| Bohan - Lessing |
|
HVW 15.02.10 WF Bohan (3) Lessing
Opname: 11.02.10
Uitz.: 15.02.10
Samenst.: KVD
Muziek:
10” Signe E. Clapton E.
Clapton 9 45024-2
10” Asturias J. Malats P. Romero 411 033-2
1’00” Adagio F-dur, KV 410 W.A. Mozart Wiener
Volksoper 0015
25” Smooching M. Knopfler M. Knopfler 518 327-2
Goedenavond en welkom bij HVW, met daarin de
laatste terugblik van het WF op het bezinningsweekend in Bohan. Maar we hebben
ook aandacht voor Gotthold Ephraim Lessing. ‘Vrijmetselaar en zachtmoedig
radicaal’ noemt Max de Haan hem. Daarover gaat straks ons gesprek met hem. Maar
we beginnen met het WF.
Het WF is
een liberale, vrijzinnige en Vlaamse cultuurvereniging. Eind november ging het
in conclaaf in Bohan om zich te bezinnen over zijn beleid. Met de inbreng van
enkele geëngageerde deskundigen leverde dat een aantal pistes op. HVW volgde
mee de sessies en vroeg de aangezochte specialisten toen naar hun
aanbevelingen. Vandaag hebben we aandacht voor het multiactorenschap, of: wat
wil het WF? Voor wie? Hoe? En met wie? En dat doen we met het kleine ontmoeten
van Ruth Soenen, met Philippe De Backer van Jong VLD, en met Raymonda Verdyck
van het GO.
‘Het kleine ontmoeten is soms de enige
manier waarop je dagelijks contact hebt met mensen die helemaal anders zijn dan
jij’, stelt antropologe Ruth Soenen. Zo ontmoet je mensen uit andere landen en
culturen, met een ander opleidingsniveau, beroep of interesse, uit heel andere
sociale milieus en van uiteenlopende leeftijden. Een herkennend knikje, een
groet aan de schoolpoort, eventjes helpen met de buggy… Ruth Soenen benadrukt
het belang van die korte contacten voor bijvoorbeeld het leven in een stad of
wijk. De tram is voor haar het uitgelezen terrein om het kleine ontmoeten bezig
te zien. ‘Op weg naar meer goed gevoel doen die kleine contacten ertoe’, zegt
Soenen. En misschien kan het WF daar iets van opsteken. Ruth Soenen:
Denken we vooral aan contacten die we hebben bij de bakker, op de tram,
in de supermarkt, dus echt de banale praatjes met de kassierster, een zucht van
ergernis of omdat iemand met zijn winkelwagentje tegen u rijdt in de GB. Dat
soort dingen eigenlijk. Heel kortdurende interacties waar we eigenlijk niet
over praten, maar die we allemaal doen in ons dagelijks leven, vaak op een zeer
onbewuste manier.
Je hebt hier een zeer gesmaakte voorstelling
gegeven van een gebeuren op de tram, hé. Een beetje een metafoor ook,
uiteindelijk, voor wat het kleine ontmoeten is. Eens kijken wat ons dat
eigenlijk leert, want daar kun je heel wat uit leren?
Ja, de tram is inderdaad een interessante situatie, niet zozeer omdat ik
geïnteresseerd was in het openbaar vervoer, maar omdat het een ruimte is waar
een verscheidenheid aan mensen in elkaars fysieke nabijheid vertoeft en toch op
een of andere manier met elkaar moet omgaan. En dat zijn heel belangrijke
ruimtes waarvan we kunnen leren, vandaag de dag: hoe gaan mensen met elkaar om?
Met ook al die verschillen, en ‘klinkt het niet, dan botst het’, hé. Er
gebeuren zo wel wat conflictjes, maar een aantal van die contacten verloopt ook
op een heel ordentelijke manier. Dat is zeer interessant om te zien, deze bijna
mooie, spontane, interculturele momenten tussen mensen die anders elkaar totaal
niet zouden ontmoeten.
Want het gaat er eigenlijk een beetje over hoe
mensen in diversiteit elkaar toch in heel kleine situaties kunnen ontmoeten.
Dus elkaar ook kunnen leren kennen, tot op zekere hoogte elkaar ook kunnen
begrijpen?
