede", twee delen, goed voor meer dan 800 pagina's. Het is een resumé van zijn jarenlange colleges aan de Universiteit Gent over wijsgerige ethiek. In het woord vooraf lees ik dat de interpretatie van de auteur cirkelt rond één centrale stelling, namelijk de taal van de ethiek als het nooit te beëindigen proces van het menselijke spreken over het goede! Ronald Commers:

"Laat ik beginnen met te zeggen dat mijn boek natuurlijk een polemische kant heeft. Dat ik wou ingaan tegen een pessimisme waarmee ik geconfronteerd ben geweest in mijn loopbaan, onder ethici, namelijk je kunt het niet zeggen, het goede. Wanneer je het goede zegt, dan ben je arbitrair, willekeurig bezig of dan gaat het om mensen te overtuigen, dan probeer je mensen te beïnvloeden in hun houdingen. Mijn doel was om dat tegen te spreken. Zonder in pessimis-me te vervallen te zeggen: kijk eens, mensen hebben altijd, van bij de start van onze cultuurgeschiedenis tienduizend jaar geleden, het goede onder woorden proberen te brengen in diverse omstandigheden. Iets is daar constant in, namelijk dat mensen dat altijd geprobeerd hebben. Ik noem dat dan in het boek het proces van de taal van de ethiek, dat nooit af te sluiten is omdat natuurlijk mensen veranderen, gegeven de historische, sociale, culturele en politieke omstandigheden. Dat heb ik dus betiteld als het proces van de taal van de ethiek, waarbij ik ook ben teruggegaan naar een beroemd boek uit de periode 50, na de Tweede Wereldoorlog, de man kwam ook een concentratiekamp uit Japan terug, namelijk Hare, die sprak over "the languages of morals", in het meervoud. Ik dacht: neen, het gaat over de taal van de ethiek waarin zich verschillende grote families aftekenen. Dat was eigenlijk mijn doel. De polemische kant van de zaak is dat ik mij wou verzetten tegen dat pessimisme. Mensen spreken natuurlijk wel in termen van goed en kwaad, maar om elkaar te beïnvloeden, dat zal wel natuurlijk, maar zonder grond onder hun voeten te hebben. Neen, het is altijd aanwezig geweest! Het komt in de religies, het komt in de politieke programma's, overal waar mensen hebben nagedacht over hun intermenselijke verhoudingen, over hun relatie met de natuur, met dieren, is het goede aanwezig. Dus een platoonse strekking, het goede is altijd aanwezig, is altijd bezig ons te motiveren, te drijven."

- Dat proces waarover je het hebt, draait, schrijf je, rond drie en slechts drie centrale interpretaties. Daarmee zijn we bij de ondertitel van je boek: "Van liefde met recht en rede"!

"Wat ik natuurlijk gedaan heb, is interpreteren. Wat je nu voorlegt, er zijn drie grote themavelden, drie grote inspiraties, zou ik het noemen. Dat is mijn interpretatie. Als ik de taal van de ethiek in haar proces dan overzie, laten we zeggen - ik ga van Gilgamesj, het beroemde epos uit Tweestromenland, tot vandaag -, dan zie ik dat er hoofdzakelijk toch maar drie grote themavelden zijn, met daarbinnen variaties, intonaties van een metafoor, heb ik het genoemd. Die drie grote inspiraties die telkens terugkeren, zijn de zelfkennis, de redelijke zelfkennis, de verstandelijke oriëntatie, de levenskunst, weet ik het allemaal, dat kun je eraan verbinden. In de tweede plaats de ontferming over de ander, het besef van je sterfelijkheid, wat te koppelen is ook aan naasten-liefde, barmhartigheid, niet noodzakelijk natuurlijk. Het besef van je eigen sterfelijkheid leidt niet meteen, want dan zou het louter egoïstisch zijn, naar naastenliefde, maar toch, het kunnen zien van de eindigheid van het menselijke bestaan en vooral het begrijpen, het doorhebben van dat er zoiets is als een nooddruft, een behoeftigheid die je niet ten gronde kunt oplossen, wat ook de toestand of de situatie, het stadium, van wetenschap en techniek is. Sterven moet iedereen. Dus dat inzicht in de sterfelijkheid leidt natuurlijk ook tot zelfrelativering en brengt ons inderdaad bij naastenliefde, barmhartigheid. In de derde plaats natuurlijk de opstand. Opstand tegen onrecht, het protest tegen de verhoudingen onder mensen die berusten op uitbuiting, op het negeren van de andere persoon, de persoon als individuele mens met een aangezicht. Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen: in het epos van Gilgamesj heb je ze alle drie. Het begint met het protest van de ouden tegen de almacht, tegen de machtswellust van een heerser die toch probeert ten goede de samenleving te ordenen. Die tekortschiet in zelfkennis. En een heel belangrijk thema is natuurlijk zijn broederliefde, de liefde die hij zal hebben voor diegene die dan uiteindelijk met hem optrekt. Je hebt bijna in een soort van notendop de drie grote thema's aanwezig."

- In verband met die drie grote thema's, schrijf je ook in het boek, dat zij telkens samen moeten aanwezig zijn. Het ethische domein reduceren tot slechts een van die drie interpretaties, is een leugen, schrijf je!

