Home arrow Onze Media arrow Radio/ Tv arrow De beschavingsmachine van Ico Maly - WF Beleidsplan
De beschavingsmachine van Ico Maly - WF Beleidsplan

HVW – HVR

 

Uitz.: 25.01.10

Opn.: 21.01.10

Real.: FS / KVD

 

“De beschavingsmachine” van Ico Maly / WF: Beleidsplan

 

Beginwijs

--

Goedenavond luisteraar en welkom in HVW. Straks hoort u een bijdrage van het WF waarin verder wordt ingegaan op het bezinningsweekend in Bohan. Maar starten doen we met Ico Maly. Onlangs publiceerde hij het boek “De beschavingsmachine. Wij en de islam”. Het boek is uitgegeven met de steun van Kif Kif, een vzw waarin Maly ook zelf actief is. Maar waarvoor staat Kif Kif? Wat doen ze zoal? Ico Maly:

De

Kif Kif is een interculturele organisatie. We werken voornamelijk met vrijwilligers, en zijn erkend als een beweging door Vlaanderen. We doen eigenlijk zeer veel, zeer uiteenlopende zaken. De mensen kennen ons het best, denk ik, via de Kif Kif Awards en Kleur de Kunst, een jaarlijkse kunstwedstrijd die we organiseren en waarbij onder andere namen zoals Rachida Lamrabet ooit uitgekomen zijn. Dus we trachten altijd mensen op te leiden, hen een podium te geven, in de hoop dat we op een bepaald moment overbodig zullen zijn, dat we die dingen niet meer hoeven te doen. Die filosofie zie je ook terug in de Kif Kif Jobbeurs, waarbij we trachten om bedrijven te verzamelen die openstaan voor diversiteit, zodat meer allochtonen aan werk geraken. Maar daarnaast leiden we ook mensen op in journalistiek, in de hoop dat ze later bij de VRT of De Standaard terechtkomen. Ook doen we aan mediawatch, we leren jongeren hoe ze media kunnen analyseren en daarover artikels of boeken kunnen schrijven. En we organiseren natuurlijk ook debatten, en zo verder. Ook acties, zoals juridische actie ten aanzien van Deutsche Bank, omdat we daar klachten kregen wegens racisme, Adecco, en zo verder. Dus we zijn eigenlijk een beweging die strijdt tegen racisme en voor gelijkheid.

 

In de inleiding van je boek lees ik dat de werking van de media en de productie van beeldvorming centraal staan in je boek. Als we dit nu betrekken op de islam, is het dan dat wat je bedoelt met de titel van het boek “De beschavingsmachine”?

 

Dat vormt er een deel van. Als ik de beschavingsmachine als concept gebruik, dan verwijs ik naar twee dingen. Aan de ene kant de islamindustrie, en dus die beeldvorming en dat discours over de islam, en anderzijds een soort beschavingsindustrie. Ik zal proberen het te duiden. Wat je volgens mij ziet, is dat in de laatste twee decennia er een nieuw verhaal gekomen is over de realiteit, waarin cultuur vrij belangrijk is, waarin meer bepaald de islam in het vizier komt. Je merkt vandaag dat er een heel pak mensen zijn die zich profileren op de islam, die een verhaal brengen over de islam, maar dat verhaal over de islam is niet over de islam zoals het dag in dag uit door mensen beleefd wordt, maar is dat beeld van de islam als een soort monolithisch blok dat ons bedreigt – hetzij fysiek in de zin van terrorisme en criminaliteit, hetzij in de zin van onze waarden en normen die bedreigd zouden worden door dat monolithische geheel. Nu, mijn standpunt is dat dat discours niet alleen zeer succesvol is, meer en meer tot onze normaliteit is gaan behoren in de laatste twee decennia, maar dat dat discours ook niet vrijblijvend is. Woorden als kut-Marokkaan en zo verder hebben wel degelijk een impact op onze samenleving en ook op het beleid dat gevoerd wordt. En als we kijken op internationaal niveau, dan kunnen we stellen dat dat hele verhaal rond de islam gebruikt is als een soort draagvlak om de oorlogen in Irak te verantwoorden – zowel wat wij kennen als de eerste Golfoorlog, wat in se de tweede Golfoorlog is, als de huidige oorlog in Irak en Afghanistan. Maar ook in eigen land zien we dat dat discours zich vertaalt in een bepaald beleid. Het is vandaag weinig populair om structurele maatregelen te eisen, om te focussen op de sociaaleconomische positie van allochtonen. Het is veel populairder om te focussen op waarden, normen, het Nederlands leren. Daarmee creëert men een tweedelige illusie, namelijk één, dat die waarden en normen niet gedeeld worden door de allochtonen in onze samenleving, dat ze ook geen Nederlands willen leren, maar anderzijds creëert men ook de illusie dat men daarmee effectief ook de problemen zal oplossen. Volgens mij klopt dat eigenlijk niet. Ik denk dat we heel veel structurele maatregelen moeten nemen om dat racisme weg te nemen. Zoals Rik Coolsaet het onlangs zei, we moeten weer leren kijken door de bril die ongelijkheid ziet. En dat hebben we vandaag voor een groot deel verleerd, net door dat discours.

