Home arrow Onze Media arrow Radio/ Tv arrow Floris van den Berg over Filosofie voor een betere wereld - WF over Arm in Vlaanderen
Floris van den Berg over Filosofie voor een betere wereld - WF over Arm in Vlaanderen

HVW – HVR

 

Uitz.: 10.05.10

Opn.: 06.05.10

Real.: FS/KVD

 

Floris van den Berg over “Filosofie voor een betere wereld” / WF: Arm in Vlaanderen

 

Beginwijs

--

Goedenavond luisteraar en welkom in HVW. Straks, later in de uitzending, brengen we een bijdrage van het WF, en die gaat over armoede, met ervaringsdeskundige Caro Bridts en welzijnswerker Lieven De Pril. Maar starten doen we met Floris van den Berg. Van deze filosoof en docent wetenschapsfilosofie en ethiek verschenen vorig jaar twee boeken: “Hoe komen we van religie af?” en “Filosofie voor een betere wereld”. In dat laatste boek onderzoekt de auteur hoe er minder leed kan zijn en meer geluk. Om dat doel te bereiken vertrekt hij van het universeel subjectivisme! Floris van den Berg:

 

Die theorie, universeel subjectivisme, is een theorie om tot een betere wereld te komen. Daarbij put ik inspiratie bij filosofen als John Rawls en Peter Singer, en dat is een sociaalcontracttheorie waarin je zelf zou moeten nagaan hoe, als jij de wereld zou willen ontwerpen, je die zou willen inrichten, onafhankelijk van in welke positie je zou terechtkomen. Dus stel je voor dat jij voor een controlepanel zit en dat je dan moet bepalen wat de wetten, normen en regels in die samenleving zullen worden, dat je die bepaalt, maar dat je niet weet in welke positie je terechtkomt. Ook al kom je in de slechtst mogelijke positie, bijvoorbeeld je bent gehandicapt, dat je toch probeert de wereld zo aan te passen dat die voor jou het beste is. En dat kan ook zijn voor homo’s, voor vrouwen. Stel dat je vrouw bent, dan denk ik: hoe zou je de wereld willen hebben? Als je dan een wereld hebt zoals in Saudi-Arabië, dan zou je die, neem ik aan, proberen vrouwvriendelijker te maken. Dat is in een notendop wat universeel subjectivisme is.

 

Het boek is niet alleen een beschrijving, een onderzoek, het is misschien vooral een moreel appel! Tijd voor actie, zeg je!

 

Ethiek gaat over nadenken hoe de wereld beter kan, hoe het goede leven is. Maar wat heeft het voor zin om te gaan nadenken over ethiek als je er niets mee doet? Je ziet dat de wereld niet beter kan en dat er veel leed is, dan moet je ook wat doen als filosoof en dan moet je dus met je eigen leven beginnen, maar ook natuurlijk voorstellen doen van hoe het beter kan in de wereld. Mensen kunnen proberen om de wereld beter te maken en daar kun je ook actief naar streven. Er is zoveel leed dat gemakkelijk vermeden kan worden. Een van de belangrijkste dingen, als we naar onze contreien kijken, waar heel veel leed zit, is de intensieve veehouderij en de bio-industrie. En toch, van de een op de andere dag zouden we daarvan af kunnen komen als we dat zouden willen. Maar eerst moet je zien dat er leed is en dan moet je ook nog die stap nemen. Dat is heel moeilijk, de stap tussen weten wat er slecht is en ook nog de stap om de wereld beter te maken. Filosoferen is ook niet makkelijk, dus het kan heel oncomfortabel zijn.

 

We leven in een paradijs op aarde, schrijf je. Wie in de Lage Landen niet gelukkig is, wordt het nergens. Ik denk toch: is dat niet een beetje te kort door de bocht? We zijn ongeveer op de wereld koploper wat het aantal zelfdodingen betreft, er worden tonnen antidepressiva geslikt, ouderen vereenzamen, een zevende onder ons leeft onder het minimumloon, en zo kan ik nog wel even voortgaan!