"Ja, omdat dat gebeurt! Je zou kunnen zeggen: goed, in het verleden hebben wij natuurlijk moraalfilosofieën gehad waar bijvoorbeeld alleen de klemtoon wordt gelegd op medelijden. Ik maak er nu een karikatuur van. Ik weet het wel, er is veel meer in zijn werk te vinden dan dat, maar je kunt zeggen dat Schopenhauer dan alles terugbrengt tot Mitleid. Dat is onvoldoende, want dan valt de opstand weg tegen de ongerechtigheid, het protest tegen wat onrecht is in de wereld. En niet rechtvaardigheid, want dat is nog iets anders. Goede regelingen vinden, goede ordeningen vinden op maatschappelijk vlak, maar die zullen ook altijd wel een nieuw soort van onrecht met zich meebrengen. De opstand daartegen wordt dan weggecijferd. Die eenzijdigheid noem ik een leugen. Of dan de levenskunstethiek of feministische ethiek, dat lijken mij gevaarlijke reducties. Enfin gevaarlijk, ze zijn niet gevaarlijk, maar dat lijken mij nutteloze reducties. Je zou kunnen zeggen: ja maar, je gebruikt er toch ook! In je interpretatie ga je terug tot drie! Maar dat zijn drie grote thema's, drie grote inspiraties die in hun wisselwerking voortdurend een rol spelen. Zoals ik het heb genoemd, een liefde zonder gerechtigheid, dat is een schandaal. Gerechtigheid zonder liefde, dan moet je naar het tribunaal van Den Haag in allerlaatste instantie. Dan moet je voor een rechtbank komen. En een levenskunst zonder gerechtigheid, dat is goed voor de rijken zeker van onze wereld, voor de adel, voor de zielenadel. In die zin is het een voortdurende interactie. Het lijkt me toch wat anders, deze interpretatieve reductie die ik doorvoer in het kader van mijn interpretatie, het proces van de taal van de ethiek, lijkt mij iets anders dan het alleen maar gaan vasthechten van goed en kwaad aan deugd, levenskunst of wat anders."

- De drie zonet geschetste interpretaties van de westerse taal van de ethiek voer je in je boek ook terug tot hun oorsprongen, en dat brengt ons tot Hellas, de christelijke verkondiging en de joodse profetieën!

"Zelfs wanneer je synthetisch interpreteert, je kunt dat niet zonder historisch materiaal. Ook dat is natuurlijk een ietwat polemische dimensie in het boek, namelijk een moraalfilosofie bedrijven waar je de historische dimensie zou weglaten. Ik heb niet geargumenteerd, ik ben niet te werk gegaan als een historicus, dat wil ik niet zeggen, maar je moet natuurlijk toch wel peilen naar: waar is de oorsprong? Zijn die grote themavelden heel uitdrukkelijk geformu-leerd? Wat zijn de bewegingen geweest in dat proces van de taal van de ethiek die markant zijn gebleven? Dan is het natuurlijk ongetwijfeld Hellas, Athene, Griekenland, hoe je het ook wilt noemen. Dat is natuurlijk een metafoor. Daar waar het moraalfilosofische denken aansluit op de redelijke organisatie in het leven, de levensorganisatie, die verstandelijke zelfverzorging, die kunst van het leven die steunt op redelijkheid, op het bevragen van elkaar, van de natuur toch ook en van de samenleving. Denk maar aan Plato, Aristoteles, de Stoa, noem maar op. De tweede oriëntatie dan. Doorgaans zijn die sterk aan elkaar verbonden geweest, die komen heel uitdrukkelijk altijd naar voren. Er zit ook weer een polemisch stukje in het boek dat ik zeg: kijk, we moeten niet spreken over joods, christelijk en Grieks, maar over Grieks-christelijk en joods. De tweede traditie is die van de christelijke verkondiging. Dat is de universele christelijke verkondiging die met Paulus start, die doorgaat naar Augustinus. Het zijn eigenlijk joodse mensen van het hellenisme geweest die dat onder woorden hebben gebracht, dat hebben geformuleerd. Soms is dat ten koste gegaan van die derde oorsprong. De derde oorsprong is natuurlijk het protest uitgedrukt door de profeten, de profeten in de Tenach. Ik denk dan aan Daniël, ik denk ook aan Job, niet de profeet maar het boek Job. De opstand tegen. Ik vraag om recht."

Tot zover nog Ronald Commers! Zijn boek "Kritiek van het ethisch bewustzijn. Van liefde met recht en rede" is een uitgave van ACCO én is te koop in de goede boekhandel.

Dank je wel, Frank. Je reacties kun je kwijt op onze redactie. Die vind je via de website van de HVV: <www.h-vv.be>. Doorklikken als je het allemaal nog eens wilt beluisteren. Telefoneren kan ook, en wel op 03-233.70.32. Daar krijg je ook meer informatie over de studienamiddag van het vrijzinnig studie-, archief- en documentatiecentrum Karel Cuypers. Dat heeft op 19 oktober een studiena-middag over, precies, Karel Cuypers. Met, 25 jaar na het overlijden van deze pionier van het vrijzinnig humanisme, de getuigenissen van Karel Poma, Luc Devuyst en Bert De Loore. En dat heeft allemaal plaats in het VOC in Antwerpen.
Volgende week heeft Viona Westra het over de toekomst van het socialisme en de nieuwe samenleving. En met neuropsychiater Evert Thiery hebben we het over het morele brein en waar we dat dan moeten gaan zoeken. Volgende week maandag meteen na de nieuwsflash van 20.00 uur op Radio 1. Nog een fijne avond en graag tot volgende week.
 

Valide CSS!