Die wereld van het kleine ontmoeten is eigenlijk de enige wereld waar we
inderdaad ook met dat verschil in aanraking komen, waar we die verschillende
mensen ontmoeten, hé. Want onze intimi, onze vrienden zijn meestal ook mensen
die gelijke interesses hebben. Onze partners, dat zijn meestal mensen die een
beetje op ons lijken. Terwijl je in dat kleine ontmoeten eigenlijk… Je hoeft elkaar
ook niet te ontmoeten. Het is niet dat we moeten en geforceerd worden om met
mensen om te gaan die anders zijn als wij. Maar de mogelijkheid bestaat.
Meestal vermijden we elkaar wel, maar dat kan ook uitmonden in een langduriger
gesprek tussen twee, drie verschillende mensen. En dat is toch niet zomaar
iets, dat is niet zomaar een koude relatie. Het is ook geen grote
gemeenschapsvorm in de traditionele betekenis, maar het betekent toch iets. Het
is toch een momentaan gevoel van samenzijn, van warmte, van behoren.
Je geeft het nu een positief tintje, maar het
kan toch ook ergens heel negatief eindigen in conflicten, hé?
Je hebt een soort van vrijwel intieme relaties die je kunt ontwikkelen
voor heel eventjes, maar je kunt inderdaad ook ergerniswekkende korte contacten
hebben, hé. Soms doven die dingen ook uit, maar het kan ook zijn, laten we
bijvoorbeeld zeggen, als een Marokkaanse man per ongeluk de deur blokkeert om
op de tram te komen, ja, dan kan dat zeer snel geconnecteerd worden aan een
politiek klimaat, zeker dan in en om Antwerpen, van: ‘De problemen zijn bij de
vreemdelingen begonnen. En hier, ze staan weer in de weg.’ Dus dat kan ook
natuurlijk connecteren op beladen thema’s die ook politiek leven.
Het kleine ontmoeten van Ruth Soenen. Met
hints voor het beleidsplan van het WF. Andere hints komen van Philippe De
Backer, voorzitter van Jong VLD. Het ontwerp van Beginselverklaring van Jong
VLD kreeg op 12 december 2009 als titel mee: “Een pleidooi voor vrijheid, verantwoordelijkheid en vooruitgang”. Daarover
gaf Philippe De Backer in Bohan al meer uitleg. En toen hoorde daar voor hem
ook uitdrukkelijk de vrijzinnigheid bij.
Die individuele vrijheid natuurlijk, die essentieel is voor ons: mensen
moeten tot zelfontplooiing kunnen komen, moeten kansen krijgen om zich te
kunnen ontplooien, uitgroeien tot autonome mensen. Ik denk dat dat heel
belangrijk is voor ons. Twee, ook de verantwoordelijkheid nemen in die
maatschappij. Verantwoordelijkheid voor elkaar, voor anderen. Ik denk dat dat
ook essentieel is in ons liberale gedachtegoed. En drie, ook die vrijzinnigheid
om toch ook een stuk die open geest en het vrij onderzoek te blijven
stimuleren.
Ik denk dat we op dit moment in onze maatschappij toch op een punt
gekomen zijn dat het belangrijk is om die principes van vrij onderzoek, vrij
denken, open samenleving opnieuw naar voren te schuiven. Je ziet ook in Europa
dat andere liberale partijen dat ook opnieuw opnemen. En ik vond het dus ook
voor ons, jongeren, belangrijk om die principes van die vrijzinnigheid opnieuw
heel duidelijk centraal in onze beginselverklaring in te schrijven.
Wil dat meteen zeggen dat Jong VLD op
hetzelfde spoor wil gaan staan als bijvoorbeeld het WF in dit geval?
Maar ik denk wel dat er enorm veel vergelijkingen zijn. Zij hebben ook in
hun beginselverklaring heel duidelijk aangegeven dat zij liberaal, Vlaams en
vrijzinnig zijn. Dat zijn ook de componenten die bij ons als liberale jongeren
terugkomen.
Een van de concrete dingen is bijvoorbeeld
onderwijs. Het standpunt dat je hebt gebracht vanuit Jong VLD inzake onderwijs,
niet alleen dat je benadrukte hoe belangrijk dat onderwijs was en is, maar dat
de besparingswoede op dit ogenblik eigenlijk een beetje misplaatst is.
Ja, daar ben ik echt van overtuigd. Ik denk dat wij als liberalen altijd
dat onderwijs als iets heel essentieels hebben gezien om autonome individuen te
vormen, om mensen klaar te maken om te functioneren, vrijheid en verantwoordelijkheid
op te nemen in die samenleving. En natuurlijk is het vandaag enorm moeilijk.
