Home arrow Onze Media arrow Radio/ Tv arrow De cooperatie door Wim Van Opstal - Israel kinderen in de gevangenis
De cooperatie door Wim Van Opstal - Israel kinderen in de gevangenis
HVW – HVR

Uitz.: 07.02.11

Opn.: 03.02.11

Real.: Frank Stappaerts

De coöperatie, Wim Van Opstal / Israël, kinderen in de gevangenis

Beginwijs

--

Goedenavond luisteraar en welkom in HVW. Straks praten we met Khaled Quzmar, juridisch adviseur van de Palestijnse afdeling van Defence for Children International. Met hem hebben we het over de situatie van Palestijnse kinderen in Israëlische gevangenissen. Maar starten doen we met de coöperatie. Spontaan denk je dan aan de negentiende eeuw, toen de eerste coöperaties werden opgericht om de levensstandaard van arbeiders en boeren te verbeteren. Maar de coöperatie is niet enkel geschiedenis. Ook vandaag zijn er nog tal van coöperaties actief, en dat in heel uiteenlopende sectoren. Wim Van Opstal volgt het coöperatieve gebeuren van nabij, en publiceerde er, samen met anderen, een boek over: "Coöperatief ondernemen in België. Theorie en praktijk". Een eerste vraag is dan ook: wat is een coöperatie, wat zijn de wezenlijke kenmerken, de principes? Wim Van Opstal:

"Een coöperatie is eigenlijk (en daarbij volg ik de definitie van de Internationale Coöperatieve Alliantie) een 'autonome organisatie van vrijwillig aangesloten leden'. We spreken in een coöperatie dus over leden, en die leden richten een organisatie op om gemeenschappelijke behoeften te vervullen. Dus niet noodzakelijk om winst te maximaliseren of om een sociaal doel te verwezenlijken, maar om een gemeenschappelijke behoefte te vervullen door middel van een onderneming. Het gaat over een onderneming die gemeenschappelijke eigendom is van haar leden, dus de leden die samen die organisatie oprichten, zijn samen eigenaar van die onderneming en beheren die onderneming ook democratisch."

- Wat wil die definitie nu eigenlijk zeggen? Wie zijn die leden en wie richt nu zo'n coöperatie op?

"Wanneer gezinnen, en ook bedrijven, ondernemingen en organisaties, samen een vehikel willen oprichten via hetwelk ze aankopen centraliseren, bundelen, dan spreken we over een consumentencoöperatie. Een consumentencoöperatie is dus een organisatie waarvan de consumenten, de klanten, ook vennoot zijn, ook eigenaar zijn, dus dat zelf in handen hebben. Een andere vorm is een coöperatie waar de leden, de vennoten, leverancier zijn aan een gemeenschappelijk vehikel. Dan denken we bijvoorbeeld aan de landbouwsector, waar boeren zich verenigd hebben om samen hun melk af te zetten via een coöperatie of waar tuinbouwers zich verenigd hebben om samen hun producten af te zetten via een coöperatieve veiling. Zulke zaken noemen we een producentencoöperatie. Het woord coöperatie doet bij velen een belletje rinkelen in de vorm van een werknemerscoöperatie. Vaak wordt de connotatie gemaakt met een coöperatie als een onderneming die in eigendom is van haar werknemers. We spreken dan van een werknemerscoöperatie. In de praktijk komen we die veel minder tegen. In België, in Vlaanderen, hebben we vooral consumenten- en producentencoöperaties, en in veel mindere mate werknemerscoöperaties. Een laatste vorm tot slot is een multistakeholdercoöperatie. Dat is een onderneming die in handen is van verschillende soorten belanghebbenden, bij verschillende soorten stakeholders van de coöperatie. Dan denken we bijvoorbeeld aan coöperaties in de zorgsector waar zowel patiënten en patiëntenorganisaties als zorgverstrekkers, artsen en ziekenfondsen, of misschien ook lokale besturen, mee vennoot zijn en een rol hebben en aandelen hebben in die coöperatie."

- Maar in zijn algemeenheid, wat onderscheidt nu zo'n coöperatie van een gewone onderneming?

