Home arrow Onze Media arrow Radio/ Tv arrow 50 jaar de pil - Frans Boenders over Oost en West
50 jaar de pil - Frans Boenders over Oost en West

HVW - HVR

 

Uitz.:                02.08.10

Opname:          02.07.10

Samenst.:         KVD/FS

 

50 jaar de pil / Frans Boenders over Oost en West

Beginwijs

--

Goedenavond luisteraar en welkom in HVW. Vandaag, later in de uitzending, praten we met Frans Boenders over Oost en West, over verlichting en verlossing, over bewustzijn en over China en India. Maar starten doen we met vijftig jaar de pil. Karel, jij sprak erover met Marleen Temmerman.

 

‘Over het algemeen denk ik dat het voor de pil positief doorweegt, als je die in de weegschaal zou leggen om te kijken naar gezondheidsindicatoren. De pil heeft eigenlijk een revolutie teweeggebracht, voor vrouwen dan voornamelijk als heel belangrijk voorbehoedsmiddel. Maar de pil is ook een middel dat vrouwen de mogelijkheid geeft om te beslissen over hun eigen procreatie (voortplanting) en seksualiteit. Dat heeft de generatie van na de oorlog enorm getekend. Op alle mogelijke vlakken.’

 

50 jaar de pil heeft de generatie van na de oorlog enorm getekend…’ Marleen Temmerman over het belang van de pil voor de emancipatie van de vrouw. Tenminste in de westerse samenleving. Maar in de loop van 50 jaar heeft die pil alvast een enorme impact gehad: sociaal, economisch, maar ook religieus. En, vooral misschien, op het vlak van de seksuele moraal. Want genieten van seks zonder angst kón. Maar de pil was, ondanks alle vooroordelen, ook goed voor de gezondheid van de vrouw en kwam nota bene aanvankelijk op de markt als, een beetje hypocriet toch, een medicament.

Niets dan voordelen, lijkt het dus, maar toch… Want de pil geraakte niet bij álle vrouwen. En een uitgestelde kinderwens kan dan weer tot vruchtbaarheidsproblemen leiden.

50 jaar de pil, we praten erover door met Marleen Temmerman. En zwangerschap is dan meestal wel een zaak van twee, toch blijft vooral de vrouw verantwoordelijk voor een eventuele zwangerschap. Alle kwakkels over een mannenpil ten spijt. Alhoewel… Want mede door aids is er nu ook de terugkeer van het condoom. En, Marleen Temmerman, een gedeelde verantwoordelijkheid, misschien?

 

Het is uiteindelijk wel de verantwoordelijkheid van de vrouw, maar ik pleit er wel voor dat beiden hun verantwoordelijkheid nemen. In de zin van: het is ook goed voor de jongen of de man om daarover mee te denken en om verantwoordelijkheid te nemen. Niet alleen om een ongewenste zwangerschap te voorkomen, maar ook om hiv en andere seksueel overdraagbare aandoeningen te voorkomen. Daar heb je condooms voor en zo. Dus het is eigenlijk wel een verantwoordelijkheid van beiden, maar als het erop aankomt van: ‘Ik wil niet zwanger worden’, bijvoorbeeld, dan is het toch voornamelijk de vrouw die die verantwoordelijkheid moet nemen.

 

Zwangerschapspreventie was vroeger meer gelinkt aan het gebruik van het condoom. De pil is er gekomen. Dat maakt het voor de man iets gemakkelijker om het condoom niet meer te gebruiken. Maar dat heeft toch wel een beetje gewogen, denk ik, op aidspreventie?

 

Voor een stuk wel. Men is opnieuw het belang van het condoom gaan waarderen. De methode, het double Dutch zoals men dat noemt, waarbij men dan de pil gebruikt én een barrièremiddel, het condoom, is eigenlijk ideaal om én ongewenste zwangerschap én ongewenste effecten van seksuele contacten te vermijden. Als gevolg van hiv is het condoom weer in de belangstelling komen te staan. Nu, bij mensen die het condoom consequent gebruiken, is dat een zeer goed voorbehoedsmiddel. Maar dan moet het meisje of de vrouw afhangen van het feit of de man het condoom gebruikt, en hoe hij dat gebruikt. Of hij dat zorgvuldig gebruikt. En daar gebeuren weleens accidentjes mee.

