Home arrow Onze Media arrow Radio/ Tv arrow Arkprijs van het Vrije Woord / Cyriel Buysse door Joris van Parys
Arkprijs van het Vrije Woord / Cyriel Buysse door Joris van Parys

HVW – HVR 

Uitz.: 05.05.08

Opn.: 03.05.08

Real.: Frank Stappaerts

Arkprijs van het Vrije Woord / Cyriel Buysse door Joris van Parys

Beginindicatief --

Goedenavond luisteraar en welkom in HVW. Vanavond praten we met Joris van Parys over Cyriel Buysse, over wie hij een tijd geleden een biografie schreef. Straks daarover meer, want we starten met de Arkprijs van het Vrije Woord. Die werd vorige woensdag in de Antwerpse galerie De Zwarte Panter uitgereikt aan David van Reybrouck. Wij waren ter plaatse en maakten een montage. U hoort achtereenvolgens Mon Detrez, voorzitter van het Arkcomité, Yves T’Sjoen, werkend lid, en ten slotte de laureaat, David van Reybrouck.

De Arkprijs werd in het leven geroepen om tegen het betuttelende optreden van het provinciebestuur te protesteren en sindsdien vleit het Arkcomité zich met de gedachte dat het op zijn manier een bescheiden bijdrage heeft geleverd tot de 'bevrijding' van het woord. Al achtenvijftig jaar lang herinnert de Arkprijs overheid en publiek aan het recht van schrijvers, kunstenaars en wetenschappers om vrijuit hun mening naar voren te brengen en ongehinderd hun creativiteit te ontplooien. Natuurlijk worden wij niet door tsaren geregeerd en worden schrijvers en kunstenaars bij ons niet verbannen naar de Hoge Venen. Maar de jongste tijd beginnen de ingrepen van overheidswege, waarvan we dachten dat ze tot het verleden behoorden, zich weer op te stapelen. Ik bevond me nog aan het andere eind van Europa toen Hugo Claus uit vrije wil een einde aan zijn leven maakte en kardinaal Danneels het vervolgens nodig achtte om in zijn paashomilie - dat is zowat de troonrede van de Belgische kerkvorst - de gelovigen te waarschuwen mochten zij overwegen om voortijdig voor het aangezicht des Heren te verschijnen - en bovendien deed hij dat in bewoordingen die voor de overleden schrijver zonder meer denigrerend waren. Natuurlijk heeft ook kardinaal Danneels het recht om te zeggen wat hij denkt. Waar het hier om gaat, is hoe snel wat de meesten onder ons beschouwden als een verworven recht - namelijk het recht op waardig sterven - weer onder vuur komt te liggen. Enkele maanden eerder had het Antwerpse fotomuseum, na een interventie van gedeputeerde Ludo Helsen (CD&V), maar afgezien van de geplande tentoonstelling van Boons Fenomenale Feminatheek. Het artistieke gehalte van de collectie zou volgens Ludo Helsen te laag geweest zijn. Later luidde het dat de afgebeelde vrouwspersonen te jong waren. Wellicht speelde hier het bekende fenomeen dat hoe ouder een man wordt, hoe meer jonge vrouwen hij om zich heen ziet. Begin april verbood Luc De Rijck (CD&V), burgemeester van Temse, het stuk Mijn leven met Leterme van Vitalski. Burgemeester Luc De Rijck legde voor de camera's van de VRT uit waarom hij tot deze maatregel was overgegaan. De burgemeester, die te oordelen naar de gedurfde beeldspraak die hij daarbij hanteerde, zeker geen vijand is van literatuur, verklaarde dat hij 'een diarree van sympathiserende sms'en over zich heen had gekregen'. En ten slotte liet de burgemeester van Borgloon, Eric Awouters (VLD), tepels en andere onderdelen op foto's die deel uitmaakten van een kunstwerk op de tentoonstelling Vruchtbaarheid en erotiek, afplakken met zwarte tape.

