Home arrow Onze Media arrow Radio/ Tv arrow Christiane Stallaert Naar eigen beeld en gelijkenis - Walter Lotens over Borgerhout
Christiane Stallaert Naar eigen beeld en gelijkenis - Walter Lotens over Borgerhout

HVW 12.07.10   Christiane Stallaert Naar eigen beeld en gelijkenis  - Walter Lotens over Borgerhout

 

Uitz.:                12.07.2010

Opname:          05.07.2010

Samenst.:         KVD/FS

Muziek:

20”       Signe                           E. Clapton        E. Clapton        9 45024-2

1’30     See the sun                  Z. Seewald       M. Grébil          TZ 7198

15”       In praise of dreams       J. Garbarek      J. Garbarek      ECM 1880 9811068

 

Goedenavond en welkom bij HVW, met daarin twee onderwerpen. Wereldburger én buurtbewoner Walter Lotens schreef een boek over Borgerhout. “Groeten uit Borgerhout” heet het en FS heeft een gesprek met de auteur. En antropologe en hispaniste Christiane Stallaert heeft het over de uitdaging om de groeiende diversiteit in te passen in het sociale weefsel. In “Naar eigen beeld en gelijkenis” onderzoekt ze hoe dat tot excessen heeft geleid bij het nazisme en het Spaanse imperialisme. Daar beginnen we mee.

 

‘De Nederlandse bewerking van mijn boek heb ik als titel meegegeven “Naar eigen beeld en gelijkenis” om aan te geven dat het gaat om een maatschappij die volledig in de ban is van zichzelf, verliefd op zichzelf. Het gaat om etnisch narcistisch beleid, een politiek die het eigen beeld wil uitdragen en als norm beschouwt.’

 

“Naar eigen beeld en gelijkenis” van Christiane Stallaert over hoe ‘een beleid het eigen beeld wil uitdragen en als norm beschouwt’, zoals Stallaert zelf zegt. Of hoe de geschiedenis zich herhaalt. De spanningen tussen sociale cohesie en sociale diversiteit die wij vandaag ervaren, leidden in het verleden immers ook al tot excessen. Dat verduidelijkt Christiane Stallaert aan de hand van de mechanismen die speelden bij de vorming van het Spaanse koloniale imperium in de vijftiende en zestiende eeuw en, 450 jaar later, bij het nazisme en de uitroeiingspolitiek van de nazi’s. 1492 en 1942 zijn daarbij twee symbolische scharniermomenten. 1492 vanwege de eerste massale uitdrijvingen van joden uit Spanje. En 1942 vanwege de Wannseeconferentie en de Endlösing van het Jodenvraagstuk. Maar 1492 is ons alvast bekend van nog andere gebeurtenissen.

 

1492 is ongetwijfeld een breukmoment in de Spaanse geschiedenis. Men vertrekt van een model van samenleving tussen verschillende culturen, waarbij verschillende godsdiensten – christenen, moren of moslims, en joden – eenzelfde samenleving delen op het schiereiland. Men gaat van dat model van ‘Convivencia’, samenleving, naar een nieuw model gebaseerd op een etnisch homogene samenleving, waar dan het kenmerk van het Spanjaard-zijn gereduceerd wordt tot het christen-zijn. 1492 is dus niet alleen het moment waarop de joden uitgedreven worden. Het is ook het jaar van de val van Granada, het stelt een einde aan het laatste moslimrijk op het schiereiland, en het is meteen ook het jaar waarin Columbus vertrekt naar het onbekende. Hij wil de route naar Indië ontdekken. En hij ontdekt een nieuwe wereld, een nieuw continent.

 

De joden verwijderen uit Spanje? Waarom eigenlijk?