 

De pil heeft uiteraard een verworven positie in de westerse samenleving, laten we maar zeggen. Maar men zou ook kunnen gaan kijken naar sociale groepen die toch nog uit de boot vallen, die niet genoeg informatie krijgen of die niet de mogelijkheden hebben om precies hun contraceptie op deze manier te gaan regelen. Aan welke groepen kan men zo ongeveer denken?

 

Ja, wij voeren een heel goede contraceptiepolitiek, hé. In België geeft 80% van de vrouwen die een voorbehoedsmiddel wensen te nemen, de voorkeur aan de pil, hoewel dat wel iets terugloopt momenteel. Men zoekt alternatieven. Maar in andere landen is dat eigenlijk niet het geval. In Japan bijvoorbeeld wel; daar is de pil verboden geweest tot voor kort. Maar terug naar Europa… Ook in onze eigen samenleving en ons eigen land zie je dat voorbehoedsmiddelen over het algemeen toch nog altijd buiten het bereik zijn van een aantal groepen, ondanks alle mogelijke inspanningen die we al gedaan hebben. Ik denk aan heel jonge meisjes, tieners bijvoorbeeld, maar ook aan allochtonen. Meisjes die de weg naar de hulpverlening niet vinden. Want om een pil te krijgen, moet je nog altijd een doktersvoorschrift hebben. Dat is voor sommigen toch nog een drempel, ja.

 

U hebt eventjes verwezen naar allochtone groepen in België die uit de boot vallen. Wat is de problematiek daar eigenlijk? Hoe komt het dat zij uit de boot vallen?

 

Wij hebben al een paar feministische golven achter de rug, maar zij moeten toch nog een wegje afleggen daar. Voor hen is de sociale controle op seksualiteit groter dan voor onze jeugd. Dus het is ook moeilijker voor hen om naar een dokter te stappen. Ze moeten dan misschien al gaan met de SIS-kaart van hun ouders, ze moeten daar geld voor vinden, ze moeten die voorbehoedsmiddelen kopen en zo. Dus daar zijn een aantal drempels waardoor het niet zo makkelijk is. Als je nu kijkt naar het aantal ongewenste zwangerschappen in België, dan zie je dat het aantal abortussen lichtjes toeneemt. We zijn de besten in de wereldrangschikking, wij hebben dus het minste aantal abortussen per aantal vrouwen die zwanger kunnen worden enzovoorts. Maar we zien toch nog een lichte toename van het aantal ongewenste zwangerschappen, voornamelijk bij jongeren. En als je dan kijkt bij die jongeren, is het toch wel hoofdzakelijk bij allochtonen of bij kwetsbare vrouwen en meisjes.

 

In België bestaan er ook nog altijd vooroordelen t.a.v. de pil. De verhalen gaan erover dat de pil kankerverwekkend zou zijn, dat men zou verdikken, dat men gespannen borsten zou krijgen, dat het zou aanzetten tot echtscheidingsproblematieken enzovoorts. Wat klopt er eigenlijk allemaal van de vooroordelen die er bestaan t.a.v. de pil?

 

Woh, die laatste vooroordelen, of het aanleiding geeft tot echtscheiding en zo, dat heb ik eigenlijk nooit bewezen gezien, maar er zijn natuurlijk enkele zaken die we toch wel goed moeten opvolgen. In de pil zitten er hormonen, progesteron en oestrogeen. Oestrogeen kun je in verband brengen met borstkanker. En men heeft gezien dat er wel een verhoogd risico is op borstkanker, bij de allereerste pillen, die 50 jaar geleden op de markt kwamen, omdat die zeer hoog gedoseerd waren in oestrogenen. Die zijn niet te vergelijken met de huidige laag gedoseerde pillen. Maar men kan tegenwoordig eigenlijk niet zeggen dat de pillen die we vandaag voorschrijven, zeker geen verhoogd risico hebben. Het is nooit aangetoond, maar misschien zullen we daar over 30 jaar anders over praten. Het is geen reden om momenteel ongerust te zijn of om de pil te stoppen. Maar het is wel een reden om dat verder goed te blijven opvolgen en verder onderzoek te blijven doen. Dus we moeten verder ook zoeken naar alternatieven. Want naast de pil heb je ook heel goede alternatieven. Je hebt tegenwoordig ‘de pil’, tussen aanhalingstekens, een soort vaginale ring waarbij je slechts een heel kleine hoeveelheid van diezelfde hormonen die je in de pil hebt, inbrengt in een ringetje dat je in de vagina kunt inbrengen en waar het dus onmiddellijk werkt op de baarmoeder en op de eierstokken. Zo heeft men dus een lagere dosis nodig voor hetzelfde goede effect.