 

Die beeldvorming, zoals je zegt, is uiteraard niet onschuldig. In werkelijkheid gaat het niet zozeer over beschaven, schrijf je in je boek, maar eerder over de strijd om economische en politieke macht!

 

Volgens mij klopt dat ook. Ik denk dat we daar toch de parallel kunnen trekken met het koloniale tijdperk. Ook toen zeiden we dat we naar Afrika gingen om de zwartjes beschaving bij te brengen, en blijkbaar had dat niets te doen met wat wijzelf wilden, namelijk de grondstoffen daar, de arbeidskrachten, en zo verder. Ik denk dat we vandaag iets gelijkaardigs zien. Als we kijken naar de speeches van de twee Bushen, dan zien we dat al die oorlogen blijkbaar enkel gevoerd zijn vanuit hooggestemde waarden, de democratie, voor de vrijheid, terwijl we werkelijk niet veel moeite moeten doen om vast te stellen dat het wel degelijk gaat over geopolitieke belangen, over winst, over olie. Als we kijken naar Irak, dan zien we dat democratie daar heel vaak gefnuikt is, verkiezingen zijn afgeschaft omdat men wist of dat onderzoek aantoonde dat men ging stemmen voor partijen die stonden voor een economisch protectionisme. In wezen, als je echt kijkt, dan zie je dat het gaat over economische belangen en het vrijwaren van die economische belangen, ongeacht alle hooggestemde waarden die daarmee gepaard gaan. Meer zelfs, ik denk dat het vrij nefast is voor die hooggestemde waarden, want uiteindelijk leren nu mensen in Irak dat democratie vrij gewelddadig is. Je ziet dat ook aan de soort hulp die we sturen, hé. We sturen militairen vandaag, we sturen geen professoren of doctoren en zo verder. Dus ik denk wel degelijk dat het gaat over die sociaaleconomische en politieke doeleinden.

 

Cultuur is een heel belangrijk begrip in je analyse. Cultuur verving ideologie, macht en machtsongelijkheid, schrijf je, als concept om de wereld te verklaren!

 

Dat wordt zeer duidelijk als je gaat kijken waarvoor cultuur allemaal gebruikt wordt om dingen uit te leggen. Dan zie je dat de islam gebruikt wordt om rondhangende jongeren te verklaren, om homofobie te verklaren, om criminaliteit te verklaren. De meest uiteenlopende fenomenen worden nu enkel en alleen verklaard via de islam en enkel dat. Volgens mij is dat een uitermate slechte analyse op verschillende niveaus. Aan de ene kant zien we daardoor, door te focussen op cultuur, al die andere zaken niet meer: de globalisering, de impact van media, onderwijsniveau, de positie in de samenleving, racisme, en zo verder. Die dingen laten we blijkbaar allemaal buiten schot. Als we naar onszelf kijken, dan kijken we wel degelijk naar al die factoren, maar bij de ander is het blijkbaar enkel de islam. Op dat vlak is dat, denk ik, een zeer slechte analyse. Maar er is nog een tweede punt, namelijk het cultuurbegrip dat gehanteerd wordt. Ik word vaak voorgesteld als iemand die zegt dat cultuur geen rol speelt. Dat is absoluut niet waar, natuurlijk. Cultuur en religie spelen een rol in de maatschappij en zijn een mogelijke verklaringsgrond, maar je kunt dat nooit hanteren als een soort monolithisch blok. Vandaag zien we cultuur als een soort waarden en normen die blijkbaar biologisch gereproduceerd worden en niet veranderen, namelijk ze hebben een essentie en ze blijven zo. Eigenlijk komen we daar zeer dicht bij het oude rasbegrip van weleer. Dat is dus ook een probleem! We moeten cultuur gaan zien zoals die dag in dag uit geproduceerd wordt, en dan kunnen we niet anders dan vaststellen dat de mensen van Marokkaanse of Turkse origine in onze samenleving niet alleen een drager zijn van hun cultuur van hun ouders, maar ook een drager zijn van onze cultuur. Wij maken dat hier samen. Als ik praat met een allochtoon, maken wij samen cultuur. Hij kan beïnvloed worden door mij, ik door hem, en zo ontstaat cultuur. Maar zo kijken we vandaag, als we het debat mogen geloven, niet naar cultuur. We zien cultuur als iets vaststaands waarbij iedere moslim dezelfde is. Dat is natuurlijk uitermate nefast en zeer onwetenschappelijk, maar wel de norm vandaag de dag.