Wij zitten met die financiële crisis. Regeringen moeten besparen, maar het
lijkt mij de logische stap, als je een politicus bent met visie, dat je niet
bespaart op onderwijs. Dat je juist investeert in mensen.
Het WF
is uiteraard ook een culturele vereniging. Steekt daar niet hetzelfde probleem
de kop op i.v.m. besparingen inzake cultuur?
Ik denk dat in de cultuursector nog een andere discussie speelt,
natuurlijk. De discussie die daar volgens mij ook speelt, is ook: op welke
manier organiseert men die subsidiestromen? En op welke manier geeft men
maximale kansen aan kunstenaars – of het nu schilders, toneelmakers, dichters
of schrijvers zijn – om effectief creatief te zijn? Ik heb juist de indruk dat
in de culturele sector vandaag de regels en de bureaucratie die de overheid
creëert juist die creativiteit voor een stuk fnuiken. Dus ik denk dat daar de
discussie vooral moet gaan over: hoe organiseer je als overheid een stuk mee
die cultuursector zodat effectief de creativiteit – ook van jonge mensen, van
jonge kunstenaars – echt naar boven kan komen? Iets wat volgens mij vandaag te
weinig het geval is.
Boven op economische en financiële problemen,
uiteraard, stellen jullie ook bijvoorbeeld dat zorg belangrijk is, maar ook
cultuur?
Omdat wij als jongeren, denk ik, altijd heel hard gepleit hebben voor een
zo maximaal mogelijke vrijheid. Die maximale vrijheid zorgt er eigenlijk voor
dat die creativiteit wordt aangewakkerd. En ik denk dat vandaag de
cultuursector in Vlaanderen opnieuw een stuk nood heeft aan zuurstof. Er zijn
de afgelopen jaren financiële inspanningen geleverd, maar ik denk ook dat we
een keer moeten kijken hoe we effectief bij jonge kunstenaars die creativiteit
opnieuw kunnen aansporen. En dat we niet te veel denken in bestaande
structuren, maar ook heel veel nieuwe projecten de kans moeten geven.
Interculturaliteit is enorm belangrijk in onze
samenleving. Breidt zich dat volgens jullie ook uit tot die interculturaliteit,
zoals het WF in het verleden al enkele projecten heeft gedaan? Ik denk aan
Beraber enzovoort.
Ja, ik denk dat absoluut wel. Volgens mij hebben we ook daar ook als
jongeren altijd wel aandacht voor gehad. We hebben bijvoorbeeld een aantal
maanden het voorstel gelanceerd om enkele katholieke feestdagen te vervangen
door enkele vrij te kiezen feestdagen. Dus ik denk dat we daar ook opnieuw
moeten gaan kijken hoe we een dialoog kunnen opstarten. Die volgens mij vandaag
nog altijd te weinig gebeurt, of nog te veel wij-zij wordt gedacht. En terwijl
juist in de dialoog volgens mij de mogelijkheid zit om vanuit de eigenheid tot
een maatschappelijke visie te komen die effectief mensen opnieuw
zelfontplooiing, kansen en vrijheid kan bieden.
Interculturaliteit,
zelfontplooiing, kansen en vrijheid. Dat was nog Philippe De Backer van Jong
VLD. Met een duidelijk standpunt over onderwijs en cultuur. En onderwijs, dat
brengt ons bij Raymonda Verdyck van het GO. Dat GO staat voor een brede school
en voor enkele fundamentele waarden. Raymonda Verdyck:
Voor ons is de diversiteit fundamenteel. Ik heb al op andere momenten
gezegd dat segregatie en concentratie voor ons echt een probleem zijn. Wij
willen eigenlijk dat onze scholen, om het op die manier te benoemen, een stuk
een spiegel zijn van wat er in de samenleving te vinden is. Dus dat betekent
dat we inderdaad jonge mensen vanuit verschillende culturen in onze scholen
willen terugvinden, maar ook vanuit verschillende sociaaleconomische achtergronden.
Om op die manier die ontmoeting te laten plaatsvinden en te zorgen dat men ook
leert hoe anderen leven, wat hun gedachten zijn en hoe hun visie op de dingen
is.
Ik denk dat daar interlevensbeschouwelijke
dialoog ook wel belangrijk is.