 

Verwacht u eigenlijk veel van de ontwikkeling van dat lichaamseigen oestrogeen waar men toch nog altijd mee bezig is? Medisch gesproken dan…

 

Verder onderzoek moet uitwijzen of dat nu een belangrijk verschil uitmaakt. Wat er wel benadrukt moet worden, is dat de pil naast alle voordelen op gebied van gezinsplanning ook enkele andere medische voordelen heeft. Je moet dat allemaal in de weegschaal leggen. Bijvoorbeeld vrouwen die de pil nemen, hebben minder overvloedig bloedverlies, hebben ook minder kans op enkele kankers, pijn bij de menstruatie, endometriose, cystevorming. Een aantal medische problemen vermindert dankzij de pil. Dus het heeft ook wel een heleboel gezondheidsvoordelen naast het voorkomen van een ongewenste zwangerschap.

 

Er is nog een ander probleem dat ontstaan is en dat vooral door fertiliteitsspecialisten werd gesignaleerd, namelijk het uitstellen van zwangerschappen zou er ook toe leiden dat men op langere termijn ook minder gemakkelijk kinderen gaat krijgen. Dus die uitgestelde kinderwens… Bijvoorbeeld iemand als Paul Devroey zal zeggen: ‘Dat is geen goede zaak.’

 

Daar heeft hij gelijk in, hé. ‘Een wijze meid krijgt haar kind op tijd.’ De pil, of een veilige contraceptie over het algemeen, heeft er zeker toe bijgedragen dat vrouwen de zwangerschap kunnen plannen. De feministische golven hebben er ook toe bijgedragen dat vrouwen meer rechten hebben, hetzelfde recht op scholing, onderwijs, carrière enzovoorts. En het is niet alleen op het saldo van de pil te zetten, hé. Maar laten we zeggen dat alles samen ervoor zorgt, of ertoe leidt, dat vrouwen inderdaad hun zwangerschap gaan uitstellen. Dan ineens worden ze 35 jaar, en dan slaat die biologische klok, die tikt dan harder. En dan zie je veel vrouwen die acuut stoppen met de pil, en die willen dan nú zwanger worden. Als ze onmiddellijk zwanger worden, geen probleem, maar als er zich misschien toch een probleem voordoet waardoor ze niet onmiddellijk zwanger worden, dan zit je heel vlug in dat circuit van ivf of hormonale stimulatie om de zwangerschap te ondersteunen. Ik denk dat we daarover als maatschappij toch een keer goed moeten nadenken. Dat we eigenlijk vrouwen meer zouden moeten ondersteunen in het combineren van studies, carrière en gezinsplanning.

 

Als je nu gaat kijken verder in de wereld… U hebt al eventjes verwezen naar Japan en een bepaalde houding die daar bestaat en bestaan heeft. Hoe is de situatie eigenlijk in een gebied dat u heel goed kent, bijvoorbeeld in zwart Afrika, Kenia?

 

Daar is er een heel grote nood. Men zegt zo mooi in het Engels ‘unmet needs’: de mensen die al heel wat kinderen hebben of jonge meisjes die zich willen beschermen, willen wel voorbehoedsmiddelen gebruiken, maar zij hebben geen toegang tot de pil of tot contraceptie in het algemeen. Dat is in Afrika enorm, hé. Als je kijkt op gebied van gezondheid, bestaat dé allerbelangrijkste interventie in Afrika er nu in om moeder- en kindersterfte tegen te gaan. Om echt een belangrijke impact te hebben, dan is het één: geboorteplanning, twee: geboorteplanning, drie: geboorteplanning. Dus de familyplanning is enorm belangrijk en is jammer genoeg weer een beetje op zijn retour. We hebben het beter gedaan: landen zoals Kenia hadden een jaar of 20, 30 geleden een veel uitgebreider netwerk van Family Planning Clinics dan dat ze nu hebben.

