Home arrow Onze Media arrow Radio/ Tv arrow Darwin voor dames / De factor Fidel
Darwin voor dames / De factor Fidel

HVW 04.05.09  Darwin voor dames / De factor Fidel

Opn.:               30.04.09

Uitz.:                04.05.09

Samenst.:        KVD / FS

 

MUZIEK:

15”       Signe                          E. Clapton                               E. Clapton       9 45024-2

30”       Drume Negrita R. Cooder/M. Galbàn  E. Grenet         7559-79691-2

2’00”    Chan Chan                  Buena Vista Social Club F. Repilado WCD 050

 

Goedenavond en welkom bij HVW. Wij hebben aandacht voor “Darwin voor dames” van filosofe Griet Vandermassen van de UG. Dat doen we in een gesprek met de schrijfster zelf. Maar er is ook een bijdrage over “De factor Fidel”. FS had daarover een gesprek met Katrien Demuynck en Marc Vandepitte. Van hen verscheen onlangs “De factor Fidel”, waarin zij het hebben over de kerngedachten van Fidel Castro. Maar we beginnen met “Darwin voor dames”.

 

‘De intellectuele geloofwaardigheid van het feminisme wordt bedreigd door de logische tegenstrijdigheden en het gebrek aan kennis van en openheid voor andere dan sociaal-constructivistische verklaringen die veel feministische theorieën karakteriseren. Als feministen de groeiende hoeveelheid bewijsmateriaal uit biologische wetenschappen en de sociale wetenschappen m.b.t. de biologische onderbouwing van menselijk gedrag blijven verwerpen, plaatsen ze zichzelf in een pijnlijk ongeïnformeerde hoek. Om inzicht te verwerven in de menselijke natuur en menselijk gedrag, moeten we rekening houden met alle mogelijke informatiebronnen. Niet alleen met degene die ons ideologisch aanspreken.’

 

Filosofe Griet Vandermassen van de UG met een stukje uit “Darwin voor dames”. De centrale stelling in haar boek is dat een goed begrepen darwinistisch perspectief op de menselijke natuur en op de seksen nodig is om de grote vraagstukken binnen het feminisme op te lossen en haalbare sociale hervormingen te ontwerpen. Maar veel feministen vrezen dat als je een darwinistisch evolutionair perspectief hanteert, je daarmee een mannelijke kijk verdedigt. Darwin was uiteraard een kind van zijn victoriaanse tijd. En dat blijkt ook uit zijn evolutietheorie. Evolutie was voor Darwin een mannelijke aangelegenheid. En zijn mannelijke benadering van bijvoorbeeld seksueel verschil vind je volgens een bepaald feminisme nog altijd terug in onder meer de hedendaagse seksuele selectietheorie. Een aanstoot voor feministen, want een minimalisering van de vrouwelijke rol in de evolutie en voor sommigen een reden om vandaag vrouwen in hun stereotiepe rollen te houden: huisvrouw, moeder, verzorgster, verleidster, …

Maar, stelt Greet Vandermassen, toch heeft het feminisme er belang bij de bevindingen van de evolutionaire wetenschappen juist in te schatten. En wel hierom …

 

Heel wat feministen vrezen dat als je een evolutionair perspectief op seksueel verschil hanteert – zoals Darwin deed en zoals vandaag nog altijd gebeurt in de seksuele selectietheorie –, je daarmee eigenlijk een mannelijk perspectief verdedigt. Waarom? Omdat een evolutionair perspectief inderdaad aangeeft dat een heel aantal seksestereotypen zoals wij die kennen, geworteld zijn in de realiteit. Dat die niet zomaar sociale constructies zijn, maar dat die heel vaak een product zijn van onze evolutionaire voorgeschiedenis. Een heel aantal feministische denkers gaat ervan uit dat dat eigenlijk op zich al het bewijs is dat hier een mannelijk perspectief gehanteerd wordt. Omdat binnen de feministische wereld er vaak van uitgegaan wordt dat goed wetenschappelijk onderzoek zou moeten leiden tot de bevinding dat die verschillen tussen mannen en vrouwen helemaal niet zo groot zijn. En als ze er zijn, dat ze dan vooral een product zijn van de sociale en culturele omgeving.