Als je in je scholen alleen maar mensen terugvindt vanuit een bepaalde
overtuiging, welke het dan ook is… Of het nu levensbeschouwelijk dan wel over
filosofische, ideologische dingen gaat, het is heel belangrijk dat je die
verscheidenheid hebt. En dat mensen vanuit die verscheidenheid kunnen zien hoe
anderen daarmee omgaan, wat de overtuigingen van die anderen zijn. Op die
manier kun je ook een stuk je eigen kritische zin aanscherpen of je eigen
keuzes bepalen. Dat is voor ons heel fundamenteel.
Die meerwaarde zou natuurlijk gerealiseerd
kunnen worden in een cultureel aanbod dat in de scholen wordt aangereikt door
verschillende culturele verenigingen.
Dat zijn inderdaad voorbeelden van mogelijke samenwerking waar zij
inderdaad, vanuit een werking die er toch is binnen dat sociaalculturele
middenveld, naar de scholen toe gaan en daar ook hun aanbod kunnen bekendmaken,
daar ook aansluiting bij trachten te zoeken. Want ik denk dat dat toch wel een
belangrijk gegeven is. Een van mijn dromen is inderdaad om die samenwerking te
realiseren, precies omdat ik er ook in geloof dat door die samenwerking de
mogelijkheden – ook voor de jongeren die in onze scholen aanwezig zijn – groter
zullen worden. Maar ik denk dat, wanneer men in overleg en in samenspraak
binnen de context van wat een schooljaar en een schoolgebeuren en ook een
schoolinhoud is, daar zeker ook heel wat mogelijkheden te vinden zijn.
Raymonda Verdyck van het GO over hoe het WF als culturele vereniging spoort met
de waarden van het GO. Eerder waren er de hints van Ruth Soenen en Philippe De
Backer voor het toekomstige beleid van het WF. Uw bedenkingen daarbij kunt u
alvast kwijt bij het WF zelf. Dat vindt u aan de Vrijdagmarkt 24-25 in Gent.
Telefoneren kan er op 09 224 10 75. En uiteraard is er ook de
website: willemsfonds.be.
Vrijmetselaarsmuziek van Mozart. Die brengt
ons bij Gotthold Ephraim Lessing. De leerstoel Pierre-Théodore Verhaegen 2009
van de VUB ging over de “Radicale Verlichting en Vrijmetselarij”. Daarin had
Max de Haan van het vrijmetselaarstijdschrift Thoth het over Lessing
“Vrijmetselaar en zachtmoedig radicaal?”. Daarin stelde hij Lessing tegenover
Julien Offray de La Mettrie. Na de lezing hadden we daarover een gesprek met
Max de Haan.
La Mettrie was een Franse arts en verlichtingsfilosoof, en
een overtuigd materialist en atheïst. De
mens verschilt niet wezenlijk van een machine, en al ons denken en voelen zijn
tot materiële eigenschappen te herleiden. Een extreem en radicaal standpunt dat
de La Mettrie niet in dank werd afgenomen.
Zijn tijdgenoot Lessing pleitte voor meer
godsdienstige tolerantie. Hij wees fanatisme en onverdraagzaamheid af. Dat blijkt
bijvoorbeeld in het bekende toneelstuk “Nathan der Weise”. Lessing neigde naar
het deïsme
en de vrijmetselarij. Maar zijn 'vrije'
denkbeelden over religie zorgden uiteraard ook voor botsingen.
Wij hadden het met Max de Haan over de
tegenstelling tussen beide vrijdenkers. En we begonnen met La Mettrie.
Zijn beroep was
medicus en hij was dus geïnteresseerd in biologische, medische problemen. Van
daaruit komt hij tot een stellingname dat gedachten door de hersenen
automatisch worden gegenereerd, hé. Dus niet ingevingen van een godheid zijn,
of van een ziel. Het is ook heel dikwijls gezegd, hé, dat de mens een machine
is waar een spook in zit. Dat spook kunnen we niet verklaren. En dat is dan die
ziel. Of wat dan ook. En La Mettrie zegt: helemaal geen spook, het gaat
volkomen om chemische processen en de mens is een machine. Dus La Mettrie is
een heel harde rationalist die gewoon zegt: ‘Het is logisch. Als je het ene
aanneemt, moet je het andere ook aannemen. Dan moet je de redenering tot het
eind volgen.’
Maakt hem dat meteen ook tot een atheïst?