 

Ja, dat klopt! Onze samenleving is inderdaad vrij goed, maar het zou nog beter kunnen. Maar als je het historisch vergelijkt… Je moet het altijd uitzoomen, je moet niet de plaatselijke krant lezen, maar je moet kijken naar het grote nieuws. En dan, als je onze samenleving vergelijkt met de samenleving als Saudi-Arabië en Irak, en als je kijkt naar de positie van vrouwen, gehandicapten, homoseksuelen, andersdenkenden, mensen die werkloos zijn, dan is het hier heel goed geregeld. Wat niet een garantie is dat dit ook een utopische samenleving is: het kan nog beter, maar toch, historisch en geografisch is dit zo ongeveer een paradijs, en beter dan dit wordt het niet. En als dit, beter dan dit wordt het niet en de mensen zijn toch ongelukkig, ja, misschien moeten mensen leren wat meer uit te zoomen. Ik heb daar geen oplossing voor, maar ik denk dat de wereld in ieder geval beter kan. Dat het dan nog geen utopie is, ja, dat is dan een ander hoofdstuk.

 

Je bent een vrijdenker, ook een liberaal, je komt dus op voor de vrije keuze van het individu, maar toch merk ik in je boek dat je het vaak moeilijk hebt wanneer anderen die dingen verkiezen die jij niet als het goede of het ware bestempelt. Een liberale paradox!

 

Ja, dat klopt! De ondertitel van mijn vorige boek “Hoe kom ik van religie af?” heet ook “Een ongemakkelijke liberale paradox”. Want het probleem is: als liberaal sta je voor een zo groot mogelijke vrijheid van het individu. Maar wat doe je dan in een samenleving met groepen die in hun eigen groep intolerant zijn voor eigen groepsleden, dus voor vrouwen, kinderen en homoseksuelen? Als liberaal kies ik voor het standpunt dat je ook bij Dirk Verhofstadt terugvindt, wat je individualisme noemt, dat ik vind dat de samenleving individuen moet beschermen en niet groepen. En zelfs individuen moet beschermen die in groepen zitten die dus groepsleden onderdrukken. Die ongemakkelijke paradox is dat je dus wel dingen moet tolereren in de samenleving waar je het zelf niet mee eens bent, maar niet intolerantie tolereren. Tolerantie gaat tot intolerantie. Je moet geen intolerantie tolereren. Het lijkt er dus op in de multiculturele samenleving dat die tolerantie te groot is, dat wij te tolerant zijn geweest, dat je dus geen intolerantie moet tolereren.

 

In je boek heb je het ook vaak over kinderen, en wat dat betreft zeg je: kinderen worden heel vaak vanuit religieuze hoek al geïndoctrineerd vanaf hun geboorte!

 

Dat klopt! In vind dat kinderen vrij zouden moeten zijn van religie. Dat betekent dus dat religie een soort hobby is, en dan moet je ook vrijwillige keuze hebben. Ook al heb je ouders die zelf heel streng religieus zijn, dan zouden die als kind de mogelijkheid moeten hebben om goedgeïnformeerd te besluiten om al dan niet tot die religie te behoren. Een van de ontsnappingsmogelijkheden zou moeten zijn dat de overheid zorgt dat elk kind algemeen seculier onderwijs heeft waarin de beste wetenschappelijke kennis wordt overgedragen, waar kennis van religie wordt overgedragen, waar ethiekonderwijs wordt gegeven. Wanneer kinderen dan achttien zijn, kunnen ze zelf beslissen of ze tot een religie willen behoren. Ik vind het dus ook in feite immoreel, niet kunnen, dat kinderen als religieus bestempeld worden. Dat je zegt: dit is een liberaal of dit is een katholiek jongetje of een islamitisch meisje. Neen, kinderen zijn gewoon kinderen, en hun ouders hebben een religie, maar die mag niet aan de kinderen worden opgelegd. Ik was bijvoorbeeld in Antwerpen, en in de etalage zie ik kinderen voor communiekleding staan. Eigenlijk vind ik dus niet dat je kinderen mag inlijven bij een bepaald geloof. Dat is een inlijvingsritueel, dat zou pas mogen wanneer ze volwassen zijn en ze dat uit eigen wil doen. Dus communie, dopen, dat mag niet voor kinderen, Dat moet je uitstellen tot ze achttien zijn, dat moeten ze vrijwillig doen. Dat is minder erg dan de joden, die doen het nog erger, die knippen natuurlijk een stukje van die voorhuid af. Het mag wel, vind ik, als je dat zelf beslist wanneer je achttien en volwassen bent en je weet wat de keuzen en de gevolgen zijn. Dat mag je doen, maar je mag niet een kind inlijven in iets – fysiek niet, noch mentaal.

 

Je eindigt je boek met een ecohumanistisch manifest. Ook door het hele boek heen wordt gewezen op het belang van de ecologie, van het milieu. Wat moet ik juist onder dat ecohumanistisch manifest verstaan?