"Ten eerste is een coöperatie een onderneming die beheerd wordt en in eigendom is van leden. Dat zijn strikt gezien ook vennoten zoals in een naamloze vennootschap of een bvba, maar een coöperatie is eigenlijk een ledenorganisatie. Waarom? Wie is eigenaar van die coöperatie? Dat zijn de gebruikers of de begunstigden van de dienstverlening. Als ik een aandeel koop van een bank, of als ik een aandeel koop van een producent van een product dat ik al eens koop in de winkel, dan ben ik niet noodzakelijk ook klant bij die bank, of gebruiker van die zaak. Bij een coöperatie ligt dat lichtelijk anders, dan ben je én gebruiker én eigenaar van je onderneming. Dus de leden hebben eigenlijk een dubbele identiteit met een coöperatie. Ze zijn eigenaar én gebruiker of begunstigde. Ook kenmerkend voor een coöperatie is het variabele kapitaal. Leden kunnen vrij toetreden of uittreden. Als er bijkomende leden of gebruikers zijn, kan het maatschappelijk kapitaal van de coöperatie toenemen, omdat je die nieuwe leden ook aandelen geeft. Als leden vertrekken, dan daalt dat eigen vermogen of daalt het kapitaal van die onderneming, zonder dat je telkens naar een notaris hoeft te stappen, zoals wel het geval is in bijvoorbeeld een naamloze vennootschap. Verder, het democratische beheer van een coöperatie heeft ook als gevolg dat je de koppeling tussen kapitaalinbreng en zeggenschap kunt losmaken. In een normale onderneming geldt het adagium van 'één aandeel is gelijk aan één stem'. In een coöperatie kun je en mag je dat loskoppelen, tot het extreme van 'één vennoot, één stem'. Het feit dat we met een ledenorganisatie zitten waarin die leden een dubbele identiteit hebben, wil zeggen dat leden van een coöperatie daarom niet alleen gaan kijken naar hun aandeelhouderswaarde en niet alleen winst willen maximaliseren, of een maximaal dividend nastreven van een onderneming, maar dat ze ook een focus hebben op de gebruikerswaarde van de coöperatie. Met andere woorden, de coöperatie is een instrument voor de leden om de gemeenschappelijke doelstellingen na te streven."

- België heeft iets met coöperatief ondernemen, niet alleen in de praktijk, maar ook op academisch vlak!

"België was een van de koplopers in het voorzien van een juridisch statuut van de coöperatie. Dat had wel wat tekortkomingen, maar dat heeft er toch voor gezorgd dat vooral sociale bewegingen, de arbeidersbewegingen, de landbouwersbewegingen enzovoort, aan het eind van de negentiende eeuw, begin twintigste eeuw, de coöperatie kunnen hebben omarmen als instrument om hun sociale doelstellingen te verwezenlijken. We zijn zo gekomen tot coöperatieve apotheken, coöperatieve begrafenisondernemers, coöperatieve winkels, coöperatieve banken, en dergelijke meer. Eigenlijk om ervoor te zorgen dat mensen die het moeilijker hebben, of de kleine man, zeg maar, versterkt kan worden met dat economische vehikel, die coöperatie."

- Zou je nu kunnen zeggen dat de rol van die sociale bewegingen ook typisch Belgisch was?

"Als je vergelijkt met andere landen waar men een sterke coöperatieve beweging als dusdanig heeft - dan denken we bijvoorbeeld aan het Verenigd Koninkrijk of aan Canada - is België een land waar de coöperatie ingang gevonden heeft via sociale bewegingen. Dat is zo geweest in de loop van de twintigste eeuw, en dat heeft een zeker verval gekend na verloop van tijd, na het opgaan van coöperatieve banken in grotere gehelen, na het verdwijnen van de coöperatieve winkels en dergelijke meer. Maar nu zien we de jongste jaren toch wel opnieuw een coöperatieve heropleving waarbij in eerste instantie de sociale bewegingen de coöperatie herontdekt hebben als instrument om een invulling te kunnen geven aan de behoeften van arbeiders, boeren en kleine zelfstandigen."

MUZIEK

- Alles is in beweging en dus ook de coöperatie. In zijn boek schrijft Wim Van Opstal dat coöperatief ondernemen steeds opnieuw werd uitgevonden om een antwoord te formuleren op de noden van de tijd!