 

De weldaad van 50 jaar de pil… Maar ook de noodzaak voor een blijvende opvolging wereldwijd. Een stand van zaken in een gesprek met Marleen Temmerman.

 

 

MUZIEK

 

Frans Boenders gaf begin dit jaar aan de FVG een lezing met als thema Oost en West. Een enorm omvangrijk thema, maar twee kernwaarden kwamen snel bovendrijven: verlichting en verlossing. Verlichting associeerde hij met het Oosten, verlossing met het Westen! Frans Boenders:

 

Dat komt omdat bij ons de leidende godsdienst of levensvorm er een is van verlossing. De mens is zwak, is wel een afspiegeling van God, maar hij moet zich realiseren hoe zwak hij is en hij moet zich eigenlijk overgeven. Dus de overgave impliceert dat je ergens ook wordt opgevangen, en dat is dan de verlossing, de basisbeweging of de basis dubbele richting. Er is een enorme liefde die de verlossing in het vooruitzicht stelt en de mens moet vertrouwen hebben, bijna blind, in die liefde, en dan zal hij verlost worden. Wat is nu verlichting? Verlichting is iets wat je zelf kunt doen, want we hebben allemaal een bewustzijn gekregen dat kritisch is, sceptisch moet zijn volgens de Boeddha. Het boeddhisme is dan toch immers de enige universele religie die in het Oosten is ontstaan en universeel is geworden, net zoals het christendom ontstaan is in het Nabije Oosten en universeel is geworden. Die laten zich dus uitstekend vergelijken. In het boeddhisme is Boeddha trouwens niets anders dan ‘bodhi’, wat licht is, of wijsheid, als je het anders interpreteert. Je hebt dus een bewustzijn, en met dat bewustzijn moet je het doen. Er zijn modellen, Boeddha zelf zegt: als je dat wilt, kun je mij als model nemen, maar je zult toch altijd kritisch moeten blijven, want je moet het zelf doen. Het zelf doen betekent niet dat je op een arrogante manier op je kennis en je eruditie berust; ik denk zelfs dat te veel kennis en te veel eruditie wegen zijn die niet direct leiden naar de verlichting. Maar je moet bij wijze van spreken eerst tabula rasa maken, een soort leegte in jezelf maken, om het licht te laten schijnen. Dat is natuurlijk maar een metafoor, maar dat zegt wat verlichting is, versus de verlossing.

 

Maar eigenlijk gaat het dan toch wel om een heel fundamenteel verschil, en dat komt ook tot uiting wanneer je het hebt over denken en bewustzijn! Bijvoorbeeld: ‘ ik BEN een bewustzijn’ tegenover ‘ik HEB bewustzijn’!

 