 

Maar hoe stond Darwin daar zelf tegenover?

 

Wel, als je Darwin daarover leest, en je leest dat door een beetje een feministische bril, dan kan dat wel tamelijk aanstootgevend zijn. En ik kan mij zeker voorstellen dat feministen daardoor heel wantrouwig worden tegenover een evolutionair perspectief op seksueel verschil. Darwin ging er – net zoals alle mannen van zijn tijd, en trouwens vrouwen ook – van uit dat vrouwen de minderen waren, de mindere waren van mannen. Hij gaf daar ook een evolutionaire verklaring voor. Hij stelde namelijk dat mannen in de loop van onze evolutionaire geschiedenis hadden moeten jagen en vechten en hun kinderen en vrouwen beschermen. En dat zij daardoor intellectueel en moreel veel meer ontwikkeld waren dan vrouwen, die eigenlijk heel weinig hadden moeten doen in de loop van die evolutie. Hij besluit dus dat vrouwen nooit het intellectuele peil kunnen benaderen van mannen. Ook niet als je hen toelating zou geven tot onderwijs. Iets waar hij trouwens voorstander van was. Dus Darwin was op dat vlak behoorlijk victoriaans. Hij had niet echt een verlicht vrouwbeeld. Anderzijds was hij wel, zoals ik zei, voorstander van onderwijs voor vrouwen en ook voorstander van stemrecht voor vrouwen. Hij was een beetje een kind van zijn tijd. Met toch ook progressieve denkbeelden.

 

In Darwins tijd zelf kwam daar toch ook al reactie op, hé?

 

Al snel na de publicatie van “The descent of man”, verschenen in 1871, kwam er kritiek vanuit feministische hoek. Vier jaar later verscheen er al een boek van een Amerikaanse feministe, Antoinette Blackwell, die schreef – en terecht schreef – dat Darwin zijn theorie van seksuele selectie veel te veel benaderd had vanuit mannelijk perspectief. Dus Darwin had heel veel aandacht voor mannelijke dieren, voor mannelijk vertoon in de dierenwereld, allerlei mannelijke ornamenten, maar, zoals zij schrijft, met heel weinig aandacht voor de mogelijkheid dat vrouwelijke organismen weleens even belangrijke, maar dan complementaire eigenschappen ontwikkeld zouden kunnen hebben in de loop van de evolutie. Darwin lijkt haar boek niet gelezen te hebben. Er is geen aanwijzing dat hij weet had van dat boek. Daar is waarschijnlijk ook de kloof ontstaan tussen een evolutionaire benadering van seksueel verschil en het feminisme.

 

Toch is er vandaag een misbruik uiteindelijk van die ideeën van Darwin om vrouwen hoe dan ook toch te discrimineren ten opzichte van mannen?

 

Wetenschappelijke theorieën kunnen inderdaad altijd misbruikt worden. We moeten daar inderdaad voorzichtig mee zijn, maar je kunt de wetenschappers in kwestie er moeilijk voor blameren als daar mensen zijn die daar ideologisch misbruik van willen maken. En we zien dat inderdaad gebeuren. Voor een deel is dat een terechte angst van feministen. Je ziet een aantal conservatieve denkers, zeker in Amerika, die op basis van evolutionaire inzichten gaan argumenteren dat het toch maar beter is dat vrouwen aan de haard blijven, bijvoorbeeld. Maar dan vind ik het net belangrijk dat feministen daartegen ingaan in plaats van zelf het evolutionaire perspectief te gaan brandmerken als iets inherent conservatiefs. Wat het niet is. Het is gewoon een wetenschappelijk perspectief. En als mensen het misbruiken, moet je het misbruik aanklagen en niet de theorie op zich.

