| De beschavingsmachine van Ico Maly - WF Beleidsplan |
|
HVW – HVR
Uitz.: 25.01.10
Opn.: 21.01.10
Real.: FS / KVD
“De beschavingsmachine” van Ico Maly / WF:
Beleidsplan
Beginwijs
--
Goedenavond luisteraar en welkom in HVW.
Straks hoort u een bijdrage van het WF waarin verder wordt ingegaan op het
bezinningsweekend in Bohan. Maar starten doen we met Ico Maly. Onlangs
publiceerde hij het boek “De beschavingsmachine. Wij en de islam”. Het boek is
uitgegeven met de steun van Kif Kif, een vzw waarin Maly ook zelf actief is.
Maar waarvoor staat Kif Kif? Wat doen ze zoal? Ico Maly:
De
Kif Kif is een
interculturele organisatie. We werken voornamelijk met vrijwilligers, en zijn
erkend als een beweging door Vlaanderen. We doen eigenlijk zeer veel, zeer
uiteenlopende zaken. De mensen kennen ons het best, denk ik, via de Kif Kif
Awards en Kleur de Kunst, een jaarlijkse kunstwedstrijd die we organiseren en
waarbij onder andere namen zoals Rachida Lamrabet ooit uitgekomen zijn. Dus we
trachten altijd mensen op te leiden, hen een podium te geven, in de hoop dat we
op een bepaald moment overbodig zullen zijn, dat we die dingen niet meer hoeven
te doen. Die filosofie zie je ook terug in de Kif Kif Jobbeurs, waarbij we
trachten om bedrijven te verzamelen die openstaan voor diversiteit, zodat meer
allochtonen aan werk geraken. Maar daarnaast leiden we ook mensen op in
journalistiek, in de hoop dat ze later bij de VRT of De Standaard terechtkomen.
Ook doen we aan mediawatch, we leren jongeren hoe ze media kunnen analyseren en
daarover artikels of boeken kunnen schrijven. En we organiseren natuurlijk ook
debatten, en zo verder. Ook acties, zoals juridische actie ten aanzien van
Deutsche Bank, omdat we daar klachten kregen wegens racisme, Adecco, en zo
verder. Dus we zijn eigenlijk een beweging die strijdt tegen racisme en voor
gelijkheid.
In de inleiding van je boek lees ik dat de
werking van de media en de productie van beeldvorming centraal staan in je
boek. Als we dit nu betrekken op de islam, is het dan dat wat je bedoelt met de
titel van het boek “De beschavingsmachine”?
Dat vormt er een
deel van. Als ik de beschavingsmachine als concept gebruik, dan verwijs ik naar
twee dingen. Aan de ene kant de islamindustrie, en dus die beeldvorming en dat
discours over de islam, en anderzijds een soort beschavingsindustrie. Ik zal
proberen het te duiden. Wat je volgens mij ziet, is dat in de laatste twee
decennia er een nieuw verhaal gekomen is over de realiteit, waarin cultuur vrij
belangrijk is, waarin meer bepaald de islam in het vizier komt. Je merkt
vandaag dat er een heel pak mensen zijn die zich profileren op de islam, die
een verhaal brengen over de islam, maar dat verhaal over de islam is niet over
de islam zoals het dag in dag uit door mensen beleefd wordt, maar is dat beeld
van de islam als een soort monolithisch blok dat ons bedreigt – hetzij fysiek
in de zin van terrorisme en criminaliteit, hetzij in de zin van onze waarden en
normen die bedreigd zouden worden door dat monolithische geheel. Nu, mijn
standpunt is dat dat discours niet alleen zeer succesvol is, meer en meer tot
onze normaliteit is gaan behoren in de laatste twee decennia, maar dat dat
discours ook niet vrijblijvend is. Woorden als kut-Marokkaan en zo verder
hebben wel degelijk een impact op onze samenleving en ook op het beleid dat
gevoerd wordt. En als we kijken op internationaal niveau, dan kunnen we stellen
dat dat hele verhaal rond de islam gebruikt is als een soort draagvlak om de
oorlogen in Irak te verantwoorden – zowel wat wij kennen als de eerste
Golfoorlog, wat in se de tweede Golfoorlog is, als de huidige oorlog in Irak en
Afghanistan. Maar ook in eigen land zien we dat dat discours zich vertaalt in
een bepaald beleid. Het is vandaag weinig populair om structurele maatregelen
te eisen, om te focussen op de sociaaleconomische positie van allochtonen. Het
is veel populairder om te focussen op waarden, normen, het Nederlands leren.