 

Traditioneel gezien houdt het humanisme zich voornamelijk bezig met de mens-mensproblematiek. Maar als je nu kijkt naar de wereld, wat is nou het grootste probleem? Dat is volgens mij het milieuprobleem. Het ziet ernaar uit dat we met zijn allen op de Titanic zitten en dat we richting de ijsberg koersen. Het verschil met de echte Titanic is dat wij die ijsberg ook zien. Wij weten dat die ijsberg er is, maar desalniettemin focussen wij allemaal op de probleempjes op het schip zelf. We zien wel, en er zijn ook mensen die waarschuwen: kijk nou uit voor die ijsberg. Maar dat willen we niet zien. Of we willen het wel zien, maar we willen onze handelingen niet aanpassen. Dat is het belang, denk ik, dat als we de ondergang van de civilisatie willen voorkomen, en met heel veel grote rampen, dan moeten we dat echt serieus nemen. Kijk, abortus en euthanasie zijn ook belangrijk, maar de ecologische problemen oplossen is van het allergrootste belang. Ik weet niet of mensen de film hebben gezien “The age of stupid”, dat in 2050 mensen vragen: waarom heb je niets veranderd toen je nog kon? En dat is de tijd waarin we nu leven: wij zien die ijsberg, we moeten die zien te voorkomen en dan moeten we handelen. Dat zal niet prettig zijn, want het is juist heel comfortabel zoals we nu leven. Maar als we doorgaan zoals we nu leven, dan koersen we onze ondergang tegemoet. Het ecohumanistisch manifest zet de uitkomsten van die procedurele theorie van het universeel subjectivisme op een rijtje. Een van de belangrijkste dingen van wat mensen kunnen doen om de wereld beter te maken, is – dat klinkt heel prozaïsch – als je stopt met het eten van vlees, daar hangen zoveel problemen aan vast: dierenleed en ecologische problemen met de uitstoot van methaan en ontbossing, vervuiling van het water. Er zitten heel veel problemen! Dus, gek genoeg, beginnen met een betere wereld kan al beginnen bij je volgende maaltijd. Maar dat is niet prettig. Ik kan het ook niet beter maken dan het is.

 

Maar blijkbaar is de mens meer, of misschien wel minder, dan een rationeel wezen. Je boek eindigt dan ook niet echt optimistisch. De filosofie voor een betere wereld is zich bewust van de filosofie van onze ondergang!

 

Als je dus de lijn doortrekt, als je ziet hoeveel er zou moeten veranderen in de wereld. De bevolkingsgroei neemt toe, onze ecologische voetafdruk neemt toe, de problemen nemen alleen maar toe in een razend tempo. Sinds de Club van Rome zijn we gewaarschuwd voor de milieuproblemen, maar die nemen alleen maar in omvang toe. Dus er is weinig om optimistisch over te zijn. Maar toch, omdat ik humanist ben, we streven naar een maakbare wereld, we moeten het blijven proberen, ook al weet je dat het misschien niet lukt. Het heeft geen zin om je fatalistisch neer te zetten. Aan de andere kant moet je wel realistisch zijn. Ik zie de toekomst somber in, maar desalniettemin moet je proberen om te streven naar een wereld met minder leed en meer geluk. We hopen dat we de ijsberg kunnen omzeilen, maar ik denk het niet.

 

Tot zover nog een pessimistische, maar niet een fatalistische Floris van den Berg. Zowel “Hoe komen we van religie af?” als “Filosofie voor een betere wereld” zijn uitgegeven door Houtekiet/Atlas en zijn te koop in de goede boekhandel. Zo dadelijk een bijdrage van het WF over armoede, maar eerst muziek:

 

MUZIEK

 

Paul Young met “Love of the common people”. En dan gaat het over armoede. In België is 1/10 van de mensen arm. Armoede is dan ook een aandachtspunt van het project “Outside-insight” van de UVV. Op 9 juni om 19.30 uur organiseert Willemsfonds Brussel, samen met het (P)CMD Brussel/Jette, de August Vermeylenkring Brussel en het HVV Brussel, daarover een gespreksavond met opgeleide ervaringsdeskundige Caro Bridts en Lieven De Pril. Lieven De Pril schreef samen met Guy Didelez het boek “Ik ben iemand/niemand”. Daaruit leest Caro Bridts alvast een stukje voor…

 

“'De elektriciteit in de keuken is al een tijdje uitgevallen', legde ik wat overbodig uit.