 

In je boek zeg je dat er geen mannelijke of geen vrouwelijke wetenschap bestaat. Kun je dat ook eens eventjes uitleggen?

 

Ja, dus ik denk dat er niet zoiets bestaat als bijvoorbeeld een feministische wetenschap of een vrouwelijke wetenschap. Omdat wetenschap uiteindelijk beoordeeld wordt op haar resultaten en op haar bewijsvoering. Dus of je nu man bent of vrouw, hetero of homo, uiteindelijk zul je jouw theorie, jouw wetenschappelijke hypothese moeten hardmaken aan de hand van empirische data, aan de hand van bijvoorbeeld hypothesen die je ontwikkelt en die dan inderdaad vruchtbaar blijken te zijn enzovoort. Dat betekent echter niet dat het compleet irrelevant is of het nu mannen of vrouwen zijn die aan wetenschap doen. Omdat gebleken is dat bijvoorbeeld in de biologische en evolutionaire wetenschappen tot aan de jaren 1970, toen het vooral mannen waren die aan wetenschap deden, je daar een verwaarlozing krijgt van vrouwelijke organismen, van vrouwelijke belangen ook, in het onderzoek. Dus je ziet dat wetenschappers ook maar mensen zijn, hé. Elke man, elke vrouw brengt in zijn of haar wetenschappelijk onderzoek onvermijdelijk ergens de eigen levenservaringen mee, de eigen verwachtingen, de eigen waarden ook, en die worden waarschijnlijk voor een stuk in het onderzoek geprojecteerd. Om tot een neutraal wetenschapsbedrijf te komen, denk ik dat het daarom heel belangrijk is dat je zowel mannen als vrouwen hebt die aan wetenschap doen. Dus vrouwelijke wetenschappers hebben heel veel mannelijke vooroordelen in de biologische, evolutionaire en menswetenschappen gecorrigeerd. Zij hebben aangetoond: kijk, hier en hier en hier hebben jullie niet aan vrouwen gedacht. Dat betekent nog niet dat je dan plots met een vrouwelijke wetenschap zit. Het wordt gewoon betere wetenschap. Naarmate vooroordelen gecorrigeerd worden in de wetenschap, krijg je betere wetenschap.

 

Wat kan het feminisme, het actuele feminisme dan, uiteindelijk nog leren van het darwinisme?

 

Ten eerste kan een darwinistisch of een evolutionair denkkader verklaringen leveren voor een heleboel vragen waar het feminisme al heel lang mee zit. Gewoon al de vraag: hoe komt het dat mannen en vrouwen zich wereldwijd anders gedragen? Hoe komt het dat je typische patronen van mannelijk en vrouwelijk gedrag vindt over de hele wereld en ook door de hele geschiedenis heen? Bijvoorbeeld patronen van grotere mannelijke fysieke agressie, patronen van grotere vrouwelijke moederzorg. Daarnaast denk ik dat het feminisme ook als politiek project baat kan hebben bij een beter inzicht in de oorzaken van mannelijk en vrouwelijk verschil. Omdat als je een politiek project hebt, je maar beter voortgaat, denk ik, op de best mogelijke wetenschappelijke kennis over wat menselijk gedrag drijft, over wat mannelijk en vrouwelijk gedrag drijft, om op die manier efficiënter te kunnen inwerken op menselijke motivatie en jouw doelstellingen beter te kunnen bereiken. Dus een evolutionair perspectief zegt dat je soms mensen ongelijk zult moeten behandelen om toch een gelijke uitkomst te verkrijgen. Als mannen en vrouwen bijvoorbeeld gemiddeld verschillende prioriteiten hebben, zul je ze misschien andere kansen moeten geven of op een andere manier moeten behandelen, om ervoor te zorgen dat ze op dezelfde manier aan de eindstreep komen.

 

Zie je dan ook een mildere houding ten aanzien van. dat darwinisme bij het feminisme vandaag?