 

Daar bestaat nog heel veel polemiek rond. De uitwijzing van de Spaanse joden was een maatregel die veel schade berokkend heeft aan Spanje. Dan verwijst men gemakkelijk naar de economische schade die het teweeggebracht heeft. De joden waren meestal welgesteld, niet alle joden maar een groot deel van de joodse bevolking. Zij hadden ook heel belangrijke functies aan het Spaanse hof. De Spaanse katholieke koningen Ferdinand en Isabella waren geen tegenstanders van de joden. Daarom blijft die hele beslissing gehuld in enkele twijfels, speculaties. Maar voor mij is het duidelijk. Dat moment luidt een nieuw beleid in, een nieuwe visie op de Spaanse samenleving waarbij die religieuze diversiteit eigenlijk niet langer kan. In 1492, wanneer Granada valt, kennen de Spaanse vorsten nog een voordelig statuut toe aan die moorse minderheid. Zij erkennen het statuut van mudéjar, waarbij zij die bevolking garanderen dat ze haar religie en haar tradities mag behouden. Maar de jaren nadien maken duidelijk dat de toekenning van dat statuut eigenlijk al een anachronisme was in 1492, want het statuut zal niet lang gerespecteerd blijven en kort nadien zullen ook de moslims in Spanje moeten kiezen voor bekering of het land verlaten.

 

Misschien geen nieuwe idee, maar toch wel een belangrijke idee, dat is die bloedzuiverheid. Die ‘limpieza de sangre’ die ervoor moet zorgen dat er raszuiver bloed, zuivere Spanjaarden overblijven. Toch een beetje meer duiding wat precies die ‘limpieza de sangre’ inhoudt?

 

Daarvoor moeten we teruggaan naar de veertiende eeuw. 1391 is ook zo’n cruciaal moment in de Spaanse geschiedenis omdat er dan op heel korte tijd overal in Spanje pogroms plaatsvinden tegen de joodse minderheid, en onder invloed van die pogroms gaan heel wat joden zich bekeren tot het christendom. Zo ontstaat eigenlijk een tussencategorie in het Spanje van de Convivencia dat in feite gebaseerd was op duidelijk omschreven groepen. Men was moslim, men was jood of men was christen, op basis van geboorte. Wanneer die joden zich laten dopen en dus officieel christen worden, ontstaat daar een tussencategorie die men maatschappelijk niet goed kan plaatsen. Men twijfelde ook aan de trouw van die joodse bekeerlingen, aan de mate waarin zij overtuigde christenen waren. Op grond van die twijfel gaan meer en meer instellingen van de maatschappij, bijvoorbeeld religieuze orden, zuiverheidstatuten instellen. Dat betekent dat om toe te kunnen treden tot de orde men zal moeten aantonen dat men etnisch christen is. Om naar de actualiteit of naar de huidige samenlevingsproblematiek te verwijzen, kun je het vergelijken met de termen ‘nieuwe Belgen’, ‘nieuwe Fransen’, ‘nieuwe Nederlanders’. In die periode sprak men van ‘nieuwe christenen’. Het waren dus christenen die etnisch gesproken niet zuiver christelijk bloed in de aderen hadden. Meer en meer geraakt de maatschappij in de ban van dat zuiverheidsdenken. Interessante posten of plaatsen van de maatschappij worden gesloten voor die ‘nieuwe christenen’. Om het te maken in die Spaanse maatschappij, moest men ‘oud christen’ zijn. Moest men van zuivere etnische origine zijn.

 

We maken een beetje een sprong in de geschiedenis. 450 jaar na datum, na 1492, herhaalt zich eigenlijk hetzelfde in Duitsland. U trekt zelf de parallel in uw boek uiteraard, hé. Daar is de scharnierdatum in Duitsland 1942. Mensen die de geschiedenis van Duitsland een beetje kennen, weten dat het dan om de Wannseeconferentie gaat, waar ook beslist wordt om uiteindelijk Duitsland jodenrein te maken. En ook de bezette gebieden vroeg of laat jodenrein te maken. Welke parallel is er tussen 1492 en 1942?