Daarmee creëert men een tweedelige illusie, namelijk één, dat die waarden en
normen niet gedeeld worden door de allochtonen in onze samenleving, dat ze ook
geen Nederlands willen leren, maar anderzijds creëert men ook de illusie dat
men daarmee effectief ook de problemen zal oplossen. Volgens mij klopt dat
eigenlijk niet. Ik denk dat we heel veel structurele maatregelen moeten nemen
om dat racisme weg te nemen. Zoals Rik Coolsaet het onlangs zei, we moeten weer
leren kijken door de bril die ongelijkheid ziet. En dat hebben we vandaag voor
een groot deel verleerd, net door dat discours.
Die beeldvorming, zoals je zegt, is
uiteraard niet onschuldig. In werkelijkheid gaat het niet zozeer over
beschaven, schrijf je in je boek, maar eerder over de strijd om economische en
politieke macht!
Volgens mij klopt
dat ook. Ik denk dat we daar toch de parallel kunnen trekken met het koloniale
tijdperk. Ook toen zeiden we dat we naar Afrika gingen om de zwartjes beschaving
bij te brengen, en blijkbaar had dat niets te doen met wat wijzelf wilden,
namelijk de grondstoffen daar, de arbeidskrachten, en zo verder. Ik denk dat we
vandaag iets gelijkaardigs zien. Als we kijken naar de speeches van de twee
Bushen, dan zien we dat al die oorlogen blijkbaar enkel gevoerd zijn vanuit
hooggestemde waarden, de democratie, voor de vrijheid, terwijl we werkelijk
niet veel moeite moeten doen om vast te stellen dat het wel degelijk gaat over
geopolitieke belangen, over winst, over olie. Als we kijken naar Irak, dan zien
we dat democratie daar heel vaak gefnuikt is, verk
Cultuur is een heel belangrijk begrip in je
analyse. Cultuur verving ideologie, macht en machtsongelijkheid, schrijf je,
als concept om de wereld te verklaren!
Dat wordt zeer
duidelijk als je gaat kijken waarvoor cultuur allemaal gebruikt wordt om dingen
uit te leggen. Dan zie je dat de islam gebruikt wordt om rondhangende jongeren
te verklaren, om homofobie te verklaren, om criminaliteit te verklaren. De
meest uiteenlopende fenomenen worden nu enkel en alleen verklaard via de islam
en enkel dat. Volgens mij is dat een uitermate slechte analyse op verschillende
niveaus. Aan de ene kant zien we daardoor, door te focussen op cultuur, al die
andere zaken niet meer: de globalisering, de impact van media, onderwijsniveau,
de positie in de samenleving, racisme, en zo verder. Die dingen laten we
blijkbaar allemaal buiten schot. Als we naar onszelf kijken, dan kijken we wel
degelijk naar al die factoren, maar bij de ander is het blijkbaar enkel de
islam. Op dat vlak is dat, denk ik, een zeer slechte analyse. Maar er is nog
een tweede punt, namelijk het cultuurbegrip dat gehanteerd wordt. Ik word vaak
voorgesteld als iemand die zegt dat cultuur geen rol speelt. Dat is absoluut
niet waar, natuurlijk. Cultuur en religie spelen een rol in de maatschappij en
zijn een mogelijke verklaringsgrond, maar je kunt dat nooit hanteren als een
soort monolithisch blok. Vandaag zien we cultuur als een soort waarden en
normen die blijkbaar biologisch gereproduceerd worden en niet veranderen, namelijk
ze hebben een essentie en ze blijven zo. Eigenlijk komen we daar zeer dicht bij
het oude rasbegrip van weleer. Dat is dus ook een probleem! We moeten cultuur
gaan zien zoals die dag in dag uit geproduceerd wordt, en dan kunnen we niet
anders dan vaststellen dat de mensen van Marokkaanse of Turkse origine in onze
samenleving niet alleen een drager zijn van hun cultuur van hun ouders, maar
ook een drager zijn van onze cultuur. Wij maken dat hier samen. Als ik praat
met een allochtoon, maken wij samen cultuur. Hij kan beïnvloed worden door mij,
ik door hem, en zo ontstaat cultuur. Maar zo kijken we vandaag, als we het
debat mogen geloven, niet naar cultuur. We zien cultuur als iets vaststaands
waarbij iedere moslim dezelfde is. Dat is natuurlijk uitermate nefast en zeer
onwetenschappelijk, maar wel de norm vandaag de dag.