 

Dat gaat heel traag. Ik zie wel dat sommige feministen bereid zijn om lippendienst te bewijzen aan evolutionaire en biologische benaderingen van typisch mannelijk en typisch vrouwelijk gedrag en motivatie, maar je ziet die nog altijd nauwelijks verwerkt in de theorievorming van feministen. Die blijft nagenoeg exclusief gefocust op de rol van opvoeding, socialisatie, cultuur enzovoort. En dat blijft dus een heel kortzichtige verklaring. En als je daar een evolutionair perspectief bij brengt, dat zowel rekening houdt met, laat ik zeggen, aangeboren neigingen en verlangens als met culturele context, dan krijg je gewoon een veel rijker en breder verklaringskader.

 

Tot zover Griet Vandermassen over “Darwin voor dames”, in het Darwinjaar toch nog prangend actueel. En niet alleen daarom … “Darwin voor dames” werd uitgegeven bij Uitgeverij Nieuwezijds en je kunt het verkrijgen via elke goede boekhandel. Een aanrader.

 

“Chan Chan”, dat is uiteraard muziek van de Buena Vista Social Club. Die brengt ons bij de bijdrage van FS over “De factor Fidel”. En ja, Frank, in dat boek gaat het eigenlijk over een reconstructie van de kerngedachten van Fidel Castro. Waarom een ‘reconstructie’?

 

Van Katrien Demuynck en Marc Vandepitte verscheen onlangs “De factor Fidel”, een reconstructie van de kerngedachten van Fidel Castro. En, niet toevallig, spreken de auteurs van een reconstructie, want, zeggen ze, Castro zelf heeft nooit zijn ideeën gesystematiseerd! Katrien Demuynck en Marc Vandepitte:

 

Ja, dat is zo! In feite waren we aan het werken en zijn we nog altijd aan het werken aan een ander boek, en het was iets wat ons opviel, dat we zoveel, eigenlijk interessante zaken bij elkaar hadden, maar dat we die nergens zelf geconcentreerd in een boek konden terugvinden. Noch in Cuba zelf, noch in het buitenland. Nu, een van de redenen zal zijn dat het inderdaad zeer versnipperd is. Het is niet gemakkelijk om alles bijeen te brengen. Waarom heeft Fidel het zelf niet gedaan? Wellicht is hij vooral in eerste instantie een man van de praktijk, een man van de actie, iemand die vijftig, zestig jaar een zaak heeft proberen op te bouwen, aan de ene kant. Aan de andere kant zit daar waarschijnlijk toch ook wel tussen het feit dat de man heel erg antidogmatisch is en dat hij vooral heeft willen vermijden, of wil vermijden, dat er zoiets als een fidelisme zou ontstaan of een receptenboekje van hoe het moet volgens Fidel en dat dat alle creativiteit en spontaniteit in de toekomst zou kunnen kapotmaken.

 

Het ideeëngoed zelf van Fidel Castro dan. Dat omschrijf je in het boek als een originele, rijke en onorthodoxe mix van diverse invloeden!

 

Fidel Castro zelf bekijkt zijn eigen denken als een combinatie, een synthese van het denken van José Marti, zeg maar het Latijns-Amerikaanse verlichtingsdenken, aan de ene kant. Aan de andere kant het Europese marxisme. Het marxisme heeft in Latijns-Amerika veel invloed gehad, maar is toch op een andere wijze bekeken en gehanteerd geworden dan in Europa. Men heeft altijd de roots van Latijns-Amerika gerespecteerd en het marxisme daarbinnen een plaats gegeven. In die zin speelt José Marti een minstens zo belangrijke rol in het denken en handelen van Fidel Castro, de Cubaanse revolutie, als het marxisme. Hij doet dat op een zeer originele manier, hij combineert een aantal elementen uit die rijke Latijns-Amerikaanse strijdtraditie, want dat is het wel, niet alleen bij José Marti, ook Simon Bolivar en vele andere denkers en strijders van het continent. Anderzijds haalt hij ook heel wat elementen uit het marxisme binnen, maar hij doet dat op een zeer onorthodoxe wijze. Dat wil zeggen dat hij niet slaafs de recepten – als er al recepten zouden zijn in het marxisme, maar goed, hij gaat niet slaafs recepten toepassen op een land zoals Cuba. Integendeel, hij gaat kijken wat er bruikbaar is. En wat er bruikbaar is, zal hij op een originele, flexibele, creatieve wijze toepassen.