 

In de joodse traditie hecht men zeer veel belang aan historische herinnering. En 1492 was, voor de Sefardische joden dan, of voor het jodendom op zich, werkelijk zoals een van de meest betekenisvolle momenten van hun geschiedenis. 1492 wordt van generatie op generatie doorgegeven binnen de joodse traditie, en het hoeft ook niet te verbazen dat in 1942, wanneer het naziregime al volop zijn verloop kent en in januari 1942 beslist tot de Endlösung, het o.a. joodse historici zijn die spontaan de gelijkenissen gaan maken. Raul Hilberg bespreekt ook in een inleiding die analogie met de zuiverheidstatuten in Spanje sinds 1492. En hij merkt ook op dat, hoewel er geen enkel causaal verband was tussen beide fenomenen, dat de evolutie van dat zuiverheidsdenken, de maatregelen die genomen worden, stap na stap overeenkomen. Eerst aan de hand van een kenteken op de kledij, vervolgens het opsluiten va die minderheid in aparte getto’s… Hoe die stappen eigenlijk bijna een afspiegeling zijn van 1492. Het is heel opmerkelijk hoe het menselijk brein blijkbaar dezelfde oplossingen vindt voor een soortgelijk probleem, of wat men bestempelt als een probleem.

 

U noemt het zelf een universele problematiek. Ik kan mij inbeelden dat politici, sociologen, mensen die bezig zijn met de maatschappij mee te moduleren, zullen we maar zeggen, daar toch wel een boodschap aan kunnen hebben?

 

Een van de elementen die ik onderzocht heb, is ook hoe het taalgebruik dat verwijst naar een bepaalde politieke boodschap of een mogelijke politieke evolutie t.o.v. die problematiek van sociale cohesie, hardnekkig dezelfde metaforen blijft hanteren. Een van die metaforen is het verwijzen naar medische beeldspraak om uit te drukken op welke manier politiek een samenleving kan sturen, kan ingrijpen, etnische truken toepassen… In een hoofdstukje van het werk verwijs ik naar het etnisch tuinieren, ‘onkruid wieden’, de slechte elementen scheiden van de goede elementen. De heerser of de politieke leiders worden dan vergeleken met chirurgen, met dokters. Het is een typische vorm van politiek discours dat tot excessen kan leiden en dat we aanwezig zien zowel in 1492 als in 1942.

 

Christiane Stallaert naar aanleiding van “Naar eigen beeld en gelijkenis”. Het boek is een bewerking van een eerdere Spaanse uitgave en is nu in vertaling beschikbaar bij uitgeverij Garant. Benieuwd of men er in België ook iets uit zal leren…

 

“See the sun” van Zahava Seewald in een joodse traditie. Die brengt ons bij Walter Lotens’ “Groeten uit Borgerhout”. Tja, Frank, wij kennen Walter Lotens van zijn reisdagboeken. Maar waar gaat dit boek over?

 

In 1993 ging Walter Lotens aan het Krugerpark wonen, in Oud-Borgerhout. Dat was toen een erg negatief gemediatiseerde omgeving, synoniem voor verloedering en racisme. Al die tijd hield Lotens een dagboek bij, dat zopas verscheen met als titel “Groeten uit Borgerhout. Dagboek van een buurtbewoner”. Daarin lezen we dat de auteur ook een veel minder sombere wereld ontdekte! Walter Lotens:

 

Ja, maar dat was natuurlijk niet van de eerste dag, hé! Ik herinner me de eerste dag: wij gingen aan de overkant kijken naar een woning die daar te koop stond. Op dat ogenblik bracht de verloedering met zich mee dat je ook goedkoop aan vaak nog mooie panden kon geraken. Daar stonden drie jonge kereltjes, branieachtig, van Marokkaanse origine, en die bekeken ons en zeiden: ‘Hé, jullie komen hier toch niet wonen?! Het is ons plein!’ Dat was onze begroeting, om het zo maar te zeggen, en dat was ook op dat ogenblik een duidelijk gegeven dat het plein of het park gecontroleerd werd door een klein groepje. Dus dat was toch wel even slikken, want wij kenden dat niet, en dat heeft pakweg een stuk van de jaren negentig – en dat beschrijf ik in mijn dagboek – gezorgd voor heel wat zweet en tranen, tranen in de zin van: houden we dat wel vol? Want dat soort kleine, en soms ook wel grote, pesterijen beginnen pijn te doen, zeg maar. De jaren negentig waren de moeilijke jaren, om het zo maar te zeggen, maar als je dan de hele ontwikkeling bekijkt – want ik schrijf tot vandaag als het ware, 2010 – dan zie je inderdaad dat die grimmigheid plaats heeft gemaakt voor een vorm van samenleven die toch gepacificeerd genoemd kan worden. Dus in die zeventien jaar is er zeker een ontwikkeling ten goede gekomen. Dat is het stuk dagboek. Nu, het is niet alleen een dagboek, want daarnaast heb ik ook geprobeerd om een beetje de groothoeklens boven te halen en om enkele zaken van historische en politieke aard mee in te brengen, waardoor het eigenlijk een hybride karakter krijgt. Maar dat is mijn stijl nu eenmaal.