 

In al die analyses gaat het altijd over de ander, om wij, om zij, om een plaatsbepaling. Vaak ook gelinkt aan een superioriteitsorde!

 

Dat is volgens mij een ander element dat je ziet in dat hele discours. Aan de ene kant heb ik nu al het cultuurbegrip geduid, aan de andere kant zie je ook – onder andere door Fukuyama, maar later herhaald, zij het vaak impliciet, door anderen – dat men ook weer een model vanuit het koloniale tijdperk bovenhaalt, namelijk de lineaire evolutie. Fukuyama zei het als volgt: ‘Wij, de westerlingen, zitten op het summum van de ideologische ontwikkeling. Wij zijn allemaal liberalen, als economisch systeem, en democraten, én een beter systeem zal nooit gevonden kunnen worden.’ De anderen, de derde wereld, ziet hij als een soort anachronisme. Die zitten nog in de donkere dagen van de geschiedenis, maar zullen uiteindelijk op ons punt terechtkomen. Daarbij stellen we dus weer die superioriteit centraal. Wij weten het beter, wij hebben betere systemen, en wij moeten het eigenlijk ook opleggen. Je krijgt opnieuw een white man’s burden, namelijk wij hebben de taak om die ander te gaan verlichten. Voor Fukuyama was dat zelfs met geweld mogelijk. Dat was vrij controversieel in de jaren negentig, maar na het nieuwe millennium zie je dus wel degelijk dat onder anderen een Patrick Dewael opiniestukken schrijft waarin hij zegt dat wij superieur zijn, alsof dat geen enkele consequentie is, alsof je dat al kunt zeggen natuurlijk, want dat veronderstelt dat je culturen kunt afbakenen en rangschikken. Ik denk dat beide niet kunnen. Cultuur is zeer flou, het gaat over, er zijn geen duidelijke grenzen te trekken. Het is ook zeer moeilijk om die te gaan vergelijken. Het hangt allemaal af van wat je neemt als criterium om te gaan vergelijken. Als we het bijvoorbeeld over abortus hebben, dan laat de islam abortus toe. Op die manier zou je kunnen zeggen dat de islam superieur is. Maar dan verlies je weer andere dingen uit het oog, en zo verder. Dus om maar te zeggen: die vergelijking is volgens mij niet mogelijk en, meer nog, die is volgens mij zeer gevaarlijk. Net omdat we dan opnieuw komen met die superieure gedachten en dat het dan maar normaal is dat we die ander zien als inferieur, barbaars en zo verder. Men doet alsof dat geen impact heeft op de samenleving en ik durf dat ten stelligste te betwisten. Als je vandaag vraagt aan de gemiddelde allochtoon wat hij tegenkomt, dan denk ik dat hij dan wel degelijk zal merken dat de idee leeft en dat dat ook tegen hem geuit wordt én dat dat ook consequenties heeft. Ze voelen zich minder goed in onze samenleving. Dus ik denk dat dat inderdaad een probleem is en dat we daartegen moeten reageren.

 

Tot zover nog Ico Maly. Zijn boek, “De beschavingsmachine. Wij en de islam”, is een uitgave van EPO en is te koop in de goede boekhandel. Zo dadelijk een bijdrage van het WF, maar eerst muziek:

 

MUZIEK

 

Marockin’ Brass met Shabby. En dan nu tijd voor een bijdrage van het WF. Daarbij gaan we verder in op het bezinningsweekend van het WF in Bohan.