Misschien een voorbeeldje daarvan geven. Het is een zeer merkwaardig voorbeeld. Bij een klassiek marxisme was het maken van de revolutie ondenkbaar zonder de vorming van een partij. Het was eerst de partij, die dan trachtte een achterban te organiseren, politiek te vormen enzovoort, en als de situatie dan rijp genoeg was, ging men over tot gewapende strijd. In Cuba is het eigenlijk net andersom geweest. Men is begonnen aan de gewapende strijd, met een clandestien legertje, maar eigenlijk politiek zeer zwak gevormd en ook organisatorisch relatief zwak gevormd. Gaandeweg heeft men dan, tijdens de revolutie en vooral na de overwinning van de gewapende strijd, alles in het werk gesteld om die partij gestalte te geven. Dus het is net andersom gegaan dan in de meeste klassieke revoluties.

 

Opvallend is toch ook de aanwezigheid van Don Quichot, Fidels grote held!

 

Het is misschien merkwaardig, maar “Don Quichot” is bijvoorbeeld het eerste boek dat op honderdduizend exemplaren verspreid is na de overwinning van de revolutie. Je zou kunnen zeggen: wat is daar aan de hand? Effectief voor marxisten, of voor Marx specifiek, was Don Quichot eerder het voorbeeld van hoe het niet moet, de antiheld, de fantast. Wel, het is net die fantast waar Fidel eigenlijk een stuk, ik zal niet zeggen een model in ziet, maar in elk geval die hij naar voren schuift.

 

Nu, opvallend ook is de ethische dimensie in het denken van Fidel Castro. Is dat louter en alleen toe te schrijven aan José Marti of zijn er ook andere invloeden?

 

Je zou in het algemeen kunnen stellen dat de ethische dimensie heel sterk aanwezig is in de Latijns-Amerikaanse traditie en dat die, althans in expliciete vorm, ietwat was ondergesneeuwd in het marxisme. Fidel stelt dat centraal, zoals het ook bij José Marti centraal staat. Je kunt zelfs meer zeggen. Het is niet alleen ethiek, het is eigenlijk in de volle zin van het woord een humanisme dat hij weer volledig centraal stelt in de uitbouw van zijn marxistische revolutie. Bijvoorbeeld de waardigheid van de mens is heel belangrijk. Het gedachtegoed van vrijheid, van vrij kunnen denken, het ondogmatische denken is heel belangrijk. Het streven naar rechtvaardigheid. Het belang ook van de ideeën. Al die zaken zijn heel belangrijk, en voor een groot gedeelte haalt hij dat inderdaad bij José Marti, maar ook bij andere denkers van Latijns-Amerika.

 

Het is ook zo dat Fidel, als hij rondom zich heen kijkt, als hij ziet wat er gebeurt, als hij ziet hoe mensen reageren, vaststelt dat mensen zich heel sterk laten motiveren en laten bewegen, of in beweging komen, op basis van waarden, op basis van ethiek. Hij gaat die heel sterke factor ook inzetten in zowel het maken van de revolutie als daarna, het uitbouwen van een nieuwe, een andere maatschappij.

 

Wat misschien een gegeven is dat weinig bekend is in dat verband, is dat José Marti een vrijmetselaar was. Er is daar een hele controverse rond geweest. In het begin van de republiek, dus het begin van de twintigste eeuw, toen Cuba onafhankelijk was, wou men dat aspect uit de weg gaan, verdonkeremanen, omdat het niet goed stond op dat moment. Nu heeft men ongeveer twee jaar geleden bewijzen gevonden voor het feit dat hij lid is geweest van een loge in Spanje toen hij daar in ballingschap was. Je merkt dus ook dat je dat hele gedachtegoed bij José Marti, op een versnipperde wijze weliswaar, ook terugvindt in heel wat uitspraken en aspecten van het denken van Fidel Castro.