Hilde keek naar het elektrische fornuis. 'Hoe kookt ge dan?'

We zijn de voorbije dagen een paar keer frieten gaan halen.'

'En voor de rest?'

'Ik maak mezelf wijs dat ik op dieet ben. Ge hebt vrouwen die geld betalen om af te vallen.'

Ze glimlachte verrast. 'Ik heb op zolder nog een oude kookplaat staan. Misschien kunnen we die hier installeren.'

Ik keek haar op mijn beurt geamuseerd aan. 'Ik dacht dat gij budgetbegeleidster waart. Geen elektricien.'

'Ik moet alles kunnen', wuifde ze mijn opmerking weg. 'En gij moet eerst uw lege maag vullen. 't Is niet gemakkelijk om paperassen in te vullen als ge op een streng dieet staat ...'
Opnieuw keken we elkaar aan en begonnen toen alle twee te lachen. Van dat ogenblik wist ik het: ik heb er een vriendin bij.”

 

Caro Bridts met een stukje uit “Ik ben iemand/niemand”, een roman over armoede. Armoede vestigt zich bij ons vaak achter anonieme gevels, maar is een harde realiteit voor een op tien gezinnen. In Vlaanderen zitten zowat 100.000 mensen in de generatiearmoede, armoede die geërfd wordt van ouders op kinderen. Maar armoede kan iedereen overkomen: door een echtscheiding, een faillissement, de economische crisis, …

De roman “Ik ben iemand/niemand” vertelt het ware verhaal van Emilie en haar gezin, over de misvattingen, clichés en vooroordelen en, vooral, over wat armoede doet met de binnenkant van mensen in armoede. Daarover praten we met opgeleide ervaringsdeskundige Caro Bridts, en met welzijnswerker en auteur Lieven De Pril.

 

Uiteraard, die mensen die in Brussel bedelen, leven in armoede. Maar het is vaak dat ene clichébeeld dat veralgemeend wordt. De mensen in armoede in Vlaanderen leven vaak in gewone huizen in gewone straten, misschien in onze eigen buurt, maar we weten het niet, omdat armoede ook te maken heeft met schaamte. Mensen schamen zich voor hun armoederealiteit, gaan zichzelf een stuk afsluiten van de samenleving en worden ook door de samenleving uitgesloten op heel veel terreinen.

 

Er is misschien toch wel een heel mistekend beeld over wat armoede precies is, hoe je het moet ervaren, hoe het komt dat men arm is en arm blijft ook.

 

Er zijn nogal wat vooroordelen over mensen in armoede. Er wordt gezegd: ze profiteren, ze zijn te lui om te werken, ze hebben veel kinderen, ze hebben wel geld om huisdieren eten te geven, maar voor eten voor zichzelf is er onvoldoende geld. Heel wat vooroordelen… Vooroordelen die soms ook op feiten gebaseerd zijn, maar het belangrijkste is dat je mensen in armoede leert kennen van binnenuit. Dan ga je beseffen dat die dingen die gebeuren, in een context te plaatsen zijn, verstaanbaar zijn. Mensen hebben zo’n zwaar leven waardoor zaken zich gaan voordoen in hun leven die wij misschien vanuit de middenklasse niet direct kunnen plaatsen.

 

Ergens zeg je: ‘Er is geen verontwaardiging meer, geen kwaadheid meer. Het lijkt wel of armoede aanvaard wordt.’ Ik kan mij moeilijk inbeelden dat armoede echt aanvaard wordt. Tenzij door degenen die niet in armoede leven.

 

Er zijn ondertussen heel wat cijfers over armoede ter beschikking, vooral cijfers rond de buitenkant van armoede. Dat wat je kunt zien: wonen, gezondheid, enzovoort. Die cijfers zijn er, maar wat er niet meer is, dat is de verontwaardiging. Armoede wordt blijkbaar gezien als iets wat erbij hoort. Er moet kwaadheid, verontwaardiging zijn. Er moet aan gewerkt willen worden.

 

En dan is er het boek, hé: het boek “Ik ben iemand/niemand”. Toch eens eventjes bekijken waarover het precies gaat en wat de bedoeling is, want het zou toch wel een beetje die verontwaardiging moeten aanmoedigen en aanzwengelen.