Wij zeggen: ‘ik HEB een bewustzijn’. Denk aan Descartes! En we leven toch nog altijd onder die fantastische revolutie. Descartes heeft gezegd: ik kan aan alles twijfelen behalve aan het feit dat ik twijfel, dus dat ik denk. En dus, dat heb ik omdat ik een bewustzijn heb. Ik heb alles, eigenlijk bezitten wij alles, vinden wij. Als we nu even God, de Schepper of de Natuur opzijzetten. Die Natuur werkt ook in mij, maar eigenlijk sta ik boven de Natuur door het hebben van dat bewustzijn. In het Oosten gaat het over: ‘ik BEN bewustzijn’. Dat wil zeggen dat ik een onderdeel ben van het bewustzijn dat eigenlijk het universum is. Het universum denkt in mij. Het vreemde is dat dat in de Franse filosofie ook werd gezegd, door hen die je kunt noemen de poststructuralisten of de late structuralisten: ‘ça pense en moi’, het denkt in mij. Dus die komen daar een beetje in de buurt. Alleen Heidegger, overigens niet mijn favoriet, een westerse filosoof, vond eigenlijk ook dat we een onderdeel zijn van iets wat veel groter is. En de Japanse boeddhisten zijn Heidegger gaan bestuderen, die, toen hij nog leefde, het fantastisch vond dat hij aansluiting kon vinden bij hen. Maar inderdaad, het verschil is dus: in het Oosten houdt men veel minder vast, men bezit veel minder, men hecht ook minder aan bezit. Natuurlijk, met onze kapitalistische uitstraling is dat nu wel allemaal anders geworden, maar traditioneel is het wel zo. Men voelt zich een onderdeel van iets heel groots, en of je dat nu kosmos, universum of de wereldgeest noemt, lazert eigenlijk niets; het is gewoon een manier van leven die toch totaal anders is en die verklaart waarom sommige auteurs, maar daar ben ik het eigenlijk niet mee eens, hebben gezegd dat het Westen altijd het Westen en het Oosten altijd het Oosten zal blijven. ‘And the twain shall never meet’, zoals Kipling het zegt. Daar ben ik het niet mee eens. We kunnen zeker elkaar begrijpen en dat is ook volop bezig, denk ik.

 

Vaak zie je de opdeling: in het Westen streeft men naar iets, er is een doel, er is een project. In het Oosten zou men zich eerder onderwerpen aan het geheel, zou men eerder berusten! Maar in hoeverre beantwoordt zo’n opdeling nog aan enige realiteit? Economisch bijvoorbeeld zijn nu net India en China dé grote groeiers op wereldniveau!

 

Dat is de grote paradox vandaag. Tot hiertoe heb ik in zeer algemene termen (want anders kun je het niet, je hebt het in het begin zelf gezegd) Oost en West vergeleken. Ik ging uit van de traditionele levensvormen, om dat wittgensteiniaanse woord te gebruiken. De traditie die dieper gaat dan de verschillende tradities. De traditie die we eigenlijk niet meer kunnen benoemen, maar die de basis vormt van de tradities. Dus ik ben heel ver teruggegaan. Ik heb het boeddhisme ook gezien als een offshoot, als een scheut aan een boom die veel ouder is en die teruggaat tot de vedische tijd, misschien tot de zoroastrische tijd enzovoorts. Aan de andere kant heb ik het christendom ook beschouwd als een scheut van een veel grotere boom, waar natuurlijk het jodendom in het vizier komt, maar ook vele andere dingen. Ook een stuk van het zoroastrisme. Dus uiteindelijk zouden we weer terug kunnen komen. Zo ver ben ik teruggegaan. Dat is natuurlijk gedeeltelijk geïdealiseerd, om niet te zeggen sterk geïdealiseerd. Vandaag zien we dat er maar één ideologie meer bestaat, en dat is het kapitalisme. Of men dat nu in communistische termen of linkse termen het laatkapitalisme noemt, in de hoop dat het zal verdwijnen, dat durf ik niet te zeggen. Ik zie alleen dat het kapitalisme bloeit op een verschrikkelijke manier en dat, zoals je zelf hebt geïmpliceerd in je vraag, China maar ook India (India, waarvan we altijd gedacht hebben dat het veel spiritueler was dan wij) nu plotseling onze meesters worden in het hedendaagse kapitalisme, in onze manier om de informatica en de technologie te gebruiken, allemaal dingen die in wezen van ons komen, dus de westerse wetenschap, dat is het enige geüniversaliseerde kennen. Dat heeft men dan ogenschijnlijk op dit moment, ik zou zeggen, allemaal naar voren geschoven in de hoop, voor sommigen althans, in China en zeker in India, dat datgene wat eronder ligt en waaraan ik daarnet refereerde, als de basis van de tradities, uiteindelijk toch wel zal overleven zoals het altijd heeft gedaan. Maar men begint eraan te twijfelen. En versta onder men, ik begin daar ook aan te twijfelen.