MUZIEK

Al die kleine aanvaringen met een overheid die meent te weten wat goed voor ons is, maar ook de angst van die overheid voor de gekwetste gevoelens van het volk, zijn tekenend voor een nieuwe sfeer en een nieuwe mentaliteit. Het meest verontrustend is dat er tegen deze vormen van censuur geen storm van verontwaardiging opsteekt; na enkele dagen zijn de kleine rimpels op het wateroppervlak weer verdwenen. Misschien is er voor het Arkcomité in deze omstandigheden wel een nieuwe toekomst weggelegd. Het Arkcomité hoeft geen fakkeldrager te zijn, maar het blijft wel het best een waakvlam. Misschien heeft de Arkprijs op die manier in de loop der jaren schrijvers en kunstenaars aangemoedigd om zonder terughoudendheid hun stiel te beoefenen en hun roeping te volgen en misschien heeft hij ook een aantal boze vertolkers van gekwetste volksgevoelens kunnen aanzetten tot enige terughoudendheid bij het hanteren van de machtsmiddelen die hun ter beschikking staan. Het lijkt vandaag geen overbodige luxe dat de Arkprijs die rol blijft spelen. Ook dit jaar heeft het Arkcomité met dat doel voor ogen iemand bekroond die niet alleen het woord hanteert, maar het vrije woord, en niet zomaar het vrije woord, maar het vrije woord ten dienste van humanisme, pluralisme en tolerantie. De achtenvijftigste laureaat van de Arkprijs is schrijver, opiniemaker, dichter en toneelschrijver David van Reybrouck die - volgens het rapport van het comité - als kunstenaar en wetenschapper veelzijdige, rechtlijnige en originele standpunten inneemt in de hedendaagse discussies op ethisch-maatschappelijk vlak.

MUZIEK

Vanavond is David van Reybrouck de nieuwe laureaat geworden van de Arkprijs van het Vrije Woord, de meest waardevolle onderscheiding die Vlaanderen heeft. Van Reybrouck is de laureaat die het Arkcomité zich kon wensen. Politiek hoeft niet als een filigraan op de schone letteren te liggen om in aanmerking te komen voor de Arkprijs. Politiek kan ook in de taal zelf zitten. Betrokkenheid spreekt uit de stijl van een boek. Met Van Reybrouck is het meer dan een schrijver van fictie en non-fictie die is bekroond. Veelzijdigheid is geen verdienste op zich, zoals maatschappelijke visie of sociale bekommernis geen conditio sine qua non is voor een bekroning met de prijs. Het is de taal die de kunstenaar maakt.

MUZIEK

Over het kunstwerk:

Ik geloof dat in een ideale wereld de kunst zich niet met het ondermaanse hoeft te moeien, maar ik geloof dat de afgelopen eeuwen zelden ideaal waren. Ik geloof dat goede kunst niet uit een overtuiging start, maar uit een besef van wanhoop (Camus zou dit 'het absurde' genoemd hebben). Ik geloof dat elk kunstwerk een bepaalde mate van onherleidbaarheid moet hebben, dat de inhoud nooit helemaal losgemaakt kan worden van de vorm. Ik geloof dat grote kunst niet moet oproepen tot engagement, het is zijn eigen betrokkenheid. Ik geloof niet in politieke kunst, al is elk handelen, en zeker het scheppen, politiek. Ik geloof Bob Dylan als hij zegt dat hij nooit protestsongs heeft geschreven, ook al weet ik dat hij liegt. Ik geloof dat kunst de waarheid liegt.

MUZIEK

Over wanhoop:

Ik geloof dat het woord individu zeer slecht gekozen is voor dat verbrokkelde, versplinterde, verscheurde en juist zéér deelbare wezen genaamd 'de mens'. Ik geloof dat elke mens een dorp is, met veel vetes en soms een feest. Ik geloof in de missionaris, al geloof ik niet waar de missionaris in gelooft. Ik geloof niet dat God dood is, ik geloof dat Hij nooit heeft geleefd. Ik geloof niet in het darwinisme, dat is gewoon waar. Ik geloof dat het niet slim is om, nu God weg is, ons metafysische heil in de liefde te zoeken (als Hij al geen antwoord had op het absurde, wat zou een sterveling dat kunnen?). Ik geloof dat enig doodsbesef een geschenk is voor het leven. Ik geloof dat het solitaire de voorwaarde is voor het solidaire. Ik geloof dat een mens pas echt tot empathie met een ander in staat is, als hij zichzelf als een ander heeft ervaren. Ik geloof dat niet langer het geloof, maar wanhoop de voorwaarde schept voor mededogen. Ik geloof in mededogen.