Ja, ik denk het
wel. Daarmee komt hij ook, als hij naar Nederland komt om zijn boek te laten
drukken. Kennelijk weet ie al lang dat dat in Frankrijk niets wordt. Hij komt
bij Elie Luzac, een man die enorme voorstander van persvrijheid is gebleken,
iets heel belangrijks. Is ie heel modern in. Over radicaal gesproken, dat is
dus een soort radicaliteit, praktisch, die Elie Luzac heeft. Later in zijn
leven, na “L’homme machine”, de titel van het boek van La Mettrie. Elie Luzac
gaat het boek drukken, maar het wordt prompt in beslag genomen door de
overheid. Vervolgens maakt ie een tweede druk en daar zet ie op het impressum
niet Leiden, maar Londen. Daarna verkoopt ie het boek voor vier keer de prijs.
Dus hij blijkt een goede zakenman te zijn. La Mettrie moet toch uiteindelijk
vluchten, dat is in Nederland niet haalbaar, zo hard ervaart men zijn
denkbeelden. Hij gaat dan naar het hof van Frederik de Grote, waar hij een
pensioen krijgt en waar hij kan verkeren, en sterft dan, nou ja, op een heel
ongelukkige manier aan een voedselvergiftiging.
Een harde verlichtingsdenker… Resulteert dat
ook in een bepaald politiek project?
Ik denk dat hij dat
niet kon. Want hij vlucht naar Berlijn, waar weliswaar een verlichte despoot
zit, maar we weten allemaal dat het een despoot was: Frederik de Grote van
Pruisen. Je kunt dus politiek de hand die je voedt niet slaan, hé. Dus hij kan
daar niet aan… Hij heeft toch een rem op wat ie zich wel en niet kan laten
ontvallen.
Tot zover La Mettrie. Lessing dan. Die dan
eigenlijk staat voor de meer zachte verlichtingsdenker. In uw uiteenzetting
zegt u: ‘Ja, het is een vrijdenker en zachtmoedig radicaal. Hij zoekt naar het
kleine geluk.’ Heb ik dat juist?
Ja, ja… Ik vind
Lessing een man waarnaar je met een geweldige warmte en sympathie kijkt. Zoon
uit een degelijk gezin, twaalf kinderen. Grootvader en vader waren predikant.
Hij heeft dan een persoonlijke bevrijding uit die sociale cirkel doordat ie
grote voorliefde voor toneel krijgt. Hij heeft heel duidelijk groot talent
daarvoor. Bewijst ie al, want hij schrijft een stuk op zijn zeventiende. Hij
wordt met succes opgevoed. Hij schrijft zijn leven lang toneel, hé. En
burgerlijke tragedies… Hij gaat ook een soort belangstelling ontwikkelen, niet
meer voor vorsten en ridders; neen, hij schrijft stukken over gewone mensen.
Dat is heel belangrijk. Daarmee laat ie ook een sociaal beeld zien. Wat voor
die tijd verrassend is. En dan hoef je niet te zeggen dat het radicaal is, maar
het is wel een verrassend iets. Hij schrijft uiteindelijk dialogen over de
vrijmetselarij die zeer openhartig zijn.
Een van zijn bekendste toneelstukken is
“Nathan der Weise”. Alleen al de titel, natuurlijk. Misschien eens eventjes
aangeven, in a nutshell, waar het precies over gaat…
Nou ja, “Nathan der
Weise” is inderdaad zijn bekendste meesterwerk, waarin de sultan Saladin vraagt
aan de wijze jood Nathan: ‘Wil je mij helpen? Want ik heb je nodig voor
financiële problemen.’ En dan uiteindelijk ontspint zich een gesprek waarin
Nathan vertelt van een vader die drie kinderen had, drie zonen had… Hij had een
mooie ring. De ring zou de drager gelukkig maken. Vader weet ook niet wat ie
moet doen en laat twee ringen bijmaken. Dan hebben alle drie de kinderen een
ring. Vervolgens ontspint zich natuurlijk een gedachte die typisch voor Lessing
is, waar hij dan, zoals hij ook over de vrijmetselarij denkt, zegt: ‘Het gaat
niet om die vrijmetselaren, het gaat om de idee, hé. Het gaat ook om de idee
die in die ringen zit.’ En dat is geweldig, een geweldig creatief en dramatisch
knap iets. Daar zie je alweer een zekere milde wijsheid en niet een zoeken van
het conflict. Lessing is geen conflictzoeker, maar wel iemand die, als hij weet
dat hij gelijk heeft, dan heeft hij ook gelijk. En dan gaat hij niet boosaardig
worden, maar dan zal hij op een uiterst correcte wijze zeer precies schrijven
wat hij vindt.