In al die analyses gaat het altijd over de
ander, om wij, om zij, om een plaatsbepaling. Vaak ook gelinkt aan een
superioriteitsorde!
Dat is volgens mij
een ander element dat je ziet in dat hele discours. Aan de ene kant heb ik nu
al het cultuurbegrip geduid, aan de andere kant zie je ook – onder andere door
Fukuyama, maar later herhaald, zij het vaak impliciet, door anderen – dat men ook
weer een model vanuit het koloniale tijdperk bovenhaalt, namelijk de lineaire
evolutie. Fukuyama zei het als volgt: ‘Wij, de westerlingen, zitten op het
summum van de ideologische ontwikkeling. Wij zijn allemaal liberalen, als
economisch systeem, en democraten, én een beter systeem zal nooit gevonden
kunnen worden.’ De anderen, de derde wereld, ziet hij als een soort
anachronisme. Die zitten nog in de donkere dagen van de geschiedenis, maar
zullen uiteindelijk op ons punt terechtkomen. Daarbij stellen we dus weer die
superioriteit centraal. Wij weten het beter, wij hebben betere systemen, en wij
moeten het eigenlijk ook opleggen. Je krijgt opnieuw een white man’s burden,
namelijk wij hebben de taak om die ander te gaan verlichten. Voor Fukuyama was
dat zelfs met geweld mogelijk. Dat was vrij controversieel in de jaren
negentig, maar na het nieuwe millennium zie je dus wel degelijk dat onder
anderen een Patrick Dewael opiniestukken schrijft waarin hij zegt dat wij
superieur zijn, alsof dat geen enkele consequentie is, alsof je dat al kunt
zeggen natuurlijk, want dat veronderstelt dat je culturen kunt afbakenen en
rangschikken. Ik denk dat beide niet kunnen. Cultuur is zeer flou, het gaat
over, er zijn geen duidelijke grenzen te trekken. Het is ook zeer moeilijk om
die te gaan vergelijken. Het hangt allemaal af van wat je neemt als criterium
om te gaan vergelijken. Als we het bijvoorbeeld over abortus hebben, dan laat
de islam abortus toe. Op die manier zou je kunnen zeggen dat de islam superieur
is. Maar dan verlies je weer andere dingen uit het oog, en zo verder. Dus om
maar te zeggen: die vergelijking is volgens mij niet mogelijk en, meer nog, die
is volgens mij zeer gevaarlijk. Net omdat we dan opnieuw komen met die
superieure gedachten en dat het dan maar normaal is dat we die ander zien als
inferieur, barbaars en zo verder. Men doet alsof dat geen impact heeft op de
samenleving en ik durf dat ten stelligste te betwisten. Als je vandaag vraagt
aan de gemiddelde allochtoon wat hij tegenkomt, dan denk ik dat hij dan wel
degelijk zal merken dat de idee leeft en dat dat ook tegen hem geuit wordt én
dat dat ook consequenties heeft. Ze voelen zich minder goed in onze
samenleving. Dus ik denk dat dat inderdaad een probleem is en dat we daartegen
moeten reageren.
Tot zover nog Ico Maly. Zijn boek, “De
beschavingsmachine. Wij en de islam”, is een uitgave van EPO en is te koop in
de goede boekhandel. Zo dadelijk een bijdrage van het WF, maar eerst muziek:
MUZIEK
Marockin’ Brass met Shabby. En dan nu tijd voor een bijdrage van
het WF. Daarbij gaan we verder in op het bezinningsweekend van het WF in Bohan.
Dat klopt,
Frank. Want het bezinningsweekend van het WF in Bohan in november leverde een
aantal pistes op voor het beleidsplan van het WF. En dat heeft veel te maken
met de suggesties van enkele aangezochte specialisten. Dat kwam reeds aan bod
in een eerdere uitzending, maar we praatten in Bohan ook verder door met die
specialisten. Vandaag gaan we meer in op de voorzet van Sven Gatz en Dirk
Verhofstadt. Die kaartten toen aandachtspunten aan zoals diversiteit,
cultuurparticipatie en verstedelijking. Sven Gatz had het over de nood aan een
intercultureel pact. En Dirk Verhofstadt pleitte voor een meer miltante
vrijzinnigheid. Met Sven Gatz bekijken we eerst de nood aan meer cultuur en
inburgering, en de rol van het WF daarin.