 

Dat klopt, Frank. Want het bezinningsweekend van het WF in Bohan in november leverde een aantal pistes op voor het beleidsplan van het WF. En dat heeft veel te maken met de suggesties van enkele aangezochte specialisten. Dat kwam reeds aan bod in een eerdere uitzending, maar we praatten in Bohan ook verder door met die specialisten. Vandaag gaan we meer in op de voorzet van Sven Gatz en Dirk Verhofstadt. Die kaartten toen aandachtspunten aan zoals diversiteit, cultuurparticipatie en verstedelijking. Sven Gatz had het over de nood aan een intercultureel pact. En Dirk Verhofstadt pleitte voor een meer miltante vrijzinnigheid. Met Sven Gatz bekijken we eerst de nood aan meer cultuur en inburgering, en de rol van het WF daarin.

 

Wel, om te beginnen kan het WF het beleid een stukje onder druk zetten en signaleren dat cultuur te weinig in het onderwijs aan bod komt, hé. Dat gebeurt toch al wel meer en gestructureerder, maar nog niet voldoende, en vooral nog niet voldoende op jonge leeftijd. Want hoe vroeger je kinderen in contact brengt met cultuur, hoe meer je ze zin of ‘goesting’ geeft dat het gewoon iets plezants is om te doen. En dat het eigenlijk niet tot een soort van les of lessenpakket behoort, maar dat het plezant is om te ervaren. Dat is één ding. Twee, het WF kan zelf ook projecten opzetten, mocht het dat willen, om met jonge leerlingen – welke hun achtergrond en hun taal ook is – een soort van traject af te leggen rond goede punten op school halen, maar ook bepaalde doelstellingen halen op cultureel vlak. Een jongere kan zeggen: kijk, ik wil dit jaar op cultureel vlak een aantal dingen doen. Of: ik wil die en die vooruitgang maken in de muziekscholen, en dergelijke meer.

 

Diversiteit, en vooral de inburgeringscursussen, het inburgeringsbeleid zoals dat vorm heeft gekregen door Marino Keulen, om te beginnen. Op een bepaald ogenblik zei u: ‘Ik wil toch eens gaan kijken naar zo’n inburgeringscursus om na te gaan wat daar wordt meegegeven.’ Ja, op dat punt kan het WF misschien toch ook wel inspelen, hé?

 

We weten dat onder impuls van Marino Keulen de commissie-Bossuyt, onder leiding van professor Bossuyt, vijf waarden heeft ingebracht in de cursus Maatschappelijke Oriëntatie die inburgeraars moeten volgen, hé. Dat gaat dan om vrijheid, gelijkheid, solidariteit, maar ook burgerschap en respect. En dan krijg je een soort kosmopolitisch humanisme, hé. Maar ik ben gewoon nieuwsgierig als politicus om eens te kijken hoe men die waarden nu vertaalt op de cursusvloer, op de werkvloer, wanneer men tien à twintig cursisten heeft. Hoe vertaalt men dat dan als het gaat over dingen zoals seksualiteit, homoseksualiteit, hoofddoeken, man-vrouw enzovoort? Dat is wel intrigerend. Het WF kan daar zelf, laten we zeggen, de inhoudelijke discussie mee voeden rond wat dat respect, dat burgerschap en die waarden dan juist moeten inhouden. Dat spreekt voor zich.

 

Sven Gatz over cultuurparticipatie en inburgering. Dirk Verhofstadt pleitte in zijn bijdrage in Bohan dan weer voor een meer militante vrijzinnigheid, voor de waarde van individualisme én voor solidariteit. En meteen verduidelijkte hij ook zijn opvattingen over een kosmopolitisch humanisme.

 

Wel, ik denk dat het individualisme, dat eigenlijk de onderbodem is van het liberalisme, nog altijd de corebusiness van het WF zou moeten zijn en blijven. Ik denk dat het individualisme een heel belangrijk iets is waaraan we aandacht moeten blijven besteden. Soms klinkt dat woord negatief omdat men het vereenzelvigt met egoïsme, maar daar heeft het eigenlijk niets mee te maken. Waar het over gaat? Het gaat over het recht op zelfbeschikking van elke mens. Het is namelijk het recht van elke mens om iets van zijn of haar leven te maken. En ik denk dat het een opdracht van het WF is en blijft om een reeks acties, activiteiten te organiseren die juist maken dat mensen inderdaad dat recht op zelfbeschikking maximaal kunnen invullen.