De vraag van Saladin is op een bepaald
ogenblik: ‘Ja, verdedig jouw godsdienst een keer. Waarom heb je gekozen voor
het jodendom?’ Het is een strikvraag uiteindelijk, hé, want Saladin wil een
bepaald doel bereiken. Maar precies de wijsheid van Nathan komt naar boven.
Maar daar spreekt toch wel heel veel verdraagzaamheid, tolerantie, hé?
Ja, en je kunt
natuurlijk zeggen dat iemand die zo verdraagzaamheid tot een leidend principe
maakt in zijn denken, op dat punt radicaal is. Zeker in die tijd. Bedenk eens
hoe over joden gedacht werd in de achttiende eeuw. Het is dan heel radicaal om
dan te zeggen: ‘Neen, het is een joodse wijze. Ik vind die man wijs.’ Terwijl
er toch op dat moment in allerlei kringen een behoorlijk antisemitisme heerste.
En dat doet Lessing dus niet.
Lessing had een bepaalde visie op de
vrijmetselarij. Die is noodzakelijk als instelling voor de mensen als dusdanig.
Ja, in een heel
mooi zinnetje legt ie het uit: ‘Vrijmetselarij verhoudt zich tot loge, als
geloof tot de kerk.’ Hij zegt dus: de geestelijke streving vind je ook bij
“Nathan der Weise” weer terug, de idee is verre superieur aan de manier waarop
die idee die zich materialiseert in een organisatie. Na zijn inwijding komt ie
nooit meer in zijn loge. Dus in zekere zin zegt ie ook: ‘Ik heb genoeg aan die
idee. Ik moet met die idee leven, die moet ik uitputten.’ En dan laat ie in de
dialoog op een moment de twee sprekers tegen elkaar zeggen: ‘Vrijmetselarij is
iets noodzakelijks. Dat moet er zijn. Dat is niet zomaar een vrijblijvend iets.
Maar de gedachte dat je naar een wereld moet streven waarin het doen van goede
daden overbodig wordt, is toch zonneklaar.’
Hoe komt het dan eigenlijk dat hij zelf geen
vrijmetselaar is geworden?
Hij is wel
ingewijd.
Maar toch hij ging niet naar zijn loge?
Hij heeft die
inwijdingen… Heel merkwaardig: op een avond, wat niet normaal was, heeft hij
die drie graden gekregen. De vrijmetselarij liet ook ruimte vrij om
bijvoorbeeld in een protestants land als Engeland en een strikt katholiek land
als Frankrijk een soort innerlijke vrijheid te hebben waarin je voor mystiek
kon kiezen. Waar je voor je eigen bespiegelingen kon kiezen. En die vrijheid
van denken is Lessing zeer dierbaar. Dat is voor hem dé vreugde. Dat ie dat kan
doen, en dat kun je eigenlijk heel makkelijk weer naar Spinoza terugbrengen.
Waar Spinoza, als filosoof van de blijdschap, die innerlijke blijdschap,
vrijheid vindt, daar gaat het dan om. Het gaat niet om een organisatie, niet om
een loge, niet om een kerkje, niet om wat dan ook. Het gaat om die grote idee.
Dus ja, hij is een totaal andere radicaal dan La Mettrie. En dan mag je hem een
zachte of zachtmoedige radicaal noemen, maar het is wel een man die gewoon heel
principieel kiest. Voor wat hij gelooft. En wat hij denkt.
Max de Haan van het maçonnieke tijdschrift
Thoth over Lessing en La Mettrie. Uw
bedenkingen daarbij kunt u kwijt op onze redactie. Die vindt u aan de Lange
Leemstraat 57 in 2018 Antwerpen. Telefoneren kan ook, en wel op het nummer
03 233 70 32. En de website vindt u via www.h-vv.be. Doorklikken als u de uitzending nog eens
wilt beluisteren.
Zo, daarmee zijn
wij aan het einde van deze aflevering van HVW gekomen. Wij gaan eruit met
“Smooching” van Mark Knopfler op de achtergrond, maar volgende week kunt u ons
weer horen. FS heeft het dan over de lezingencyclus “Jongeren en levenseinde”.
En in de bijdrage van het VF brengt Viona Westra “Het zelf(in)beeld”.
Volgende week
maandag, dus, meteen na de nieuwsflash van 20.00 uur op Radio 1. Nog een fijne
avond en graag tot dan. Daaaaag.
|