Wel, om te beginnen kan het WF het beleid een stukje onder druk zetten en
signaleren dat cultuur te weinig in het onderwijs aan bod komt, hé. Dat gebeurt
toch al wel meer en gestructureerder, maar nog niet voldoende, en vooral nog
niet voldoende op jonge leeftijd. Want hoe vroeger je kinderen in contact
brengt met cultuur, hoe meer je ze zin of ‘goesting’ geeft dat het gewoon iets
plezants is om te doen. En dat het eigenlijk niet tot een soort van les of
lessenpakket behoort, maar dat het plezant is om te ervaren. Dat is één ding.
Twee, het WF kan zelf ook projecten opzetten, mocht het dat willen, om met
jonge leerlingen – welke hun achtergrond en hun taal ook is – een soort van
traject af te leggen rond goede punten op school halen, maar ook bepaalde
doelstellingen halen op cultureel vlak. Een jongere kan zeggen: kijk, ik wil
dit jaar op cultureel vlak een aantal dingen doen. Of: ik wil die en die
vooruitgang maken in de muziekscholen, en dergelijke meer.
Diversiteit, en vooral de
inburgeringscursussen, het inburgeringsbeleid zoals dat vorm heeft gekregen
door Marino Keulen, om te beginnen. Op een bepaald ogenblik zei u: ‘Ik wil toch
eens gaan kijken naar zo’n inburgeringscursus om na te gaan wat daar wordt
meegegeven.’ Ja, op dat punt kan het WF misschien toch ook wel inspelen, hé?
We weten dat onder impuls van Marino Keulen de commissie-Bossuyt, onder
leiding van professor Bossuyt, vijf waarden heeft ingebracht in de cursus
Maatschappelijke Oriëntatie die inburgeraars moeten volgen, hé. Dat gaat dan om
vrijheid, gelijkheid, solidariteit, maar ook burgerschap en respect. En dan
krijg je een soort kosmopolitisch humanisme, hé. Maar ik ben gewoon
nieuwsgierig als politicus om eens te kijken hoe men die waarden nu vertaalt op
de cursusvloer, op de werkvloer, wanneer men tien à twintig cursisten heeft.
Hoe vertaalt men dat dan als het gaat over dingen zoals seksualiteit,
homoseksualiteit, hoofddoeken, man-vrouw enzovoort? Dat is wel intrigerend. Het
WF kan daar zelf, laten we zeggen, de inhoudelijke discussie mee voeden rond
wat dat respect, dat burgerschap en die waarden dan juist moeten inhouden. Dat
spreekt voor zich.
Sven Gatz
over cultuurparticipatie en inburgering. Dirk Verhofstadt pleitte in zijn
bijdrage in Bohan dan weer voor een meer militante vrijzinnigheid, voor de
waarde van individualisme én voor solidariteit. En meteen verduidelijkte hij
ook zijn opvattingen over een kosmopolitisch humanisme.
Wel, ik denk dat het individualisme, dat eigenlijk de onderbodem is van
het liberalisme, nog altijd de corebusiness van het WF zou moeten zijn en
blijven. Ik denk dat het individualisme een heel belangrijk iets is waaraan we
aandacht moeten blijven besteden. Soms klinkt dat woord negatief omdat men het
vereenzelvigt met egoïsme, maar daar heeft het eigenlijk niets mee te maken.
Waar het over gaat? Het gaat over het recht op zelfbeschikking van elke mens. Het
is namelijk het recht van elke mens om iets van zijn of haar leven te maken. En
ik denk dat het een opdracht van het WF is en blijft om een reeks acties,
activiteiten te organiseren die juist maken dat mensen inderdaad dat recht op
zelfbeschikking maximaal kunnen invullen.
Je hebt het ook willen verduidelijken vanuit
enkele tegenstellingen die meestal worden aangevoerd, namelijk individualisme
tegenover solidariteit. Dat is voor jou heel duidelijk niet het geval. Het WF
kan dus ook wel werken vanuit een bepaald begrip van solidariteit en daardoor
ook het individualisme eigenlijk bevorderen?