 

Maar in het boek schrijf je ook: ‘Wat er zich de afgelopen zestien jaar afspeelde op en rond het Borgerhoutse Krugerpark, is zeker geen 100% successtory’. Het is dus een verhaal van vallen en opstaan!

 

Dat is het heel zeker en dat is het eigenlijk nog steeds. Op de cover van het boek staat een vredesduif, wat een mooi symbool is, en ik zou zeggen dat de omgeving gepacificeerd is. Maar wat je nog niet hebt, is een samenleven in de zin dat alle verschillende groepen die hier bij elkaar zijn gekomen – want dat is eigen aan Oud-Borgerhout – ook echt samenleven. Als je nu naar het park kijkt, zie je dat het daar bijna gesegmenteerd is. Bepaalde plekken waar Marokkaanse vrouwen met kinderwagens zich installeren, zijn bijna gereserveerde plaatsen, zou je zeggen, en dan heb je andere plekken waar je dan meer blanke kinderen zult vinden. Dus over dat soort gescheiden optreden zijn we nog niet heen, er is nog een weg te gaan.

 

Het is een verhaal van multiculturaliteit, maar nog niet van interculturaliteit!

 

Ik denk dat dat een goede samenvatting is. Je ziet in Borgerhout en in andere gemeenten drie segmenten van de bevolking. Je hebt de oude Borgerhoutenaar, al dan niet verzuurd, je hebt, wat Borgerhout betreft, een vrij grote groep van Marokkaanse origine, en je hebt een groep die men met een moeilijk woord gentrifiers noemt, de nieuwkomers, dat zijn mensen zoals ik en zoals anderen die naar hier zijn gekomen omdat het onder meer goedkoop was, leuk wonen. En wat merk je nu? Dat het vooral die laatste groep is van gentrifiers, nieuwkomers, die initiatieven nemen – Manu Claeys is daar een mooi voorbeeld van, “Borgerhoudt van mensen” – maar dat de anderen amper aanwezig zijn. Ook bij de presentatie van het boek bijvoorbeeld heb ik eens rondgekeken, toch in het districthuis bijna honderd mensen, witte mensen!

 

Om van een successtory te kunnen spreken, lees ik in het boek, moet er gewerkt worden aan een duurzaamheidsdriehoek, zeg je. In die driehoek moeten politici, alerte ambtenaren en wakkere burgers elkaar kunnen vinden!

 

Ik denk dat dat een eenvoudig maar belangrijk element is. Wij hebben bijvoorbeeld gemerkt in de jaren negentig dat wij als buurtbewoners toch wel onze nek durfden uit te steken, dat we bloempjes en struiken wilden aanbrengen aan de hondenwei hier vlak voor de deur, en dat dat tot gebakkelei heeft geleid met de dienst Groenvoorziening, want wij zaten op hun territorium. Dat heeft eventjes tot gebakkelei met de toenmalige schepen Mieke Vogels geleid. Het fenomeen dat wakkere burgers ook in de openbare ruimte optreden, was toen, wat de ambtenaren betreft, nog geen gewone zaak. We zijn nu tien jaar verder en er is duidelijk een verbetering. Wij hebben ook een hele tijd in het buitenland gewoond, en toen wij terugkwamen, was het merkbaar, voor mijn partner en voor mezelf, dat het op en rond het Krugerpark veel netter was, dat er ook veel meer controle was, en – dat moet je meegeven – dat de stedelijke overheid op dat vlak een zeer grote inspanning gedaan heeft. Maar ik zeg niet dat die driehoek nu perfect harmonisch werkt. Tot op vandaag zijn er, om het in het Antwerps te zeggen, ‘franke teuten’ nodig die nu en dan tegen de schenen blijven schoppen van ambtenaren en ook van politici. Wat wij hier nu zien op kleine schaal, het Borgerhoutse park, zie je op een meganiveau met het werk dat mensen als Manu Claeys aan het doen zijn rond het hele Oosterweeldossier, waar je toch ook behoorlijk tegen de schenen moet schoppen om dingen te veranderen.