"Dat is zo, temeer omdat we ons de achterliggende vraag moeten stellen: waarom zou je een coöperatie oprichten? Die beweegredenen, die basisredenen, die grondslagen om een coöperatie op te richten, zijn nog steeds aanwezig, en dat in steeds andere contexten, op andere plaatsen ook en binnen andere sectoren. Een eerste reden om een coöperatie op te richten is bijvoorbeeld het voorzien van schaalvoordelen. Als je samen iets produceert of aankoopt en je werkt daarin samen, dan kun je kostenbesparend werken. Je kunt ook kennis en ervaringen bundelen, je kunt mogelijkheden hebben tot specialisatie. Een tweede reden is het feit dat je via een coöperatie bepaalde marktfalingen kunt corrigeren. Je kunt door samen te werken een tegenmacht vormen tegen een bestaande marktconcentratie, en het is datgene wat we merken met coöperaties in de distributiesector, waar kleine zelfstandigen zich organiseren in coöperaties om aan samenaankoop te doen om ook gunstige prijzen te verkrijgen. Je kunt ook een toetreding tot bepaalde markten afdwingen als je samenwerkt en je kunt ook bepaalde vacuüms of tekortkomingen in de markt wegwerken. Dan denken we bijvoorbeeld aan de zorgsector, waar we vandaag de dag zien dat de zorgnoden enorm aan het toenemen zijn, denk aan de vergrijzing bijvoorbeeld en aan armoede en sociale uitsluiting. Anderzijds is er een overheid die aan het besparen is en die toegenomen zorgnoden niet kan invullen. Wel, een coöperatie zou een interessant instrument kunnen zijn om, door samen te werken, door kapitaal te mobiliseren bij de bevolking, een antwoord te bieden op die collectieve nood. Op die manier heeft een coöperatie ook een prospectiefunctie. Ze kan daarbij nieuwe noden helpen ontdekken en zo een marktvacuüm helpen wegwerken. Dus eigenlijk is dat een voortzetting van een historische rol die sociale bewegingen al sinds de negentiende, begin twintigste eeuw spelen. We spraken toen van een context van een veel te magere of zelfs een afwezige verzorgingsstaat, vandaag spreken we over een context van een afbrokkelende verzorgingsstaat. Daardoor kan het toch wel interessant zijn om te zien, als middenveldorganisatie, welke rol je met dat instrument van een coöperatie vandaag opnieuw kunt spelen."

- In de praktijk zien we dat coöperatief ondernemen vaak een sterk normatieve lading meekrijgt! Het gaat met andere woorden om waarden!

"Coöperatief ondernemen gaat zowel over ondernemen als over dat coöperatieve. Aan dat coöperatieve hangt inderdaad een normatief kader vast. Dat was reeds zo van in het begin en dat is ook zo vastgelegd binnen de internationale coöperatieve beweging. Die principes zijn onder meer vrijwillig en open lidmaatschap. Leden die voldoen aan het profiel om lid te mogen worden, zouden vrijwillig mogen toetreden, mits natuurlijk betaling van aandeelhouderschapskapitaal. Democratische controle door de leden, het principe van 'één man, één stem', economische participatie door de leden, dus dat men vennoot blijft in goede en slechte tijden, autonomie en onafhankelijkheid, dus een coöperatie als autonome en onafhankelijke organisatie en niet als verlengstuk van de overheid of van een paternalistisch gegeven. Onderwijs, vorming en informatieverstrekking is een vijfde principe. Coöperatie tussen coöperaties, dus elkaar versterken door samenwerking in plaats van door concurrentie. En tot slot, niet onbelangrijk, aandacht voor de gemeenschap. Doordat de eigenaars van een coöperatie lokaal verankerd zijn, omzeggens rond de kerktoren wonen, gaat men automatisch een grotere reflex, een grotere aandacht hebben voor noden en behoeften binnen de lokale gemeenschap. Dat zijn in een notendop de coöperatieve principes die je in grotere of kleinere mate tegenkomt binnen de coöperatieve beweging in België."

- In België bestaat er ook een Nationale Raad voor de Coöperatie, en die Raad kan coöperaties erkennen!

"Die Raad is destijds in het leven geroepen vanwege het feit dat België een zeer liberale wetgeving had rond de coöperatieve vennootschap. Een wetgeving die zeer soepel was en veel organisaties toeliet om een coöperatieve vennootschap op te richten. Het resultaat daarvan is dat we vandaag 40.000 coöperatieve vennootschappen hebben in België, maar die lang niet altijd aansluiten bij die definitie van een coöperatie zoals we die hier besproken hebben. Daarom werd de Nationale Raad voor de Coöperatie in het leven geroepen, die een erkenning kan geven aan coöperatieve vennootschappen die in hun statuten een aantal essentiële kenmerken van de coöperatie opnemen. Dat levert enkele voordelen op, fiscaal bijvoorbeeld, maar het is vooral ook een vlag, zeg maar, een signaal dat men geeft, een label dat men geeft aan die coöperatie zodat ze zich kan distantiëren als een coöperatie die handelt volgens die coöperatieve waarden en normen."