 

Een ander aspect is het voluntarisme, het sterke geloof, en dan citeer ik eventjes een tekst uit het boek, ‘om datgene wat vandaag onmogelijk lijkt te transformeren in iets wat in de toekomst mogelijk zal zijn’!

 

Fidel Castro, maar ook Che Guevara bijvoorbeeld, hadden een zeer groot vertrouwen in de mens. Ze hadden een heel sterk geloof in de bevolking, tenminste op voorwaarde dat die bevolking gevormd was of gevormd werd. Zij zagen trouwens de revolutie zelf als een grote leerschool. In die zin weken zij ook af van de traditionele marxisten en van de communistische partij in hun land, omdat die vonden dat de situatie nog niet rijp was. Maar Fidel en ook Che vonden dat de situatie niet volledig rijp hoefde te zijn, maar dat het in het proces zelf, wat zij als een leerproces zagen, wel zou komen. Vandaar ook van in het begin de zeer grote nadruk op alfabetisering en scholing. Dus in de brousse zelf, tijdens de gewapende strijd, maakten zij al schooltjes om de arbeiders, maar ook de guerrillero’s te onderwijzen, te alfabetiseren, ook politiek bewust te maken enzovoort. De eerste grote campagne na de revolutie was de alfabetisering. Je hoort telkens opnieuw hoe belangrijk voor Fidel Castro en de Cubaanse revolutie de scholing is. Bijvoorbeeld, om één cijfertje te geven, ze hebben ongeveer evenveel inwoners als in België, elf miljoen, maar ze hebben het dubbele aantal hogeschool- en universiteitsstudenten als België.

 

Ook daar is José Marti niet ver weg natuurlijk. De man heeft ooit gezegd: om echt vrij te zijn, moet je opgeleid zijn. Dus men gaat er gewoon van uit: je kunt alleen maar vrij denken als je al elementen bezit, als je kunt lezen, als ze je niets kunnen wijsmaken.

 

Om een voorbeeld te geven over dat vrije denken: Fidel zegt in een van zijn speeches dat we het woord indoctrinatie eigenlijk zouden moeten kunnen afschaffen. Ik citeer hem, hé. Men moet nooit aanvaarden, zegt hij tegen zijn bevolking, iets te geloven zonder te begrijpen; anders kweek je mystiek, dogma’s en fanatisme. Niemand moet zich laten indoctrineren, niemand moet ooit iets aanvaarden wat hij niet begrijpt. Ik kan het niet klaarder formuleren dan dat! Ik denk dat er heel weinig politieke leiders zijn die zoiets tegen een bevolking zeggen.

 

Tot zover nog Katrien Demuynck en Marc Vandepitte. Het boek, “De factor Fidel”, is een uitgave van Garant en is te koop in de goede boekhandel of te bestellen via www.cubanismo.net.

 

Dank je wel, Frank. Met uw vragen en bedenkingen kunt u zoals steeds terecht op onze redactie: HVW, Lange Leemstraat 57, 2018 Antwerpen. Telefoneren kan op het nummer 03 233 70 32. Verder is er ook de website van de vrijzinnige verenigingen: surfen naar www.h-vv.be.

 

Zo, deze aflevering van HVW zit erop. We gaan eruit met muziek van Ry Cooder en Manuel Galbàn op de achtergrond, maar volgende week zijn we er weer. FS heeft dan een gesprek met Karel van Bever over “Dokter in overall”. En het WF kijkt terug op de inleefreis naar Istanbul. Volgende week maandagavond meteen na de nieuwsflash van 20.00 uur op Radio 1. Graag tot dan. Daaaaag.

 

 

 

 

Valide CSS!