MUZIEK

Over het schrijven:

Ik geloof dat elke ware creatie een vorm van intellect veronderstelt, net zoals elk waarachtig intelligent werk niet anders dan creatief kan zijn. Ik kan niet geloven dat het woord 'intellectueel' een scheldwoord is geworden. Ik geloof dat er nood is aan stemmen die genadeloos en mild zijn, die, zoals Camus het vertelde in Zweden, 'kwetsbaar en koppig' blijven. Ik geloof dat dat het vrije woord is. Ik geloof dat ik het vaak niet weet, ik geloof dat dat ook een kracht is. Ik geloof dat integriteit niet betekent dat je al de stemmen in je hoofd herleidt tot één krachtige misthoorn, maar dat je elke stem recht van spreken gunt. Ik geloof dat het leven dat je leidt, moet passen bij je hoofd, hart en handen. Ik geloof dat ik daarom ook hou van moules vin blanc, van bitekuteku met bakbanaan, van een rug waarnaast men wakker wordt, van het okergele licht bij valavond op de gevels, van het leven dat buldert gelijk een nachtelijke zee. Ik geloof in Permeke.

MUZIEK

Ik geloof dat hier een dankbare man staat. Als elk individu 'een verenigde vezelfabriek' is, zoals Geert Buelens ooit dichtte, dan beloont de Arkprijs jaarlijks een collectief. Maar ook in een andere betekenis ervaar ik deze grote eer als een onderscheiding voor een bundel mensen. Want het is door vriendschap dat men de stap van wanhoop naar mededogen kan zetten. Ik geloof, kortom, dat ik nog wat voort zal doen, en dat is alleen maar uw schuld. Maar eerst, lieve vrienden en schrandere leden van het Arkprijscomité, eerst en vooral dank ik u oprecht van harte! (applaus)

Tot zover nog de uitreiking van de Arkprijs van het Vrije Woord, vorige woensdag in de Antwerpse galerie De Zwarte Panter, aan David van Reybrouck. En dan nu Cyriel Buysse. Een tijdje geleden publiceerde Joris van Parys het boek “Cyriel Buysse & zijn tijd”, een biografie van Cyriel Buysse, maar ook een situering van de auteur in 75 jaar Vlaamse en Europese cultuurgeschiedenis. De ondertitel van het boek luidt: “Het leven, niets dan het leven”. Waarom die ondertitel? Joris van

Parys: Ik zou moeten zeggen dat het andersom is. “Cyriel Buysse & zijn tijd” is de ondertitel, de eigenlijke titel van het boek is “Het leven, niets dan het leven”. Dat lijkt mij voor de lezer een tamelijk doorzichtige allusie op twee bekende gezegden, ‘de waarheid, niets dan de waarheid’. Dat betekent niet dat ik de pretentie heb het monopolie op de waarheid te hebben, maar wel dat Buysse in zijn boeken, in zijn naturalistische werk, maar ook later het leven zoals het was wilde beschrijven, de mensen zoals ze echt waren en niet, zoals het in zijn tijd vaak gebeurde (dan heb ik het over het eind van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw), toen met name het leven op het platteland in Vlaanderen toch vaak een beetje rooskleuriger werd voorgesteld, om het zacht uit te drukken, dan het in werkelijkheid was. Dat wilde hij per se niet! Dat was natuurlijk onder invloed van buitenlandse voorbeelden, in het bijzonder in Frankrijk Emile Zola en Guy de Maupassant. Ook in eigen land, Camille Lemonnier en Georges Eekhoud. Maar ook onder invloed van zijn eigen levensomstandigheden. Hij was de zoon van een cichoreifabrikant in Nevele, maar hij heeft, terwijl hij als kind daar opgroeide in het dorp, ook heel veel contact gehad met arbeiders, mensen die echt verpauperd waren. Hoewel hij nooit politiek actief is geweest, nooit lid is geweest van een politieke partij, heeft hij toch zeker op zijn manier willen reageren tegen het onrecht en tegen de armoedige, om niet te zeggen miserabele, leefomstandigheden waarvan hij jarenlang getuige is geweest in zijn geboortedorp en in de omgeving.

Op de achterflap van het boek lees ik: “Als vrijzinnig liberaal met socialistische sympathieën, maar ook als tegenstander van zowel Franshatende flaminganten als Franssprekende Vlaamshaters botste hij met zowat alle taboes van zijn tijd”. Is daar ook de bron te situeren van de vele clichés en vooroordelen waarmee Buysse zijn leven lang werd achtervolgd?