Tot zover nog Wim Van Opstal. Zijn boek "Coöperatief ondernemen in België. Theorie en praktijk" is een uitgave van ACCO én is te koop in de goede boekhandel. Zo dadelijk Palestijnse kinderen in de gevangenis, maar eerst "God als alibi", een korte persoonlijke bedenking van Björn Siffer, woordvoerder van de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging:

MUZIEK

"Een bedenking bij de zogenaamde halalslachtingen. Onverdoofde slachtingen dus, geheel zoals het islamitische geloof het zou voorschrijven. Volgens de wet mogen dieren enkel onverdoofd geslacht worden in het kader van religieuze rites. Er wordt dus een uitzondering gemaakt. Voor religies! In België denken we dan voornamelijk aan de halalslachtingen, maar ook aan de sjechita bij de joden. Allebei rituele slachtingen zonder verdoving. De beelden van dieren die een lange doodsstrijd voeren en stikken in hun eigen bloed, spreken voor zich. Dit is dierenleed. 'We slachten al duizenden jaren op deze manier!', zeggen bepaalde moslims dan. Wel, ook dwergwerpen was hier ooit een traditie en we hebben dat fijntjes afgeschaft. Het gaat erom of we in naam van een cultuur of geloof dierenmishandeling moeten toestaan. Mag God dus als alibi dienen om dieren te mishandelen? Voor HVV is het antwoord nee."

MUZIEK

"My name is Khaled ... Israëli military courts."

Khaled Quzmar is Palestijn en werkt sinds 1995 voor Defence for Children International. Zijn familie leefde aan de grens van 1967. "De helft van ons land is in beslag genomen in 1948, zegt hij. In 2003, wanneer de Israëli's de annexatiemuur bouwden, de apartheidsmuur, is al ons land in beslag genomen. Vier van mijn broers zaten in de gevangenis, twee van hen zijn er nog steeds. Ik ben de vader van vier kinderen. Ik vertegenwoordig kinderen in de Israëlische militaire rechtbanken en dat sinds 1998. Ik deed dat tot 2007. Nu geef ik supervisie aan het werk van de advocaten in de Israëlische militaire rechtbanken."

- Maar kinderen in de gevangenis, je zou zeggen dat het niet gebeurt, maar in Palestina is het een dagelijkse praktijk!

"I was in different places … become adults (...). All the rights ... very hard conditions."

"Ik was op verschillende plaatsen in de wereld, maar nergens heb ik die situaties en omstandigheden gezien waarin kinderen in Palestina moeten leven. Helaas moeten kinderen hier afzien, en dat vanaf het eerste moment van hun leven, en tot ze volwassen worden. Alle rechten die kinderen hebben volgens de internationale mensenrechtenverdragen, overeenkomsten en wetten, in het bijzonder het Verdrag inzake Kinderrechten, worden met de voeten getreden door de Israëlische autoriteiten. Zelfs de meest fundamentele rechten, zoals het recht op leven, op gezondheid, het recht op opvoeding, het recht op vrij te zijn van marteling, en dergelijke. Als je spreekt over het recht op leven: jaarlijks worden meer dan honderd kinderen gedood door de Israëlische soldaten of door kolonisten in de bezette gebieden. Sinds september 2000, de tweede intifada, zijn ongeveer 140 kinderen vermoord door de Israëli's. Als kinderrechtenorganisatie proberen wij al die gevallen te documenteren. Als we het hebben over het recht op opvoeding, dan worden honderden kinderen die rechten ontzegd. Denk bijvoorbeeld aan naar school gaan, omdat ze gearresteerd worden of lichamelijk gekwetst zijn. Jaarlijks worden zo'n zevenhonderd kinderen gearresteerd door de Israëli's. Momenteel zitten er zo'n driehonderd in de gevangenis. Iedere maand geven we statistieken vrij over de situatie. Zo stellen we helaas vast dat dit aantal nog toeneemt. Kinderen worden op diverse manieren gefolterd, illegaal, in de hele wereld. Als conclusie kan ik dan ook zeggen dat deze kinderen aanvoelen dat ze geen deel uitmaken van deze wereld. Ze leven in bijzondere omstandigheden, extreem harde omstandigheden."