 

Je hebt het ook willen verduidelijken vanuit enkele tegenstellingen die meestal worden aangevoerd, namelijk individualisme tegenover solidariteit. Dat is voor jou heel duidelijk niet het geval. Het WF kan dus ook wel werken vanuit een bepaald begrip van solidariteit en daardoor ook het individualisme eigenlijk bevorderen?

 

Ja, natuurlijk, individualisme en solidariteit zijn niet tegengesteld tegenover elkaar. Ik zou bijna zeggen: integendeel. Het is pas op het ogenblik dat je echt vrij bent in het maken van je keuzes, dat je ook echt solidair kunt zijn. Ik heb trouwens ook een paar voorbeelden gegeven. Een drietal, waar ik vind dat we een grote solidariteit aan de dag moeten leggen, bijvoorbeeld op het vlak van onderwijs. We moeten heel veel onderwijs aanbieden, zodanig dat kinderen later, als ze volwassen zijn, heel doelbewuste keuzes kunnen maken. Ten tweede op het vlak van de sociale zekerheid. Het is absoluut nodig dat we een sterke sociale zekerheid hebben, zodat zieken, gepensioneerden en gehandicapten ook hun recht op zelfbeschikking kunnen invullen. En ten derde, specifiek voor het WF is het aanbieden van heel wat cultuur. Omdat cultuur toch ook in het verlengde ligt van het onderwijs om zo veel mogelijk mensen te laten participeren aan een breed cultureel leven. Wat ook hun recht op zelfbeschikking ten goede komt.

 

Een en ander komt onder druk uiteraard door een bepaalde sfeer die ontstaan is in de maatschappij, door een aantal krachten die daar aan het werk zijn en die een sfeer van onzekerheid, angst en onveiligheid hebben voortgebracht. Hoe moet men daarmee omgaan dan?

 

Ik denk dat we zeker en vast moeten opletten dat we geen soort terugslag kennen. We leven inderdaad in een periode van heel wat angst en onzekerheid vanwege de migratie, vanwege de problematiek van het klimaat, van de terreur, ook met de beurscrisis, de financiële en de economische crisis. Maar dat neemt allemaal niet weg dat we mijns inziens toch de weg van het individualisme, van het recht op zelfbeschikking verder moeten bewandelen. Ik vind dat het belangrijk is dat we de keuzemogelijkheden die we zelf als mensen hier hebben ook zo veel mogelijk trachten uit te breiden naar al diegenen die daar alleen nog maar van kunnen dromen.

 

Het WF is een vrijzinnige vereniging. Dat kan ook aan de orde zijn, uiteraard. Hoe moeten we die vrijzinnigheid eigenlijk invullen in concrete gevallen? In dat verband heb je gewezen op een toegenomen politieke aanwezigheid ook van levensbeschouwing, maar vooral van religie.

 

Ja, ik denk dat het duidelijk is dat de religie aan een soort comeback bezig is. En dan bedoel ik niet het geloof op zich. Het is niet zo dat er meer kerkbezoek zou zijn, en dergelijke meer. Maar wel dat de politieke factor opnieuw tracht religie een grotere plaats te geven in het publieke en zelfs het private leven. En ik denk dat we daarvoor moeten opletten. Ik zou nogal willen pleiten voor een meer militante vrijzinnigheid, waarbij we een alternatief plaatsen tegenover wat ik zou durven noemen het groepsdenken. Dat we vaak uitgaan van niet alleen groepsdenken, maar ook de groepsdwang die vaak uitgaat van religie. Dat we daartegenover een heel kritisch-rationalistische levensvisie moeten plaatsen. Waarbij we dus aan de mensen duidelijk maken dat zij op basis van de rede bepaalde standpunten moeten innemen, bijvoorbeeld inzake goed en kwaad, in plaats van op basis van bijvoorbeeld heilige teksten.

 

In dat verband heb je ook aandacht gevraagd voor het beschouwen, of het nadenken over cultuur. En dat men niet in de val mag trappen van aan de ene kant het cultuurrelativisme – het ‘alles kan, alles mag’ en men vergoelijkt alles vanuit de culturele eigenheid dan – en aan de andere kant de monocultuur.