Dat is in ieder geval de belangrijkste oorzaak. Het is moeilijk, voor mensen die nu in het begin van de eenentwintigste eeuw leven, om zich te verplaatsen in de omstandigheden, de sfeer, de mentaliteit van honderd jaar of meer geleden. Gelukkig maar is dat allemaal veranderd, zou ik zeggen, want in die tijd had je een echte kloof tussen aan de ene kant, om te beginnen katholiek en vrijzinnig, had je ook een sociale kloof tussen arbeiders en de burgerij, en zeker de adel. Dat was echt een kloof. En dan had je ook de kloof tussen Franstaligen en Vlaamstaligen. Nederlandstaligen kon je in die tijd bijna nog niet zeggen. Frans was toen ook in Vlaanderen de taal van het openbare leven en van het onderwijs, zeker van het voortgezet en het hoger onderwijs. Dat was een kloof tussen Vlaamstalig en Franstalig die bijna samenviel met de kloof tussen arm er rijk, voor een groot deel. Ik heb daarnet gezegd dat hij de zoon van een fabrikant was, dus hij kwam uit een welgestelde familie. Hij heeft wel een moeilijke jeugd doorgemaakt, in die zin dat hij voortdurend overhooplag met zijn vader die per se wilde dat hij hem zou opvolgen als fabrikant. Cyriel had daar helemaal geen zin in, maar hij zegt zelf dat in die tijd niet gevraagd werd of hij daar zin in had. De oudste zoon volgde zijn vader op. Daar werden verder geen woorden aan vuilgemaakt. Hij heeft dat dus toch doorgezet, is toch blijven schrijven. Dat heeft hem zelfs tot in Amerika gebracht omdat papa dacht: “Als hij in Amerika zit, zal hij wel van mening veranderen”. Ook al vanwege een sentimentele affaire in het dorp, maar dat alles: het feit dat hij niet tot een bepaalde categorie wilde behoren, zich niet wilde identificeren met de rijke burgerij; ook te weinig gemeen had natuurlijk met de arbeidersbevolking om zich daar echt thuis te kunnen voelen hoewel hij heel veel oog had voor de problemen van die arme mensen; het feit dat er thuis ook Frans werd gesproken, maar ook Vlaams dialect. Het Frans was niet zijn moedertaal, het Vlaams bood hem te weinig gelegenheid om literatuur te beoefenen, en het Nederlands dat hij nodig had, kon hij te weinig soepel en spontaan gebruiken, jarenlang. Met de jaren is dat wel verbeterd. Daardoor, ook omdat hij als liberaal socialistische sympathieën had, werd hij eigenlijk van de twee kanten vaak belaagd, maar het allerbelangrijkste is natuurlijk toch het feit geweest dat hij in zijn boeken de wereld, de mensen en het leven wilde beschrijven zoals ze waren, terwijl dat in die tijd helemaal niet kon. Als je dat deed, dan werd je van katholieke kant onmiddellijk voor immoreel of zelfs amoreel gehouden en zoals in zijn geval werd beweerd dat hij een pornograaf, een vuilschrijver was. Met het gevolg dat zijn boeken in Vlaanderen niet verkocht mochten worden. Dat ze ook niet in de bibliotheken kwamen. Zijn eerste uitgevers zijn Nederlanders geweest en zijn eerste succes is ook in Nederland geweest. In Nederland werden zijn novellen en zijn romans gretig door uitgevers, ook uitgevers van tijdschriften, gevraagd, maar in Vlaanderen, zeker die eerste jaren, was hij nauwelijks bekend omdat zijn boeken hier gewoon niet voorhanden waren. En voor zover ze voorhanden waren, waren ze veel te duur voor de mensen hier. Dus dat is een zeer complexe problematiek die ervoor gezorgd heeft dat hij pas zeer laat, na de Eerste Wereldoorlog, in eigen land erkend is.

Cyriel Buysse is een Vlaams auteur, maar zijn blik reikte verder. Nice, New York, Den Haag, een beetje een kosmopoliet. Vinden we daar sporen van terug in zijn werk?