 

Ja, de roman is er gekomen op verzoek van een gezin in generatiearmoede in Vlaanderen op het platteland. Zij wilden hun eigen verhaal vertellen, met de bedoeling dat de bredere samenleving, de beleidsmakers, de hulpverleners beter zouden weten wat armoede betekent voor mensen, om natuurlijk daardoor in actie te schieten. Als een samenleving vindt dat armoede een onrecht is, zullen ze de beleidsmakers onder druk zetten om er iets aan te doen.

 

De titel zelf misschien een beetje uitleggen: “Ik ben iemand/niemand”?

 

In feite komt de titel vanuit een reële gebeurtenis. Emilie, de hoofdfiguur, en haar gezin zijn op een bepaald ogenblik aanwezig op een sinterklaasfeest, en dat is de eerste keer dat ze met het hele gezin naar een activiteit gaan van een welzijnsschakel, een groep van vrijwilligers met en zonder armoede-ervaring. En na die gebeurtenis zegt zij: ‘Dit was de eerste keer in mijn leven dat ik mij niet niemand gevoeld heb.’ Zo is de titel ontstaan.

 

Wie is Emilie eigenlijk, wat maakt ze allemaal mee?

 

Emilie is een gewone vrouw. Niemand kan aan haar zien dat zij in armoede leeft. Toch, als je dan haar verhaal begint te beluisteren, ben je verrast door de zware geschiedenis die ze heeft meegemaakt. Bovendien is Emilie iemand die vooruitkomt in het leven, die de veerkracht en talenten heeft om de armoedecirkel te doorbreken. Dankzij goede hulpverleners die op haar weg gekomen zijn, dankzij vrijwilligers die haar pad gekruist hebben.

 

Precies, veel hangt natuurlijk af van mensen zelf die in armoede zitten, maar de oplossing komt uiteraard niet uitsluitend van hen, hé. Wat kan er gedaan worden om armoede de wereld uit te helpen?

 

Het is heel belangrijk dat er geluisterd wordt naar mensen, dat mensen ook een stem in het kapittel krijgen, dat mensen ook zelf mogen meewerken aan de oplossingen. Als alles voor hen gedaan wordt, dan werkt het niet. Het is de bedoeling om iedereen zijn verantwoordelijkheid te laten nemen. Mensen in armoede, mensen binnen het beleid, mensen binnen de hulpverlening, mensen binnen de bredere samenleving: allemaal samen moeten wij werken aan armoedebestrijding.

 

Caro Bridts, het boek heet “Ik ben iemand/niemand”. Emilie is een zeer sterke vrouw. Dat blijkt van in het begin. Ze gaat haar eigen gang, ze neemt haar eigen leven eigenlijk in handen, hé. Voor een groot stuk. Maar toch lukt het niet. Herken je dat een beetje?

 

Ja, in die zin van… Als kind ben je al verplicht om overlevingsmechanismen te ontwikkelen. Dat maakt dat mensen alles zullen proberen om erbij te horen in de maatschappij. Maar doordat we het niet kennen en ook niet binnenkomen in die andere wereld van andere mensen die niet in armoede leven, kunnen we alleen maar proberen om de buitenkant te kopiëren. Wat maakt dat we niet weten hoe we eraan moeten beginnen. En we doen zo ons best dat we toch alle keren falen. Waardoor ook heel vooroordelen ontstaan, onder andere: ‘Ze hebben wel allemaal een gsm.’ En ja, we hebben allemaal een gsm. Maar we proberen gewoon hetzelfde leven te bereiken om erbij te horen, wat we van de andere kant zien. Alleen, als we niet mogen binnenkomen in die leefwereld en jullie mogen niet binnenkomen in onze leefwereld, dan kennen we elkaars leefwereld niet. Dan kunnen we alleen maar gaan kopiëren van die andere leefwereld. En dat zijn de uiterlijk waarneembare dingen. Dat maakt dat we constant met ons hoofd tegen de muur lopen, ja.

 

Armoede is een kluwen van problemen, wat Lieven daarstraks ook gezegd heeft. Dan gaat het eigenlijk om heel wat factoren, heel wat problemen die opgelost moeten worden. Materiële problemen, ik denk aan: hoe geraak je aan geld? Het einde van de maand is daar, je moet betalen, je moet een huis hebben, je moet eten hebben, je kinderen moeten naar school. Die moeten ook iets meekrijgen voor de school, enzovoort. Hoe geraak je eigenlijk uit dat kluwen? Want uiteindelijk is het toch een kwestie van overleven, hé?