Ja, natuurlijk, individualisme en solidariteit zijn niet tegengesteld
tegenover elkaar. Ik zou bijna zeggen: integendeel. Het is pas op het ogenblik
dat je echt vrij bent in het maken van je keuzes, dat je ook echt solidair kunt
zijn. Ik heb trouwens ook een paar voorbeelden gegeven. Een drietal, waar ik
vind dat we een grote solidariteit aan de dag moeten leggen, bijvoorbeeld op
het vlak van onderwijs. We moeten heel veel onderwijs aanbieden, zodanig dat
kinderen later, als ze volwassen zijn, heel doelbewuste keuzes kunnen maken.
Ten tweede op het vlak van de sociale zekerheid. Het is absoluut nodig dat we
een sterke sociale zekerheid hebben, zodat zieken, gepensioneerden en gehandicapten
ook hun recht op zelfbeschikking kunnen invullen. En ten derde, specifiek voor
het WF is het aanbieden van heel wat cultuur. Omdat cultuur toch ook in het
verlengde ligt van het onderwijs om zo veel mogelijk mensen te laten participeren
aan een breed cultureel leven. Wat ook hun recht op zelfbeschikking ten goede
komt.
Een en ander komt onder druk uiteraard door
een bepaalde sfeer die ontstaan is in de maatschappij, door een aantal krachten
die daar aan het werk zijn en die een sfeer van onzekerheid, angst en
onveiligheid hebben voortgebracht. Hoe moet men daarmee omgaan dan?
Ik denk dat we zeker en vast moeten opletten dat we geen soort terugslag
kennen. We leven inderdaad in een periode van heel wat angst en onzekerheid
vanwege de migratie, vanwege de problematiek van het klimaat, van de terreur,
ook met de beurscrisis, de financiële en de economische crisis. Maar dat neemt
allemaal niet weg dat we mijns inziens toch de weg van het individualisme, van
het recht op zelfbeschikking verder moeten bewandelen. Ik vind dat het
belangrijk is dat we de keuzemogelijkheden die we zelf als mensen hier hebben
ook zo veel mogelijk trachten uit te breiden naar al diegenen die daar alleen
nog maar van kunnen dromen.
Het WF is een vrijzinnige vereniging. Dat kan
ook aan de orde zijn, uiteraard. Hoe moeten we die vrijzinnigheid eigenlijk
invullen in concrete gevallen? In dat verband heb je gewezen op een toegenomen
politieke aanwezigheid ook van levensbeschouwing, maar vooral van religie.
Ja, ik denk dat het duidelijk is dat de religie aan een soort comeback
bezig is. En dan bedoel ik niet het geloof op zich. Het is niet zo dat er meer
kerkbezoek zou zijn, en dergelijke meer. Maar wel dat de politieke factor
opnieuw tracht religie een grotere plaats te geven in het publieke en zelfs het
private leven. En ik denk dat we daarvoor moeten opletten. Ik zou nogal willen
pleiten voor een meer militante vrijzinnigheid, waarbij we een alternatief
plaatsen tegenover wat ik zou durven noemen het groepsdenken. Dat we vaak
uitgaan van niet alleen groepsdenken, maar ook de groepsdwang die vaak uitgaat
van religie. Dat we daartegenover een heel kritisch-rationalistische
levensvisie moeten plaatsen. Waarbij we dus aan de mensen duidelijk maken dat
zij op basis van de rede bepaalde standpunten moeten innemen, bijvoorbeeld
inzake goed en kwaad, in plaats van op basis van bijvoorbeeld heilige teksten.
In dat verband heb je ook aandacht gevraagd
voor het beschouwen, of het nadenken over cultuur. En dat men niet in de val
mag trappen van aan de ene kant het cultuurrelativisme – het ‘alles kan, alles
mag’ en men vergoelijkt alles vanuit de culturele eigenheid dan – en aan de
andere kant de monocultuur.
Ja, aan de ene kant heb je, m.b.t. de multiculturele samenleving die een
feit is, waarmee we zullen moeten leren leven, een houding van
cultuurrelativisme, die vaak in het verleden werd aangenomen. Waarbij we toch
nogal wat mensen in de steek hebben gelaten die in culturen opgroeien waar hun
individuele rechten en vrijheden beknot worden. Aan de andere kant, bij extreem
rechts, zien we een strekking die zegt dat we naar een monoculturalisme moeten.