Zeer duidelijk! Zowel in zijn verhalende werk, romans en novellen, als in zijn journalistieke werk, voor zover je dat journalistiek kunt noemen, namelijk de autoreisboekjes. Hij was al heel vroeg, voor de Eerste Wereldoorlog, al een enthousiast autotoerist. Hij had al in 1908 een eigen auto waarmee hij door Vlaanderen toerde, maar ook door Nederland en Frankrijk. Hij heeft een aantal reizen door Frankrijk gemaakt, waarover hij achteraf verslag heeft uitgebracht in zijn nog altijd heel leesbare, grappige, spirituele verslagen van de autoreizen in Frankrijk, die ook leerzaam zijn, als je het bekijkt: hoe reisden in die tijd mensen per auto, hoe waren de voorzieningen, hoe waren de wegen, enzovoort. Dat was, om maar iets te zeggen, de ene lekke band na de andere, en natuurlijk de motor die eigenlijk niet bestand was tegen te lange reizen, dus ook van die kant waren er voortdurend problemen. Maar dat zijn heel amusante boeken.

Cyriel Buysse leefde op een scharniermoment van onze geschiedenis. De opkomst van het socialisme, de Eerste Wereldoorlog ook, de Vlaamse zaak, … Wat was zijn houding daartegenover?

Hij was van liberalen huize, is zelf ook overtuigd liberaal gebleven, ondanks enkele zeer onplezierige ervaringen met de liberale partij, maar hij is liberaal gebleven, wat je een beetje zou kunnen noemen een verlicht liberaal. Niet het orthodoxe liberalisme zoals hij dat zelf heeft beleefd in zijn jonge jaren. Mensen die zich ver boven de arbeidersstand verheven voelden en alleen met een beetje liefdadigheid dachten hun geweten te sussen. Neen, hij heeft zich echt in een aantal boeken daarover uitgesproken. “Het gezin van Paemel” is daar het meest duidelijke voorbeeld van, maar ook bijvoorbeeld in een erg mooie roman, minder bekend, maar een heel mooie roman van 1921, zijn eerste roman van na de Eerste Wereldoorlog, zoals het was, het is eigenlijk half autobiografisch, en behalve het verhaal zelf van de hoofdpersoon, is daar ook de hele opkomst van het socialisme in verwerkt. Hoe die socialistische militanten op het platteland gingen prediken als het ware en hoe onrust in de fabrieken ontstond, mensen die zich tot die tijd altijd hadden moeten laten uitbuiten omdat ze tot en met afhankelijk waren van de baron wiens huis ze huurden of hun baas, de fabrikant, die hen aan de deur zou kunnen zetten. Hij heeft dat allemaal meegemaakt en hij heeft het niet alleen in “Het gezin van Paemel”, maar ook in andere verhalen verwerkt. Om maar één voorbeeld te noemen, een verhaal als “De broodvervoerder”, dat gaat over iemand die door een puur ongelukkig toeval de wagen waarmee hij brood moet uitvoeren, ziet verpletteren door een tram en hij wordt door zijn baas niet onmiddellijk ontslagen, maar hij moet schadevergoeding betalen een aantal jaren, en op het moment dat hij de vergoeding heeft betaald, wordt hij ontslagen. Dat soort toestanden, ook bij boeren die op kerstavond bij wijze van spreken hun opzeg kregen, die ’s anderendaags of een paar dagen later hun erf al niet meer mochten betreden omdat de baron het had verhuurd aan iemand die wat meer huur wilde betalen. Die mensen waren volkomen rechteloos en vooral daartegen heeft Buysse zich in zijn werk herhaaldelijk verzet.

Tot zover nog Joris van Parys. “Het leven, niets dan het leven. Cyriel Buysse & zijn tijd” heeft ondertussen de Prijs van de provincie Oost-Vlaanderen voor essay en monografie gekregen en is genomineerd voor de ABN-Amrobankprijs voor het beste non-fictieboek. Het is een uitgave van Houtekiet/Atlas én is te koop in de goede boekhandel. Daarmee zijn we aan het eind van HVW. Samenstelling en presentatie waren van FS. De tekst van dit programma kun je bestellen bij de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, Lange Leemstraat 57, 2018 Antwerpen, tel.: 03 233 70 32. En over enkele dagen vind je de tekst ook op www.h-vv.be. Volgende week zijn we er weer met een bijdrage van het WF en heeft KVD het over SOS Nuchterheid. Dit was het wat ons betreft. Nog een goede avond en graag tot volgende week!

Muziek: 10” High Heels – Sakamoto Sakamoto 262975 30” Oriental Blues – Ch. Joris Ch. Mentens V15.1005.20

 

Valide CSS!