 

In het boek lees je ook op bepaalde momenten dat Emilie zegt: ik heb een aantal mensen ontmoet, vooral uit de hulpverlening dan, die mij respecteerden, die mij ook keuzes lieten maken, die uiteindelijk mezelf ook de verantwoordelijkheid bij mij lieten. Dat ik mijn probleem zelf een stukje in de hand kon houden. Maar door hun kennis en door hun meeleven in een situatie, het begrip opbrengen, het respectvol omgaan, het proberen te begrijpen wat het betekent om voor mensen dagelijks, alle dagen opnieuw te moeten krabben, te moeten zoeken, zeer creatief te zijn, om de erkenning daarvoor te geven en samen te gaan zoeken, maar niet op te leggen, te zeggen van: ‘Zie je dat zitten als we dat… Ik stel voor, hoe zit dat bij jou? Wat denk je daarover?’ Mensen een keuze geven maakt dat je een stapje dichter komt, door te zeggen: ‘Tiens, ik mag hier een keuze maken.’ Voor heel veel mensen die al 30 of 35 jaar zijn, is dat misschien de eerste keer in hun leven dat ze een keer een keuze mogen maken.

 

Maar mensen in armoede krijgen nogal dikwijls het stigma van: het is hun eigen schuld. Dan kan ik mij inbeelden dat het niet zo gemakkelijk is om uit die armoede uit te geraken en zelf te zeggen: ik kan mijn eigen situatie ook verhelpen en meewerken om eruit te geraken.

 

Als mensen vastzitten aan de binnenkant… Armoede heeft ook die diep, zeer diep gekwetste binnenkant. En als men daar ook geen erkenning aan gaat geven, als men die binnenkant niet in acht gaat nemen, dan mogen we mensen werk geven, dan mogen we maatregelen uitwerken zoveel we willen, zorg op maat, begeleiding op maat. Als men die binnenkant niet gaat herkennen – en dat is ook heel mooi duidelijk omschreven in het boek “Ik ben iemand/niemand” – dan gaat men dat schuldgevoel ook niet ten gronde kunnen aanpakken.

 

Maar uiteindelijk uit die armoede geraken, je moet het zelf willen, maar men moet ook geholpen worden? Je geraakt er niet helemaal alleen uit?

          

Natuurlijk moeten mensen meer inkomen krijgen, natuurlijk hebben mensen recht op een deftige woning. Maar het gaat over meer. Het gaat over meer dan die buitenkant. Die structurele armoede. Het gaat over veel meer dan dat. Het gaat over de kloven die er zitten tussen de leefwerelden: de gevoelskloof, de krachtenkloof, de kenniskloof, enzovoort. Het niet kennen. En als men in het boek ziet wat Emilie zegt van de mensen, de juiste mensen ontmoeten die respect hebben voor de mens in kwestie en dan de situatie samen gaan bekijken, dan denk ik dat het daarover gaat.

De binnenkant van mensen in armoede, en respect. Dat waren nog Lieven De Pril en Caro Bridts. De gespreksavond met hen vindt plaats op 9 juni om 19.30 uur in het Lokaal Dienstencentrum De Harmonie in de Harmoniestraat in 1000 Brussel, vlak bij Metro IJzer. Het boek “Ik ben iemand/niemand” van Guy Didelez en Lieven De Pril verscheen bij uitgeverij Manteau. Voor nog meer informatie kunt u terecht bij het WF zelf. Dat vindt u aan de Vrijdagmarkt 24-25 in Gent. Telefoneren kan er op 09 224 10 75. En uiteraard is er ook de website: www.willemsfonds.be.

 

 

 

Daarmee zijn we aan het eind aan HVW. Samenstelling en presentatie waren van KVD en FS. De tekst van dit programma kun je bestellen bij de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, Lange Leemstraat 57, 2018 Antwerpen. Tel. 03 233 70 32. En over enkele dagen vind je de tekst ook op h-vv.be, waar je de uitzending nog even kunt herbeluisteren.

Volgende week zijn we er weer en dan hebben we het ???

En is er ook een bijdrage van het VF.

Dit was het wat ons betreft. Nog een goede avond en graag tot volgende week!

--

Muziek:

10”       High Heels – Sakamoto                        Sakamoto        262975

 

2’00     Love of the common people     J. Hurley/R. Wilkins       P. Young                      468825 2

30”       En passant par Wissant            W. Vermandere W. Vermandere 017 193-2

 

 

 

Valide CSS!