Maar dat is evengoed een aantasting van de vrijheid, want dat betekent dat
mensen bepaalde aspecten van hun identiteit zouden moeten opgeven. En ik denk
dat er een derde weg bestaat, een liberale weg. Dat is deze van het
kosmopolitische humanisme, waarbij wij pleiten voor een soort van universele
seculiere moraal. Dat klinkt wat theoretisch, maar in de praktijk komt dat erop
neer dat we enkele liberale grondbeginselen aanvaarden: scheiding van Kerk en
Staat, de gelijkwaardigheid van elke mens, het recht op zelfbeschikking en de
vrijheid van meningsuiting. En als we die aanvaarden, dat daarbinnen alle
diversiteit mogelijk is.
Een aparte idee was ook wel een beetje dat een
militant-vrijzinnige houding eigenlijk vertrekt, niet van het bestaan van
groepsrechten – die zullen er allicht ook wel zijn – maar dat er vooral
individuele rechten zijn. Kun je die tegenstelling groepsrechten/individuele
rechten nog eens een beetje uitleggen?
Ik denk dat we moeten opletten met groepsrechten. Omdat groepsrechten
heel snel kunnen leiden tot het onderdrukken van individuen die binnen die
groep leven aan bepaalde waarden, aan bepaalde regels die men aan die
individuen wil opleggen. Dus ben ik grote voorstander van wat met een moeilijk
woord empowerment noemt, het sterker maken van individuen en individuen, door
hun rechten te geven via onderwijs, via sociale zekerheid, via cultuur.
Onderwijs, jongerenwerking is in hoofdzaak
gesitueerd in het onderwijs. En dan zei je op een bepaald ogenblik: ‘Ja,
onderwijs moet geen gelovigen maken, maar kritische burgers.’
Ik heb al gezegd dat er toch een zekere comeback is van, laten we maar
zeggen, de politieke krachten die religie opnieuw in het publieke domein willen
plaatsen. En ik denk dat het absoluut nodig is om daar een zeker tegengewicht
te bieden. Om dus eerder te pleiten voor een onderwijs dat een
kritisch-rationalistische houding aanneemt en dat kinderen inderdaad opvoedt
tot kritische burgers die later in staat zullen zijn om heel doelbewuste keuzes
te maken, en geen gelovige. Ik denk dat het nodig is dat alle inrichtende
machten misschien eens goed zullen nadenken wat uiteindelijk de bedoeling is
van onderwijs. Onderwijs is inderdaad om een aantal normen en waarden over te
dragen. Dat is nogal evident. Maar ook om mensen tot kritische burgers op te
voeden en om die in die complexe maatschappij die we vandaag toch kennen, zo
weerbaar mogelijk te plaatsen.
Dirk Verhofstadt over de mogelijke aandachtspunten voor
het verdere beleid van het WF. Eerder was er ook Sven Gatz daarover. In een
volgende bijdrage van het WF komen nog de bedenkingen van Philippe De Backer,
Ruth Soenen en Raymonda Verdyck aan bod. Uw reacties kunt u alvast kwijt bij
het WF zelf. Dat vindt u aan de Vrijdagmarkt 24-25 in
Gent. Telefoneren kan er op 09 224 10 75. Uiteraard is er ook de
website: www.willemsfonds.be.
Daarmee zijn we aan het eind van HVW.
Samenstelling en presentatie waren van KVD en FS. De tekst van dit programma
kun je bestellen bij de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, Lange Leemstraat
57, 2018 Antwerpen. Tel.: 03 233 70 32. En over enkele dagen vind je de tekst
ook op h-vv.be,
waar je de uitzending nog even kunt herbeluisteren.
Volgende week zijn we er weer en dan heeft
KVD het met Koen Raes over de scheiding van Kerk en Staat, en praten we met
saxofonist, componist en muziekeducator Luc Mishalle over “Een stoet van kleur
en klanken”.
Dit was het wat ons betreft.
Nog een goede avond en graag tot volgende week!
Muziek:
10” High Heels – Sakamoto Sakamoto 262975
1’05” Shabby
- Marockin’ Brass L.
Mishalle MET-X 2009
|