Op 13 oktober herdachten we dat precies honderd jaar geleden Francisco Ferrer werd geëxecuteerd.
Ferrer was een Spaans-Catalaans vrijdenker, anarchist en onderwijsvernieuwer.
Ferrer had niets te maken met de revolverhelden en de bommengooiers van de propaganda van de daad, met diegenen die door aanslagen te plegen hoopten de komst van de revolutie te bespoedigen. Ferrer stond veeleer in de praktisch-anarchistische traditie, die probeerde door de kracht van sprekende voorbeelden aan te tonen dat een ander en beter leven mogelijk was.
Daarom bedacht Ferrer het concept van een school waarin het kind en niet de leerstof centraal stond. De bedoeling was om vooral de arbeiderskinderen voor het nieuwe onderwijs te winnen, maar omdat er inschrijvingsgeld moest worden betaald werd Ferrers Nieuwe School vooral door kindjes van de progressieve middenklasse bezocht.

In juli 1909 vond in Barcelona een opstand plaats die de geschiedenis inging als de Tragische Week. Onder aanvoering van de anarchisten verzetten reservisten zich tegen het feit dat ze naar Marokko, waar de Rif-oorlog was losgebarsten, werden uitgezonden. Gedurende een week namen de anarchisten de stad over, waarna de opstand werd neergeslagen.
In het verlengde van de Tragische Week werd een aantal prominente vrijheidsgezinden, waaronder Ferrer, opgepakt. Zonder vorm van proces werd Ferrer, die met de hele zaak niets had te maken, door een militaire rechtbank ter dood veroordeeld. Op 13 oktober 1909 werd hij, ondanks groot internationaal protest, terechtgesteld.

De ideeën van Ferrer leefden verder en lagen aan de basis van de Modern School-beweging in de VS, die via een omweg bepalend was voor ons hedendaagse onderwijssysteem.
In 1909 werden overal in de wereld solidariteitsacties gevoerd voor Ferrer. Na zijn terechtstelling kregen, daar waar socialisten in de gemeentebesturen zaten, straten en pleinen zijn naam. Vaak noemden socialistische vakbonden hun arbeidershogescholen, waar de toekomstige kaders werden geschoold, naar de vermoorde vrijdenker.
|