 

Ja, aan de ene kant heb je, m.b.t. de multiculturele samenleving die een feit is, waarmee we zullen moeten leren leven, een houding van cultuurrelativisme, die vaak in het verleden werd aangenomen. Waarbij we toch nogal wat mensen in de steek hebben gelaten die in culturen opgroeien waar hun individuele rechten en vrijheden beknot worden. Aan de andere kant, bij extreem rechts, zien we een strekking die zegt dat we naar een monoculturalisme moeten. Maar dat is evengoed een aantasting van de vrijheid, want dat betekent dat mensen bepaalde aspecten van hun identiteit zouden moeten opgeven. En ik denk dat er een derde weg bestaat, een liberale weg. Dat is deze van het kosmopolitische humanisme, waarbij wij pleiten voor een soort van universele seculiere moraal. Dat klinkt wat theoretisch, maar in de praktijk komt dat erop neer dat we enkele liberale grondbeginselen aanvaarden: scheiding van Kerk en Staat, de gelijkwaardigheid van elke mens, het recht op zelfbeschikking en de vrijheid van meningsuiting. En als we die aanvaarden, dat daarbinnen alle diversiteit mogelijk is.

 

Een aparte idee was ook wel een beetje dat een militant-vrijzinnige houding eigenlijk vertrekt, niet van het bestaan van groepsrechten – die zullen er allicht ook wel zijn – maar dat er vooral individuele rechten zijn. Kun je die tegenstelling groepsrechten/individuele rechten nog eens een beetje uitleggen?

 

Ik denk dat we moeten opletten met groepsrechten. Omdat groepsrechten heel snel kunnen leiden tot het onderdrukken van individuen die binnen die groep leven aan bepaalde waarden, aan bepaalde regels die men aan die individuen wil opleggen. Dus ben ik grote voorstander van wat met een moeilijk woord empowerment noemt, het sterker maken van individuen en individuen, door hun rechten te geven via onderwijs, via sociale zekerheid, via cultuur.

 

Onderwijs, jongerenwerking is in hoofdzaak gesitueerd in het onderwijs. En dan zei je op een bepaald ogenblik: ‘Ja, onderwijs moet geen gelovigen maken, maar kritische burgers.’

 

Ik heb al gezegd dat er toch een zekere comeback is van, laten we maar zeggen, de politieke krachten die religie opnieuw in het publieke domein willen plaatsen. En ik denk dat het absoluut nodig is om daar een zeker tegengewicht te bieden. Om dus eerder te pleiten voor een onderwijs dat een kritisch-rationalistische houding aanneemt en dat kinderen inderdaad opvoedt tot kritische burgers die later in staat zullen zijn om heel doelbewuste keuzes te maken, en geen gelovige. Ik denk dat het nodig is dat alle inrichtende machten misschien eens goed zullen nadenken wat uiteindelijk de bedoeling is van onderwijs. Onderwijs is inderdaad om een aantal normen en waarden over te dragen. Dat is nogal evident. Maar ook om mensen tot kritische burgers op te voeden en om die in die complexe maatschappij die we vandaag toch kennen, zo weerbaar mogelijk te plaatsen.

Dirk Verhofstadt over de mogelijke aandachtspunten voor het verdere beleid van het WF. Eerder was er ook Sven Gatz daarover. In een volgende bijdrage van het WF komen nog de bedenkingen van Philippe De Backer, Ruth Soenen en Raymonda Verdyck aan bod. Uw reacties kunt u alvast kwijt bij het WF zelf. Dat vindt u aan de Vrijdagmarkt 24-25 in Gent. Telefoneren kan er op 09 224 10 75. Uiteraard is er ook de website: www.willemsfonds.be.

 

 

Daarmee zijn we aan het eind van HVW. Samenstelling en presentatie waren van KVD en FS. De tekst van dit programma kun je bestellen bij de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, Lange Leemstraat 57, 2018 Antwerpen. Tel.: 03 233 70 32. En over enkele dagen vind je de tekst ook op h-vv.be, waar je de uitzending nog even kunt herbeluisteren.

Volgende week zijn we er weer en dan heeft KVD het met Koen Raes over de scheiding van Kerk en Staat, en praten we met saxofonist, componist en muziekeducator Luc Mishalle over “Een stoet van kleur en klanken”.

Dit was het wat ons betreft. Nog een goede avond en graag tot volgende week!

 

Muziek:

10”       High Heels – Sakamoto                        Sakamoto        262975

1’05”     Shabby - Marockin’ Brass                     L. Mishalle        MET-X 2009

 

 

Valide CSS!