| De Aartsbisschop en Immanente Gerechtigheid |
|
Op een persconferentie kwam de aartsbisschop uitleggen dat zijn bewering over aids en immanente gerechtigheid verkeerd was begrepen. Los van de grond van de zaak, is het nuttig even stil te staan bij zijn uitspraak dat immanente gerechtigheid toch tot het normaal taalgebruik behoort. Transcendente rechtvaardigheid is niet besteed aan wie niet in een hiernamaals gelooft. Zij vrezen ze niet en zien er niet naar uit. Velen van hen zijn overigens van mening dat in het rond neuken op zich helemaal geen straf vereist. Voor jongeren, zelfs als ze in transcendente rechtvaardigheid geloven, is die vorm van rechtvaardigheid overigens veraf. Zeker als je het allemaal goed kan maken, door te biechten bijvoorbeeld, of door een later deugdzaam leven. Immanente rechtvaardigheid komt dus goed van pas om jongeren, samen met al wie niet in transcendente rechtvaardigheid gelooft, op het rechte spoor te houden. Pas op! Ook in deze wereld krijg je je verdiende loon. Op de vraag wat het rechte spoor is, heeft de aartsbisschop een antwoord: het is wat zijn kerk leert. Dat sommigen die in het rond neuken aids krijgen, toont overigens aan dat zijn kerk het bij het rechte eind heeft. Op `onverdiende' vormen van aids en kanker kleeft de aartsbisschop geen label. Het is echter niet moeilijk een beetje proper te redeneren. Als aids krijgen na losbandig gedrag past binnen de immanente rechtvaardigheid, dan past aids krijgen zonder losbandig gedrag binnen de immanente onrechtvaardigheid. Idem voor kanker krijgen zonder te hebben gerookt. Daarmee houdt het niet op. In het rond neuken zonder aids te krijgen is ook een vorm van immanente onrechtvaardigheid. Je verdient aids en je krijgt het niet! En zo zijn er veel voorbeelden. Jongens in de broek tasten onder meer. Daar krijg je echt niets van. Het instituut van de aartsbisschop heeft er overigens voor gezorgd dat haar priesters en paters en broeders er geen straf en zelfs geen publieke afkeuring voor kregen. Voor eigen volk hebben ze de immanente rechtvaardigheid dus afgebogen. Alles wel bekeken kan een redelijk mens alleen besluiten dat er in deze wereld veel immanente onrechtvaardigheid is en weinig immanente rechtvaardigheid. Wie jong is en al wie niet aan transcendente rechtvaardigheid gelooft zal, als hij of zij tenminste een beetje redeneert, niet worden afgeschrikt door die zo afwezige immanente rechtvaardigheid. Ook om aan te tonen dat het instituut waartoe de aartsbisschop behoort, weet wat het rechte pad is, is immanente rechtvaardigheid van geen nut. Eens we dit hebben vastgesteld, is de vraag waarom iemand een begrip als immanente rechtvaardigheid zou invoeren of gebruiken. Het is immers iets als menselijke rechtneuzigheid. Je past daarin als je neus recht staat. Wijkt hij uit naar links of naar rechts, dan pas je er niet in. Je past dan in de menselijke onrechtneuzigheid. Welke zot komt er nu in godsnaam op het idee om een begrip als menselijke rechtneuzigheid te gebruiken? Neen, aartsbisschop Leonardo non-da Vinci, immanente rechtvaardigheid behoort niet tot het normale taalgebruik. Het behoort evenmin tot het taalgebruik van de hedendaagse ethiek of van de hedendaagse politieke filosofie. Het behoort tot het taalgebruik van de theologie waarin uwe excellentie is opgevoed. Het is verbonden met dat ander fabeltje, dat het Opperwezen voor de zijnen zorgt. Vraag en gij zult verkrijgen. Kijk naar de vogelen des hemels, kleingelovigen, zij zaaien niet en maaien niet; de hemelse Vader zorgt voor hen. Als je goed bent, zal de Vader ervoor zorgen dat je voorspoed kent. Heb je, goed zijnde, toch tegenslag, dan is dat alleen omdat Hij, door je te beproeven, je nog meer kansen wil geven om verdiensten voor het hiernamaals te verwerven. Of een goed mens nu voor- of tegenspoed kent, het fabeltje klopt altijd. Immanente rechtvaardigheid zorgt ervoor dat de slechten tegenspoed kennen. Weliswaar niet allemaal. De slechten die voorspoed kennen, zijn overigens nuttig om de goeden in bekoring te brengen zodat die, als ze aan de bekoring weerstaan, weer meer verdiensten verwerven voor het hiernamaals. (Dank u, Opperwezen.) Ook deze keerzijde van het fabeltje klopt altijd. Misschien zou de aartsbisschop, als hij dit zou lezen, protesteren. Voor wie niet aan transcendente rechtvaardigheid gelooft, zou hij kunnen argumenteren, komt immanente rechtvaardigheid gewoon neer op rechtvaardigheid. Die is er toch of, beter gezegd, zou er moeten zijn. Daarmee ben ik het volmondig eens. Alleen, als ik nadenk over rechtvaardigheid, dan denk ik niet meteen aan de vraag of het rechtvaardig is dat wie in het rond neukt aids krijgt. Mij lijkt het dat er inzake rechtvaardigheid wel gewichtigere problemen zijn in de wereld van vandaag. Tot slot wou ik hieraan nog toevoegen dat het voorgaande geen aanval is op het christendom of op de theologie. Geen modern theoloog zou dergelijke onzin in de mond nemen. Spijtig is wel dat je van hen zo weinig verneemt. Diderik Batens, filosoof, UGent 25 oktober 2010 |