- Maar, zoals Quzmar al zei, internationaal kennen we het Kinderrechtenverdrag. Heeft Israël dat verdrag dan niet ondertekend?

"Yes, Israël is part of … kind of frustrating for them."

"Israël heeft de meeste internationale overeenkomsten ondertekend, aldus Quzmar. Maar helaas weigeren de Israëli's de toepassing van het internationale recht of de internationale mensenrechten in de bezette Palestijnse gebieden. Mocht het niet zo erg zijn, het zou een grap zijn! Wanneer we het hebben over de humanitaire rechten of wetten, dan is de toepassing daarvan verplicht volgens de internationale gemeenschap. Zelfs de Hoge Raad van Justitie heeft bekrachtigd dat deze wetten ook gelden voor de bezette gebieden. Maar deze uitspraak wordt niet aanvaard door Israël. Voor hen maken de bezette gebieden geen deel uit van Israël, en is dus de toepassing van de internationale mensenrechten niet verplicht. Dat is in tegenspraak met de opvatting van alle internationale mensenrechtenorganisaties, ook met die van de Verenigde Naties. Volgens hen zijn beide overeenkomsten wel degelijk van toepassing in de bezette gebieden. Dat is uiteraard erg frustrerend voor de kinderen. Wanneer wij hen informeren over hun rechten, en wanneer ze dus te weten komen dat ze inderdaad op heel wat rechten een beroep kunnen doen, zoals het recht op leven, opvoeding en vrijheid, en wanneer ze dan zien dat al deze rechten door de Israëli's miskend worden, dan is dat heel erg frustrerend voor hen."

- Nu, als we dit verhaal van Khaled Quzmar horen, dan gaat het hier niet om een zaak over veiligheid, maar is het eerder een kwestie van discriminatie, van apartheid!

"All the procedures in the … the country for them."

"Alle zaken in de bezette gebieden kunnen met alles in verband gebracht worden, behalve met veiligheid. Ik zie geen verband tussen veiligheid en de arrestatie van kinderen van zeven of twaalf jaar. Daarmee draag je niet bij aan de veiligheid van Israël. Zelfs de Israëli's weten dat! Het gaat er in de eerste plaats om de ander te ontkennen. Men wil het leven van de Palestijnen gewoon zo moeilijk mogelijk maken om hen uiteindelijk te dwingen het land te verlaten."

- Maar eerder zei Quzmar ook dat marteling in Israël een soort van cultuur aan het worden is!

"I, from my experience … it is a culture."

"Vanuit mijn ervaring realiseer ik me, zegt Quzmar, dat marteling deel uitmaakt van de houding van elke soldaat, in de hele wereld, die meedoet aan een bezetting. Het verdrag van de Verenigde Naties omtrent marteling definieert in artikel 1 marteling als 'elke daad, lichamelijk of geestelijk, om een bekentenis af te dwingen'. Maar dat is niet de kwestie! De kinderen, maar ook volwassen Palestijnen, zelfs wanneer ze al bekentenissen hebben afgelegd, blijven gemarteld worden. En die marteling begint bij de arrestatie, tot wanneer het kind bevrijd wordt. De psychologische marteling voor de kinderen blijft, zelfs nadat ze vrij zijn gekomen, en dat voor vele jaren. Het is gewoon een cultuur geworden!"

Tot zover nog Khaled Quzmar, juridisch adviseur van de Palestijnse afdeling van Defence for Children International. Met hem hadden we het over de situatie van Palestijnse kinderen in Israëlische gevangenissen.

Daarmee zijn we aan het eind van HVW. Samenstelling en presentatie waren van FS. De tekst van dit programma kun je bestellen bij de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, Lange Leemstraat 57, 2018 Antwerpen. Tel. 03-233.70.32. En over enkele dagen vind je de tekst ook op <h-vv.be>, waar je de uitzending nog even kunt herbeluisteren.

Volgende week hebben we een gesprek met David Van Reybrouck over PEN, en is er ook een bijdrage van het VF over Wikileaks. Dit was het wat ons betreft. Nog een goede avond en graag tot volgende week!

--

Muziek:

0'10"     High Heels – Sakamoto        Sakamoto    262975

0'35"     The Köln Concert – K. Jarrett     K. Jarrett     810 067-2

1'40"     Early mornin' rain – B. Dylan         G. Lightfoot     460112 2
 

Valide CSS!