 

Actieve burgers worden niet altijd geapprecieerd. Misschien is dat ook een universeel gegeven, want wat je vertelt over Oud-Borgerhout, is uiteraard een lokaal verhaal, maar heeft ongetwijfeld ook een universeel karakter. Of zoals Eric Corijn het beschrijft in het voorwoord: een gevalstudie met heel algemene trekken!

 

Ik hoop dat het ook zo gelezen wordt. Het is een gevalsstudie, zeg maar, inderdaad. Maar ik hoop dat wat wijk- en stadsontwikkeling – toch wel een heel belangrijk thema op dit ogenblik – een werkinstrument kan zijn en dat men ook in andere buurten in Antwerpen daaruit misschien inspiratie kan halen om zelf te komen tot een descriptie van ontwikkelingen die daar hebben plaatsgevonden. Maar ik heb bijvoorbeeld in een inleidend citaat verwezen naar een planoloog uit Toronto, en ik denk dat Oud-Borgerhout ook een stukje Toronto, of een andere plek in de wereld, zou kunnen zijn waar de verstedelijking alsmaar grotere vormen aanneemt en waar met andere woorden die wijk- en die stadsontwikkeling ook steeds belangrijker wordt.

 

Je schrijft uiteraard over het verleden, maar ook raak je ergens, op het einde van je verhaal, de toekomst. Dan schrijf je: er doen zich in Oud-Borgerhout geen Kuregemse toestanden voor, of moet ik zeggen niet meer, of nog niet! Met andere woorden, het verhaal is nog niet ten einde en kan nog alle richtingen uit!

 

Inderdaad, ik heb me die vraag gesteld. Ik denk dat de VRT het best de beelden van het Krugerpark als een grimmige buurt weghaalt. Dat is het niet meer, maar ik zeg niet dat er zich hier geen onaangename dingen meer zouden kunnen voordoen. En die zijn er ook geweest, zoals in 2002, na de moord op Achrak, maar ik zie een andere tendens. Mijn buren bijvoorbeeld, de Kadiri’s, hebben acht kinderen, die zijn alle acht bij de Kids van Borgerhout – een initiatief dat jongeren uit de buurt probeert ervaringen te laten opdoen met onder meer toneel. Om zelf dingen te formuleren op hun manier. Nu, die Kids van Borgerhout heb ik in mijn laatste bladzijden opgevoerd als: dat is nou de toekomst naar de volgende generatie toe. De nieuwe burger, de nieuwe Borgerhoutenaar, en misschien is die Kadiri, Ahmad Kadiri, dan weleens de nieuwe Aboutaleb, zoals er nu een burgemeester in Rotterdam is. Het zou weleens kunnen dat naar de toekomst toe die vermenging dan ook politiek vertaling krijgt. Dus op dat vlak ben ik naar de toekomst, de volgende generatie toe, toch eerder optimistisch en denk ik niet dat we terug naar Kuregem moeten.

 

Tot zover nog Walter Lotens. Zijn boek “Groeten uit Borgerhout. Dagboek van een buurtbewoner” is een uitgave van Lannoo en is te koop in de goede boekhandel.

 

Dat was nog Walter Lotens bij FS. Uw bedenkingen en vragen kunt u zoals steeds kwijt op onze redactie: HVW, Lange Leemstraat 57, 2018 Antwerpen. Telefoneren kan op 03 233 70 32. En uiteraard is er ook de website: h-vv.be. Doorklikken als u het allemaal nog eens wilt beluisteren.

Zo, dit HVW zit erop. Wij gaan eruit met Jan Garbarek, maar volgende week zijn wij er weer. FS heeft het dan over een maatschappelijk verantwoord bankwezen. En het WF neemt ons mee naar het Letterenhuis in Antwerpen. Volgende week maandag, meteen na het nieuws van 19.00 uur op Radio 1. Graag tot dan. Daaag.

 

 

Valide CSS!