Zeker in China zie je dat. Ik ben toevallig vorig jaar nog naar de Heilige Bergen geweest, die gedeeltelijk boeddhistisch en taoïstisch zijn en eigenlijk die twee religies syncretiseren. Daar blijft niets van over! Wat men heeft gedaan en wat de Chinezen altijd doen, is alles eerst afbreken tot op het bot en dan op hun manier, vanuit hun visie, heropbouwen. Dus wat ik daar zag, was een volkomen loze, valse en misleidende vorm van taoïsme en boeddhisme. Alleen erop gericht om toeristen te lokken, vooral de binnenlandse toeristen overigens, want het is ook een bekend fenomeen dat de hedendaagse Chinezen die vandaag weer internationaal gaan reizen (dat wil zeggen die nieuwe rijken tussen dertig en vijfenveertig jaar, de middenmoot die rijk is, heel rijk is in China), toch die leegte aanvoelen en nu overal in het Oosten, maar ook in het Westen, tempels en kerken gaan bezoeken in de hoop daar iets van op te steken. Ze snappen er dus geen moer meer van en het is een heel rare situatie. Mensen die veel meer vertrouwen hebben in de gang van zaken, los van de interventies van de mens, die zeggen: ‘Dat zal zijn tijd wel hebben, dat komt weer terug. In China heb je altijd van die periodes.’ Ik heb daar mijn twijfels over. Laten we niet vergeten wat er gebeurd is tijdens de culturele revolutie, die officieel maar tien jaar heeft geduurd, van ’65 tot ’75 in de vorige eeuw, maar die eigenlijk al begonnen is in voorbereiding vanaf 1950, de stichting van de volksrepubliek, en geduurd heeft tot het aantreden van Deng Xiaoping in 1979. Dus dat zijn twee generaties die zijn opgevoed zonder enige vorm van religie in de zin van een verbinding van geestelijke solidariteit. En dus, zal dat terugkomen? Ik mag het hopen. Maar een teken aan de wand vond ik dat, toen Deng Xiaoping aantrad en ik voor de BRT toen die documentaires maakte over oosterse religies, dat iemand die later mijn vriend is geworden, de grote specialist op het gebied van het taoïsme, Rik Schipper, gevraagd werd in China om de leden van de Sociale Academie, dus de intellectuele top van China, onderricht te geven in het taoïsme. Want nagenoeg alles was verdwenen. De tempels waren verwoest, de teksten waren vernietigd en diegene die over waren gebleven, werden bestudeerd in het Westen. Op zichzelf is het natuurlijk interessant dat wij in het Westen nu niet de pretentie, maar misschien wel de knowhow hebben om de traditie van de Chinezen en de Indiërs weer nieuwe bedding te geven. Dat is vroeger nog gebeurd met het christendom en de islam, wat de Griekse traditie van ons betreft. Dus het kan wel, maar ik vrees, samenvattend, dat het kapitalisme op dit moment zo allesomvattend is, en dus ook niet te bestrijden valt omdat er niemand is die verantwoordelijk is voor het kapitalisme als ideologie. Het is dus bij wijze van spreken een sluipende ideologie die zich niet kenbaar maakt, maar die wel overal aanwezig is, zodat ik op dit moment niet zie hoe ze tot een einde kan komen. En ik denk wel dat het nodig is om terug te komen tot een waarachtige spiritualiteit.

Tot zover nog Frans Boenders over Oost en West. Daarmee zijn we aan het eind aan HVW. Samenstelling en presentatie waren van KVD en FS. De tekst van dit programma kun je bestellen bij de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, Lange Leemstraat 57, 2018 Antwerpen. Tel. 03 233 70 32. En over enkele dagen vind je de tekst ook op h-vv.be, waar je de uitzending nog even kunt herbeluisteren.

Volgende week zijn we er weer en dan hebben we het met Els Spitaels over architect Renaat Braem en is er ook een bijdrage van het WF over “de wabblieft”.

Dit was het wat ons betreft. Nog een goede avond en graag tot volgende week!

 

Muziek:

20”       Tarantelle          J.K. Mertz         R. Smits           ACC 23158

10”       High Heels – Sakamoto                                    Sakamoto                    262975

1’20”     Classical China – Zhang Wei                 trad.                             NE9505-2

 

Valide CSS!